Columns Cees Grimbergen in AD/Utrechts Nieuwsblad, 2010 en 2009
DOMSTAD IN OUDE FOTO'S
Aan de Burg. Reigerstaat ligt de antiquarische boekwinkel Hofman, van Joop van Kan. Hofman, althans de winkel, gaat eind dit jaar sluiten! Vijftien jaar geleden nam Van Kan tienduizenden boeken van de oude heer Hofman aan de Marco Pololaan in Kanaleneiland over. In die winkel was het ‘Malle Pietje’. Ik zag het ooit met eigen ogen. Van Kan had succes. Maar zag de invloed van internetzoeksystemen groeien. Maakt het bezoek aan de winkel overbodig. Voor de romantici onder ons geen beste ontwikkeling. Heerlijk toch, die geur van oude boeken. En een praatje met Joop.
Op de traditionele jaarlijkse zondagmarkt had Joop een serie Utrecht-boeken in zijn kraam. Voor zachte prijsjes. ‘De Stichtenaren’ van W. van Beusekom uit 1967. Voor 1,50. Met schitterende foto’s. Kaartende oude mannen in het Julianapark. De wijk C-bevolking tijdens een bezoek van Juliana. Daar lag ‘Utrechtse notities’ van William D. Kuik uit 1968. 1,50. Gemaakt bij het 125-jarig bestaan van boekhandel Broese. ‘Stad van verborgen bederf’ citeert Kuik de schrijver Joh. Geerlinck over ‘ons’. Mét pentekeningen van Kuik. Voor 2,50 kreeg ik ‘Crone’s Utrecht’ uit 1979, een mij onbekende voorloper van Frans Crone’s boek over zijn vader ‘Het Utrecht van C.C.S. Crone’. Met meer dan schitterende zwart-wit foto’s van stillevens en mensen in de stad. Onder een verstilde foto van de Trans sublieme Crone-zinnen: ’Kort daarna verhuisden ze naar de Trans. Daar zaten ze een jaar lang iedere avond met hun gedachten tegenover elkaar, zonder dat ze iets anders zeiden dan dingen, waarin geen van beiden belang stelden’.
En vind voor een prikkie ‘Utrecht en omstreken in 19e eeuwse foto’s’ van uitgeverij van Gennep, 1975. Met een panoramafoto in noordelijke richting, in 1878 vanaf de Domtoren gemaakt. Links van de Jacobskerk en de nog jonge Augustinus zoek ik achter de bomenrij van de singels naar bebouwing. Weilanden, slechts weilanden, waar nu de Daalsedijk en Pijlsweerd liggen. En als een streep door die weilanden de weg naar Amsterdam, de Amsterdamsestraatweg. Wat is het op warme zomerdagen lekker wegdromen op mooie ouwe fotoboeken uit Hofman. Tip: zoek dit prachtboek. Bij Joop goedkoper dan op internet (12 euro tot 24,95).
(28 juli 2010)
ILLEGAAL EN RECIDIVIST TE WATER
Op de laatste dag van de Maliebaankermis won mijn vriendin de kamelenrace. Daarna zouden we de dag glansrijk afsluiten met een boottochtje. Maar de grijze lucht werd zwart. Naar huis dan maar. Die route loopt langs de plek aan de Biltse Grift waar ons kleine kajuitbootje Trabant aangemeerd lag. Nog even goedkeurend kijken. Maar wat wij zagen…? Geen Trabant! Waar zou ons varende houten pronkstukje zijn? Het werd in 1961 op de Jachtwerft Berlin. aan de Spree gebouwd. In de DDR. Een Ossi-bootje; ons communistische vaartuig was dus fout in de jaren '60. Vanaf de Trabant tonen wij sinds 2002 niet-Utrechters, stadgenoten en onszelf de verborgen schoonheden van de Domstad.
Greep ‘de sterke arm’ in? Want van ordinaire diefstal -het benzinetankje lag thuis- kon geen sprake zijn. Telefonisch bood Jaap de Jong, van de Gemeentelijke Havendienst, opheldering. 'Wij hebben uw bootje weggesleept'. Berouwvol hoorde ik aan dat ik de laatste jaren meerdere waarschuwingen had gekregen. 'U heeft geen vergunning en dus geen vignet. U mag niet in de stad liggen. U bent een recidivist. Uw Trabant ligt nu op de gemeentewerf langs de Vaartse Rijn in Hoograven. Na betaling van 153,55 euro, inclusief BTW, kunt u het bootje daar ophalen.' De laatste ‘herhaalde waarschuwing’ dateerde inderdaad van vorig najaar. Voor een legale ligplaats sta ik met 500 anderen op een wachtlijst. Plaats 268. Over een jaar of 8 mag onze Trabant in de geliefde Domstad liggen. De gemeente vindt namelijk streng: slechts 400 ligplaatsen voor bootjes. Hoe illegaal kun je zijn in eigen stad? Mijn erfelijk bepaalde aversie tegen ambtelijke inmenging was door inbeslagname en strenge toon geactiveerd. Maar Jaap de Jong, oud-stuurman op de grote vaart, bleek de vriendelijkheid zelve. Hij stelt voor dat ik ga meedenken over een kleine stadshaven voor de 500 bootjes op de wachtlijst. 'Zouden we niet iets moois kunnen bedenken op het oude Neerlandia/Prozee-terrein in Hoograven?', suggereert hij. Tot die tijd is onze Trabant illegaal in eigen stad.
(21 juli 2010)
DE TROOST VAN MOOI VOETBAL
Viva España. Het schalde over de Oudegracht. Ter hoogte van de werfkelder onder 211. Bij tapasrestaurant Ele werd gezongen, gedanst, gedronken. Zondagavond tegen half twaalf toen dofheid over de binnenstad hing. Behalve hier. Ik gunde het de Spanjaarden. Want met dít voetbal wereldkampioen worden? Dat voelt niet goed.
Mark van Bommel is een van ’s werelds gerenommeerdste schoppers. Vermaard schwalbe-producent. Naait tegenstanders graag gele kaarten aan. Nigel de Jong? Schopte begin maart Stuart Holden van Amerika een gebroken kuitbeen. Nu opnieuw een aanslag. Wesley Sneijder? Paart grote voetbalkwaliteit aan gezeik en gezeur. ‘Beestachtig’. Zo typeerde scheidsrechter Howard Webb het Nederlandse elftal. Scum. Thugs. Dirty play. Absolute disgrace. De rest van de wereld is niet blij met 'ons' spel.
Ik denk aan de huilende mannen die ik zondag voor Café De Potdeksel aan het Lucas Bolwerk zag. Ik hou mijn decadente overweging zaterdag voor 3200 euro naar Johannesburg te vliegen nog eens tegen het licht. Hoe zou de terugvlucht zijn geweest? Vorige week zocht ik het boek ‘Voetbal in zon en schaduw’, van de Uruguayaanse schrijver Eduardo Galeano. Joop van Kan van Hofman antiquarische boekwinkel aan de Burg. Reigerstraat zocht mee. Galeano: 'Ik bedel om goed voetbal, omdat ik nu eenmaal een bedelaar om schoonheid ben. Ik kijk steeds minder naar de kleur van het shirt en steeds meer naar het universele talent van individuele spelers.' Zo ben ik ook.
Vooraf had ik zondag afleiding bij de Heilige Mis op de piekenkermis. Met de humor van pastor Van Welzenes ('Wie hier voor Spanje is, gaat er meteen uit'). Op maandag kon ik me op dezelfde Maliebaan troosten met kamelenrace en photo shoot. Kermis is net als mooi voetbal. Wat nog meer troostte? Een tv-beeld. Toen in De Potdeksel bijna niemand meer keek. Afellay uit Overvecht helpt Sneijder uit Ondiep wennen aan het idee. Gisteren hadden ze van mij via de Vecht verder mogen varen naar de Bemuurde Weerd. Was ook troostend geweest.
(14 juli 2010)
FIETSENMAKER FRED EMAN REPAREERT MOBIEL
In Bloemstede, Maarssenbroek, staat onder de platanen een Mercedes-bus. Daarop lees ik: Fred Eman, de mobiele fietsenmaker, 06-30715504. Fred Eman? 48 Jaar oud stopte hij vorig voorjaar als dierenarts-assistent. Vanwege een ‘duivenmelkerslong’. De stof van de duiven, waarin hij gespecialiseerd was, maakte hem ziek. Kreeg van zijn oude baas 10 maanden doorbetaald. Het UWV had geen geld voor omscholing. Al ben je dan gelukkig in de liefde (met echtgenote Natalka uit Oekraïne en haar zoon), werkloos thuis zitten is geen groot genoegen. Dus schoolde Fred zichzelf om.
Het is deze milde zomerse dinsdagochtend stil in Bloemstede, een franjeloze buurt met grindtegel-muurplaten aan de huizen. Ik stel me voor hoe vanavond, in deze zelfde stilte het gejuich uit de huizen zal schallen. Nu ruist slechts het bladerdak van de platanen in de milde wind. De linten met oranje vlaggetjes kriskras tussen de bomen.
Fred ging aan de slag. Investeerde 35.000 euro in de bus die voor me staat. En in een voorraad onderdelen. Bezorgde vanaf februari in Maarssen, Vleuten, Loenen en in de stad (Zuilen, Tuinwijk, Tuindorp) eigenhandig 20.000 kaarten. Ik lees: ‘Één telefoontje is voldoende en de mobiele fietsenmaker, komt bij u langs. Reparatie voor de deur. Professionele mobiele werkplaats.’ Aan haken hangt de tourfiets van Hannie Verhoef uit Bloemstede. Aan de wanden: buiten- en binnenbanden, verlichting, remmen, kettingen, dérailleurs, zadels, pedalen. Fred leerde het fietsenmakersvak als 15-jarige bij Wim Kok op de Nachtegaalstraat. Stapte over naar de dierenarts. En is nu terug bij zijn oude stiel. Pakt zijn afsprakenboek. Na Hannie nog zes afspraken. Een lege dag? Komt niet meer voor. Freds uurprijs? 36 euro. Voor de meeste werkzaamheden standaardprijzen: van band plakken (6,50) tot vervangen van de trapas (22,50). Crisis? 'Nu ik bij de mensen thuiskom, zie ik meer armoede. Maar werk zat. Langzaam wek ik vertrouwen. Ik verdubbelde vier maanden achtereen mijn omzet.'
Nederland-Brazilië volgde hij, reparerend in Leidsche Rijn, op Radio 1. Want de fiets van de klant moest klaar.
(7 juli 2010)
AARDBEIEN, VARKENSHAAS EN VASTGOEDFRAUDE
Zaterdag kocht ik aardbeien bij groenteboer Van der Laan in ‘hét kleurrijkste winkelcentrum van Utrecht´. In Kanaleneiland. En sappige ‘wilde perziken’. En Oranjesalade, waarvoor je een munt krijgt. Vier munten is -tijdens het WK- een oranje bal. Bij Slagerien Van der Vliet schafte ik mij de Argentina braadslee -gemarineerde varkenshaas- aan. En natuurlijk die sublieme kookworst van de goedlachse Rien. Het was feestweekend in het winkelcentrum. Rijdende treintjes voor de kleintjes. Leslie Williams, ‘de Utrechtse André Hazes’, zong. Bij Tina Godée en zoon Kevin kocht ik heerlijke tonijnhapjes. In bladerdeeg. Opbrengst voor het WKZ. Op het terrasje van Supervlaai raakte ik aan de praat met Mohammed Pijou. En ik ontmoette Tjing uit China die boven het winkelcentrum woont. En de oud-filiaalchef van de Bata. Die er al 46 jaar woont. Stond iemand er bij stil dat dit winkelcentrum een rol speelt in de grootste fraudezaak uit de Nederlandse geschiedenis?
Nee, want hier winkel je. Je woont of werkt er. Je wandelt of rijdt er langs. Net als langs alle andere huizen, kantoren en winkelcentra. Vastgoed, heet dat. U weet wel: vastgoedmagnaat, -imperium en -beleggingen. En fraude dus. Vastgoedfraude. Ons land en onze stad zitten er vol mee. Paarlberg in Maarssen is zo’n magnaat. Van Zadelhoff -de man die, las ik in deze krant, laatst à 391 euro met VVD-gedeputeerde Joop Binnekamp dineerde- een andere. En Harry Hilders. Wiens vader Harry sr. zijn fortuin in de jaren '70 binnenhaalde met het ‘uitmelken’ van de Haagse Schilderswijk. Hilders jr. kocht in 2002 Winkelcentrum Kanaleneiland en de bovengelegen woningen van Philips Pensioenfonds. Hij betaalde een hoge Philips Pensioenfonds-baas 5,4 miljoen euro aan steekpenningen en kreeg zo het winkelcentrum, en ander vastgoed, voor een prikkie. Omkoping. Dit weekend werd bekend dat Hilders als schikking 40 miljoen aan justitie en het pensioenfonds betaalt. Zo voorkomt Harry jr. dat hij in de bajes belandt.
Ik zag in een trappenhuis boven het winkelcentrum volkomen verrotte sponningen. En afbrokkelend beton op een galerij. Geld voor een schikking met justitie had multimiljonair Hilders ruimschoots liggen. Geld voor onderhoud? Dat heeft hij niet.
(30 juni 2010)
JAAP, SIEM EN REDOUAN AAN DE DEUR
Aan de deur wordt gekocht. En gedoneerd. KWF. De Hersenstichting. Energiebedrijven. Het is in ons Utrechtse straatje een komen en gaan. De druk om te kopen, en vooral te geven, neemt toe.
Gelukkig stonden Jaap en Siem met een ouderwetse collectebus voor de deur. Heel anders dan een glazig uit zijn ogen kijkende werkstudent die, voor een premie, zijn ‘goede doel’ opdreunt en uitsluitend een automatische afschrijving accepteert. Want dat zou, volgens de charitatieve managers, collectekosten besparen. Jaap en Siem zijn 15, zitten in 3-gym van het Boni. En lopen in hun klas een ‘maatschappelijke stage’. Ze kozen voor de collecte in eigen wijk. Voor het Nationaal Epilepsiefonds. Ik raakte aan de praat met Jaap. Jaap Caron. Zijn jongere broer, Olivier van 13, is verstandelijk beperkt. En leed tot zijn vierde jaar aan ernstige epilepsie-aanvallen. Daarom, júíst daarom, kozen Jaap en zijn vriend Siem voor het epilepsiefonds. Jaaps vader en moeder collecteerden er ook altijd voor. Soms samen met Olivier. Hoe het collecteren was? Jaap: ‘De meeste mensen gaven. Eentje vijf cent. Zal wel als symbool bedoeld zijn. En eentje zei: aan de deur wordt niet gekocht.’
Een dag later. ‘Acht euro is geen prijs voor wafelgekken.’ De vriendelijke Marokkaanse jongen met de open, eerlijke blik op de drempel van onze voordeur overtuigde mij. Hij had vijf verpakte Brusselse wafels in de aanbieding. Dat zat zo. Op de instelling in Nieuwegein waar hij werkte, werden jonge criminelen gerehabiliteerd. Ze leerden de discipline van het dagelijks werk door Brusselse wafels te bakken.
Hij stelde zich voor als Redouan El Yousoufi. ‘Word ook jij door wafel bakken op het rechte pad gebracht?’, vroeg ik. ‘Nee, ik loop met de wafels langs de deuren, omdat de jongens die ze gebakken hebben er nog niet aan toe zijn.’ Ik viste een joetje uit mijn broekzak en liet het wisselgeld zitten. Redouan gaf me zijn nummer. Ik probeer Redouan nu al een paar dagen te bereiken. Zijn mobiele nummer is afgesloten. En de ROC-vestiging met de wafelbakkerij? Kon ik niet achterhalen. Zou Redouan een grap met me hebben uitgehaald?
(23 juni 2010)
‘SÓÓÓ FINE’, HOOR IK OP HET JANSKERKHOF
Het verbod op straatmuziek kwam er uiteindelijk niet. Toch was er minder muziek op straat. In een stad vol muziek. Bedacht ik me zondagmiddag op het Janskerkhof. Waar de zondagsrust van het dorp hing.
Tot ik een ongepolijste mannenstem hoorde zingen: 'Sóóó fine. Till the borderline'. Akoestische en elektrische gitaar, bas, drum. Café Hofman zat vol. 'Tell me when the sin is in'. De Utrechtse singer-soundwriter Joop Nolles. Stem? Mysterieus. Hoekig. Experimenteel. Een beetje slepend. Nolles en The original Fanclub presenteerden hun cd No noise low. Twee in oranje crêpepapier gewikkelde kroonluchters, hingen boven Hofmans podium. Het titelnummer had een heerlijke, nieuwsgierig makende intro. Mooie bas ook. Van Margriet Hendriks.
Eén van de 400 bandjes in de stad. Laatst operazangers in het Conservatorium. Nu deze ‘zingende schoolmeester’ (Nolles’ woorden). Met een typische techniek om binnen een nummer uit zijn eigen zangstem te stappen. Schakelde over op de megafoon. Symbolische betekenis? Zou Joop een boodschap voor de wereld hebben? 'Tulips are growing, full of color'. Na het aangename spel op zijn fender pakte Joop een aftandse gitaar ('voor 5 euro op de vrijmarkt gekocht, snel ontstemd'). Houthakkershemd, pet achterstevoren. In de pauze at hij een bruine boterham uit een zakje. Het publiek een bittergarnituurtje. 'Joop is low profile', zei zijn drummer Danny Streefkerk. Die, op zijn beurt, liever brushes dan stokken hanteert. Een minder nadrukkelijke drumpartij immers. Joop herdacht zijn verongelukte schrijfmaat Henk Zuidervaart. Hij versiert de pijn mooi.
'Tell me about the good of lies', zong hij. En: 'It feels good to be'. 'Joop zou Joop niet zijn, als hier en daar toch niet het tegendraads knarsen klinkt', lees ik. Een zanger die Neil Young beluisterde. Maar Young niet kopieert. Een lekkere middag in het voormalige café van Martin Dijkstra. In een hoekje stond Nolles´ zoon Siebe, 13 jaar. Hij verkocht de nieuwe cd van zijn vaders band. 7 Euro per stuk. Voor een tientje kreeg je er ook één van zijn eerdere cd´s bij. Heerlijk. Muziek in Utrecht? Kan nooit teveel zijn.
(16 juni 2010)
ZE GOOIDE DE STEMPAS IN DE ASBAK
Vandaag lever ik mijn bijdrage aan onze prachtige democratie, het minst slechte systeem van machtsverdeling. Stemmen is voor mij, van oudsher, een plechtige bezigheid. Maar de afgelopen dagen dacht ik ook vaak aan Els uit Zuilen. Vorige week ontmoette ik deze vitale zestiger in de pseudo-wilde stadsnatuur langs de Vecht bij het Nijenrodeplantsoen. 'Donder even op met je praatjes', zei Els kernachtig over de verkiezingen. In haar leven had ze één keer gestemd. Toen ze 21 was. Els lijkt niet wrokkig en is niet arm. Ze zíét veel arme mensen. 'Politici beloven gouden bergen. Na de verkiezingen vullen ze niet jóúw zakken, maar hun eigen zakken. De stempas? Meteen in de asbak gegooid.' Ik ben niet als Els. Maar ook mijn geloof in de parlementaire democratie werd beproefd.
Wat ik heb moeten verdragen? Het narcisme van ijdele politici. Alle aandacht vervormt hun karakters. Ze spelen spelletjes. Voorbeeldje? Zag vorige week de als journalist vermomde Groen Links-politicus Paul Rosenmöller zijn oud-collega Halsema quasi-kritisch interviewen. Nep. Mijn zorg over de crisis in de democratie werd bewaarheid. Neem het gekmakende gegoochel met miljarden. Niemand begreep er een jota van. Ook een voorbeeldje? Het CPB zei dat het, ingetrokken, PvdA-plan voor een hoger eigen risico-bedrag in de ziektekostenverzekering 200 miljoen zou besparen (en de burger 200 miljoen kost). Een ´hoogleraar ziektekostenverzekering´ (…) wist zeker dat het 2 miljard was. Verschilletje van ‘slechts’ 1,8 miljard euro. En zo ging het maar door. Avond aan avond debat-hysterie, twitter-waanzin, campagne-gekte. Verbale krankzinnigheid, cijfer-gegoochel en valse propaganda. De verkiezingsmotor bleef draaien. Brandstof? Een mengsmering van duizenden ambitieuze carrièrepolitici en hun journalistieke lakeien. Het politiek-journalistieke systeem draaide, los van de echte wereld, op volle toeren. Een enkele keer humor. CDA-man Verhagen gisteren, trots: 'Wij hebben homoseksuelen op onze lijst staan. Ik bedoel praktizerende, om het zo maar te zeggen.'
Vandaag breng ik in stembureau 86 mijn stem uit. Met overgave. En aarzeling.
(9 juni 2010)
ER DREEF EEN TAS IN DE VECHT
In de Vecht dreef vorige week woensdagavond een tas. Een zwarte schoudertas. Zonder inhoud. Bleek toen een politieman de tas bij het Nijenrodeplantsoen uit het water viste. En hem aan de glazenwasser, die er kort daarvoor van bestolen was, gaf. De sleutelbos met sleutels van diens klanten? Lag op de bodem van het stroompje aan de rand van Zuilen. De glazenwasser keek ontredderd toe. De machteloze frustratie van een kleine ondernemer -knokken en níét van een uitkering leven!- was op zijn gezicht te lezen.
Zaterdag liep ik langs hetzelfde stukje Vecht. Zou ik de dader tegenkomen? Wandelde door de pseudo-wilde stadsnatuur waar boterbloemen en fluitekruid hoog opschoten. Raakte in de voorjaarszon aan de praat met Els die Sproet uitliet. Nee, dat een tas van een glazenwasser was gestolen, had Els niet vernomen. Zij liep hier altijd veilig. Overdag. Dat wel. 'Donder even op met je praatjes', zei Els nog kernachtig over politici die naar haar stem hengelen. Op het Zwanevechtplein bezwoeren wijkagent Halil en Ali op zijn Puch mij dat zo’n tasdiefstal hier uitzondering is.
De dader? Hij zag die avond de tas in de Ford Transit van de glazenwasser liggen. Rukte het portier open en ging er met de tas vandoor. Het slachtoffer? Was bij zijn broer op bezoek. Werd gewaarschuwd door diens buurman en ging er strompelend achteraan. Hij riep: 'Hee, dat is mijn tas. Hier ermee'. De dader zag dat zijn slachtoffer gehandicapt was en riep: 'Je kunt toch niet hard lopen'. Het slachtoffer was Edu Nandlal van schoonmaakbedrijf Voordorp. Twee weken geleden schreef ik over hem als overlevende van de Zanderij-vliegramp, 1989. Nu had hij een schade van 1000 euro. Voelde zich vernederd, slachtoffer van pure treiterij. Woensdagavond laat werd de dader gepakt. Beweert hoofdagent Van Zandwijk. Donderdag stond hij weer bij zijn Marokkaanse hanggroepje. Edu zag het met eigen ogen. En vraagt zich af: is dít veiligheid in onze stad. Edu is boos. De buurman zei hem: 'Edu, onderneem niks tegen die jongens. Anders gaan mijn ruiten eruit'. Bij Edu’s broer werd tien keer ingebroken. Edu vraagt zich af: wil ik in zo’n stad leven?
(2 juni 2010)
CITROENMYSTERIE OP EERSTE PINKSTERDAG
Wijkkookboeken in onze stad. Smakelijk Kanaleneiland, Smakelijk Overvecht en Zuilen. Kookboek Hoograven. Lekker Leidsche Rijn. De Keuken van Wittevrouwen. Het Lombok Kookboek (uit 1996). De laatste drie staan op mijn Pinkster-kookboekenplankje. Naast ‘Huibers heeft honger’ van culinair schrijver Marcus Huibers.
Tja, tja, tja…, tja, wat zullen we eten? Tamme eend met aardappelen en paksoi? Het recept van Wim Harmsen uit de St. Janshovenstraat. Staat in De Keuken van Wittevrouwen. Ik ontmoette Wim bij de presentatie van ‘De Keuken’, afgelopen maart. Zijn biologische tamme eend leek smakelijk. Maar op een warme Pinksterdag? Nee, dat paste niet. Ik bladerde verder. Kwam de Ayam bumbu Bali in de wadjangs van Indonesia Asli aan de Biltstraat tegen. Limburgs Zoer Vlees van Groene Wegs slager Gerrit. Zeebaars met slasaus. Puree van knolselderij. Carne de porco Alentejana van Algarve’s Paolo Silva. Aantrekkelijk, maar ze pasten niet bij de Vurige Tongen die de Geest symboliseren.
Las het voorwoord van Jon Sistermans. De gedachte aan Gestoofde Varkenswangen, met een hapje zuurkool, die Sistermans bij de presentatie van ‘De Keuken’ serveerde, deed mij het water door de mond lopen. Gestoofde varkenswangen? Daar had ‘Huibers heeft honger’ toch een recept voor opgenomen… Met andijviestampot. Nee, ik wacht tot de herfst. Ik bladerde nog eens door de kookboeken. En trof bij Huibers het heerlijke verhaal Het Citroenmysterie. Over zijn huis waar zich ‘een genetisch gemuteerde citrusfamilie’ genesteld zou hebben. Nou ben ik een citroenman. Dus was mijn aandacht getrokken. Zo aten wij met Pinksteren ‘Gebraden kip met citroen en knoflook’. Biologische kip à 15 euro. Dat heb je er voor over als je de boodschap van de schrijver tot je door laat dringen. Met veel knoflooktenen. In het velletje 1 uur en 45 minuten mee laten braden. Subliem.
Zitten er ook nadelen aan lekker koken? Je eet te veel en voelt je vol. Als je daarna als couch potato het ‘premiersdebat’ volgt, verbrand je weinig. Met de citroensmaak, ver in mijn keel, sliep ik in. Op weg naar 2e Pinksterdag.
(26 mei 2010)
HOE EDU DE PLANECRASH OVERLEEFDE
Edu Nandlal stopte met ramen lappen, toen hij over de Tripoli-crash hoorde. Volgde uren lang de berichtgeving over het verongelukte toestel. Zijn bedrijf heet PlaneCrash BV. Al kunt u hem als glazenwasser boeken onder schoonmaakbedrijf Voordorp. Even nadat wij de plaatselijke FC zondagmiddag tot Uropa zagen doordringen, zat ik in Edu’s bovenwoning. In Wijk C. Edu Nandlal? Oud-profvoetballer, oud-gemeenteraadslid, Surinaamse jongen. Én overlevende van een neergestort vliegtuig. De DC 8 van de SLM, verongelukt bij Paramaribo, 7 juni 1989.
Edu overleefde met tien anderen. 176 mensen stierven. Nee, hij denkt er niet dagelijks aan. Aan de andere kant: het is een ‘brandmerk in je leven’. Hoe je het ook wendt of keert. De incomplete dwarslaesie die hij eraan overhield? Aan de gevolgen daarvan raakte hij gewend. Van geen betaald voetballer meer zijn tot de kreupele loop en gevoelloosheid in zijn onderlichaam. Mede-overlevende Radjin de Haan is deze zondag op bezoek. Nee, ze hebben geen trauma. Kregen wél alle denkbare reacties over hun ontsnapping aan de dood te horen. Zoals: 'Je hebt geluk gehad.' Radjin: 'Geluk? Ik had pech dat ik in dat vliegtuig zat.' Er zat een engeltje op jullie schouder. Edu: 'Een engeltje associeer ik met ‘lief’. Dan hadden de peuters, de meest onschuldigen in het toestel, toch overleefd.' Uiteindelijk vond Edu nooit antwoord op de vraag: 'Waarom kwam ik er levend uit.' Wat bleef hangen: 'Je hebt nu zeker de plicht iets goeds van je leven te maken'.
Edu: 'De mensen die in Tripoli een dierbare verloren, gaan nu door een hel. Wat bij de verwerking kan helpen is de liefde. Als die dierbare, op het moment van het verlies, stond voor de liefde, dan vind je daar enorme troost in.' Waarna we over het verlies van zijn eigen zoontje Riva spreken. 'Natuurlijk ging ik uit compassie en respect voor de nabestaanden naar de jaarlijkse herdenking bij het SLM-rampmonument in Amsterdam. Maar de echte pijn en de echte tranen van de mensen die een dierbare verloren, voelde ik niet. Die kwamen pas toen ik mijn zoontje van vijf aan kanker verloor. Ik weet wat geluk is. Ik weet wat sterven is.' Edu Nandlal zegt het rustig en wijs.
(19 mei 2010)
STRIJDEND TEGEN MIJN PERVERSE PRIKKEL
Welke perverse prikkel moet ik vandaag weerstaan? Sinds ik de beschaafde, socialistische parlementariër Jan de Wit maandag ‘perverse prikkel’ hoorde zeggen, zingt het begrip als gewetenstoets in mij rond. Geen enkele, antwoordt de brave burgerman in mij. Maar als ik eerlijk ben, erken ik dat er iets in mij opwelt. Dat is de drang om alsnog gehakt te maken van die opgefokte Giromania. Terwijl ik de hysterische, psychotische wielerkrankzinnigheid van de afgelopen dagen tot nu toe dragelijk wist te maken. Ik keek langs, om, rond, achter, door, onder de opgeblazen, geregisseerde roze wolk. Die houding heb ik altijd al. Maar nu effe extra. Dan is die langs fietsende karavaan van 198 gedrogeerde apothekers best te aanvaarden. Want dat het ook maar iets met sport te maken heeft, geloven ze zelfs in Italië niet meer.
Dus rook ik aan de heroïsche levensverhalen der cyclisten: in café Willem Slok luisterde ik naar metaalbewerker en oud-wielrenner Johan van der Velde. Dus zag ik bizar leuke beelden: stadgenoten die hun aluminium keukentrap naar de kruising Biltstraat/Kruisstraat sleepten, om over de massa voor hen heen te kijken. Dus hoorde ik de onbedoelde humor der autoriteiten aan: 'Deze mannen heb je nodig om mensen aan het sporten te krijgen', zei Aleid Wolfsen. Egg waor. Dopingverslaafden als rolmodel! Dus proefde ik de tranen van Jeroen Wielaert. Die op de gemeentelijke Giro-website de tocht der wielrenners over de Biltstraat vergeleek met die der bevrijders, de Canadese Polar Bears, op 7 mei 1945. Dus proefde ik aan het valse sentiment. De radio 1-presentator die gisteren sprak over 'een dag van weemoed en afscheid'. Dus zag ik twee werelden elkaar raken. De sexy ster Yolanthe naast de protestantse wethouder Rinda den Besten op het Croeselaan-podium.
Maar de rust in mij keert weer. Ik krijg de vredige Biltstraat, een uur na de doorkomst van de pharmaceutische fabriek, voor ogen. Het grootste dorp van het land bevindt zich weer in de staat van rust waarin het zich de overige 51 zondagen van het jaar bevindt. Dat beeld beneemt mij alle denkbare perverse prikkels.
In deze Citta del NarcoDopo verheug ik mij nu reeds op: Le Grand Dopage 2014.
(12 mei 2010)
EEN MAN DENKT AAN NSB'ER KERLEN
Ik liep tegen de onvermoede gevolgen van een verzetsdaad aan.
De man is tachtig jaar. Een gebroken leven. Hij vertelt me zijn verhaal. De ouders van de man hadden geen gelukkig huwelijk. Zijn invalide moeder leed aan depressies. Zijn vader sloeg uit onmacht. De man deed drie keer over de eerste klas van de Regentesseschool aan de Hamburgerstraat. Op school werd hij gepest. Een juf vernederde hem voor de klas, omdat hij niet goed leerde. Zijn gezondheid was slecht en op zijn negende was hij al een dief. Zegt hij zelf. Hij pikte graag van 'de knapste en vervelendste kinderen in de klas'. Een ongelukkig kind. En toen moest de oorlog nog beginnen.
Het werd 1942. In zijn klas kwam een nieuwe jongen. Twee jaar jonger dan hij. De jongen werd zijn vriend. Een echte vriend. Na school ging hij mee naar het huis van zijn nieuwe vriend. Daar aan het Willemsplantsoen trof hij 'een echt ouderlijk huis'. Een lieve moeder. Een vader die, als hij thuis kwam van zijn werk, zijn vrouw en zoon een kus gaf. En de vriend van zijn zoon een aardige aai over de bol. 'Ik heb maar luchtalarm gegeven, want ik vertrouwde het niet vandaag', zei de vader een keer bij thuiskomst. Want alleen als iedereen binnen was, kon de vader veilig over straat. Wie de vader was? Politie-president, hoofdcommissaris van de stad in de nazitijd, NSB'er G.J. Kerlen.
Een jaar slechts duurde de vriendschap. Zo kort mocht de jongen -nu de man van 80- in een warm, veilig nest vertoeven. Op 3 september 1943 gaf de vader, voor hij van het hoofdbureau aan het Paardenveld naar huis ging, géén luchtalarm. Een 21-jarige verzetsstrijdster volgde de politie-president naar Willemsplantsoen 8. Niet ver van de buitentrap, schoot zij, Truus van Lier, de vader neer. Burgemeester Wolfsen typeerde Truus’ daad op 4 mei in de Domkerk: 'Zij nam haar verantwoordelijkheid en overtrad de wet'. Mussert en Rauter waren op 8 september ’43 op de begrafenis aan het Oude Houtensepad aanwezig.
De man vraagt zich ook nu nog vaak af: 'Hoe kon mijnheer Kerlen, die zo goed was voor mij, zo meedogenloos zijn tegenover anderen?'
(6 mei 2010)
ROOF DOOR EN BEZWEER DE LUCHTBEL
Wat verbindt de Kroostweg in Zeist aan de van fraude beschuldigde Wallstreet-bank Goldman Sachs? Bijna een miljard euro van Nederlandse verpleegkundigen. Want dat speculatiekapitaal stelden de rekenmeesters van pensioenfonds PGGM, gevestigd aan de Kroostweg, aan Goldman Sachs ter beschikking. Als je in deze lente-dagen langs de zuinig aangeharkte tuinen van het PGGM-kantoor fietst, zou je het niet zeggen, maar hier vandaan wordt spaargeld van verpleegkundig Nederland als nieuw kapitaal in het mondiale speculatiecircuit ingezet. En het perverse Goldman helpt een handje. Voor zo lang het duurt... Voorlopige winnaars in deze race van kleptomanen? Lloyd Blankfein onder anderen. Deze Goldman Sachs-topman liet zichzelf in 2007, 69 miljoen dollar uitbetalen. En 30.000 Goldman Sachs-medewerkers die volgens The Sunday Times in 2009 gemiddeld 700.000 dollar per persoon verdienden. Afgelopen weekend lekten onderlinge triomfantelijke mailtjes van Goldman Sachs-medewerkers uit. Mailtjes waaruit blijkt hoe ze de rest van de wereld naaien.
Waarom in deze Stichtse column een uitstapje gemaakt naar het wereldwijde flitskapitaal? Omdat de contouren van een volgend hoofdstuk in de kredietcrisis zichtbaar worden. Dat hoofdstuk wordt in onze regio ook aan de Croeselaan geschreven. Bij SNS Reaal en bij de Rabo-torens Hoogmoed en Hebzucht. 'Ik ben er niet helemaal gerust op dat Amerikaanse zakenbanken niet weer aan het speculeren zijn', zei Piet Moerland van de Rabo gisteren in de Volkskrant. En ik niet op de Rabo, de bank die direct en indirect betrokken was (en is) bij alle roversinstellingen: Goldman, Merill Lynch, Madoff, de meedogenloze hedgefondsen.
Iets anders. Valt het u ook op dat in de stad steeds meer ‘Te Koop’-borden uit de ramen ‘springen’? Maar de hypotheekrente-aftrek moet blijven bestaan. Vinden de Rabo en JP-de-MP. En die luchtbel in de huizenmarkt? Ach, dat zien we later wel. Hoe groot die luchtbel is? De huizenprijs steeg in de regio Utrecht tussen 1982 en 2010 met 330 procent. De opgetelde inflatie? 76 procent.
(28 april 2010)
WIE VAN UTRECHT HOUDT…
Wie van Utrecht houdt, moet hier een keer zijn geweest. Neem even rust. En laat die behaaglijke zin tot je doordringen. Een eenvoudige, behaaglijke zin. Wie van Utrecht houdt, moet hier een keer zijn geweest… Jeroen Kreule schreef het afgelopen zaterdag in deze krant. In de rubriek Stadsleven, aan het eind van zijn stuk over beeldhouwer Pieter d’Hont en atelier Manenburg. De goede bui die ik al had, werd er op slag nóg beter van. ‘Wie van Utrecht houdt, …’, bleef dagen bij me hangen.
En in die stemming kwam ik tijdens Culturele Zondag in de Fentener van Vlissingenzaal van gebouw Kunsten en Wetenschappen terecht. Daar moet je een keer geweest zijn. Zeker, als je ook van enthousiaste Conservatorium-studenten die vol vuur Verdi en Mozart zingen, houdt. Studenten die het beste uit zichzelf halen. Die in elke klank en stiltemoment laten voelen dat ze plezier hebben in wat ze doen. Ik maakte het mee in die grote zaal. Studenten van Henny Diemer brachten hun project ‘Verdi en voorgangers’ ten gehore. We liepen er verwachtingsloos binnen. Wisten slechts: er zijn van die Utrechtse plekken waar je op een Culturele Zondag een keer….
We werden ondergedompeld in het zangplezier. Aria’s, duetten. Vooral Verdi en wat Mozart. Alten, sopranen. Jan-Paul Grijpink, een pianist die er zichtbaar veel zin in had. Jantine Postma, dwarsfluit. Een uur lang kregen we het beste van Utrechts Conservatorium. ‘Caro nome’. Uit Verdi’s Rigoletto. ‘E pur l’ultimo sospir, caro nome, tuo sarà’. En mijn laatste adem zal voor jou zijn. Gezongen door studente Wineke. Inderdaad, zó willen we op zondagmiddag ondergedompeld worden. ‘Se vuol balare’. Als je wilt dansen. ‘Mozart’ gezongen door Michael. Kristina vertolkte een aria van Verdi ‘Morrò ma prima in grazia’. De bezongen voorgenomen wraak voor geconstateerde overspel. Uit de opera ‘Een gemaskerd bal’. Of Kristina een sopraan of een alt was? Ik wist het niet. Wat ik wel wist: dit was mooi.
Verdi en Conservatorium-studenten aan de Mariaplaats? Je moet er een keer geweest zijn.
(21 april 2010)
DOKTER, ZIJN ALLE ZAADJES DOOD?
De verpleegkundige scheert behendig wat schaamhaar weg. Ontspanning genoeg om me te bedenken dat in dit Diakonessenhuis mooie kinderen worden geboren. Weet ik als vader. Metaalsplinter in een oog? Gebroken sleutelbeen? Gekneusde enkel? Wij zijn tevreden patiënten. Het Diak is een volks stadsziekenhuis dat het intieme na de nieuwbouw van 1991 niet verloor. 1991, het jaar waarin ik met fotograaf Rob Huibers mocht werken aan een fotoboek over Diak-patiënten.
Ingrid en Nienke ‘zetten’ mijn kruis in de jodium. Ik lig hier op poli-chirurgie 9. In afwachting van een medische ingreep. Om het expliciet te zeggen: aan mijn ballen. Als u dit geen onderwerp voor de ochtendkrant vindt, moet u niet verder lezen. Ik ben hier voor een sterilisatie. Ik heb me namelijk voldoende voortgeplant. Mijn geliefde net zo.
Daar is de vriendelijke verschijning van de jonge uroloog. Dokter Spermon. Nomen est omen. De naam is het teken. Hoe het voelt? Een prikje. Twee sneetjes. Enig wroeten. Dichtnaaien. Wat er gebeurt? Uit ieder van de twee zaadleiders wordt twee centimeter verwijderd. De uiteinden van de achterblijvende zaadleiders dichtgebrand en teruggeplaatst. Gevolg? Zaadcellen kunnen niet meer via de zaadleiders in het sperma komen. Het mooie? Ik ben nog net zo potent. Erectie en zaadlozing: idem dito met een sterretje.
En nu is het een beetje paars. Nee, fietsen gaat nog niet soepel. En dat je die licht zeurende pijn twee dagen in je onderbuik voelt? Dokter Spermon -deed er al 500- legt het uit. De natuur! Wanneer je ballen belaagd worden, reageert de man door ze ‘beschermend naar binnen’ te halen. Maar, dank u, verder geen klachten. Het was, hoe je het ook wendt of keert, een mijlpaaltje in mijn levensloop. Op de weg naar de vergankelijkheid staat nu vast: geen extra nageslacht meer. Het wordt nooit meer zoals het was. Alhoewel. Nog één medisch feitje. Pas na 25 zaadlozingen en drie maanden kan worden vastgesteld of er echt geen zaadjes meer rondzwemmen. Ik vertrouw op de controle door Dr. Spermon.
(14 april 2010)
DE WEG WETEN IN WAT NOG NIET BESTAAT
Meedogenloze kuitenbijters waren er op de looproute geweest. Maar dat hoorde ik pas toen ik later met een pilsje, onderuitgezakt op de bank, naar de live reportage op RTV Utrecht keek. Daarin ook de ontroerende finish van De Grote Roerganger (typering van RTV Utrecht) van de Utrecht Marathon, Gerard Peek. Met kleinzoon Indra (Opie op t-shirt) aan de hand liep hij de laatste meters van zijn marathon. Voor die tijd had ik mezelf in het paaszweet gelopen. Zag vele marathon-fenomenen. Blote voeten-renners, dweilorkesten en slagwerkformaties. En bejaarde lopers die je doen denken dat ouderdom dragelijk is.
Ik begon om 11 uur met rekken en strekken bij station Vleuten. Waar Vleuterweide begint. 3000 Man en vrouw deden de warming up voor de tien kilometer. Stond aan het begin van een tocht door een stuk Nederland dat eigenlijk nog niet bestaat. Bij de Ivoorzwamsingel fascineerden de wild-keurige Hollandse geveltjes met onberispelijke bakstenen en vlekkeloos voegwerk. Leidsche Rijners zien er net zo uit als mensen in de stad, zag ik. Leidsche Rijn-kinderen? Net gewone kinderen.
De Perzikkruidkade en de Bokkeduinenhof lieten we rechts liggen. De Beemdgrassingel, de Passiebloemweg en de Doyenneperenlaan lagen er op hun paasbest bij. Wat heerlijk moet het in de straatnamencommissie van de gemeente zijn. Het landschap? Boeiend. Vers asfalt naast enorme zandlichamen. Moerasachtige formaties bij high tech Leidsche Rijn-architectuur. Jong aangeplante scimmia in verse voortuintjes. Woekerend onkruid op braakliggend land. Ik ga verhuizen naar Leidsche Rijn. De endorfines deden hun werk. Daar dook Rudy Kousbroek, paaszondag bevrijd van het leven, op in mijn brein. In mijn loopje kwam die prachtige Kousbroek-zin er achteraan: ‘Het treurigste gevoel dat ik ken, is de weg te weten in een huis dat niet meer bestaat’.
Een stukkie Veldhuizen, de Rijksstraatweg, de enorme betonnen schoonheid van de A2-tunnel, de Meernbrug in de zandhopen. Wat heerlijk dat ik nu eens de weg mocht weten in wat nog niet bestaat.
En overigens blijf ik van mening dat vrouwen met mooie borsten niet te veel moeten hollen.
(7 april 2010)
LUMMELS
Voor mij ligt een zwart-wit foto. 14 maart 1948. Op de Van Egmondkade kijken veertig paar mannen- en jongensogen in de lens van de fotograaf. Ze staan voor Sigarenmagazijn DE VOS. Een spectaculaire na-oorlogse zondagmiddag. Ze luisteren naar een -live!- radioverslag van België-Nederland (1-1, goal Abe Lenstra). Op de achterzijde van de foto lees ik een tekst van Henk de Vos: 'Kan je de luidspeaker zien? En de strik van je club waar ik over schreef. Leuk hè? De biljetten kan je ook goed zien van UVV en de andere verenigingen. Stond jij ook maar zo voor de deur, hè.' Foto en dierbaar tekstje stuurde Henk naar zijn twintigjarige zoon Gijs. Gijs was die dag al drie maanden in Nederlands-Indië gelegerd. Op Sumatra.
Afgelopen vrijdag overleed Gijs de Vos. De man die in 1958 het Sigarenmagazijn van zijn vader, op de grens van Ondiep, Zuilen en Betonbuurt, overnam. De hierboven beschreven foto staat in het boek Tonny van Martin Donker. Want ook Tonny van der Linden, een van Utrechts beste voetballers ooit, herinnert zich de legendarische zondagavonden bij De Vos. Daar aanschouwden massa’s Utrechtse mannen de uitslagen van het betaalde en het amateurvoetbal.
In de jaren negentig was Gijs de Vos mijn leider bij UVV 4. Bij tegenvallende prestaties trachtte hij ons met een gepoogd, maar niet gelukt, streng uitgesproken ‘Lummels’ tot een betere tweede helft te bewegen. Waarna wij welgemoed tegen de zoveelste nederlaag op rij aan liepen. Lummels. Een woord uit 1948. Toen geluk in ‘het verre vaderland’ heel gewoon was. Gijs’ geluk in 1948? Op Sumatra eens in de paar weken, per zeepost, een pakket brieven van zijn liefje Riet uit de Domstad ontvangen. Riet schreef hem dagelijks. En Gijs Riet net zo! Over Sumatraans ongeluk -dat er maten van hem sneuvelden en dat hij bang was geweest- begon hij pas veel later te praten. Maar nooit lang.
Een dag na Gijs’ overlijden werd kleinzoon Abel met zijn voetbalelftal Sporting A 1 kampioen van de eerste klasse D. Tijdens het kampioensfeest werd Gijs gememoreerd. Spontaan barstte het elftal in applaus voor Abels opa uit. Dat had Gijs heel mooi gevonden.
(31 maart 2010)
UTRECHT WIL BELAZERD WORDEN
Op verkiezingsdag 3 maart fietste ik door de stad. En bedacht mij: de Utrechtse mensheid wil belazerd worden. Kwam door die affiches met dat in-en-in keurige hoofd van financiën-wethouder Harm Janssen (CDA). Die een verkiezingscampagne lang de gemeentelijke megareserve van 636 miljoen verzweeg.
Maarrrr. Utrecht is er erger aan toe. We wíllen niet alleen belazerd worden. Wij, burgers van deze prachtstad, wórden belazerd. Belazerd door dezelfde gemeente die de reserve verzweeg. Haar vuilnismannen hun 3 procent loonsverhoging niet gunt. En zwetsende nitwitten, die zich interim-manager noemen, tweeduizend euro per dag betaalt. Díé gemeente Utrecht dus! Die gemeente heeft vijf topambtenaren die op 4 maart, laat het even tot u doordringen: op 4 maart, het plan publiceerden de gemeentelijke belastingen te verhogen. De onroerendzaakbelasting, parkeertarieven, afvalstoffenheffing, toeristen-, honden- en precariobelasting? Allemaal omhoog.
Volgens de topambtenaren 'is de besparingsmogelijkheid via efficiëncyverbeteringen in de ambtelijke organisatie volledig benut.' Lees ik in hun nota ‘Staat van de Stad 2010’. Ze bedoelen: Utrechtse burgers, bij ons, topambtenaren, valt niks te halen. Daarom halen we het bij jullie. Het zijn de ambtenaren die voor honderd miljoen per jaar lucht verkopende externen (ambtelijk jargon voor interim-managers) inhuren, omdat ze er zelf niet uitkomen.
Ze noemen zichzelf, gewichtig, Concerndirectie: Reindert Hoek (dir. stadsontwikkeling), José Manshanden (maatschappelijke ontwikkeling), Goof de Wit (stadswerken), Tony Nijenkamp (financiën) en Jan Bakker (gemeentesecretaris). De voorstellen voor belastingverhoging noemen ze ‘een praktisch hulpmiddel’ voor de college-onderhandelaars. Plannetjes die ze vóór 3 maart niet aan het volk durfden te presenteren. Of hebben Aleid Wolfsen zelf én zijn wethouders een handje gehad in deze regie? Jongens, hou stil, pas op 4 maart op de website zetten!
Accepteert de nieuwe volksvertegenwoordiging dit? Of eist de raad een spoeddebat over deze krankzinnige voorstellen? Zo niet, dan worden wij, Utrechtse burgers, belazerd. Mét instemming van die ‘volksvertegenwoordiging’. En blijken we de gemeenteraad en het stadsbestuur te hebben die we verdienen.
(24 maart 2010)
EEN ROOMSE MANNENHAND IN MIJN R.-K.-JONGENSKRUIS
Ik ben een kind uit de tijd dat het Rijke Roomsche Leven zijn rijkdom iets begon te verliezen. Uit 1951. Was misdienaar, zong ‘Oh, hoofd vol bloed en wonden’, bediende behendig het wierookvat en wist dat wijn Zijn bloed was. Mijn ‘roeping’ tot het priesterschap liep ik op het nippertje mis. Was vroom. Maar liet mijn verstand niet begoochelen.
Ook ik voelde ooit een volwassen hand op een ongewenste plaats. Ik bedenk het mij als ik op de Biltstraat langs het kantoor van Hulp en Recht fiets, de kerkelijke instantie waar zich honderden misbruikte jongens meldden.
Het gebeurde tijdens een zomerkamp van de Nederlandse Katholieke Sportfederatie in Zundert. Onze katholieke Haagse voetbalclub was er ook. Twintig twaalfjarige jongetjes, in slaapzakken, in een grote tent. Midden in een nacht werd ik er plots wakker. Een hand was tot in mijn slaapzak, tot in mijn pyjamabroek, doorgedrongen. Laat ik de jeugdleider Arthur noemen. 'Stil maar, Cees', fluisterde hij. Hoe kreeg ik die voelende hand weg? Deed alsof ik sliep. Woelde me op mijn buik. Drukte mijn onderbuik tegen de grond. Zijn hand zat klem. Hij probeerde me met kracht op mijn rug te draaien. Maar ik gaf tegenkracht. Na een poosje gaf hij op. Arthur. De man die mij in de maanden ervoor wekelijks, voorafgaand aan de keeperstraining, gemasseerd had. 'Anders heb je morgen zo’n last van spierpijn.' Voor wie ik mijn voetbalbroekje moest uittrekken. 'Anders kan ik niet goed bij de spieren in je lies komen.'
Gek was het. Maar schokkend? Ik zweeg erover en leidde mijn jongensleven. Tot Arthur, na verdenkingen, door clubbestuur en mijn ouders werd aangepakt. En ik het mijn alerte moeder, na doorvragen van haar kant, vertelde. De aan de vereniging verbonden priester keerde zich, na het uitkomen van de aanranding, niet van Arthur af. 'Dat zal er ook wel zo eentje zijn', zei mijn moeder. 'Maar je moet medelijden met hen hebben. Ze zijn eigenlijk een beetje zielig.'
Wat ben ik blij dat mijn ouders mij -lastig pubertje dat niet wilde deugen- later tóch maar niet naar een katholiek internaat stuurden. Was dat wel gebeurd, dan had ik hier een minder luchthartig stukje geschreven.
(17 maart 2010)
HAMAS, HAMAS, ALLE JODEN AAN HET GAS
Een nieuw hoofdstuk in de rituele voetbalhooligan-oorlog. Aan de Amsterdamsestraatweg gingen Ajax- en Utrecht-hooligans elkaar zondagavond te lijf. Gisteren zaten nog vijf man vast. Uit Amsterdam en Hoofddorp.
De week ervoor kon rond Ajax-Utrecht niet gemat worden door dat ‘schandalige optreden’ van burgemeester Job Cohen. 650 supporters naar Utrecht teruggestuurd. Vanwege leuzen. Welke? Ook niet-Galgenwaard bezoekers kennen inmiddels de strijdkreet ‘Hamas, Hamas, alle Joden aan het gas’. Maar kent u deze al? Op de melodie van ‘Pippi Langkous’: Luis Suares, vieze vuile kankerjood. En op de meezinger ‘Hoog in de bergen woont een chinees’: Boven op het Hilton, staat Herman Brood. Weetje wat die zei (2x): En wie niet springt die is een jood; en van je heelaa-heelaa-heelaahoolaalaa-hoi.
De dag na Utrecht-Ajax hoorde ik de heilige verontwaardiging van RTV Utrechts voetbaljournalist René van den Berg. Die wist dat onze stadgenoten bij de Arena 'als beesten waren behandeld'. Waarna de voetbalverslaggever opmerkte: 'Wat ik het ergste vind, is dat er ook kinderen bij zijn. Díé angst -en dat moeten we ons realiseren- die angst mag je een kind nóóit aandoen. Dat is misschien wel de grootste schande die heeft plaats gevonden in Amsterdam'. Het is het soort morele verontwaardiging dat het moreel-corrupte voetbalwereldje al tientallen jaren teistert. Ook in Utrecht. Behendig wegkijken bij eigen wangedrag en de tegenstander bij iedere wandaad onmiddellijk blameren.
Ik weet dat bij de grote massa voetbalsupporters, ook op de Bunnik-side, het spelletje, de sfeer en de spanning er toe doen. Schitterend. Tussen hen mensen die energie ontlenen aan haat. Haat, niet zelden gemarineerd in drank, cocaïne en pillen. Een haat die de spanning, die iedere echte supporter van zijn eigen adrenaline-spiegel kent, overstijgt. Laatst bij Utrecht-Feijenoord had ik Abel van 13 bij me. Feijenoord-supporter in het shirt van zijn club. Op de rij voor ons een ogenschijnlijk keurig echtpaar. FC-supporters. Aan het eind van de wedstrijd hoorden we de vrouw zeggen: 'Ik hoop dat dat jochie buiten het stadion helemaal in elkaar wordt geslagen'.
(10 maart 2010)
PRETTIGE OPWINDING OP VERKIEZINGSDAG
Je ontkwam er niet aan in onze stad: beroepspolitici die zich afficheerden als de besten. Ik fietste langs het door en door betrouwbare, fatsoenlijke gezicht van Harm Janssen, de CDA-wethouder van financiën. ‘Utrecht in goede handen’, luidde de slogan van zijn partij. Onvermijdelijke affiches. Onvermijdelijke politiek. Weken lang. Harm Janssen? De man die er lenig in slaagde de enorme rijkdom van de gemeente Utrecht (636 miljoen euro reserve) buiten de campagne te houden. Even ging door mij heen: de Utrechtse mensheid wil, ook op verkiezingsdag, belazerd worden. Maar toen won de hardnekkige democraat het van de klaogende utrègse ááchtelijke glaodiool in mij. Ik fietste verder. In welke state of mind? Opwinding. De prettige opwinding die bij verkiezingsdag hoort: hier wordt goed werk aan onze prachtige democratie verricht.
Ik ontmoette Gerritje Kooistra. Gerritje is zo goed als blind. Kan niet meer lopen. Wordt binnenkort 99. Oudste dochter Gerritje junior duwde moeder, goed ingepakt in haar rolstoel, in de vroege voorjaarszon van het ouderlijk huis aan de Ritzema Boslaan naar Stembureau 86. Krokussen en sneeuwklokjes het decor. Gerritje vertrouwde mij toe dat ze op de eerste vrouw van de PvdA-lijst zou stemmen.
Ik noemde haar de naam. Rinda den Besten. En bespaarde Gerritje, Rinda’s profiel. Anders had ik moeten vertellen over tomeloze ambitie. Over het interview dat ik de nacht ervoor met Rinda op Radio 1 had gehoord. Over dat Rinda 'heel veel', nee, 'vreselijk veel voor de stad wil betekenen'. Over een ‘goed participatieproces’ had ik moeten verhalen. Dat Rinda de PVV ‘een verschrikkelijke partij’ vindt. En dat Rinda op Twitter 800 ‘volgers’'heeft. Aan wie ze in 140 tekens haar beleid uitlegt.
Gerritje en Gerritje liepen door het zonnetje naar huis. Ik fietste Overvecht in. Daar werd gewerkt: een vloertje gelegd, elektriciteit getrokken, gestuukt. Vios kluste aan de Lotsydreef. Aan de flat van de Dommeringdreef manoeuvreerde de glazenwasser behendig in zijn hoogwerker langs de schotelantennes. Zestien telde ik er. Bij Tap-Ouwerkerk aan de Wezerdreef reed een begrafenisstoet stapvoets de Elbedreef op. Goed dat niet óók de doodgravers een ijdele politieke carrière begeren. Anders zou ook de begrafeniseconomie stilvallen.
Ik had een afspraak om met Marco te gaan stemmen in Stembureau 56, aan de Dommeringdreef. Marco woont met zijn Poolse moeder, Surinaamse vader en zusje in één van de tienhoog-flats. Marco is 20, ‘licht autistisch’. Wat dat betekent? 'Dat de communicatie tussen mij en anderen een beetje vreemd verloopt.' Marco schreef mij over eenzaamheid in Overvecht. Geen vrienden. 'Soms voel ik mij een vreemde in mijn eigen wijk.' Marco en ik liepen het stembureau binnen. Kregen er chocoladepaaseitjes aangeboden. Marco stemde er voor zichzelf en, met volmacht, voor zijn moeder. We dolden wat. Een oudere Overvechter (‘nee, geen naam’) werd boos dat hij zonder identiteitskaart van zijn zieke vrouw niet voor haar mocht stemmen. 'Nou moet ik eerst voor 38 euro zo’n identiteitskaart kopen voor zij mag stemmen. De volgende keer kom ik niet meer.'
Van stembureau 56 naar Marco’s huis passeerden we OBS-Overvecht, Marco’s oude school. Op het schoolplein de spelende kinderen van de onderbouw. Sommige meisjes al met hoofddoek. 'Op dit schoolplein ben ik geslagen en geschopt, uitgelachen en uitgescholden.' Beroofd en vernederd werd hij. Vanaf zijn 9e. 'Het was hier heel heftig.' Op verkiezingsdag was veiligheid voor Marco hét thema. 'Ik zie ook veel goede Marokkanen', zei hij genuanceerd. Een stuurs kijkende mevrouw met een lelijk hondje passeerde ons. En beantwoordde onze groet niet. 'Hier zijn veel chagerijnige oudere mensen die PVV stemmen en Marokkanen die zich niet thuis lijken te voelen. Voor beide kanten heb ik begrip. En ik loop daar een beetje doorheen. En probeer bruggen te bouwen. Maar als niemand meewerkt, houdt het op.' Marco licht zijn keuze voor Trots op Nederland toe. 'Een nieuw geluid, daar ben ik voor.'
Gerritje deed haar burgerplicht, Marco deed zijn best en stemde. Ook ik vond mezelf onderhoudsplichtig aan onze prachtige democratie. Want waar ik ook kom, overal zie ik burgers die hun best doen om het democratisch systeem zo goed mogelijk te laten draaien. Maar wat doen de beroepspolitici ermee? Ik vrees dat we in het straatbeeld en in de krant tot 9 juni onvermijdelijk aan hen vastzitten. Aan politici die het goed met zichzelf getroffen hebben. En -zal dat ooit veranderen?- ver van Gerritje, Marco en mij afstaan.
(4 maart 2010)
BÜLENT EN WIM WILLEN IN DE RAAD
Ze stonden tegenover elkaar. Een halve meter tussen hen beiden. Bülent Isik en Wim Vreeswijk. Bij Bülent spatte de emotie uit zijn lichaamstaal. Wim bleef onaangedaan. De 150 Leidse Rijners bij het verkiezingsdebat vielen stil. Zij waren getuige van een niet eerder vertoonde clash van Utrechtse politieke culturen. En getuige van een nieuwe, volwassen fase in de Utrechtse politiek: een open discussie met Vreeswijk. Bülent staat elfde op de PvdA-lijst. Wim eerste op Partij Vrij Utrecht-lijst. Isik zei:'Ik wil dat iedereen bij ons land betrokken wordt.' Vreeswijk kaatste:'Ik merk er niks van dat ze er bij betrokken willen worden.' Isik stond er beduusd bij. Beiden hebben idealen. En Wim heeft daarbij last van een langdurig gevoel van miskenning door de bobo’s van de stad. Bülent vindt: een open dialoog, onderlinge verbondenheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn onmisbaar. Een sociaal-democratische idealist. Wim vindt: Utrecht weer Utrechts, Nederland weer Nederlands. Een extreem-rechts politicus die tracht mee te liften op het succes van Wilders. 'PVV Wilders doet niet mee, de PVU wel', lees ik in Vreeswijks folder. De vernederlandste linkse Turk (‘Dankbaar voor de geboden kans van Drees en Den Uyl’) versus de miskende Utrechtse Nederlander (‘Géén stemrecht voor niet-Nederlanders’). Geen winnaar. Of ik zou het zelf moeten zijn. Als discussieleider was ik een beetje opgetogen! Er werd niet woedend gescholden. Met stenen gegooid. Of onfatsoenlijk genegeerd volgens de regels van het cordon sanitaire. Immers de nare reflex uit de jaren 80 en 90 jegens Vreeswijk. Alsof hij bij een mindere mensensoort zou horen.
In Lunetten kreeg Vreeswijk tijdens het voorstelrondje een beleefd applausje. Extreem-links en extreem-rechts sloegen elkaar ook eergisteren bij het slotdebat in Tivoli niet de harses in. Vreeswijk faalde daar met een niet humaan PVU-standpunt. Buitenlanders met AIDS? Direct het land uitzetten! Zoals in de Sovjet Unie. De Sovjet Unie?!?! Vreeswijks wijnrode pullover boven het lichte overhemd met de donkere das vielen op. Zo keurig traditioneel zijn zelfs Utrechtse politici zelden gekleed. Achterin de zaal ritste Isik zijn rode PvdA-jack dicht. Van Bülent Isik hoorde ik dat hij rekent op een zetel. Wim Vreeswijk ook.
(3 maart 2010)
EVERTS 'KOEK EN ZOPIE' OP MOLENPOLDER
Vorige week schaatste ik -voor het laatst deze winter?- op de Molenpolder. Dat wondermooie gebied van ondiepe sloten en plasjes tussen Overvecht en Westbroek, gemeente Maarssen. Het schaatsbare stuk is er niet groter dan een vierkante kilometer. Kleine inhammetjes, bruggetjes, winters riet, verrassend overhellende bomen, uitzicht over de weilanden richting Westbroek. Een winterse zon boven de Molenpolder? Zo schitterend dat je er de verkiezingen en het Haagse politieke gedoe vergeet.
Ik had me moe en leeg geschaatst. Liet me op een van de sloten uitglijden in de richting van de Westbroekse Binnenweg. Stapte van het ijs af en kluunde naar de Koek en Zopie-tent. Raakte aan de praat met hovenier Evert de Graaf jr. De achtertuin van zijn ouders Evert en Nel de Graaf grenst aan het Molenpolder-ijs. Evert bouwde er van spaanplaat zijn ‘Koek en Zopie’. Timmerde wat banken en een vlonder zodat je makkelijk bij zijn heerlijke waar komt. En de mooie schaatssfeer was daar. Sneeuwbuien? Afwisselend dooi en vorst? Het ijs bleef er in goede conditie. Dankzij Evert en de vrijwilligers van het buurtschap Molenpolder. De baan sneeuwvrij, scheuren en gaten bijgewerkt. Bijna Vechtsebanen-ijs. Waar haalde Evert die perfecte ijsveegmachine vandaan? 'Loek Barten, een andere hovenier, heeft een straatveeg-machine. Door sneeuw en vorst had zijn personeel weinig werk. Handen genoeg om de baan in conditie te houden.'
De overheid liet dit winterse plezier niet ongemoeid. Een Milieudienst-ambtenaar kwam controleren of er, naast glühwein, ook rum werd geschonken in deze winterse uitspanning. Verboden! Ook Maarssen heeft dus ambtelijke scherpslijpers… Ik nam afscheid van Evert. En werd bij thuiskomst in ons Utrechtse straatje aangesproken door ‘de man van de hondenbelasting’. Of ik een hond had? Wat bleek? De gemeente Utrecht heeft het controleren en innen van hondenbelasting geprivatiseerd. Wordt uitgevoerd door het bedrijf ‘Holland Ruiter’. Ik gaf -dwars- de man onze pitbull terriër niet op. En realiseerde mij dat je politiek en overheid nergens kunt vermijden.
(24 februari 2010)
636 MILJOEN IN KAS, GEEN CENT VOOR DE VUILNISMANNEN
De kronkelhazelaar ingekort. Druif, treurberk en scimmia gesnoeid. Wat een groene zooi hou je dan over. Goed dat er vuilnismannen zijn die in ons Utrechtse straatje de bruine gft-kliko legen.
De vuilnismannen -waar zijn de vuilnismeisjes?- willen drie procent loonsverhoging. Vorige week staakten zij met de gemeentelijke stratenmakers en tuinmannen -150 in totaal- één dag. Zo’n 1500 euro netto per maand verdienen deze noeste werkers. Moet daar niet wat bij? Ik heb het burgemeester Wolfsen nog niet horen zeggen.
Ik sloeg de begroting van de gemeente Utrecht voor 2010 open. De gemeentelijke reserve is 636 miljoen. En moest denken aan de interim-managers. Zij factureren de gemeente Utrecht 2000 euro per dag. Meer dan 100 miljoen geeft de gemeente dit jaar uit aan deze externen. Chef luchtkwaliteit Hans Haarsma (een strategisch procesmanager die visie expliciteert naar beleid, zegt ie zelf) stak 1,3 miljoen euro in zijn zak. Ik dacht aan interim-directeur Stadsontwikkeling Guido van den Boorn. Na een jaar power point-geneuzel liep hij fluitend de stad uit. Meer dan drie ton rijker. Verdienste? Krankzinnige boetes opleggen aan hard werkende middenstanders. Gemeentelijke rijkdom… Mede ontstaan door de schandelijke neo-liberale uitverkoop van REMU -de oude GEVU- en de Pegus, jaren geleden. En dacht aan de oud-wethouders Mik en Kernkamp. Zij verpatsten alle gas- en elektriciteitsleidingen in onze stad aan Amerikaanse hedgefondsen van het ergste soort. En verzwegen dit tegenover de gemeenteraad.
Ik sprak Hennie Wever, 24 jaar gemeentelijk tuinman. Gisteren snoeide Hennie langs de Vecht bij de De Muinck Keizerbrug. 'Als niemand erop vooruit gaat, begrijp ik dat. Maar dat is niet zo. En het ergste? Vertrekkende vuilnismannen worden vervangen door uitzendkrachten.' Dé droom van VVD-wethouder De Bondt. Vuil ophalen, tuinwerk, straten maken? Privatiseren, vindt zij.
Eén rekensom heb ik de afgelopen weken tijdens vele verkiezingsdebatten geen enkele Utrechtse politicus horen maken. Haal een kwart miljoen bij de interim-zakkenvullers en een kwart miljoen uit die giga 636 miljoen. Zo heb je een half miljoen. Dan kun je alle gemeentelijke vuilnismannen, vegers, tuinmannen en stratenmakers tíén procent loonsverhoging geven. Welke partij maakt zich daar hard voor?
(16 februari 2010)
EEN GURE NACHT EN MOOIE UTRECHTSE VROUWEN
Een ijskoude regen geselde mijn voorruit toen ik tegen middernacht uit Lunetten vertrok. IJzel? Reed weg uit de meest on-Utrechtse van alle wijken. Dát moet ik niet schrijven! Verontwaardigd en trots klonken de 150 Lunettenaren toen ik het op de verkiezingsbijeenkomst in de Musketon zei. En de BewonersOrganisatie Lunetten is de actiefste bewonersorganisatie van de stad! In mijn Peugeot 406 mijmerde ik over stadse democratie. En over het watje in mezelf. Dat niet naar Lunetten fietste.
Bij de rotonde ’t Goyplein draaide ik de oprit naar de Waterlinieweg op. En toen… toen haperde mijn Peugeot… En aan het eind van de oprit gaf de 406 ook het gehaper op. Zou deze steun en toeverlaat mij na tien jaar in de steek laten? Nee. Ik had mezelf in de steek gelaten. Het benzinewijzertje… Vrijwel onmiddellijk stopte er een Daihatsu Cuore voor me. Een jongeman liep op dit onherbergzame, gure, pikdonkere stukje snelweg op mij af. In vriendelijke Limburgse tongval hoorde ik: 'Kan ik iets voor u betekenen?' Of hij in een fles wat benzine bij de BP bij Galgenwaard zou kunnen tanken? Voelde in mijn zakken. Geen geld. Geen portemonnee. Geen pasjes, geen identificatie. Stom. Stom. Stom. Geen nood voor de vriendelijke Limburger. Tim Senden. Onthoud die naam. Een man die 'zelden tot nooit slechte ervaringen met mensen heeft.' En een kwartier later terug was met twee liter. Betalen? 'Ach, het is al goed.' Niet bevreesd om op deze godvergeten kouwe plek een vreemde aan te spreken? 'De meeste mensen zijn aardig. 99 procent van de mensheid is te goeder trouw.' De 26-jarige theatertechnicus zei het met de blijmoedigheid van een optimistisch mens. Zijn huidige werk, als een soort alpinist in theaterzalen omhoog klauteren om licht, theatertechniek en takels te bevestigen, vindt ie schitterend. Trok met André Rieu langs Europese theaters en stadions. Woont, na Amsterdam, sinds twee jaar in de laagbouw van de IBB. Weet Utrecht te waarderen. 'Veel mooie vrouwen hier. Veel meer dan in Amsterdam. En die hippe overmaat aan sushi en bakfietsen is hier ook minder. Fijne stad.' Een ontmoeting langs de snelweg. Deed me mijn verkleumde lijf vergeten. Blij met Lunetten, een Peugeot-zonder-benzine en Tim Senden. Hee mannen! Dat jullie het niet vergeten: We wonen in een stad met zo veel mooie vrouwen.
(10 februari 2010)
KARL MARX IN EEN 'VERPUDDINKTE EN VERSPEKTAKELDE TIJD'
Voor een eervolle opdracht was ik vier dagen in Skopje, Macedonië. Mocht collega’s daar leren hoe een discussieprogramma als Rondom 10 bijdraagt aan burgerschap en democratie. Macedonië? Een Balkanrepubliekje met nauwelijks democratische traditie.
Bij thuiskomst, zondagavond laat, las ik in deze krant over de bijzondere begrafenis, vrijdag, van ‘beschermvrouwe der daklozen’ Maria Hendriks. Vanuit De Kargadoor aan de Oudegracht. En over de jubileumviering van dit ludieke, subversieve centrum, zaterdag. De Kargadoor…. Van waaruit de democratie vele jaren scherp werd gehouden. Sliep in met het beeld van ge-zeefdrukte Kargadoor-posters. Milieu-kaffee. Zure regen. Flight to lowlands paradise. Dromen van vroeger.
Maandagochtend op de mat twee ochtendkranten. En een boek in een gerecyclede envelop. In de krant Amelisweerd-veteraan ‘opa’ Jan Korff de Gidts. Ik haal me actievoerder Jan voor de geest in, wat nu de Sonja van der Gaastzaal heet. De Kargadoor, oktober 1982. De bomen gekapt.
Het boek in de oude envelop? Om het naakte bestaan van oud-Kargadoor-medewerker Willem Hoogendijk. Net als Korff de Gidts een strijdbare, krasse knar die, ongebroken door de decennia, ecologie, economie en politiek verbindt. Hoogendijk, in 1970 in De Kargadoor een van de oprichters van de oudste Nederlandse milieu-actiegroep Aktie Strohalm. Fietst 40 jaar later door de ijskoude stad om mij zijn laatste boekje te leveren. Ik lees over de onverantwoordelijke banken. En over de enorme groei van de economie. 'Té enorm', schrijft Willem over 'deze verpuddinkte en verspektakelde tijd'. Een boekje vol smeuïge Willem Hoogendijk-zinnen.''Beste mensen, laten we er geen doekjes om winden, dat broeikaseffect was al sinds 1960 niet te keren.' Maakt vergelijkingen tussen milieu en de flipperkast, schrijft over de goocheltruc van het kapitalisme. Sommige zinnen onbegrijpelijk. Andere weergaloos. 'De Wellinken, Wientjes, Brinkmannen en Rudingen reutelen over het consumentenvertrouwen.' Hoogendijk liet zich laatst tijdens een lezing vanuit de hemel bellen door filosoof Karl Marx. Oude ‘Kargadoor-mannen’ als Hoogendijk en Korff de Gidts? Zouden ook in Macedonië goed werk kunnen verrichten.
(3 februari 2010)
DOE HET SAMEN
Ik zit in het zaaltje naast de Pniëlkerk in Oog in Al. Die zeskantige bonbondoos aan de Lessinglaan. ‘Pniël’ betekent in boek Genesis Gods Aangezicht. De vitrage hangt er protestants-christelijk bij. Onder Gods aangezicht worden hier de troebelen van de Interkerkelijke Stichting Kerken en Buitenlanders besproken. De ISKB? 180 Vrijwilligers die aardig zijn voor nieuwe Nederlanders in onze stad. Bijvoorbeeld voor stille buitenlanders die achter de voordeur depressief, boos en onmachtig hun onvermogen cultiveren in slachtofferschap. De ISKB-ers zijn niet achterdochtig. Ze geven Nederlandse les, gaan winkelen met vrouwen die geen woord Nederlands spreken, leren ouders dat je met je kind kunt praten als je iets dwars zit. Gezamenlijke maaltijd. Verkeersles. Gezelligheid. De ISKB deed het al in 1985, ver voor het begrip Inburgering bestond. Een stille kracht met als motto Doe het Samen. Opgericht door het echtpaar Paulien en Wieger Rozema en pastor Gerard Zuidberg van de Nicolaas en Monicaparochie. De ISKB kreeg vele prijzen. Paulien Rozema ontving de Harriët Freezerring van maandblad Opzij.
De taboes van de eer- en schaamtecultuur? Misverstanden en racistische moedwil? De rechteloze positie van migrantenvrouwen? 'De omvang van het probleem mag nooit een excuus zijn om afzijdig te blijven', stellen de ISKB-actievelingen. Zo wordt vastberaden en moedig 'gepionierd in de multiculturele samenleving'. Hoe ver dat gaat? Een ISKB-vrijwilligster gaf bij een Marokkaanse gezin thuis taalles aan de vrouw. Na een les bleek haar portemonnee gestolen door een van de kinderen des huizes. De week erna gaf ze er weer les.
Paulien en Wieger Rozema stonden laatst voor de Utrechtse kantonrechter Sjef de Laat tegenover het ISKB-bestuur. De ruzies zijn niet meer bij te leggen. Eet de vreedzame, zachte multiculturele revolutie haar kinderen op? Verdragen het Vrijwilligersidealisme van de jaren tachtig en de Nieuwe Zakelijkheid van de nieuwe eeuw elkaar niet? Of botsen onverzoenlijke karakters? In het zaaltje met de p.c.-vitrages ben ik getuige van een conflict in idealistische kring. Tientallen vrijwilligers kondigen hun vertrek aan. Weegt ook hier persoonlijke verongelijktheid zwaarder dan het belang van kwetsbare klanten? Een verlies voor de stad. Want wie haalt nu Marokkaanse vrouwen achter hun islamitische vitrages vandaan?
(27 januari 2010)
AFSCHEID VAN JOURNALIST PIETER
In 2003 ontving ik een berichtje van Pieter van de Vliet. Of ik over een ingrijpende gebeurtenis uit de oorlogsjaren wilde lezen? En of daar geen documentaire in zat? In de mail schreef hij over zijn vriendschap als 9-jarige met het Joodse meisje Ursula. 1943. Dat voorjaar speelden Pieter en Ursula op de stoepen van het Amsterdamse Stadionplein. In vadertje/moedertje vonden ze elkaar. En ‘het kind’? Dat was de pop van Ursula. Dagelijks troffen zij elkaar. Tot op een dag Ursula en haar familie werden weggevoerd. Nooit vernam Pieter meer iets van zijn vriendinnetje. In het jaar dat hij mij schreef, liet deze wrede breuk de gepensioneerde journalist van het Utrechts Nieuwsblad niet los. Pieter wilde zijn verhaal kwijt. Ik bracht hem in contact met NCRV’s Dokument. Maar tot een film kwam het niet. Jammer.
Gisteren namen dierbaren en collega’s afscheid van Pieter van de Vliet (76). In Daelwijck. Over dat crematorium schreef hij ooit een prachtige reportage in deze krant. Afscheid van een journalist die in 1965 'een van de oprichters van Voetbal International' was, zoals hij onbekenden trots liet weten. Een ijdele man. Een breekbare man, wiens echte leeftijd 15 was. En dat met jonge pretogen aan zijn gesprekspartner toonde. Ook toen ik hem de laatste jaren met zo’n mal FC Utrecht-petje en -sjaaltje vak B op zag schuifelen, zag ik een 15-jarige.
Pieter leek mij een man die het leed dat aan het bestaan kleeft, en waarvan hij al vroeg meer mee kreeg dan je een kind zou wensen, wist te versieren. Onthecht door geen ‘vadertje/moedertje’ in het echte leven? Geen herinnering aan zijn moeder. Werd de eerste zes jaar van zijn leven in Melbourne door zijn oma opgevoed. Terwijl moeder een nieuw bestaan in Nieuw-Zeeland opbouwde. In ’39 door zijn vader, gezagvoerder op de grote vaart, meegenomen naar Amsterdam. Opgevoed door oom en tante, terwijl vader op zee voor de geallieerden munitie vervoerde.
Als 69-jarige schreef deze journalist zijn eerste kinderboek. Met echtgenote Emy Franck. ‘Foep is jarig’, over een hongerig varkentje.
Wat dacht ik gisteren bij zijn afscheid? Wat zit er een groot levensverhaal achter de man die voor deze krant vele levensverhalen van anderen optekende.
(20 januari 2010)
RADIO SCHUURMAN SLUIT
Jaap Schuurman opende zijn radiozaak in 1926. Aan de Oudegracht, tegenover Tivoli. Hij verkocht radio’s, naaimachines en stofzuigers. En fonografen, de voorloper van de pick-up. Merknaam Edison. Naaimachines en Pelikaan-stofzuigers, wondertjes van elektronisch en mechanisch vernuft, fabriceerden Jaap en zijn werknemers achter de zaak. Radio Schuurman heet nu Expert Schuurman. ‘Expert Schuurman ruimt rigoureus op’, lees ik. Ruimt rigoureus op??
OP=OP! Meeneemprijzen! Deze week kortingen van 30 tot 70 procent! Enthousiaste slogans. Doen ze het treurige scenario dat hier geschreven wordt, vergeten? Kleinzoon Bram Schuurman sluit namelijk zaterdag deze pijler van Utrechtse ondernemingszin. Of kijken medewerkers en klanten nuchter en onaangedaan naar de ondergang van deze elektronicazaak? Prijsstunters BCC en Mediamarkt zijn niemand ontgaan. Van de crisis weet ook iedereen. Eigenlijk een wonder dat Schuurman het zo lang volhield. Dankzij service en een protestants aandoende degelijke dienstbaarheid aan de klant?
'We moeten er mee stoppen.' De eerste woorden van Bram Schuurman tegen zijn verzamelde medewerkers. Maandagavond 4 januari. 'Maar het ligt niet aan jullie', luidde zijn tweede zin. In de dagen na deze verpletterende mededeling ging Brams vader -Jaaps zoon- Eiko (78) de drie vestigingen aan de Twijnstraat, in De Meern en in Maarssen langs. En sprak met de medewerkers. De huidige directeur is open en nuchter als ik hem spreek in zijn kantoor op Lageweide. 'Omzet 2009? Min 18 procent. Wij zijn een ‘kassa-bedrijf’, dus het was onze medewerkers niet ontgaan.' Maar Brams ogen glinsteren wanneer we het over de kracht en de historie van het bedrijf hebben. We bekijken een fotografisch organogram uit 1951. Vijftig werknemers. Winkelpersoneel in schitterend zwart/wit. ‘De buitendienst’ in lange leren jassen op Solex en Moto Guzzi. Zeven vestigingen en honderd werknemers rond ’85. Nu gaan Bram en zijn vijftien werknemers afscheid nemen van ‘het familiegevoel’. Zegt de baas zelf.
Ik was er klant. Had moeite met de installatie van wéér een nieuwere variant dvd-/videospeler, gekocht bij Schuurman, Overvecht. Geen punt. Henk Mulder van Schuurman kwam na zessen even helpen bij het installeren. Zouden Mediamarkt en BCC ooit zo’n service gaan bieden? Ik waag het te betwijfelen. En niet alleen dat laatste stemt weemoedig.
(13 januari 2010)
ODE AAN DE STAD UTRECHT
Kun je door liefde voor je stad overweldigd worden? Zoals je dat kunt hebben bij de echte mensen van wie je houdt. Dat het -bij momenten- bijna te groot, te veel wordt? Een melancholische staat-van-zijn. En dat je dan, bij wijze van spreken, bijna verlangt naar iets dat je met beide benen op de grond zet? Of iets om over te klaogen, waor. Als je Utrechter bent.
Neem mijn maandag. Begon met schaatsen op de verlaten Molenpolder. Met de twee leukste vrouwen die ik ken. Maar dit terzijde. Op nog geen vijf minuten van Overvecht, zodat ik het mistige winterlicht boven de stadse contouren bleef zien. Thuisgekomen trof ik een filmpje van de Utrechters Alessio Cuomo en Sander de Nooij in de mail: http://vimeo.com/8491887. In acht minuten trok een etmaal in winters Utrecht aan mijn oog voorbij. Wondermooi gemonteerd. ‘This city is what it is, because our citizens are what they are’, las ik. Zag buspassagiers op de Potterstraat. Een fietsende moeder met kind in de berijpte Uithof. Op CS een machinist op de bok. De zon weerkaatste in de Rabo-torens Hoogmoed en Hebzucht. Een meeuw landde traag op het eerste flinterdunne ijs van de Maliesingel.
Ik werd gelukkig van onze stad. Fietste naar het nieuwjaarsfeest in de schouwburg. Zong met duizend stadgenoten: ’Ik waak over de stad, kijk al eeuwen naar beneden…’ Waarna Colin Benders een ‘Ode aan de stad Utrecht’ dirigeerde. Zijn orkest speelde bij een geprojecteerde tekst. Die ging over geschiedenis en dat je deze stad moet ontdekken. Over talent en over Rietveld. Over het erfgoed van Sint Maarten en het beschermend schild dat de stad is voor haar bewoners. De stad van Nijntje hoorde ik in violen en cello. De drukte van het verkeer in de blazers. De bas zat in de geschiedenis. En Benders toonde zich, in zijn post-Kyteman bestaan, opnieuw de koning van de climax. Daar zat ik met kippenvel.
Het staadsjie-van-ons werd me te veel. Hoe kom ik van dit geluksgevoel af? Aleid Wolfsen had het in zijn nieuwjaarstoespraak dríé keer over de etappe-finish van de Giro d’Italia op de Croeselaan. 'Neem allemaal vrij op 9 mei!', zei de burgemeester. Egg waor. Om die gedrogeerde, apotheekhoudende karavaan van fietsende verslaafden te zien aankomen. Wég was mijn overweldigende liefdesgevoel.
(6 januari 2010)
-------------------------------------------------------------2010
WAAR BLEEF DE SNEEUWPIK?
Vorige week schreef ik over de reusachtige sneeuwpik die op 20 december vijf uur lang Voorstraat en Hardebollenstraat erotisch versierde. Een pik van waarde. Dus weerloos. Ik schreef ook over vergankelijke banketbakkerskunst. Wat mij op een kijktip voor vanavond brengt: Kings of Pastry om 22.40u op Ned. 2. Een bloedstollende documentaire over banketbakkers.
Maar terug naar de sneeuwpiemel. Die me bezighield. Wie maakten hem? Wie vernielden hem? Ik sprak met ontwerper Bram Heijnen (31). Die besneeuwde zondag maakte hij samen met cardioloog Steven Verloop, fysiotherapeut Mark de Water en student Jos Terlingen de erotische sneeuwkunst. In het buurtje waar prostituees sinds jaar en dag hun diensten aanbieden. Kennis van het mannelijke lichaamsdeel hebben de vier vrienden zeker. De verhoudingen tussen ballen, eikel en penis zelve? Klopten perfect. De rand tussen eikel en de rest? Realistisch. De licht welvende adertjes die elke man in staat van opwinding ooit gezien heeft? Subtiel in beeld gebracht.
Het werd een kortstondig monument voor de mannelijkheid. In gefeminiseerde tijden. De stad sprak erover. Kon de penis wel, met al die passerende ouders met kinderen op sleetjes? Bram Heijnen: ’We twijfelden uit opvoedkundig oogpunt. Slechts kort.’ Honderden passerende Utrechters vergaapten zich aan de lokale sneeuwfallus. Deze kunst verwarde en ontregelde. En schuurde zoals het hoort. Eén buurtbewoner klaagde. Eén prostituée wist zeker dat ze -met al dat volk op de been- klanten had gemist. De doodsteek voor de sneeuwpiemel kwam uit de Marokkaanse cultuur. Rond half negen vernielden vier jongens de sneeuwpik. Een paar stevige duwen en het kunstwerk lag om. Met welk motief? Jaloezie? Godsdienstige overwegingen? Onvermogen om met speelsheid om te gaan? Razernij richting alles wat Nederlands is? Sneeuwkunst van waarde bleek die avond weerloos. Ook elders in de stad vernielden Marokkaanse jongens sneeuwpoppen.
Maar geen nood. Binnenkort meer fallus-kunst. Die minder vergankelijk is. Vanaf 16 januari in het Catharijneconvent een expositie met 122 exemplaren van de Shiva Lingam, het fallussymbool in het boeddhisme. Staan voor vruchtbaarheid. Zouden ze net zo schitterend zijn als die drie meter hoge van de vier Utrechtse mannen?
(30 december 2009)
GEEN PIK, MAAR BANKET IN DE SNEEUW
Er werd bij ons thuis honderduit over gepraat. De sneeuwpik bij de bloembak op de hoek van de Hardebollenstraat en Voorstraat. Drie meter hoog! En dat die eikel zo ontzettend goed geleek. Zondagmiddag gebouwd. De nacht erop sloopten onverlaten dit fallische kunstwerk. Uren journalistiek speurwerk naar makers en slopers strandde op preutse prostituees. Hadden geen penis gezien... In de stad werd maandag nog uitvoerig gesproken over de meesterlijke piemel. Hier gefotografeerd door Martin Smeets. De hopeloos slappe sneeuwresten van de tampeloeris op maandagmiddag maakten mij niet opgewonden. Dus zocht ik naar andere vergankelijke kunst. Die van de banketbakkers van onze stad.
Als banketbakkerskind weet ik dat de kunstzinnigheid der patissiers niet altijd gezien wordt. Ik begon bij Wammes aan de Lange Jansstraat. Het rook er zoals een banketbakker in de week voor kerst moet ruiken: prettig zoet, de geur van het korstdeeg, roomboter, amandelspijs. Onmiskenbaar kerstkransen. Net uit de oven. Ik bewonderde de cake tulband, de holle chocolade kerstballen. De chipolata kersttaart had mijn voorkeur. Een romige vulling van vruchten, likeur én slagroom. Maar hield me in. Kocht een banketstaaf en een onsje schuimkransjes.
Daarna ploeterde ik fietsend en lopend door de slush naar de Amsterdamsestraatweg. Naar de gerenommeerde banketbakkerij Hagdorn van Harry Hagdorn en Martin Kroon. Kocht er een ons bonbon-kerstkransjes (keuze uit amaretto-, rum- of cointreausmaak). Zag er kerstlollies, chocolade kerstkransen, de kersttulband (met amarene kersen). Van de banket-kerstkransen verkoopt Hagdorn er minder dan boterletters met Sint (dit jaar negenhonderd!). Ik vertelde Harry over de pik op de Voorstraat. Deze banketbakker maakt, op bestelling, ook erotische taarten. Inclusief een marsepeinen penis. Maar om dát taartvoorbeeld nou, als reclame, op de Amsterdamsestraatweg in de etalage te zetten? Dát ging wat ver. Ik glibberde huiswaarts. Had de erotische sneeuwkunst gemist. Maar de banketwaren in mijn tas compenseerden veel. Prachtig. En heerlijk. Banketbakkers? Net sneeuwartiesten.
(23 december 2009)
DE DRANK VERDOOFT
In café Willem Slok presenteerde Jos van der Meer, oud-journalist van deze krant, afgelopen maandag zijn boek Pijnlijk Paradijs. Sterk en meeslepend geschreven. Het verhaal van een man die als kind van acht, slachtoffer van seksueel misbruik wordt. Om de pijn van de traumatische ervaring niet te voelen, snijdt de hoofdpersoon in zichzelf, wordt een uitzinnige hardcore drummer, laat zich over zijn hele lichaam tatoeëren en verslindt pillen en drank. Veel drank. Álles om ‘het overheersende inwendig huilen’ niet te ervaren.
Ik wil het over de drank als ‘grote verdover’ hebben. Dat komt ook door een mailtje deze week van Stichting De Helderheid, het bedrijfje aan de Sint Janshovenstraat in Wittevrouwen dat mensen van hun alcoholverslaving probeert te bevrijden. Op oud- en nieuwjaarsdag organiseert De Helderheid een actie waarbij u uw goede voornemen kunt doorbellen (030-2722444). Doel: een gezellige oud en nieuw, met niet te veel drank. En 2010 waarin de drankzucht van uzelf en uw dierbaren beteugeld wordt. Weg met de kater!
Maar, vraag ik Erik Stofferis van De Helderheid, wat adviseer je de mensen die de drank beschouwen als een middel om te vluchten van niet te dragen pijn en verdriet? Stofferis legt uit dat hij deze ‘zichzelf verdovende’ drinkers, om het grof te zeggen, complimenteert. Zij vonden immers een medicijn. Een medicijn waar je een tol voor betaalt. De tol dat je in een draaikolk naar je eigen vernietiging terechtkomt. En! 'Door te zuipen conserveer je de traumatische ervaring', legt de kenner van de drinkende medemens uit. Maar wat, Erik, als die pijn zó groot is dat mensen alleen aan hun eigen ondergang werken? 'Met die mensen kun je alleen maar compassie hebben. Verlicht hun lijden. Voel met hen mee.'
Wordt hier het verdrietige inzicht aangereikt dat sommige mede-burgers soms niet te redden zijn? Hoeveel goede voornemens vrienden en familieleden van hardcore drinkers ook maken? Ook de hoofdpersoon in Pijnlijk Paradijs kan het leven uiteindelijk niet meer aan. Zo gekwetst kunnen mensen dus uit hun jeugd komen. Om het lijden van anderen te kúnnen waarnemen, moet je zélf in ieder geval niet verdoofd zijn. Alleen al daarom geef ik De Helderheid mijn goede voornemen door: weinig drinken. Dan zie ik mijn omgeving beter.
(16 december 2009)
DONKERE AVOND AAN DE RONDWEG IN OVERVECHT
Vanaf de natte, donkere rondweg zag ik de gestalte van een schoonmaker in het helverlichte gebouw. Hij werkte gebogen boven zijn vloerpoetsmachine. Het was maandagavond stil op straat. Binnen meldde ik mij bij de balie van Fit for Free, de fitnessruimte in de nieuwe sporthal De Dreef in Overvecht. De marmoleum vloeren van fysiotherapeut Atlas kregen een waslaag. Het oogde spik en span.
De schoonmaker was Majid El Ballouti. Zijn bedrijf? Team Work. Eerder dit jaar ontmoette ik Majid op een terrasje in Kanaleneiland. Hij klaagde toen over wanbetalers. Nu legde deze vloerenspecialist mij uit hóé hij -bonafide schoonmaker- de dupe werd. Hij werkt hard voor zijn geld. Onderhoudt een gezin. En 25 medewerkers. Overal in de Utrechtse regio klussen. Was het al half elf? Maakte niet uit. Hij móést zijn verhaal kwijt. Ik luisterde naar de man, gemangeld in de schimmige wereld van de schoonmaakbranche. Dat ging als volgt. Majids kleine bedrijf Team Work maakte Utrechtse kinderdagverblijven van Cumulus schoon. Schoonmaakbedrijf Aspect uit Nieuwegein huurde Majid voor die klus in. Ook Rijkswaterstaatkantoren maakte Team Work in opdracht van Aspect schoon. Aspect op haar beurt werd weer door het grote schoonmaakbedrijf CSU ingehuurd. Beide tussenpersonen pakten hun winstmarge. Zo kreeg Team Work 3,10 euro voor een vierkante meter schoongemaakte marmoleum-vloer. En kreeg Aspect 3,75 euro van CSU. Wat CSU in rekening bracht? CSU wil het mij niet vertellen. Zo gaat dat dus in de schoonmaakbranche.
Maar het belangrijkste debacle in Majids verhaal kwam nog. Majid kreeg nog 35.000 euro van Aspect. Maar Aspect ging failliet. Terwijl Majid zijn medewerkers, de belastingdienst en de rente op leningen moest doorbetalen. 'De curator in het faillissement zorgt dat hij éérst zelf zijn geld krijgt. En ik? Niks.' CSU (11.000 medewerkers, noemt zichzelf ‘de beste werkgever van Nederland’) erkende gisteren dat het zaken deed met ‘koppelbaas’ Aspect. 'Een gebruikelijke gang van zaken. Wij zijn niet verantwoordelijk voor het faillissement. Ook moreel niet.'
Op de koude parkeerplaats borg Majid El Ballouti zijn vloerpoetsmachine in de bestelbus. Het was stil én koud in Overvecht. En in dit deel van de arbeidsmarkt.
(9 december 2009)
HET RUIKT NAAR BANKETLETTERS, SPECULAAS EN MARSEPEIN
Op het documentairefestival IDFA zag ik een aansprekende, adembenemend grappige film over de beste patissiers van Frankrijk. Die het predikaat Meilleur Ouvrier de France -de beste banketbakker- willen verwerven. Daar moest ik over schrijven! Dezer dagen hangt de geur van speculaas en boterletters toch al om mijn hoofd. Al slaapt dit banketbakkerskind niet meer boven de bakkerij. Blij met zes goede banketbakkers in de stad ben ik wel!
Maar de stormachtige dag erna kwam ik in De Uithof op een bijeenkomst van onderzoeksjournalisten terecht. Die zien zichzelf graag als de ‘waakhonden van onze democratie’. Ik hou van hun werk. En in het diepst van mijn gedachten ben ik er zelf ook zo een. Zou dit mijn voornemen om over marsepein te schrijven, doorkruisen? Ging de beschrijving van de vergankelijke schoonheid van bruidstaarten, chocoladesculpturen en suikerkristallenbloemen over de rand vallen?
De journalisten bespraken de Commissie Davids, die de Nederlandse militaire betrokkenheid bij de oorlog in Irak onderzoekt. Die commissie kwam er door de niet aflatende inzet van onderzoeksjournalisten. De bewondering voor deze collega’s nam, gaande de bijeenkomst, toe. Van de researchredactie van RTL-Nieuws was Roel Geeraedts aanwezig. Die ons later die zaterdag informeerde over de bedragen die politievrouw Miriam Barendse als interim-manager betaald krijgt: 180 euro per uur. Barendse werkte bijna twintig jaar bij de Utrechtse politie. Haar leermeesters zijn Peter Vogelzang en Stoffel Heijsman. Veel management-wol, weinig inhoud. In deze krant las ik het bericht over Jeremy Rifkin. De provincie Utrecht besloot deze puntsnordragende Amerikaanse econoom als adviseur aan te trekken. Voor een lezing vraagt Rifkin: $$$$. Vier dollartekentjes? Ze symboliseren: 25.000 tot 40.000 dollar. Voor één lezing! Mocht u hem binnenkort ergens in het Utrechtse ontmoeten, hou die bedragen in uw achterhoofd. Hij wordt betaald van onze centen! De NOS Journaal-onderzoeksredactie meldde dat drie grote Utrechtse woningbouwcoöperaties gigantische verliezen leden. Terwijl de top zichzelf uitstekend betaalde.
Het voornemen taart en speculaas te beschrijven, stel ik uit. Tot Kerstmis. Wanneer de geur en smaak van amandelspijs, kerstkranskoekjes en tulbandcakes om mijn hoofd hangen!
(2 december 2009)
SAM COOKE IN DE JAARBEURS
Utrecht? VINYL CAPITAL OF THE WORLD. Het hippe affiche van de 32e Mega Platen & CD Beurs was glashelder. Onze stad heeft de grootste platenbeurs van de wereld. Afgelopen weekend in Hal 12 van de Jaarbeurs. Vijfhonderd standhouders. Uit 45 landen. Bieden een enorm assortiment aan ouwe en jonge popmuziek. De mannen hadden er grijze baarden. De vrouwen een hippe zwarte of blonde kleurspoeling. De verkopers waren vriendelijk. De sfeer was relaxed. 3000 platen en cd’s per stand, schatte ik. Daar lagen dus anderhalf miljoen gouwe ouwe ‘muziekdragers’.
'Every record fan should take at least one trip to Utrecht: it’s like you’ve died and gone to heaven', las ik. De beurs van Cas Bosland en zijn collega’s? Zou beter zijn dan die van New York, Londen en Milaan. Wij raakten op deze schemerige, bewolkte zondagmiddag op dwaaltocht in een muzikaal verleden. Snuffelden, met een paar duizend andere oudere jongeren, in de bakken. Als mede-oprichter van het Sam Cooke-Genootschap wierp ik een extra blik in de bak Soul. You sent me. Een singletje, Amerikaanse persing uit 1960, kostte hier 15 euro. Dat nummer met dat onvergetelijke zinnetje ‘Woo-ho-ho-ho, you-ou-ou thrill me - honest you do’. Ik was te zuinig.
Maar stand 169 was van P.M. Chalmers uit Londen. Specialisaties: country, R&R, soul, R&B, 60’s, beat. En trof bij soul een paar gave lp-exemplaren van Sam Cooke aan. Zijn legendarische ‘A change is gonna come’ werd bij de beëdiging van Barack Obama, veel gedraaid. Hét nummer van de zwarte burgerrechtenbeweging, begin jaren zestig. Dáár! Een Amerikaanse persing uit ‘65: ‘LC Cooke sings the great years of Sam Cooke’. Een eerbetoon aan zijn broer Sam, de in ‘64 in Los Angeles doodgeschoten Mr. Soul. Mooie volle soul-stem heeft ‘LC’. Maar niet zo soepel en vloeiend als Sam. ‘Twisting the night away’, ‘Wonderful World’. Op een klein pick-upje in de stand van Chalmers luisterde ik. Een enkel krasje. Bij ‘Bring it on home to me’ sprong de plaat even over.
Ik stond te glimmen toen ik 55 euro afrekende voor vier lp’s. Chalmers vertrok geen spier in zijn gezicht. Ik was de koning te rijk. En reed vlug naar huis. Ging lekker plaatjes draaien. Wat een genot dat ik in de VINYL CAPITAL OF THE WORLD woonde.
(25 november 2009)
HETE HOOFDEN, KOUDE HARTEN EN HERMAN
Ik kan er niet omheen. Een terugblik op Herman van Veen. In één adem noemde deze icoon van onze stad de PVV en de NSB. Suggereerde een beetje dat een miljoen potentiële Wilders-stemmers landverraders zijn. Herman toonde zich over de reacties enorm geschrokken. En lichtte op allerlei manieren toe dat ie het toch niet zo bedoeld had. Lief, maar naïef. En een tikje laat.
Op 4 mei 2004 mocht ik, na de dodenherdenking op het Domplein, de lezing in de Domkerk houden. Een eer. Reusachtig galmde mijn betoog door dit godshuis: ‘40-’45 is tegenwoordig de ultieme en simpele beeldspraak om ‘goed’ en ‘fout’ scherp tegenover elkaar te plaatsen. Zet je tegenstander als fascist of landverrader neer. Voorbeelden te over. Robert Long die voor Varkens in Nood zei: 'Wat Dachau was voor de Joden, is de vleesindustrie voor de varkens’. PvdA-er Bart Tromp die Pim Fortuyn ‘onze Madurodam-Mussolini’ noemde. Jan Pronk die het beleid van minister Rita Verdonk als ‘deportaties’ beoordeelde. Het grootste bezwaar tegen al deze vergelijkingen is dat het gruwelijke van de Tweede Wereldoorlog (massamoorden, Jodenvervolging, grootscheeps verraad) zijn betekenis verliest. Een ander bezwaar: het onderscheid tussen ‘goed’ en ‘fout’ ligt subtiel en genuanceerd. Ook nu. En nu matigt dus ook ‘onze’ subtiele Herman van Veen zich een vette Tweede Wereldoorlog-vergelijking aan! Wat beneemt hem het zicht op alle verklaarbare onvrede in de Nederlandse maatschappij? Waarom verdiept deze zachtmoedige man zich niet in de achtergrond van veel krenking en boosheid?
Het ‘elitaire onvermogen’ wellicht? Een groeiend deel van de intelligentsia -ook de zachtmoedigen onder hen- heeft geen idéé hoe het er aan de andere kant van de Nederlandse maatschappij aan toegaat. Bij Herman Van Veen is dat maar goed ook, denk ik meteen. Dan kan hij mooie liedjes en teksten blijven maken. Maar, Herman, je schreef toch die wereldregel: 'De wereld is niet mooi, maar jij kan haar een beetje mooier kleuren'. Hoe jij dat kan doen? Door niet mee te gaan met de ‘hete hoofden’ en de ‘koude harten’. En Tweede Wereldoorlog-vergelijkingen achterwege te laten.
(18 november 2009)
GAAT HET GOED MET JE, DION?
De uitjes lagen te fruiten in mijn pan. Kipreepjes, courgette en tomaat gesneden. Kokosmelk erbij. Kwart potje Patak’s Mild Curry. Heerlijk. Met pandan rijst. De bel ging. Dat moest Dion zijn. Dion Bartels. Trad met zwierige tred binnen. Lawaai-advocaat. Oud-gemeenteraadslid voor de VVD. Kantoor in Zeist. Vanochtend belde ik hem. Of ie wellicht even tijd voor me had. Met maar één vraag: 'Gaat het goed met je, Dion?'
Ik zit, sinds ik Dion begin september voor het eerst ontmoette, in zijn mobiele bestand. Ontvang zijn sms-jes. Vorige week: Nu Draadstaal bekijken op 3! Zie je jezelf!. Op 15 oktober: ’Begin van de avond weer een ongeval gehad op de snelweg. Aanslag? Hetzelfde traumateam van de VU als de vorige keer heeft mij de afgelopen uren behandeld en weer opgelapt…Leef gelukkig nog wel! Dion.’ SMS-jes met verkeerde internetgrappen over DSB. Aankondigingen van media-optredens.
Nu zit Dion aan mijn huiskamertafel. Komt van zijn kantoor. Waar hij niets te zeggen heeft. Geschorst door de Orde van Advocaten. Verloor enkele rechtzaken van zijn tegenstanders. Liet op 16 oktober weten: 'Ik kan er niet meer tegen. Ik stop.'
Hoe gaat het met je, Dion? Je maakt zo’n manische indruk. Eerst een pilsje. 'Ik maakte een rondgang langs intimi en vrienden. Niemand is verbaasd over wat mij gebeurd is. Ze hebben mij gewaarschuwd.' Dimmen en doseren, zeiden die intimi. Nee, dat deed Dion niet. 'Omdat ik altijd zo geweest ben.' Hij bestrijdt beleggingsfondsen die argeloze beleggers euro's uit de zak kloppen. Vraagt daar een forse fee voor. De namen van zijn tegenstanders rollen er vloeiend uit: Caribbean Comfort, Palm Invest, Easy Life, Goodwood. Maar hoe gaat het met jóú??? Vraag ik de kleine man, wiens derde doopnaam Napoleon luidt. 'Ik heb mijn zegeningen geteld, vorige week.' Werkt alle publiciteit karaktervervormend? 'De media-aandacht heeft mijn scherpte doen afnemen. Ik heb wat manische trekjes. Maar ben niet depressief.'
Een halfuurtje heeft ie. Één pilsje nog? Dan moet ie door. Naar een Utrechts Genootschap waar ik de naam niet van mag opschrijven. Bij vertrek vraagt hij: 'Kunnen we niet eens wat langer doorpraten?' En met een bulderlach: 'Die uitjes zijn nu genoeg gefruit'. Vertrekt. Doe je voorzichtig, Dion!
(11 november 2009)
OPERASTER ANTHONY LAAT OVERVECHT ZINGEN
De bariton van de Oudegracht blijft een fenomeen. Heeft de allure van een ster. Hangt zijn stemgeluid in een beschaafd rokkostuum. Bespeelt het volk met stembuigingen, zijn timbre en zelfbewuste uithalen. Maar doet ook heel eigenwijs ‘wat het volk wil’ de deur uit. Nee, dat succesvolle Oudegracht Operaconcert doet hij écht niet meer. Al vindt ie het heerlijk om midden in het gesprek even O Sole Mio er uit te gooien.
Anthony Heidweiller, een man die stadgenoten aan zich en aan elkaar bindt. Vanaf vandaag zal de stad weer een beetje zinderen onder ‘zijn’ stemmen. Die van 200 conservatorium-studenten. En van 150 scholieren van het Gerrit Rietveld- en GlobeCollege, De Werkplaats, Boni en Gregorius! Tot en met zondag YO!Opera-jongerenfestival. Anthony is óók een muzikale idealist. 'Ik ben ervan overtuigd dat de wereld beter wordt als je mensen met elkaar laat zingen.'
Dit stukje tik ik onder mijn dakraam. Zie vanuit dat raam de volle maan. En in de verte de 9 hoog-flat aan de Faustdreef. Heidweillers zin over de betere wereld klinkt, bij nacht, in mijn hoofd na. Zaterdagmiddag van 1 tot 4 uur aan de Faustdreef De Operaflat, in het kader van YO!Opera. 25 Miniopera’s van een minuutje achter 25 voordeuren. Bel aan, de deur gaat open en van dichtbij word je toegezongen. Aria’s over eten in deze internationale flat.
Ook in dit ‘operahoekje’ van Overvecht (La Bohème, La Traviata, Carmen, Don Carlos, Faust) sprak ik vorige week autochtone, witte Nederlanders die zich een minderheid in eigen wijk beginnen te voelen. En die Overvecht een onveilige wijk vinden. En die dat niet hardop durven zeggen.
Ook die mensen adviseer ik: ga zaterdag naar de Faustdreef. Laat de muziek tot je doordringen! Met opera in je hoofd is er geen ruimte voor zorgen. Laat je vocaal verrassen. Het ontspant. Denk niet dat een prachtvolle aria het geploeter in Overvecht oplost. Maar je vergeet je problemen voor een moment. En ik hoop dat De Operaflat-bezoekers mogen meezingen. Dat troost nóg meer. Met dank aan Anthony en al zijn bevlogenen.
(4 november 2009)
EEN GESTILEERDE BROEDERSCHAP AAN DE MARIAPLAATS
Wilde ik in Heerensociëteit ‘De Vereeniging’ een verhaal houden? Over mijn werk. De vraag kwam van Rob van der Hilst, een van de smaakmakers van onze stad: organist, Bachkenner, muziekjournalist. Weigeren? Het kwam niet in mij op.
Zo sprak ik vorig jaar 120 heeren toe. Zonder stropdas. Als gast immers niet gehouden aan de kledingmores. Ik ken die -periodieke- behoefte aan uitsluitend mannengezelschap. Maar in grote groepen? Nee. Dus verbaasde ik mij prettig over het gevoel van saamhorigheid dat ‘de Vereeniging’ aan de Mariaplaats haar leden oplevert. At er van de uitstekende maaltijd. Sloeg wijntjes af. Vond de oprechte nieuwsgierigheid van een enkeling verrassend. Dronk één wijntje. Converseerde over de betekenis van deze stadscolumn. Kreeg van een van de heeren een iets te intieme arm om mijn schouder. Sloeg meer wijntjes af. Beschouwde het ballerige in het ene sociëteitslid. Het niet-ballerige in de ander. Kreeg tien verzoeken om lid te worden. 'We willen leden uit alle bevolkingslagen. Wij zijn géén elite-club. Jij past typisch bij de Heerensociëteit!' Dit exemplaar van het journaille sloot zich daarna niet aan. Is nog immer uitsluitend lid van zichzelf. Is die kameraadschap mij toch net iets te opgelegd? En dus miste dit niet-lid laatst de prominente sociëteitsgast Nout Wellink. 'Domme vraag', serveerde deze financiële brekebeen een vragenstellende heer af.
Aanstaande zaterdag brengt de Stichting Publikaties Oud-Utrecht Rob van der Hilsts boek He(e)ren in de ‘Vereeniging’ (vermaak en nut in een oer-Utrechtse sociëteit, 1869) uit. Bij het 140-jarig bestaan. 'Sociëteiten zijn ‘in’ en het lidmaatschap ervan wordt begeerd', lees ik in het laatste hoofdstuk. Een prettig leesbare sociale geschiedenis van dit deel van onze Domstad. Ik lees over journalist Isaak van Rennes. Beschreef in 1888 de ‘lokroep van de sociëteit’ voor de burgerman die zich bewust was van standsverschil. Hoe hij lid werd? Door deftiger te gaan spreken en zo contacten te leggen. Het sociëteitsbestuur in 1869? Opmerkelijk heterogeen. Katholieken, Lutheranen en Joden. Uniek voor die tijd. Mannen uit ‘den beschaafden stand’. Toen. Nu 400 leden. Zij lieten zich wél door ‘de lokroep’ verleiden.
(28 oktober 2009)
ZAKKENVULLER ZADELHOFF GEEFT PROVINCIE KORTING
Laatst kocht de provincie bij de A27 een kantoortoren. Van Fortis. Voor 82.750.000 euro. Opluchting! De vergadertijgers, pennendraaiers, procedure-bedenkers en speculatiekapitaal-beheerders zijn weer onderdak. Zo’n nieuw provinciehuis mag wat kosten. Denkt het Gewone Volk. Voor het Gedeputeerde Volk, dat 700 miljoen gemeenschapsgeld oppotte, peanuts. Neem gedeputeerde Joop Binnekamp. Betaalde vorig jaar 1.680.000 euro huur voor een niet gebruikt kantoorgebouw. Mocht blijven.
Hoeveel staken de makelaars bij deze deal in hun zak? DTZ Zadelhoff en de Brink Groep hielpen de provincie. Zadelhoff? Dat ouwe bedrijf van Cor van Zadelhoff? Die weet als geen ander hoe je collectieve potten plundert. Herinner me zijn rekening van 7.033.000 gulden voor het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. ABP betaalde prompt. Het was 1983. Ook toen gingen zakkenvullers ongehinderd hun gang. Zijn arbeid? Hij was aanwezig bij een paar met witte wijn besprenkelde lunchbesprekingen. Daarbij werd Hoog Catharijne door de Fries Groningse Hypotheekbank aan het ABP verkocht. De 7 miljoen gulden makelaarsprovisie maakten de vastgoedman prompt multimiljonair. Van Zadelhoffs huidige kapitaal komt in de buurt van wat Dirk Scheringa bezit. Pardon… bezat.
Hoeveel ton stak Zadelhoff deze keer in zijn zak? Ik bel de provincie en de makelaar. De provincie meldt dat DTZ Zadelhoff vorige week een rekening van 6000 euro (ex. BTW) stuurde. Wááát? Is Zadelhoff Makelaars inmiddels filantroop? En geeft het korting? Remco Kempen van Zadelhoff: 'Mijn provisie is okee. Iedereen is happy. De bevolking kan gerust zijn.' Zou het de waarheid zijn? En als Kempen daar slechts een paar uur wat rolmaatjes voor heeft uitgerold, toch veel geld. Ik vraag de provincie en DTZ Zadelhoff naar de in rekening gebrachte uren. Nee, uurbedragen en aantallen uren worden niet bekend gemaakt. Het makelaarsbelang weegt zwaarder dan openbaarheid over besteding van publiek geld. De provinciaal voorlichter schrijft nog: 'Succes met je column, zou trouwens leuk zijn als ik daarin lees wat jóúw uurtarief is'. Goed idee. Voor deze column 35 euro per uur. Voor mijn redactie- en presentatiewerk bij Rondom 10 ongeveer 90 euro per uur. Beste Bobo’s van de provincie, maken jullie na deze openhartigheid de uurtarieven van makelaars wél openbaar?
(21 oktober 2009)
DSB-DIRK IN WINDJACK EN HET FLITSKAPITAAL
De Rabo-torens Hoogmoed en Hebzucht aan de Croeselaan naderen voltooiing. Maandag loop ik het oude Rabo-gebouw ernaast binnen. Nout Wellink overhandigt hier een cheque van 5,8 miljoen euro aan KWF-kankerbestrijding. Afgelopen juni in de sponsortocht Alpe d’Huzes bijeen gereden door geëngageerde wielrenners.
Feestelijke gebeurtenis. In de zaal kijk ik tegen letters ‘DSB’ op een trainingspak aan. De rug van de man op de rij voor mij. DSB? Belangrijk sponsor van dit Nederlandse evenement op de Franse berg. Opgeven is geen optie, lees ik ook op de rug. Hét motto van de strijd tegen kanker.
Wellink ging die ochtend, vanwege DSB, om half zes naar bed. Vertelt hij de zaal. En stond om half zeven op. Ik mijmer weg uit het Rabokantoor. Naar het DSB-stadion in Alkmaar, oktober 2006. FC Utrecht kansloos tegen AZ: 5-1. Die natte herfstmiddag zit ik naast Dirk. Verlegen, jongensachtige blik. Wissel wat woorden hem. Scheringa draagt over zijn modale bankierskostuum een windjack. Onelegante schoenen. Als een kind zo blij met de uitgereikte AZ-waaier. Moedigt aan. Omhelst spelers en trainer Louis van Gaal. Dirk neemt mij voor zich in. Ook al weet ik dat hij het grote geldspel voluit meespeelt.
Van Dirk mijmer ik naar Pieter Lakeman. Ook een man die zijn windjack over zijn kostuum draagt. Net zo’n jongensachtig blijvende man. Ik kijk naar Wellink. Hij vindt dat voor Scheringa opgeven de enige optie is. Hoor Wellinks gewichtige dictie. Dezelfde toon waarmee hij ’s ochtends zijn straatje schoon veegde. Plots komt de beeltenis van een andere pain in the ass van de financiële elite mij voor ogen. Stadgenoot Dion Bartels. Vastberaden bestrijder van volksmisleiders. VVD-er. Wil gehakt maken van Linschoten, Nijpels, de Grave en Zalm. Ook een windjackdrager-over-kostuum?
Waarom kan ik me toch maar niet concentreren op waar ik ben? Hoor de zoete woorden van Rabo-directeur Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Ruud Nijs. Vertrouw het niet. Denk aan de 600 miljoen die klanten bij DSB weghaalden. Voor een deel bij Rabo terecht gekomen. Nieuw geld om in te zetten in de perverse wereld van het internationale flitskapitaal. Opgeven was de enige optie voor Dirk-in-het-windjack.
(14 oktober 2009)
ZOON JOSHUA EN HET WONDER VAN VADER SISAY
Peuter Joshua werd vorige week één. Gisteravond was ik bij zijn vader Sisay op bezoek. Niet in de sloopwoning in Ondiep waar ik Sisay laatst opzocht. In Tuinwijk. Waar ook Joshua’s moeder en dochter Tyon (3) wonen. Sisay Tezazu is de uitgeprocedeerde, illegale, Eritrese Ethiopiër die ik een maand geleden ontmoette. In het theehuis van de Dom, voorafgaand aan de Nacht van de Vervanging. Een actie voor illegale, kansloze asielzoekers. Opdat ze niet mogen gaan zwerven. Ik schreef twee keer over hem.
Sisay Tezazu was dus een illegaal. WAS? Vorige week voltrok zich een klein wonder rond deze verlegen, sympathieke rastaman uit Ethiopië, kind uit een gemengd Eritrees-Amhaars huwelijk. In het Oost-Groningse Ter Apel hoorde hij van de Immigratie-NaturalisatieDienst dat hij niet langer illegaal is. Hij is nu erkend vluchteling! Na zes jaar, drie maanden, 22 dagen. Sisay lepelde het moeiteloos voor me op. Bij nader inzien stelde de IND vast dat vluchteling Sisay niet door Ethiopië geaccepteerd wordt. En in Eritrea gevaar loopt.
Toen ik hoorde dat Sisay mag blijven, maakte mijn hart een sprongetje. Probeerde hem te bereiken. Bracht mijn dierbaren van het goede nieuws op de hoogte. Alsof ook ík een beetje gelegaliseerd was. Terwijl ik niet bij de groep Nederlanders hoor die vindt dat de grenzen maar zo wagenwijd mogelijk moeten worden open gezet. Zodra je een persoonlijke band met iemand krijgt, gaat zijn lot ook jou aan. Zo verging het mij dus ook.
En nu lag zoon Joshua op de schoot van vader Sisay (33). En keek met zijn grote, bruine ogen het bezoek nieuwsgierig aan. Terwijl papa vertelde. 'Toen de vrouw van de IND mij zei: ‘Gefeliciteerd, je kunt in Holland wonen’, hoorde ik het woord gefeliciteerd, maar ik vertrouwde het niet. Ze maakt een vergissing, dacht ik. Ook daarna kon ik niet blij zijn. Want in Ter Apel zie je veel onzekere mensen lijden onder een toekomstloos leven.'
Nederlands spreekt Sisay, na zes jaar illegaliteit, nauwelijks. Het worden drukke tijden voor deze relaxte man die de Oost-Afrikaanse traditie, qat kauwen, gaarne in ere houdt. Taal leren, inburgeren, huis en werk zoeken. Het echte leven in ons land begint.
(7 oktober 2009)
JOS UIT ZUILEN WAARSCHUWT TEGEN ZUIPEN
Dertig lege jeneverflessen. Op de garagedaken rond zijn ouderlijk huis in De Meern. Daar lag de emballage van vier dagen drinken. Jos kon er wat van, toen zijn ouders met vakantie waren, zo’n twaalf jaar geleden. Jos? Die kon een fles port aan zijn mond zetten en ‘m in één teug leeg drinken. Hij kan het nóg. Hij spreekt zelf in eufemistische taal. Verzachtende verkleinwoorden. 'Ik heb een paar goeie neuten genomen en dan tel ik ze niet.' En: 'Ik heb vijf, zes biertjes gedronken. Af en toe een kopstootje tussendoor.'
Vorig jaar zomer nam Jos uit de Sint Ludgerusstraat contact met mij op. Op een warme zomeravond was ik bij hem. Van zijn Zuilense huisje bracht ik hem naar Juliana-Oord, kliniek voor neuropsychiatrie en alcoholverslaving, in Laren. Hij is een van de 8000 Korsakov-patienten in Nederland.
Ik schreef op deze plek over Jos. Ontving dit jaar zo’n tweehonderd mailtjes van hem. Hij schreef me dat hij weg wilde uit Juliana-Oord. Dat hij zelfbeschikkingsrecht had. Dat hij op Curacao als intensive care-verpleegkundige aan het werk wilde. Dat hij naar zijn huisje in Zuilen wilde. Dat ie schoon genoeg had van niks doen. En wéér over dat zelfbeschikkingsrecht. 'Misschien vlucht ik toch maar het daklozencircuit in', las ik. Hij nam een paar keer de benen. En werd beneveld teruggebracht naar Juliana-Oord. Nu zoeken de case manager, de psychiater en de verpleegkundige een plek in een Beschermd Wonen-project. Maar Jos heeft geen ziektebesef. Jos heeft geheugenverlies. En soms ook niet. Legde mij gisteren haarfijn uit dat het syndroom van Korsakov in 1852 voor het eerst beschreven werd. Jos waarschuwt jonge en oude mensen. Comazuipen? Doe het nooit! Als Jos de ruimte krijgt, zuipt hij tot hij niet meer op zijn benen kan staan.
Jos: liefdevol vader van twee kinderen, ooit talentvol verpleegkundige in het Antonius en het AZU, speels kind van De Meern. Vrijdag wordt hij vijftig. En aanstaande zondag kunt u zijn verhaal horen en zien. KRO/RKK’s Kruispunt is op Nederland 2 (22.40 uur) helemaal aan Jos gewijd. Titel van de Kruispunt-reportage: ’Niet meer weten dat je niet meer weet’.
(30 september 2009)
ER HOLT EEN SEKSIST LANGS DE SINGELS
Je rent het heerlijkst met requiems op de earphones. De man die het mij zei, was in training voor de New York-marathon. Verdi, Fauré, Bach. Als het maar rust geeft en tranen trekt. En dan maar hollen. Zal ik aanstaande zondag met requiem-muziek experimenteren? Met zesduizend anderen hol ik langs de singels. De 59e aflevering van de Singelloop. Bach wellicht? Die past perfect in herfstzon en herfstgeur. Mit tränen nieder?
Het beste van de stad, die Singelloop! Vorig jaar deed ik een uur en wat seconden over de tien kilometer. In welke loopstijl? Eén die om te huilen is. Ik ben en blijf een lelijke atleet. Hobbelend ploeter ik langs de singels. Daar zal ook Verdi niets aan veranderen. Zal ik beschimpt worden om die lelijke stijl? Uitgelachen om mijn neiging tot vetzucht? Wat ik zelf love handles noem, zijn volgens anderen vetkwabben.
Na de Utrecht Marathon in april beschouwde ik op deze plek de hardlopende vrouwelijke medemens. Onder de kop ‘Hardlopen is slecht voor mooie borsten’ betoogde ik dat vrouwen die veel hardlopen over minder vetweefsel in hun borsten beschikken. En dat leidt tot een bescheidener borstomvang. Wat ik jammer vind. Nou, dat was vloeken in de kerk der blije lopers. De bekende Utrechtse looptrainer Aart Stigter ging in de nieuwsbrief van zijn loopgroep in op mijn stukje. Een ‘seksistische’ observatie. Volgens Stigter. Ik zou hardlopende dames hun ‘gevoel van vrijheid’ afnemen. En waar ik opdoem ‘bedenk je je als vrouw wel twee keer voordat je in je topje aan de start verschijnt’, aldus de looptrainer.
Dames van Utrecht! Deze seksist holt aanstaande zondag opnieuw een slechte tijd. In een lelijke stijl. En blijft erbij dat weinig lopende vrouwen mét stevige, ronde borsten ook in onze prachtstad te prefereren zijn boven veel lopende vrouwen zónder borsten. De Schepper heeft de vrouw toch niet voor niets met deze prachtige kenmerken uitgerust. Vindt u mijn inzicht schandalig? En ziet u mij zondag lopen? Beschimp mij om mijn love handles. Scheld mij uit als seksist. Mee eens? Roep mij toe: Leve de voorgevel. Borsten vooruit.
(23 september 2009)
MET SISAY IN EEN ILLEGAAL, FOUT BOOTJE
Vorige week schreef ik over Sisay Jouhannes Tezazu uit Ethiopië. Dinsdagavond 8 september at ik met hem in het Theehuis van de Dom. Tijdens de Nacht van de Vervanging was hij mijn gast voor één nacht. Toen ik mijn stukje die avond om acht uur verstuurde, stonden Sisay en ik op het punt te gaan varen. In ons piepkleine houten kajuitbootje. De Trabant, gebouwd in 1962 in Oost Berlijn -wat je noemt een ‘fout’ bootje-, ligt aan de singel. Het werd een heerlijk tochtje op de laatste zachte zomeravond van het jaar. De panden van de Twijnstraat, de bomen van de Tolsteegsingel, de lantaarns. Ze weerspiegelden in het vlakke water. Onder het zachte motorgeluid vertelde ik Sisay over onze stad. Over het Oudegracht Operaconcert van Anthony Heidweiller ('daar moet je zondag heen'). En dat je van deze stad gaat houden. We legden aan bij de Wittevrouwenbrug. Dronken een koffie en een cola op het terrasje van De Potdeksel. Ik luisterde naar de verlegen Sisay. 'Aan hoe mensen reageren op mijn verhaal ben ik gaan zien hoe verdrietig dat verhaal eigenlijk is.'
Vluchteling Sisay woont in Ondiep. Zonder status. Van de Noodopvang -een gemeentelijke voorziening- kreeg hij onderdak. En 50 euro per week. Hij moet terug naar Ethiopië, maar het land wil hem niet opnemen. Hij werkt mee aan zijn eigen uitzetting, om niet in vreemdelingenbewaring te worden geplaatst. Een rechter was verbaasd. 'Hoe kun je dat nou doen als je twee jonge kinderen hier hebt'. Een enorm dilemma. Het laatste wat hij wil is weg van Tyon (3) en Joshua (1 jaar) in Utrecht. Vandaag reist Sisay naar Ter Apel. Vijf dagen lang duurt daar nader onderzoek.
We bereikten de Bemuurde Weerd. Of iedereen zijn bootje mocht neerleggen in de stad, vroeg mijn gast langs zijn neus weg. Ik wees hem op de cartoon aan de kademuur: ‘Zonder geldig vignet… pech, slepen wij het bootje weg’. Ik legde uit dat je vijf jaar moet wachten op een vergunning. Daarom vind ik illegaal mijn aanlegplekje. Daar moest de man - zonder status - hartelijk om lachen.
De volgende dag zat er weer een streng briefje van de Havendienst op ons bootje geplakt. ‘Laatste waarschuwing’, las ik. De ene illegaliteit is de andere niet.
(16 september 2009)
ETHIOPISCHE ASIELZOEKER OP ZOLDER
Een uitnodiging in de mailbox. Of ik zou willen meewerken aan de Nacht van de Vervanging? Wil ik als ‘bekende Utrechter’ één nacht, één uitgeprocedeerde asielzoeker onderdak geven? Een piepkleine, bijna symbolische daad van gastvrijheid dus… En dan dat ‘bekende Utrechter’…, zo ongeveer het laatste circuit waar ik bij wil horen. Maar ging ik niet op de uitnodiging in, dan onthield ik mezelf een gebeurtenis met een politiek tintje. Want de regering wil opvang van uitgeprocedeerden na 1 januari 2010 verbieden. Als ik ‘ja’ zou zeggen zou ik bovendien het verhaal van een verre vreemdeling horen. En zou onze stad door zijn of haar ogen kunnen zien.
Als u dit leest, zit ik met hem aan het ontbijt. Met Sisay Jouhannes Tezazu. Uit Addis Abeba, Ethiopië. Sisay Jouhannes wordt vandaag 33. Een kind uit een gemengde Liefde. Vader Eritrees. Moeder Amhaars (een grote, Ethiopische stam). Racisme is overal: hij kreeg in Ethiopië problemen vanwege zijn gemengde afkomst. Kwam in 2003 naar Nederland. Ná de Generaal Pardon regeling dus. Sisay Jouhannes is een kansloze uitgeprocedeerde asielzoeker. Moest worden uitgezet. Wat niet lukte. Ethiopië wilde hem niet hebben. Hij zwierf door de Domstad. Kreeg hier twee kinderen. Woonde een tijdje met de Nederlandse moeder van die kinderen. Zat een half jaar in vreemdelingendetentie. Woont nu met een Somaliër in een sloopwoning in Ondiep. Voor dat laatste zorgde de Noodopvang, een door de gemeente gefinancierde voorziening. Die moet voorkomen dat mensen als Sisay gaan zwerven.
Gisterenavond ontmoetten wij elkaar in het Theehuis van de Domkerk. Met veertig mensen aan de maaltijd. Een verlegen rasta die vooraf tegen de organiserende actiegroep zei: ’Moet ik daar nou echt blijven slapen?’. Als ik dit stukje om acht uur gisterenavond -aan het eind van de maaltijd- inlever, heb ik hem nog niet gezegd dat hij heus niet met mij in één bed hoeft. Op zolder heb ik een logeerkamer waar vroeger één van de kinderen sliep. Straks nodig ik hem op deze schitterende nazomeravond uit op mijn bootje. Als junks daar niet opnieuw het benzinetankje uit hebben geroofd, gaan we een stukkie varen.
(9 september 2009)
EN WIE NIET SPRINGT, DIE IS EEN JOOD
De FC bovenaan! Virtueel weliswaar, want FC Utrecht heeft een wedstrijd minder gespeeld. Maar toch. Eén verliespunt minder dan koploper AZ! Dit seizoen heb ik, voor het eerst in zeven jaar, geen seizoenkaart.
Dan maar een los kaartje gekocht. Zaterdag zat ik op de Bunnikside. De afgelopen veertig jaar leerde ik de haatrituelen van de voetbalwereld begrijpen. En verzucht periodiek tegen niet-stadionbezoekers: 'De ondergang van de beschaving is in de stadions al begonnen. Maar maak je niet té veel zorgen'. Galgenwaard is niet anders dan White Hart Lane van Tottenham Hotspur. Twee weken geleden zag ik daar Liverpool met 2-1 verliezen. Liverpool, mét Dirk Kuyt. Van wie ik me realiseerde dat hij al zes jaar uit Galgenwaard weg is. Terwijl ik juist voor zo’n prachtvoetballer als Dirk… ach … dromen. Op White Hart Lane in Noord-Londen hoorde ik herhaaldelijk langgerekt ‘Yid’ (spreek uit: jied) scanderen. En vroeg mijn Pakistaanse buurman op de tribune wat er werd geroepen. 'Yid', legde hij uit. Jid. Jood. 'Wij bedoelen dat wij de Joden zijn. Maar ik begrijp het zelf ook niet'. Zaterdag dus de Bunnikside. Bezocht het supportershome. Een enorme donkere ruimte achter de tribune waar, verbazingwekkend, bier en sterke drank werden geschonken. Raakte er aan de praat met een vriendelijke supporter.
Kreeg van een boom van een kerel met een kaal hoofd die mij enthousiast beetpakte, te horen: 'Hooligans zitten in Amsterdam en Rotterdam, niet hier'. Ik verbaasde mij prettig over een pamfletje dat mij in de hand werd gedrukt. Een oproep om oud-FC Utrecht-speler Henny van Schoonhoven toe te zingen. Want Henny, slechts 39 jaar, lijdt aan kanker. En las: 'Denk daarom voortaan goed na voordat je dit woord (kanker) gebruikt om je onvrede te uiten'.
Spreekkoren met ‘kanker’ bleven achterwege. Henny werd hartverwarmend toegezongen. Waarna een deel van de Bunnikside zich aan de gebruikelijke rituelen wijdde. Duizenden Bunniksiders springend en zingend op het bekende ritme: 'En wie niet spri-i-ingt, die is een Jóóód'. Ook supporters van de bezoekers, Sparta, hupten mee. Haat tegen Ajax bindt. Intussen keuvelde ik met een vriendelijke Bunniksider. Die het zo bijzonder vond dat een ouwe journalist als ik deze tribune bezocht.
(2 september 2009)
NAMING AND SHAMING BIJ DE GRIMBARIANS
Zag u het, vanaf de Noordzee, ooit dag worden boven Nederland? Ik niet. Tot vorige week donderdagochtend. Om zes uur stonden wij op het dek van de Stena Hollandica. Donker en heiig. In het uur erna beleefden we de sensatie. De koperen ploert maakte zich traag los van de Maasvlakte en de onscherpe duinenrij bij Hoek van Holland. Of kon ik die duinenrij nog niet zien? En fantaseerde ik die erbij? Bij het pracht land vlak áchter die duinen?
Vroeger was ik altijd blij in Nederland terug te keren. Na twee politieke moorden en ander ongemak heb ik bij mijn land nu gemengde gevoelens. Ben niet alleen maar trots dat ik dit land mijn vaderland mag noemen. Wat deed ik in Engeland? Ik zong met 85.000 mensen in Wembley ‘In the name of love’ mee. Dat kreeg Bono’s U2 goed voor elkaar. Kippenvel. We waren bij twee voetbalwedstrijden. Eentje met Dirk Kuijt. Kuijt, al weer zes jaar uit Galgenwaard weg… We verzeilden in Grimsby, een kuststadje in Lincolnshire. De bewoners heten Grimbarians. Met een spottend knipoogje naar Barbarians. Ze gaan er op geheel eigen wijze misdrijven te lijf. Zo startte de plaatselijke krant Grimsby Telegraph vorige week een Naming and Shaming-campagne tegen dronken automobilisten. Op de voorpagina vijf foto’s en namen van jonge dronkenlappen, allen door de rechter schuldig bevonden. Ook hun woonstraat wordt gemeld. Een goed Grimbaars initiatief waardoor jonge mensen het wel uit hun hoofd zullen laten met drank op achter het stuur te kruipen? Een ideetje voor de geëngageerde krant die u nu leest? Ik roep de gedachte op, maar ben er niet uit.
En is dat Benoemen en Laten Schamen -een betere vertaling heb ik niet- bruikbaar om ook dronken en doorgesnoven geweldplegers in het land achter de duinenrij aan de paal te nagelen? Daarmee potentiële geweldplegers afschrikkend? Ik denk aan Jonas Melsert, deze maand een jaar geleden op de Neude in elkaar geslagen. Bel Jonas. En hoor dat het hem relatief goed gaat. Maar hoor ook over zijn epilepsie.
Schuldig bevonden? Met naam en toenaam op de voorpagina van AD/Utrechts Nieuwsblad! Zou het dronken hufters afschrikken?
(26 augustus 2009)
MISDIENAAR VERLAAT CATHARIJNECONVENT
Op een zomerse zondagavond reed ik door het Groene Hart. Van Woerden richting Boskoop. Op de autoradio KRO’s Kruispunt. Ik hoorde een stem die mij over bevlogen radiostemmen deed mijmeren. Over de prachtstem van Hugo van Krieken bijvoorbeeld die ons twee weken geleden zo tragisch ontviel. Hugo had een schitterend nachtprogramma. Van twee tot zes uur ‘Over de Schutting’, wereldmuziek.
Maar waar deden dít stemgeluid en zijn verhaal aan denken? Dit móést een oude misdienaar zijn. De stem op deze zachte zondagavond was van Casper Staal. Ik ken Casper niet. Tot vorige maand was hij meer dan dertig jaar conservator van Museum Catharijneconvent. Een man wiens rijke, roomse jeugd zich in dezelfde binnenstadbuurt afspeelde. Hij verhaalde over pontificale Hoogmissen in de Catharinakathedraal. Over de 11e eeuwse Buurkerk waar een bakkerij, kazerne en paardenstal zaten. Over hoe blij hij is dat de Willibrordkerk níét gesloopt werd. Terwijl in de jaren zeventig neo-gothische kerken van rond 1900 als nep werden beschouwd. Over ‘zijn’ Napolitaanse kerststal. Wat een leuke, enthousiaste, tikkeltje nichterige, bevlogen prater met enorme kennis en humor is die Casper. Dacht ik als luisteraar. En wilde het héle Kruispunt horen. Bleef, op de plaats van bestemming, in de auto zitten. Hij verhaalde over modeshows van kerkelijke kleding. En de symbolische betekenis van al die kazuifels en superplies. Bedoelde Staal dat die katholieke kerk ook een beetje circus is? Ik hoorde hoe hij voor de tentoonstelling Pauselijke Pracht en Praal uit 2003 mocht grasduinen in de Vaticaanse sacristieën rond de Sixtijnse kapel. Hij vertelde over ‘Bedevaarten in Nederland’, een andere tentoonstelling. Over de volksdevotie in de 17e en 18e eeuw, de behoefte van gewone mensen om met kaarsen, kandelaars, kruizen en vaandels -verboden- bedevaarten te houden.
Roomsch in Alles is een motto dat goed bij Casper past. Ook het bijbehorende relativeringsvermogen bezit hij. Ach, dat die kerken zo leeg zijn, baart hem geen zorgen. Is het niet immers de Heilige Geest waarin je moet geloven? Heb dus vertrouwen dat het goed komt. Het was een heerlijk autoritje. Mede dankzij Casper Staal.
(19 augustus 2009)
ZOMER VAN DE DOMSTADS-ELITE
'Een opstand van de elite is hard nodig.' Woorden van minister Ter Horst, begin juli, tegen Vrij Nederland. 'Ik vestig mijn hoop op weldenkende en wellevende mensen die zich realiseren dat het belangrijk is dat er autoriteiten zijn en dat die in principe het vertrouwen van de bevolking verdienen.' De Utrechtse elite trok zich de oproep aan. Twaalf vooraanstaande, weldenkende en wellevende stadgenoten namen plaats in de Utrecht Development Board. Deze instelling moet door ‘verbinden, versnellen en verzilveren’ Utrecht opstoten in de vaart der volkeren. Voorzitter van de Board is Trude Maas. Ook een andere autoriteit in onze zomerse prachtstad, de burgemeester, roerde zich. Ophef over declaraties? Overdreven. Journalisten denken, volgens Aleid Wolfsen: het kan toch niet waar zijn dat een burgemeester netjes werkt. Hij zei, oprecht en zelfbewust, het vertrouwen van de bevolking te verdienen.
Ik mag ze wel, integere mensen als Maas en Wolfsen. Ze hebben het goede met onze stad voor. Ze doen hun gewetensvolle best voor ons, burgers. Zíj maken de wereld een stukje beter. Dus, mensen - is hun gedachte - zeur niet over een declaratie voor een Broadway musical-ticket. Doe niet zo moeilijk! Wat vind ík van die opvattingen van de stadselite? Ik mag de bevlogenheid van de Trude’s en Aleids wel. Misschien omdat ik zelf ook zo ben. Aan de andere kant… Trude Maas (PvdA-1e kamerlid) was toch ABN/Amro-commissaris toen de financiële elite daar zijn zakken vulde en de wereld in een diepe depressie stortte? Trude zweeg. En Trude Maas werkt toch bij de Hay Group in Zeist? Dé instelling die becijfert hoe woningbouwverenigingen hun managers mega-salarissen kunnen betalen? Als Trude uit hetzelfde hout gesneden is als Aleid, staat ze nu verontwaardigd op. Hoe deze stukjesschrijver het waagt, bij zóveel goede bedoelingen, een kritisch vraagteken te plaatsen.
De inzet van dit weldenkende, wellevende duo siert hen. Maar hebben ze door wat er onder gewone Utrechters, de niet-elite, leeft? Ik waag het te betwijfelen. De Utrechtse burgers zijn, ook deze zomer, met andere dingen bezig dan verbinden, versnellen en verzilveren.
(12 augustus 2009)
DIANE WIL 7,50 VOOR DE NACHTOPVANG
Na middernacht liepen we City/the Movies uit. Vol van het onbegrijpelijke plot van de thriller State of Play… Zomers warm was het nog. Toen werden we aangesproken door een vriendelijke jonge vrouw. Bril, spijkerjasje. Straatnieuws onder de arm.
‘Ik heb 1 euro. De nachtopvang kost 7,50. Heeft u een bijdrage?’ Ik keek de vrouw in de ogen. Open, onbeschaamd stonden ze. Viste een handje kleingeld uit mijn broekzak. Overhandigde haar 2 euro. Bedacht me. En zei: ‘Maar met 3 euro red je het nog niet’. Gaf 2 euro extra. ‘Dan hoef je nog maar 2,50 op te halen.’ ‘Dank u wel’, zei ze. We fietsten richting Wittevrouwenbrug. Uit mijn ooghoek zag ik de vrouw daar opnieuw bedelen. Gek, dat ze deze kant op ging. Zit die nachtopvang dan niet langer aan het Jansveld?
Hoe zou dit verder gaan? De vrouw in het spijkerjasje liep de Wittevrouwensingel op, richting Griftpark. Ik dacht in een flits: gaat die 4 euro naar de hasjboot? Op afstand volgden wij haar tot bij het Griftpark, waar we haar passeerden. Toen wij halt hielden, was zij mij voor: ‘Ik heb geld voor de nachtopvang nodig. 7,50. Heeft u een bijdrage?’ ‘Tien minuten geleden gaf ik je 4 euro. Vergeten?’ ‘Oh, sorry, dat is waar ook.’ Ik stelde me voor. Ze heette Diane. Waar haar nachtopvang zich bevond? Bij het Leger des Heils in Hoograven. ‘Tegenover het politiebureau’, zei ze trefzeker. ‘Dan loop je de verkeerde kant op’, kaatste ik. ‘Ik ga eerst even bij een vriend langs.’ ‘Blijf je daar dan niet slapen?’ Nee, dat kon niet. ‘Gek. Je krijgt 4 euro en gaat niet naar de nachtopvang.’ Maar niet beschaamd dat ze betrapt was op tegenstrijdigheden, zei ze: ‘Ik lieg niet’.
‘Daar hou ik het maar op’, zei ik haar, ‘weltrusten’. Wij fietsten huiswaarts. Welk gevoel resteert? Ik voel me niet belazerd. Was het waarheid of leugen? Was Diane in de war of niet? Heeft ze geld genoeg? Of niet. Hasj of niet. Het deed er niet toe. Zij heeft 4 euro. Ik 4 euro minder. Wat ik after all hoop? Dat Diane, net als ik, de humor van deze bizarre ontmoeting ziet. Ik hou wel van een beetje krankzinnigheid. U ook?
(5 augustus 2009)
AFORISMEN EN ZOMERJURKJES IN VEEMARKT
De man in het ruiten overhemd, op het blauwe, plastic stoeltje, knikkebolde. Zijn ogen, achter dikke brillenglazen, vielen dicht. En heropenden zich. Hij nam een slokje van zijn blikje bier. Je rook hier de frituur van de Vietnamese loempia’s aan de overkant. In een hal met historie. De man in het ruiten overhemd stond op, liep naar zijn kraam, en begon in te pakken. Het liep tegen vieren. Alle Droste Cacao-blikken, glaswerk en Chinese vazen -zorgvuldig in krantenpapier- terug in de Dole bananendozen. Daarna op het steekwagentje naar de Renault ‘bestel’. Ook het porseleinen Henkes jeneverkruikje zou weer mee naar huis.
Ik genoot op deze zomerse zondagmiddag. Van de geurtjes. Van de karakters. En de verzamelingen. Vond een ansicht van het Haagse Regentesseplein uit 1901, vlakbij mijn geboortehuis. Daar had ik graag vijf euro voor over. Een cd van de door mij bewonderde kunstenaar Gied Jaspars. Tien mijmeringen uit ‘Ontmoetingen in de natuur’. Zou hier dat schitterende, droefgeestige verhaal Aardbeien op staan? Mijn lief gezelschap vond een zomerjurkje, rood met witte balletjes. Vier euro. Een fotoboek. De Hollandse natuur -zwart/wit!- uit 1947. Een piepklein boekje aforismen van Jan Greshoff. Wilt u er eentje? Ontrouw is onafscheidelijk van het verschijnsel leven. Ook, neen voorál: ontrouw aan zichzelf. Liet een art déco-lampje liggen. Zocht niet naar Sam Cooke-singletjes. Hoorde twee meiden een porseleinen schenkkan aanschaffen. De verkoper: ‘Meiden, als je hier ranja in gooit, ga je helemaal uit je bol.’
De Veemarkthal. Moet gesloopt. Vooruitgang! Nieuwe huizen! Weg met die autohandel. Weg met de Vlooienmarkten, Bromfietsbeurzen en Hondenshows. Nooit meer leraren in actie. Bizarre truckersevenementen? De paardenmarkt op maandag? Weg! Alles moet plat-geprojectontwikkeld worden. Omhoog in de vaart der volken moet deze stad. Bij de vooruitgang passen geen tinnen serviezen, antiek bestek en speldjesverzamelingen. Hee, wat lag daar? Een zilveren lepeltje van het Utrechts Buitencentrum in Oldebroek! De man van het ruiten overhemd had alle Dole-dozen in de auto gezet. Het werd stiller in de hal.
(29 juli 2009)
HET VERSCHIL TUSSEN TEUN EN USAIN
Een Zuilense jongen sprintte vrijdag in Parijs de 100 meter. In het Stade de France. 400 dollar startgeld! Teun Kruijff (25) liep bij de prestigieuze Golden League-atletiekwedstrijden 13.44 seconde. Olympisch kampioen Usain Bolt -110.000 dollar- snelde er voor 50.000 toeschouwers even later naar 9.79 sec. Verschil tussen Teun en Usain? Één been.
Eind januari werd wielrenner Teun -woonde eerder in Oudwijk en Tuindorp- overgehaald aan atletiek te beginnen. Onder zijn beenprothese werd een lepelvormige veer gemonteerd. In april trainde hij voor het eerst bij atletiekvereniging U-Track. Eind mei werd hij tweede op de 100 meter tijdens het NK Atletiek voor gehandicapten. En met zijn persoonlijk record (13.22 sec.) maakte hij de derde tijd ooit in zijn categorie. En nu wil de Wielrenunie Teun wellicht meenemen naar het WK voor gehandicapten in Italië! Zijn dilemma: verder als wielrenner of als atleet?
Teuns rechteronderbeen werd een halfjaar na zijn geboorte geamputeerd. Een foutje in de groei tijdens de zwangerschap. Een man die niet lijkt te lijden onder zijn handicap. Snelle tong. Veel lachen. Jarenlang ploeteren om protheses passend te krijgen. Leren leven met ontstekingen en blaren van de stomp. Het voortdurend afstellen en corrigeren van de prothese werd zijn tweede natuur. Teun telt zijn zegeningen. Nooit last van fantoompijn. Zoals gehandicapten met een amputatie op latere leeftijd hebben.
Hij stond al in de Volkskrant-sportrubriek Het Nieuwe Schavot. Met het paralympische fenomeen Oscar Pistorius -twee beenprotheses- op één foto. Als een topsporter legt hij mij uit dat hij nog progressie kan boeken. 'Ik heb een lelijke stijl. En moet enorm trainen om het optimale uit die veer te halen. Mijn doel is: onder de 12.5 seconde.' Een stormachtig voorjaar van een paralympische atleet. Het mooiste aan dit verhaal? Terwijl zijn sportcarrière opbloeide, bloeide ook de liefde op. Want wie haalde hem over atletiek te gaan doen? Annette Roozen, tijdens de Paralympics in Peking twee keer zilver (verspringen en 100 meter). En met wie kreeg Teun dit voorjaar een relatie? Met Annette Roozen.
(23 juli 2009)
ONDERNEMER PESTEN IN DE DOMSTAD
Vorige week schreef ik over het rustige terrasje van restaurant de Goedheyd. Aan de Hamburgerstraat. Door de gemeente Utrecht verboden. Terwijl aan de overkant honderdtwintig terrasstoeltjes van restaurant De Rechtbank wél zijn toegestaan.
Van burgemeester Wolfsen ontving ik een beschaafde brief. Hij houdt voet bij stuk. Want de gemeenteraad wil het zo! Mijn oproep: Kom op, gemeenteraad, doe hier iets aan!
Maar ik wil het hier verder over Aleid Wolfsens keurige intenties hebben. Hij excuseert zich namelijk voor de toon die de gemeente richting de Goedheyd aansloeg. Die komt 'wellicht wat kil over'. 'En', schrijft Wolfsen, 'uit de tekst had iets meer begrip kunnen doorklinken'.
Moet die excuserende toon van de burgmeester -tactisch!- de spijkerharde opstelling vergoeilijken? Is het in stand houden van een meedogenloos Utrechts ambtenarenapparaat een groter doel dan redelijke bejegening van kleine ondernemers? Of is de toon van de gemeente welgemeend? Ik kom niet zo maar op deze vragen. Op 27 februari vorig jaar schreef ik over de Utrechtse Directeur Stadsontwikkeling, Guido Van den Boorn (‘begeleidt de implementatie van verbeteringsprocessen’). Hij legde bloemenman Nico van der Ven van de Blauwkapelseweg een boete van 5000 euro op. Omdat Nico het gewaagd had een zondags bloemetje te verkopen. Waar zijn grootvader en vader dat al veertig jaar -ook op zondag- op dezelfde plek deden. De inmiddels vertrokken Van den Boorn kreeg voor zijn pesterijen van kleine ondernemers een mega-honorarium: bijna 2000 euro per dag, totaal meer dan 300.000 euro in negen maanden. Na mijn stukje ontving ik een nietszeggende, horkerige reactie van de Directeur Stadsontwikkeling. Geen woord van excuus. Aleid Wolfsen -krap zeven weken in functie- zweeg. Oud-burgemeester Brouwer, onder wier bewind Van den Boorn werd aangesteld en de boete oplegde, reageerde niet.
Met Wolfsens briefje van deze week toont de gemeente nu een menselijker gezicht. Alhoewel... Meer dan honderdvijftig communicatiemedewerkers van Aleid hadden sinds februari 2008 niet de moed hem te adviseren Nico van der Ven excuus aan te bieden. Terwijl vele supermarkten in de stad op zondag open zijn. En bloemen verkopen!
(15 juli 2009)
GEEN BELLOTA PATA NEGRA OP HET TERRAS?
Ik verdiepte me in de menukaart van restaurant de Goedheyd aan de Hamburgerstraat. Terwijl de platanen gesnoeid werden. Crèmesoep van gepofte knoflook zou ik hier kunnen nuttigen. Of een Etagère van zacht gegaard kalfsvlees en Bellota Pata Negra. Ik mijmerde over Gazpacho en dessertwijnen…. en verdwaalde uiteindelijk in het Ontwikkelingskader Horeca en het Terrassenreglement. Een typisch geval van ‘ondernemertje pesten’ op het spoor.
Ik mag hier niet buiten eten! En het terrasje van de Goedheyd mag niet meedingen naar de Terrassentrofee 2009 van deze krant. Als het aan de gemeente ligt. Het terrasje is verboden. Terwijl de halve Neude ver-terrast is. Het Ledig Erf overvol. Voor De Rechtbank plek is voor 120. En bij de Winkel van Sinkel de stoelen de Oudegracht op drijven. Heerlijk. Deze stad verwerft de terras-allure van Rome. Maar niet bij het rustige restaurant de Goedheyd van Jorn Klarenbeek (30) en Dustin Pardoen (25). Met hart en ziel werken zij aan een ‘losse ambiance’ en een mooie ‘prijs-kwaliteit verhouding’. Daarbij hoort hun smalle, piepkleine binnenstadterrasje.
Ik verdiep mij in de procedure. Laat de kille, juridisch behendige, formuleringen tot mij doordringen. Lees hoe slordig de gemeente Utrecht is. En dat de Bestuurs- en concerndienst niet ingaat op het argument dat dit terrasje voetgangers níét hindert. Ik proef de ambtelijke willekeur. En word, als niet belanghebbende, al getart. Laat staan de kleine ondernemer. Zo niet Jorn en Dustin. Rustig, beheerst en gedistingeerd dragen zij hun lot. Moeilijk is het. In mei en juni twintig procent minder omzet dan vorig jaar mét terras. Klanten die de afgelopen weken buiten wilden eten, vertrokken naar elders. "De gemeente denkt niet mee met ondernemers", verzuchten ze.
Op het schriftelijke besluit met het verbod –namens de burgemeester- ontbreekt de handtekening. Gek! Zou deze beslissing rechtsgeldig zijn? En zou burgemeester Wolfsen echt achter de verwijdering van dit piepkleine terrasje staan? Jorn en Dustin willen de burgemeester graag uitleggen dat hun terrasje geen overlast geeft. Ze nodigen Aleid Wolfsen hierbij uit te komen eten in de Goedheyd.
(7 juli 2009)
OPGEWEKT LAPTE JOHAN DE RAMEN
Hilversum 3 bestond nog niet. Toen Johan Engelberts (14) voor het eerst de ladder beklom. Ieder zong nog zijn eigen lied. Of, zoals Johan, floot. Effe wat klanken. Que sera, sera. Het jochie uit de Krijtstraat -toen die beruchte straat nog ‘Krijtjacht’ heette en Wittevrouwen een arbeiderswijk was- begon in 1954 als glazenwasser. Uit een gezin van elf. Aan deze kerel kleefde die Utrechtse volkse eigenschap -ááltijd kláógen, waor- minder dan aan andere Utrechters.
Toen werd het half twaalf op een zomerse maandagochtend. Aan de Van ’s-Gravesandestraat in Tuinwijk. De dag was heiïg begonnen. Johan lapte de ramen zoals ie dat in de halve stad -en er buiten- meer dan een halve eeuw deed. Hij floot dus. Of zong hij? Zijn favoriete Alles in het leven duurt maar even? En toen hing plots de traumaheli boven het wijk.
Johan moet, staand op de ladder, onwel zijn geworden. Zijn ouwe baas Hans van Essen weet het zeker. 'Ik zag op TV Utrecht Johans ladder staan. De emmer hing er nog aan. Zo’n ervaren glazenwasser als Johan is. Het kan niet anders.' Vlakbij Herman van Veens geboortestraat overleed maandag Johan Engelberts. In het harnas.
Voormalig stationskapper Rob Zorn, een van zijn jeugdvrienden, had hem vorige week nog geknipt. En daarna hadden ze bij Cecilia Beekink, van Café Het Weerbericht op de Biltstraat, nog een biertje gedronken. Één biertje? Nou, vergeet het maar. En Johan Engelberts hield nóóit zijn hand op! 'Hij had een arbeidsverleden dat klinkt als een klok. Geen jongen die in het café zat te wachten alsof het de wachtkamer was.' Zegt een van zijn café-maten. Gaf graag een rondje. Nee, geen over de duinen gewaaide kwal. Dagelijks bij Broodje Martin in Wijk C te vinden. En daarna in Café Het Pierement. Lapte tot tien jaar geleden zelfs met een zware Van Nelle in zijn mondhoek de ramen. Een Utrechts boefie. Maar als mensen krap bij kas zaten, had hij dat feilloos door. Dat kwam later wel…
Johan deed ook mijn ramen. Onder een bakkie koffie vroeg ik hem eens wat nou toch zijn geheim was. Hij oogde altijd zo gezond en blakend. Wat een wonder was met zijn leefstijl. Nee, dát wilde Johan graag tot mysterie houden.
(30 juni 2009)
KERSENHOUT AAN DE RAND VAN DE STAD
Aan de randen van de stad liggen juweeltjes. Ik loop op de Orinocodreef, bij het industrieterrein. Het oogt er vierkant. Het oogt er…, wat zal ik zeggen, lelijk. Bij het hek van het oude College De Klop hou ik halt. Wat gebeurt er nú achter dat hek? En kom terecht bij Woodstock.
Het is de meubelmakerij van Antoon van der Werf en zijn vrouw Nel Kleijzen. Antoon ontwerpt meubels. Samen met de klant! Daarna maakt hij ze. Of hij restaureert. Nel restaureert net een tachtig jaar oud tuinbankje. Gietijzer. Verrot houtwerk.
Antoon werkte in het onderwijs. 'Tot ik een jongen de klas uit sloeg. Tóén moest ik iets anders gaan doen.' Woodstock startte in een werfkelder. Nu maakt Antoon in Overvecht een notenhouten tafel met een decoratieve ebbenhouten inleg. Of verbouwt een eeuw oud eikenhouten bed tot kast. Álle planken, frontjes en pootjes vinden een plek. En zitten de karakteristieke Parade-terrasstoeltjes dit jaar steviger? Woodstock maakte net 120 stoeltjes en 30 tafeltjes. Van berkenhout. Mét noesten. De houten sokkels in Utrechtse kunstgalerieën? Mdf-hout, bekleed met ultradun kersenhout. Van Woodstock. Hij pakt een 150 jaar oude eikenhouten sécrétaire. Poten los, laatjes kapot, gammel. Restaureren kost 1500 euro. Alles bij Antoon gaat over ambacht, over emotionele waarde, over duurzaamheid. Terwijl hij dat laatste woord niet één keer gebruikt. Pretoogjes. 'Ik heb niets tegen Ikea, maar een mooi garderobekastje van mij gaat vier keer over hun prijs heen.' Meubels werden wegwerpartikelen. Maar meubels zeggen iets over jóú. Betoogt Antoon. Hij houdt van een laatje met zwaluwstaartverbinding. Stevig. Klassiek. Uit de gratie. Legt het verschil tussen vuren- en grenenhout uit (vuren méér noesten). Een sloper die het oude gebouw De Klop met de grond gelijk moet maken, meldt zich. Antoon reageert goedmoedig. 'Waarom geen wrok? Als wij hier weg moeten, ontstaan nieuwe perspectieven.'
De crisis gaat aan Woodstock voorbij. Draaien ze niet quitte in dit prachtvak? Dan gaat hij bejaarden in het busje rijden. Voor de klas zou hij drie keer meer kunnen verdienen. Maar psychisch inkomen compenseert veel. Hij beziet de frezen, beitels, schaven en zagen. Een juweeltje van kersenhout aan de rand van de stad.
(23 juni 2009)
EEN HEERLIJK TERRASJE IN DE FLATWIJK
Het terrasje van Supervlaai ligt er uitnodigend bij. Een rustige ochtend in de flatwijk. Geen vrouw te zien aan de tafeltjes. Een Somalisch ogende jongen houdt mij staande. Waar de Pearle is? Brillen! Zou zo’n Somalisch gezicht mét bril zijn vriendelijkheid behouden?
Dan wenkt op het terrasje een zwarte man met net zo’n open lach als de Somaliër. Ik schuif aan. Aan het tafeltje ernaast geniet een Marokkaanse man van zijn bakkie. En mengt zich direct in het gesprek. Maar ik wil eerst mijn notenvlaai bestellen. Jamal, de Marokkaanse vlaaien- en koffieverkoper, zegt dat hij alle werk aanpakt. Nu het in zijn oude vak, de makelaardij, slecht gaat. Hij vindt de jonge Marokkanen in de buurt hufterig.
De notenvlaai is fantastisch. Majid, de Marokkaan aan het tafeltje naast het onze, heeft een schoonmaakbedrijf. En last van wanbetalers. Betoogt dat wanbetalers van geleverde schoonmaakdiensten juist Marokkanen uitkiezen voor het niet betalen van rekeningen. In de gedachte dat je je dat tegen Marokkanen wel kunt permitteren. Terwijl je dat bij andere bevolkingsgroepen niet mag doen. Zou het echt zo zijn? Relativeer ik voorzichtig. Majid weet het zeker.
Mijn tafelgenoot heeft tijdens de conversatie vriendelijk gezwegen. Ik bied hem een koffie verkeerd aan. Tekeste vertelt. Was kindsoldaat in de Eritrees-Ethiopische oorlog. Vijf jaar lang vanaf zijn veertiende. Waarom hij het nog steeds de mooiste tijd van zijn leven vindt? 'Totale vrijheid. Kon doen wat ik wilde.' En of ie álle soldatenleven meemaakte? Ja, alles… Ging er voor naar de Riagg. Bomscherven in zijn lichaam vormen de fysieke erfenis van dat bestaan, dertig jaar geleden. Nu woont ie, kind uit een gemengd Eritrees-Ethiopisch huwelijk, in de Utrechtse flatwijk. Waar je op een rustige lenteochtend vlaai kunt eten, koffie kunt drinken. Tekeste is even niet aan het werk. Want maakte een doodsmak tijdens het klussen bij een vriend. Zijn pols brak de val. De gecompliceerde breuk wil maar niet helen. Mannen op een koffieterrasje in de Utrechtse flatwijk. Zoals in de hele wereld mannen ’s ochtends in koffietenten het leven doornemen. Ik moet dat vaker doen.
(17 juni 2009)
PLOETEREN EN STOEMPEN OP ALPE D'HUEZ
Naast mijn toetsenbord ligt een geel-rood wielershirt van Cycletours. Ik stop mijn neus in het shirt. Ruik mijn bergzweet. Krijg het beeld van de steile bergweg voor me. En geniet. Als u nu denkt dat ik fetisjist of gek ben geworden, haak niet af.
Op 4 juni stond ik op de flanken van de Alpe’Huez. Om veertienhonderd fietsers aan te moedigen. Zij beklommen op één dag zo vaak mogelijk deze loodzware berg. Als het even kon zes keer! Want de tocht heet Alpe d’HuZes. Doel: zoveel mogelijk geld voor KWF Kankerbestrijding bijeen fietsen. Álle deelnemers hebben iets met de gevreesde ziekte kanker. In veel verschillende vormen sloeg de ziekte in eigen leven of omgeving toe. Kankerpatiënten fietsen mee, nabestaanden, familieleden van terminale patiënten, collega’s. Woensdagavond 3 juni speelde in een reuzetent aan de voet van de berg geschiedenisleraar Peer van Putten (Oosterlicht College, Nieuwegein) een eigen stuk op sopraansax. Tweeduizend toeschouwers. Peer verloor twee jaar geleden zijn vrouw Brechtje aan kanker. Eén van zijn vier kinderen overwon de ziekte op jonge leeftijd. Op 30 mei had Peer hetzelfde stuk op de begrafenis van zijn leerling Hassan Abba (16) gespeeld. Hassan kon de strijd tegen kanker niet winnen. 'Maar hij wilde ook na zijn dood doorknokken', hoorde ik. 'Die berg is een metafoor voor de strijd die je voert', leerde ik die avond in deze mega-zelfhulpgroep. Troost aan de voet van een col Eerste Categorie.
Het motto van de tocht (opgeven is geen optie) werd waargemaakt. Meer dan vijf miljoen euro bijeen gefietst. Ik stapte op de fiets om een paar van de 21 bochtjes lange berg te fietsen. Reed een stukje op met Jan Mol (62) uit wielerdorp Sint Willibrord. En dacht: nog een paar bochtjes dan... terug. Dat werden zestien bochtjes stoempen en ploeteren. En toen reed deze ongetrainde, ouwe man in foeilelijke fietsstijl naar de top. Na iets meer dan twee uur arriveerde ik. Meer dood dan levend. Met dank aan Jan Mol. Dit stoere verhaal moet ik even kwijt. Al slinkt het bij alle aangrijpende verhalen over de strijd tegen de levensbedreigende ziekte. Bloedserieus. Aangrijpend. Aan de voet van die berg bij Bourg d’Oisans. Peer van Putten reed ‘m vijf keer!
(10 juni 2009)
NADIA MOET EEN NEKSCHOT KRIJGEN
Nadia Laiti woont in de buurt van Utrecht. En is van Marokkaanse herkomst. Ze is getrouwd met Robin, Surinamer. Nadia en Robin hebben twee kinderen. Afgelopen zaterdag was Nadia te gast in Rondom 10. Daarin ging het, niet voor het eerst, over ‘de Marokkaanse kwestie’ waar ons land en onze regio nog niet vanaf zijn. Wat is die kwestie? Dat een deel van Marokkaans Nederland er in de opvoeding een ongehoord zootje van maakt.
Het was een zeldzaam tumultueuze uitzending. Spannend, chaotisch, temperamentvol. Uitsluitend Marokkaanse Nederlanders te gast. Televisie waar je je als kijker zó aan kon ergeren dat je wegzapte. Of aan de buis gekluisterd bleef. Zo fascinerend was het. Nieuw in deze Rondom 10 was dat slachtoffer-redeneringen bij drie van de gasten achterwege bleven. Discriminatie en racisme werden niet genoemd als verklarend excuus voor misdrijven.
Nadia was een van de drie. Een verademing. Ook voor een journalist als ik die vorige week met verbazing eigen reportages van zestien jaar geleden bekeek. Wat horen de Riffijns-Berberse Marokkanen al heel lang hardnekkig niet bij Nederland. En wat zijn we weinig vooruit gegaan.
Nadia geeft weerbaarheidstrainingen -mentaal en fysiek- aan conducteurs, slachtoffers van loverboys en kinderen. En vaak hoort zij mensen zeggen: 'Ik voel me belaagd, vernederd en agressief bejegend door jonge Marokkanen'. Nadia’s hoofdboodschap is: de daders hard aanpakken. Maar ze kent ook de nuance. Ziet dat openbaar vervoer-personeel soms al bij voorbaat uitgaat van de slechte intentie van jongens met een Marokkaans uiterlijk.
Nadia is een moedige vrouw. Waar de Marokkaanse gemeenschap trots op zou moeten zijn. Maar ze werd door een groot deel van het Rondom 10-publiek verguisd. Mede omdat ze een Surinaamse man heeft? En op de website marokko.nl las ik na de uitzending dat zij een rotkop heeft. En een kutstem. En dat zij gevloerd moet worden. Om daarna een nekschot te krijgen. Nadia deed gisteren aangifte op Bureau Paardenveld.
Ik wil Nadia zeggen dat ik haar een held vind.
(3 juni 2009)
HOOGMOED EN
HEBZUCHT AAN
DE CROESELAAN
De stad heeft een nieuwe skyline! Vanuit het noorden zie je ‘m mooi vanaf de A 27, bij afslag Utrecht Noord. De Dom kreeg gezelschap van twee half ronde, half ovale torens. Aan de Croeselaan. De nieuwe Rabobank. Hoogmoed heet de ene toren. En de andere, die wat gedraaid staat, gaat Hebzucht heten. 'Samen zijn ze optisch één door de glazen facadegevel, die als een voile om het gebouw is gedrapeerd'. Zegt de Rabobank-website. De mammon, denk ik, het christelijk symbool voor ‘beheerst worden door geld’.
Hoogmoed en Hebzucht haalden gisteren hun hoogste punt. 105 meter. Het traditionele pannenbier geschonken. Maandag, op de bouwplaats, werd ook ik gegrepen door het vakmanschap van de bouwcombinatie Heymans/Van Eesteren, van Wolter & Dros (Amersfoort), Croon Installaties (De Meern). Wat een kwaliteit. Mag een cent kosten. Honderddertig miljoen. Opgebracht door honderdduizenden Nederlanders die te veel voor hun hypotheek betalen. Om het maar eens helder te zeggen. Op een, vooral onder regie van de Rabobank, totaal dolgedraaide Nederlandse huizenmarkt. Twee weken geleden meldden de voorspellers in de oudbouw aan de Croeselaan plots een huizenprijsdaling van vijf procent in 2009. Een half jaar geleden -we zaten al lang en breed in de crisis- repte de Rabo-propaganda nog dat de huizenprijs dit jaar met drie procent zou stíjgen. Hecht u nog gezag aan bankpersoneel in Hoogmoed en Hebzucht?
Op 2 februari sprak Rabo’s hoogste baas Bert -kleurspoeling- Heemskerk achthonderd vermogende Rabo-klanten in Noordwijkerhout toe. Plaatste vraagtekens bij de hoogmoed en de hebzucht die in de mensen gevaren zouden zijn. Maar Bert had het niet over het ‘slijk der aarde’. Hij sprak als filosoof. Met een mooi alledaags voorbeeld van hebzucht: 'Ik heb bijvoorbeeld vijf scheerapparaten.' Bert scheert zich binnenkort op de 26e verdieping van zijn toren Hoogmoed. Of in de Hebzucht. En kijkt dan neer op de twee minaretten van de ULU-moskee aan de Kanaalstraat, verderop, die in 2011, 44 meter hoog naar Allah zullen reiken. Elders reikt de Dom zeven meter hoger dan Hebzucht en Hoogmoed. Naar God. Zo bezien zijn ze best nederig bij die Rabobank.
(27 mei 2009)
MIJN HOOFD IS TE BREED VOOR BURGERZAKEN
Maandagmiddag liep ik het drukke Bureau Burgerzaken binnen voor een nieuw paspoort. Ik trok volgnummertje D 256 en verdiepte me in de Woningkrant Regio Utrecht. En daarna in de NL 30, een gratis hip uitgaansblad. In de woningkrant las ik dat je aan De Lessepsstraat voor zo’n karaktervolle Zuilense huurwoning 499 euro per maand betaalt. En dankzij NL 30 weet ik nu dat Sofie van den Enk van RTV Utrecht niet tegen drank kan.
Drie kwartier later klonk het zoemertje voor D 256. Bij loket 14 werd ik geholpen door een vriendelijke ambtenaar. Ik overhandigde het oude paspoort en een pasfoto. Ze fronste haar gezicht. 'U heeft…, uw mond niet, op de voorgeschreven wijze, helemaal dicht.' 'Dichter dan zó kan ik mijn mond niet doen', floepte ik er uit. En slikte in: 'Mijn lippen verder op elkaar kan niet vanwege een handicap'. De vriendelijke Burgerzaken-ambtenaar zag een kleine, niet toegestane, schaduw tussen mijn lippen. Waarop de collega van loket 15 een handje hielp. 'Voor paspoort of rijbewijs?' Oei. Bij het door mij uitgesproken ‘paspoort’ zag ik dat het mis was. 'Maar dichter op elkaar kan ik mijn lippen echt niet doen', bracht ik nog uit. 'Ik zal dit moeten voorleggen aan mijn leidinggevende.' Na een paar minuten was zij terug. 'Het is goed.' Mijn zucht van verlichting hield ik verborgen. Ik zette mijn handtekening. Mét de foto werd die in een gecomputeriseerd plastificeringsapparaat gelegd. Dat prompt dienst weigerde. 'Het systeem geeft aan dat uw hoofd te groot is afgebeeld op de foto. De juiste omvang staat in de regels.' Het kwam uiteindelijk -nieuwe pasfoto’s en veel berichtgeving over hippe stadgenoten en mooie Utrechtse huurwoningen verder- twee uur later goed met, inmiddels, volgnummertje D 287.
Voor me ligt nu de afgekeurde foto. Ik heb een lineaaltje bij de hand en ben even een karakter uit Het Bureau, Voskuils dikke roman over mensen in een ambtelijke omgeving. Het klopt, meet ik. Mijn gezicht is 21 millimeter breed. Terwijl de folder Fotomatrix model 2007 met ‘acceptatiecriteria voor de pasfoto’ meldt: van ooraanzet tot ooraanzet mag het gezicht maximaal 20 millimeter breed zijn afgedrukt.
(20 mei 2009)
EENZAAM MAAR NIET ALLEEN
Vorige week eindigde dit stukje met de mails en brieven die Rondom 10 ontving na de aflevering van 2 mei ‘Mensen als Karst T.’. Afgelopen zaterdag ging Rondom 10 opnieuw over de eenzame, stille, gekrenkte, woedende, wanhopige medemens. Over mensen die het gevoel hebben dat ze er niet meer tegen op kunnen. Wéér honderden mails en telefoontjes.
Ook uit deze stad. Marco is 20, woont in Overvecht, studeert. Zeker in de lente merkt hij dat hij anders is dan anderen. Mensen die lachen en plezier maken. Marco is autistisch. Hij schrijft: 'Zelf ben ik zeer afgezonderd. Er gaan maanden voorbij zonder dat ik vrienden heb. Dan voel je je onbegrepen en snap je niet dat anderen nog kunnen genieten. Wat een leven zeg'. Mensen als Marco worden vaak afgestoten door mensen die zich wél sociaal redden, schrijft hij ook. Van Dolf Hautvast hoorde ik dat een groep stadgenoten 29 april tot ‘Dag zonder Eenzaamheid’ wil uitroepen. Mét de oproep je een jaar lang om geïsoleerd levende medeburgers te bekommeren. Voorlopige naam van het initiatief ‘Eenzaam maar niet alleen’. Ik kreeg bericht van Malou Saat. Van Sensoor Utrecht, de oude SOS Telefonische Hulpdienst (0900-0767). Malou wil het niet hebben over de weerbarstige instanties en de ingewikkelde verzorgingsstaat waar je de weg in kwijt raakt, bron van veel wanhoop. 'Eenzaamheid is deel van de condition humaine, het hoort erbij, bij ieders leven', schrijft ze. Mensen zijn dat vergeten. Zo voelen ze zich met hun eigen eenzaamheid en die van anderen ongemakkelijk. Mee eens. Ik was er zo een, ging een tijdje op zondagen de deur niet uit. Te trots om tijdens lange weekenden in mijn eentje mijn masker te laten vallen en ‘voor de gezelligheid’ elders aan te schuiven. Dan liever een beetje wegrotten in mijn eentje.
Zou ik bijvoorbeeld naar Resto VanHarte zijn gegaan, waarover Fred Beekers mij schreef? Een recent initiatief tegen isolement en sociale uitsluiting; wijkgenoten die elkaar ontmoeten tijdens de gezamenlijke driegangenmaaltijd. 'Want', schrijft Fred, 'teveel mensen leven langs elkaar heen'. En toch, denk ik, dat ik niet zou zijn gegaan. Ik hoor bij die stronteigenwijze mensen die liever stil achter de voordeur blijven. Trots…
(13 mei 2009)
DE STILTE KOERDE, KRAAKTE EN SCHOLD
De bladeren van kastanjes en platanen op het Domplein ruisten. Stilte van duizenden. Waar kort ervoor de machtige Salvatorklokken van de toren over plein en binnenstad galmden. Een andere binnenstadsklok beierde nog even door de beginnende Domplein-rust heen. De Willibrord? De Nicolaas? Een koerende duif op 4 mei.
Veel stilte meegemaakt de afgelopen dagen. Wat moet je anders met al die machteloos makende berichten geladen met verwarring, verbijstering, onbegrip? Praten? Ja, dat deed ik tussendoor. Maar zwijgen lijkt geschikter om machteloosheid te tonen. Vrijdagavond in de Grote Kerk van Apeldoorn. Met vijfhonderd anderen. ‘Troost in leegte en gemis’ gaven dominee Visser en pastoor Zemann als motto mee aan de samenkomst. Na het Bachkoor was er een stilte van wel vier minuten. Vijf? Zouden de geestelijken denken dat er een recht evenredige relatie bestaat tussen de lengte van de stilte en de hoeveelheid troost die je eruit put? Ik denk zelf van niet. Wel dat met hoe meer mensen je stil bent, hoe mooier het is. Dat zóvelen hetzelfde lijken te voelen als jij! Een vurenhouten plank in de kerk kraakte.
Zaterdagavond was ik even stil in Rondom 10. Bij het verhaal van Sidney Stacie ('Ik ben zelden boos.') die Wilfrido Plantijn van zijn dansgroep in Apeldoorn verloor. Zondag stil in Galgenwaard. Voor de slachtoffers van Karst T. Twintigduizend mensen. ‘Kanker-Feyenoord’, schalde een stem na dertig seconden. Waarna een Feyenoord-aanhanger: ‘Kanker-Utrecht’. We zouden één minuut stil zijn. En haalden 45 seconden niet. De scheidsrechter blies de stilte voortijdig af. Wie vaker een stadion bezoekt, kon door déze stilteverstoring niet geschokt zijn.
Waar ik gisteren stil van werd? Van honderden mailtjes die de redactie van Rondom 10 ontving. Veel berichten van eenzame, stille, gekrenkte, woedende, wanhopige Nederlanders. Die een donker bestaan lijden. En zich herkennen in de figuur van Karst T. Ik las: 'Ik heb niemand om mij heen. Ik praat bijna nooit en ken mijn eigen stem niet meer. Ik ben altijd thuis met alleen mijn computer'. Wat gaan wij hieraan doen? Wat ga ik hieraan doen? Behalve stil zijn?
(6 mei 2009)
OORLOG IS VOETBAL IN DE 5e KLASSE G
Er stond veel op het spel. Luidt het trainersjargon. Batavia’90 - Sporting’70, in de 5e klasse G, afdeling Utrecht. Batavia uit Lelystad dichtbij het kampioenschap! Het Utrechtse Sporting bijna in de nacompetitie! De zon kwam door, de zwaluwen vlogen over en Lelystad lag er deze lentezondag mooier bij dan… je zou verwachten. Driehonderd toeschouwers. Ook ik. Trots dat onze zoon (17, nog A-junior) opnieuw met Het Eerste mee mocht. En ‘op de bank’ begon.
Bij rust 1-1. De ploegen aan elkaar gewaagd. In de tweede helft Sporting sterker. Batavia teruggedrongen. Toen brak Sporting-spits Dimitri kansrijk door. Zou scoren. Werd gevloerd. Penalty. Geen twijfel mogelijk. Dimitri concentreerde zich. Batavia’s laatste man Dennis probeerde, intimiderend, op zijn tenen te staan. Toch scoorde Dimitri beheerst. Waarop Sporting-spelers aan de zijlijn met arm- en vuistgebaren hun triomf toonden. Uitdagend. Zoals ze op tv zien: sarrend juichen naar het thuispubliek.
Daarna liepen moedwil en misverstand door elkaar.
Een oudere Batavia-supporter woedend: 'Ga ergens anders juichen.' Gaf Sporting-middenvelder Tim een duw. Laatste man Jeffrey riep: 'Hou op, anders sla ik die bril van je gezicht.' Dat liet Batavia-doelman Rodney, zoon van de oudere man, niet over zijn kant gaan. Hij snelde toe. Trapte Jeffrey in de rug. Klappen vielen. Trainers, grensrechters, toeschouwers susten. Gooiden olie op het vuur. Een kluwen vechtende mannen op een mooie zondag. 5e Klasse G. Een huilend kind. Rennend maakten Jeffrey, middenvelder Tim en vleugelspeler Rick zich uit de voeten. Maar Rodney ('Mijn vader is geslagen.') maakte jacht op de Sporting-spelers. Tim kreeg klappen. Jeffrey en Rick vluchtten de woonwijk in. Via Getijdenlaan en Ebstraat de Vloedstraat in. Op nummer 40 een open voordeur. Bewoner Yoram kluste aan zijn auto. Doodsbang rende Jeffrey - 'Pak ‘m', riepen zijn belagers- naar binnen. En belde de politie.
Ik dacht over onze zoon: als ie maar geen voetballer wordt, ze schoppen ‘m misschien half dood. Volleybal, tennis, atletiek, een potje toepen. Alles beter dan dit. 'Je bent zo onbeschermd', verzuchtte onze zoon laatst. Maar hij is, net als zijn vader, een echt voetbaldier.
(29 april 2009)
WOLFSEN NET VAN GAAL, MAAR DAN AARDIGER
Zelfspotloze, feministische vrouwen ergerden zich aan mijn borsten-column van vorige week. Ik betoogde dat veel hardlopen slecht is voor mooie vrouwenborsten. 'Wat een vreselijke man, net of híj er lekker uitziet', luidde op de loperswebsite Losse Veter een Paarse Tuinbroek-poging tot demonisering van deze journalist. Alsof ík er wat aan kan doen dat ik man ben. En columnist met een mening. Persbreidel dreigde! Vrijheid van meningsuiting in gevaar!
Maar goed. Nog even De Kwestie. Vorige week dinsdagavond laat -een paar uur na het inleveren van mijn Borsten-stukje- interviewde ik burgemeester Wolfsen in Met het Oog op Morgen, radio1. Hij toonde zich, zoals de stad hem kent: correct, goed formulerend, luisterend en betogend. Maar gaande het gesprek van tien minuten werd Wolfsen feller dan ik hem ooit meemaakte. De strekking van de kritiek op zijn persoon betitelde hij als ‘gif’ en ‘insinuaties’. Verontwaardigd was hij over de aanval op zijn integriteit. 'Als je je hier niet tegen verweert, ben je als burgemeester geen knip voor je neus waard', zei hij boos. Aleid was pissig. Maar dat is die man nóóit. Welke Utrechtenaar maakte de burgervader in de afgelopen anderhalf jaar boos mee? 'Hij wenst perfect te zijn', hoorde ik gemeenteraadslid Kees Verhoef donderdag analyseren.
Het riep bij mij de vraag op: wat vind ik van mannen die perfect willen zijn en vechten als leeuwen vóór eer en tégen hen aangedaan onrecht? De toon van Wolfsen in ‘het Oog’ lag in het verlengde van de klap die Van Gaal zaterdag tegen de NOS-camera gaf. Dat gezeik van dat journaille moet maar eens afgelopen zijn! Dachten Van Gaal en Wolfsen. Van Gaal is een straatvechter, een beest, een beetje naar. Wolfsen …een gentleman, aardig. Wat ze gemeen hebben: een missie. Streven naar perfectie. Én: de regie willen behouden. Lukt dat niet? Dan worden ze pissig. Ik hou wel van dat soort. Omdat ik zelf precies zo’n driftkikker ben.
In de gemeenteraadsvergadering was er weer de gentleman Aleid Wolfsen. Keurige excuses. Van mij mag u nog wel eens op uw gezicht gaan, mijnheer Wolfsen. En daarna boos worden. Net een echt mens!
(22 april 2009)
HARDLOPEN IS SLECHT VOOR MOOIE BORSTEN
In de stad en in De Meern zinderde maandag de loop-opwinding. In abominabele stijl en na een weinig trots stemmend aantal minuten ging ik over de streep. Waar burgemeester Wolfsen mij, na mijn 10 kilometer, enthousiast toeriep! Wist hij toen al van die kritische stukjes?
Genoeg over de burgemeester. Er was zoveel moois op deze tweede paasdag. Vrouwen! Waar ik tijdens mijn inspanning op de ‘10’ natuurlijk geen oog voor had. Eenmaal thuis, met pijnlijke kuiten onderuit gezakt op de bank, keek ik naar de TV-Utrecht live reportage. Haalde mijn schade in. Zag de finish van de halve marathon. Sarah Jeriwoi (19, Kenia) werd eerste. Nadja Wijenberg (45, Nederlands-Russisch) tweede en Julia Ruban (Oekraïne) derde. De overeenkomst tussen deze drie vrouwen: nauwelijks borsten. Ook bij de latere huldiging in de Jaarbeurshal bood TV-Utrecht mij gelegenheid mijn stelling ‘hardlopen is niet goed voor vrouwenborsten’ te toetsen.
Die aandacht voor de borsten van vrouwelijke lopers is, behalve normaal voor het soort mannen waar ik bij hoor, opmerkelijk. Mijn fascinatie ontstond in de sporthal van Linschoten, kort voor de jaarlijkse Linschotenloop, in december 2006. Lopers schamen zich niet zich in een grote hal om te kleden. En daar gebeurde het. In het gekrioel voorafgaand aan de loop zag ik plots de blote borsten van een tanige kleine vrouw, een echt hardloopster-figuur. Temidden van duizend zich omkledende andere lopers. Maar waren dat nog borsten die ik zag? Dat was bijna niets meer. Dat waren twee theezakjes. Gebruikte en inmiddels uitgedroogde theezakjes! Maar de vrouw is toch niet uitgerust met van die prachtige kenmerken om ze er af te lopen? Bedacht ik mij in dezelfde flits waarin ik haar bescheiden voorgevel aanschouwde. Veel lopen leidt -minder vetweefsel- dus tot een veel kleinere bos hout voor de deur.
Na die waarneming legde ik de vrouw in míjn bestaan -rondborstig, houdt van lopen- uit dat ik liever een weinig lopende vrouw mét dan een veel lopende vrouw zónder borsten in mijn omgeving heb. Ik ben een geluksvogel. Want zij kan zich alles bij mijn wens voorstellen.
(15 april 2009)
MOUNIA PAREL VAN NIEUW NEDERLAND
Met de feestdagen kregen we altijd ijs, nu woon je in het paradijs. Groep 5 van de Piramideschool in Zuilen dichtte maandag over Mounia Pravisani-Baabbi. Een massa mensen in wit nam afscheid van haar. De dood kwam ook deze keer als een dief in de nacht. Mounia verongelukte met haar vriendin An Sadhoe op de eerste mooie lentedag. Sting’s How fragile we are kwam uit de boxen. Grote foto’s van deze prachtige vrouw op een scherm.
Mounia was zo’n parel van het nieuwe Nederland. Ze hoorde bij de Marokkanen, de Nederlanders, de Italianen. En ze was young, wild en free. Een leven vol dansen, feesten, reizen. De Rotterdamse meid Mounia maakte zich, 15 jaar oud, los van haar traditionele Marokkaanse familie. Trok naar Utrecht. Ik leerde haar kennen bij haar pleegouders Bernard Tomlow en Catherine Steijn. Een puber die toen al was wat haar zoon Mauro maandag zei: 'Zo vrij als een vlinder, zo heldhaftig als een leeuw.' Op haar brommertje zag ik haar de straat in scheuren. Brutaal, leuk, uitdagend lachen. Snoof het liberale Nederlandse milieu waar ze terecht kwam, op. Zocht de grens. En vond daar een nazaat van een Italiaanse ijsmakers-familie, Moreno Pravisani. Won met hem Ron’s Honeymoonquiz en kreeg twee zonen.
In 1954 waren opa en vader Lio ijssalon Roma begonnen. Op de hoek van de St. Bernulfstraat en de Van Tuyllkade. In 2000 werden Mounia en Moreno eigenaar. Honderdtwintig ijssmaken. Experimenteren met dropijs, kauwgomijs, tomaatijs. Maar ík ging voor hazelnoot! Preciezer: voor de Coupe Hazelnoot Royal. Mounia was een van mijn journalistieke bronnen. Ze informeerde me over de subtiliteiten van de traditionele islamitische cultuur. Ze duidde de trouw van haar ouders’ generatie aan de traditie. En bracht begrip op voor de moeizame kanten van de ‘eer en schaamte’-cultuur. Die botst met de Nederlandse recht-toe-recht-aan eerlijkheid. Altijd proberen te begrijpen hoe het zit. Met imam El-Moumni, met de straaterroristjes, met de positie van de vrouw. Serieus dus. Het gezicht ook van de Astmafonds-campagne.
Ik hoop dat Geert Wilders over Mounia’s geschiedenis leest. Zóveel zorgen hoeft ie zich niet te maken over Nederland.
(8 april 2009)
TINI HEEFT JEZUS IN HAAR HART
Een beeld uit dit stukje, twee weken geleden. Ik -miserabel, koortsig- sta wankel, in mijn sloffen, op het kokosmatje bij mijn voordeur. En stuur een collectant weg. Even later bedenk ik dat je dát toch niet doet. Het daarop volgende schuldgevoel schreef ik van me af onder de kop: ‘Geef voor een kinderhuis in Brazilië’. En vroeg de afgewezen collectante zich bekend te maken.
Zij meldde zich! Tini van Walstijn is de vastberaden vrouw die iedere dinsdag- en vrijdagavond met cd’s van een tientje de Utrechtse huizen langs gaat. De opbrengst gaat naar arme mensen in Brazilië en Burkina Faso. Tini: 65 jaar, door een spierziekte niet zo goed ter been, drie kinderen, bijna zeven keer oma. En lid van de kleine Evangelische Gemeente Ruth. Maandag was ik bij Tini op bezoek in haar huis bij het Julianapark. Kocht er de cd met pianomuziek van haar mede-gemeentelid Karel Asberg. Nu wél…
En luisterde naar Tini’s verhaal over de cd-actie die wortelt in Ruth. Deze Gemeente werd in 1960 opgericht door Neeltje Bouw uit de Leistraat in Wittevrouwen. 80 leden. Tini werd lid. 'Ik kreeg het inzicht aangereikt dat Jezus wilde wonen in mijn hart. Ik ging zoeken en kwam bij Ruth terecht.' Iedere zondag zingt en bidt zij in de Synagoge aan de Springweg. In de synagoge? Dat zit zo. In de jaren tachtig kocht Ruth de leegstaande synagoge. De gemeenteleden restaureerden dit Joodse erfgoed uit 1926. En hernoemden de synagoge tot Broodhuis, een verwijzing naar Bethlehem. Joden en Christenen verbonden? Iedere zondag om 10 uur dienst. 'Een grote familie', zegt Tini.
Tini’s ervaring: mensen staan open voor haar evangeliserend woord als ze horen van de concrete hulp. Echtgenoot Theo vult aan: 'Het is een opdracht van God.' Op de plattegrond van Utrecht houdt Tini met viltstift bij welke straten van de stad ze heeft ‘gedaan’. De héle stad sinds 1980. Eerst met dichtbundels van Neeltje Bouw. Nu met cd’s. Twee avonden per week op de brommer naar weer andere straten. Gemiddelde verkoop per avond: zeven cd’s. Óók onze ontmoeting is volgens Tini 'een wonder van de Heer'.
(1 april 2009)
RENÉ (CNV) EN AGNES (FNV) DELEN MILJOENENBONUSSEN UIT
Soms zie ik René Paas in de stad fietsen. Of Agnes Jongerius boodschappen doen. CNV- voorzitter René heeft een hippe fiets, geen hip kapsel. FNV-voorzitter Agnes heeft vaak mooie jurken aan. Agnes en René vormen de top van de vakbeweging. Mag onze stad blij zijn met deze vakbond-vips als inwoners?
Enkele FNV- en CNV-vakbonden van Agnes en René gaven in 2007 enorme prestatiebonussen aan investeringsmanagers van Alpinvest: 154 miljoen euro! In de marge van de kredietcrisis bleef het tot nu toe stil over dit schandaal: syndicale dienstverlening aan de graaiers van het Internationale Flitskapitaal. Geld van FNV- en CNV-leden!
Dat zit zo. Uit de pensioenfondsen ABP en PGGM (nu PFZW) werd, met toestemming van FNV- en CNV’ers in het bestuur, 40 miljard euro vrijgemaakt voor dochter Alpinvest. Dit is een sprinkhaanfonds, een durfinvesteerder die maar liefst vijftien procent rendement moet maken. Onder andere door bedrijven op te kopen en te belasten met enorme schulden, inclusief woekerrente. Uiteindelijk wordt het leeggehaalde bedrijf doorverkocht. Zo gaf Alpinvest honderden miljoenen aan een ander sprinkhaanfonds, Apax, om krantenbedrijf PCM te kunnen leegzuigen. Wat lukte. Andere grote Nederlandse bedrijven die door Alpinvestsprinkhanen werden overgenomen: Stork, Vendex KBB (Bijenkorf en Hema), NXP (de chipdivisie van Philips), afvalbedrijf AVR-Van Gansewinkel, Unilevers diepvriestak, buizenfabriek Wavin.
FNV-Agnes zei gisteren voor het Catshuis: ‘Ik wil ruimte voor de pensioenfondsen’. Ruimte om nóg meer te speculeren met de pensioen-miljarden? CNV-René schreef op zijn weblog dat bankdirecteuren als boetedoening hun bonussen moeten wegschenken. Welke boete doen Agnes en René binnenkort zelf voor deze bonussen? Of halen deze gezaghebbende Utrechtenaren de miljoenen terug?
Trouwens, wat zou er inmiddels over zijn van die 40 miljard?
Toch eens vragen als ik René of Agnes in de stad zie...
(24 maart 2009)
GEEF VOOR EEN KINDERHUIS IN BRAZILIË
Vorige week lag ik vier dagen plat. Koorts en keelpastilles. Griep. Op een avond, rond half acht, ging de bel. Waarom niet in stilte blijven liggen? Als ze me echt nodig hebben, weten ze me toch te vinden. Maar de hele dag al niemand gezien.
Ik schoot mijn kamerjas aan, gleed in mijn sloffen en wankelde de trap af. Onderweg wist ik: dit móét een collectant zijn. Zo tussen 7 en 8 uur op een doordeweekse dag is ons Utrechtse straatje een eldorado voor collectanten.
'Dag mijnheer', sprak een vriendelijke vrouwenstem vanuit het donker. De vrouw hield haar hand en een cd omhoog. 'Wilt u een cd kopen? Mooie muziek voor 10 euro? De opbrengst is voor een kinderhuis in Brazilië.' Wat gebeurde er in die seconde die daarop volgde met mij? Ik, een koortsige oude man, witte benen in pantoffels. Staand op zijn eigen kokosmatje; het ongekamde haar van een dag lang zwetend in zijn mandje liggen. De vriendelijke vrouw keek met verwachtingsvolle ogen toe.
'Ik ben ziek. Daar heb ik nu geen tijd voor. Sorry. Kunt u een andere keer terug komen?' Aan haar lichaamstaal zag ik de schrikreactie. Maar ze herstelde zich. 'Oh, dat is goed.' Ze draaide zich om en liep langs de zijkant van ons huis terug naar het trottoir. Daar stond ik in de geopende deur. Koortsige kop. Met nu subiet een gapend schuldgevoel erbij. Slechts een bruut zegt immers ‘neen’ op zo’n verzoek. Ik sloot de deur en dacht: zal ik achter haar aan lopen en roepen: 'Ik wil wél een cd.' Nee, dit was geen junk met een fake-verhaal. Nee, hier werd de boel niet getild. Maar waarom wees ik haar dan zo bot af?
Zou ze trouwens links- of rechtsaf zijn gegaan? En, ach, ik kocht laatst Het Straatnieuws, suste ik mijn geweten. Ik schonk aan de Nierstichting-collecte. En aan mijn deurpost kleeft de meest recente Jantje Beton-sticker. Maar waarom zei ik niet spontaan: 'Hier die cd. Maakt me niet uit hoe ie klinkt. Ik pak een tientje en doe er een vijfie bij?'
Alleen in huis nam ik mijn verdorven karakter door. De poezen maakten niets goed. Liep naar mijn pc. En googelde op de begrippen kindertehuis, Brazilië en cd. Kreeg geen adequate informatie binnen. En met Utrecht erbij? Niks.
Zou de vriendelijke collectante zich kunnen melden? Mijn adres: grim@xs4all.nl.
(18 maart 2009)
KLUIZENAAR KYTEMAN: NIEUWE HELD
Kyteman werd groot in het Griftpark. In de buurt van halfpipe en basketbalveldje. 'Van mijn 13e tot mijn 17e hing ik er rond. Ik maakte er het begin van een vrije omgangsvorm tussen mensen mee.' Griftparkers herinneren zich Colin Benders (22 nu) als een wat gesloten jongen. Colin uit Sterrenwijk, later Overvecht en nu Vogelenbuurt, speelt trompet onder zijn artiestennaam Kyteman. Maakte geen opleiding af, verloor de greep op het bestaan, worstelde in de liefde, was onzeker over zijn muzikale toekomst. En blies zichzelf een perspectief!
Kyteman IS trompet. En leider van Kytemans Hiphop Orkest dat door het land toert: acht rappers, vier strijkers, drie blazers, bas, drums, toetsen. Hij speelde zich in no time tot de nieuwe muzikale held van onze stad. 'Ik zag over het hoofd dat het succesvol zou kunnen worden'. Staat morgen en vrijdag in Tivoli, in no time uitverkocht. Zijn cd The Hermit Sessions -drie weken uit- loopt als een trein. Kytemania?
Ik zag Kyteman laatst in de bogen van de poort tussen Tolsteegbrug en Manenburg zitten blazen (internetfilmpje op kindamuzik.net). Hoorde een losse noot, een melancholische riedel, een vibrerende toon. Gevoel. Zag een relaxte blik boven het blaasinstrument aan zijn lippen, cap dwars op het hoofd. Kyteman oogde als straatmuzikant. Het tafereeltje van de binnenstadbewoner die langs de singel haar hond Páááljáás uitliet, werd onder zijn trompettonen subliem Utrechts. Kyteman houdt van de stad. 'There is no place like Utrecht', schrijft hij op de hoes van de cd. En bedoelt de U-Town Scene, jonge muzikanten, vrij van naijver. 'Niemand in dat inspirerende rappers- en muziekgilde denkt één seconde over hierarchie.'
De gesloten Griftpark-Colin trok zich met de twee rappers Paradox (Hein) en ReaZun (Ben) terug in Overvecht-Noord. ‘Kluizenaars’ (hermits) in een 10-hoog flat aan de Kasaidreef. En maakten er de cd, instrumenten ingespeeld op synthesizer. Alle krantenstukken en interviews de afgelopen weken? Bijzaak. Hij is nu muzikant met enorm orkest. Waar Colin een polonaise-gevoel van krijgt. Ik zie uit naar de trompetsolo in We know You know.
(11 maart 2009)
HOEREN, HOMO'S, KUT EN KANKER
Op de melodie van ‘Guantanamera’ blèrde de oranje-massa ‘Kut-kanker-Duitsers, het zijn die Kut-Kanker-Duitsers, Kut-Kanker-Dui-ui-uitsers’. Op 18 juni 1992 stond ik in het Ulevi Stadion in Göteborg in die massa. EK ’92. Nederland-Duitsland.
De beschaving ís al ten einde, verzucht ik soms tegen vrienden die zelden een stadion van binnen zien. Soms relativeer ik: 'Ach, slechts puberale provocatie'. Al valt dat moeilijk vol te houden bij de aanblik van een kale dertiger mét drankkop en opgefokte cocaïne-ogen vol haat.
Afgelopen zondag, tijdens FC Utrecht-Ajax, viel het mee. En dat bedoel ik niet cynisch. Voor wie er niet bij was een kort verslag. ‘En wie niet springt, die is geen Jood’, yelden vijftienhonderd springende Ajax-supporters vanuit hun supportersvak. ’Hamas, Hamas, Joden aan het gas’, zong de FC-aanhang vanaf de Bunnik-zijde terug. Maar toen de stadionspeaker de supporters waarschuwde, viel het, braafjes, stil. Waarop de Ajax-aanhang: ’Het zijn homo’s echt, echt; dèèè homo’s van Utrecht’. Na een overduidelijke overtreding van Utrecht-speler Cziommer waar scheidsrechter Luinge voor floot: ’Luinge is een kankerjood’. En even later, na opnieuw een arbitrale dwaling, in ‘onze’ ogen: ’Luinge is de hoer van Amsterdam’. Waarop de Ajax-aanhang een simpel en herhaald antwoord had: ‘Kanker Utrecht’.
Ik schrijf dit niet op om u te provoceren, maar te informeren. Deze voetbalkraker viel dus mee. De haat zinderde minder door de Galgenwaard dan, om er eentje te noemen, bij de FC-Ajax van 23 december 2001. Een wonder dat er toen geen doden vielen. Stil gehouden door de hele Nederlandse pers. Afgelopen zondag leek het -bij momenten- zelfs gezellig. Toen de Ajax-aanhang de Hebreeuwse kraker Hava Nagila (‘wees gelukkig’) inzette. En ‘Dit is mijn club’, van Kees Prins.
Ooit overwoog ik plechtig te zweren nóóit meer een Nederlands voetbalstadion binnen te gaan. Maar in vak A, gezeten tussen Henny en Jan, was ik tevreden dat ik nooit aan die overweging had toegegeven. Slappe zak die ik ben.
(4 maart 2009)
ASKRUISJE, BLAASKINKELS EN CRISIS IN LEEMPUT
De koude Oudenoord. Maandag. Ik mijmer over de stadsbus-conversatie waar Bachkenner Rob van der Hilst mij over schreef. Gehoord in Bus 3. De buslijn die, volgens Rob, 'de wereld van Oud en Nieuw Geld, Utrecht-Oost, met de wereld van de gewone Utrechters in Zuilen, verbindt'. Een keurige heer tegen zijn naast hem gezeten echtgenote: 'Wat is het verschil tussen kinderverkrachters, mensenhandelaren, HIV-prostituees en bonusbankiers?' Zij blijft stil. Waarop hij zegt: 'Geen'. Een harde, maar grappige tekst. Vindt Rob. Ik ook?
Ik wandel over de Monicabrug de verlaten, winderige Jacobsstraat in. Dan valt mijn oog op een stadsbus vol slingers en ballonnen. Ook de stadsprins rijdt met GVU, lees ik. Carnavalsvolk stapt uit. Kleuren, pauwenveren hoeden. Troms, tuba’s, trompetten. Tachtig uitgelaten carnavalsvierders achter orkest De Blaaskinkels. Voorop: Prins Martijn de 34e. Ik ben getuige van het wezensvreemde aan carnaval boven de rivieren. Een vrouw fietst langs. Verblikt of verbloost niet. De Jacobsstraat verder verlaten. Twee uur maandagmiddag. Het gezellige volk trekt de Oranjestraat in. Ik sluit me aan. Deze saaie man in spijkerbroek en corduroy jack loopt achter het Carnavalsvolk aan. Het gezelschap perst zich café Weerdzicht in. Trijn van Leemput, brons op haar sokkel aan de grachtkant, ziet hoe ik het café in word getrokken. En dan… De hááándjes de lucht in. De Blaaskinkels zetten, tèè-tèè-tèè, ‘Oh, was ik maar bij moeder thuis gebleven…’ in. Rocky Pauw zingt. Een glas bier wordt me in de hand geduwd. En in een oogwenk sta ik te hossen. ‘Wááát moe-oe-oet ik zóóónder jou…’ Na drie minuten heb ik vermoeide lachkaken. 'Zodra het minder gaat met de mensen is de behoefte aan carnaval groter', zegt trompettist Hans Heymans. Wég met al die crisis in Leemput!
Het gezelschap trekt naar De Zanzibar. De vrolijke klanken sterven weg. Ben weer een eenzame knakker in een stad boven de rivieren. En denk, paaps jongetje, aan het Aswoensdag-ritueel. Als u deze krant leest, is het zover. We halen Het Askruisje op ons voorhoofd. En horen: 'Gedenk, mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren'.
(25 februari 2009)
NIEUW GELD ZWEEG EN DREEF HUIZENPRIJS OP
Het moet vandaag over sneeuwklokjes gaan. Over sneeuwklokjes in onze voortuin. Over de betoverende Sneeuwklokjeslaan in Amelisweerd. Zouden sneeuwklokjes, met dat hangende witte kopje, zich eigenlijk voortplanten? Nee. Vermoed ik. Ze komen uit een bolletje. En één sneeuwklokje-bolletje kan niet plots twéé sneeuwklokjes-bolletjes worden. Maar goed. Ik kan net zo goed de hyacint op de vensterbank behandelen. Of de bloeiende toverhazelaar. Gele bloemetjes. Kondigen de lente van ver aan. Maar eigenlijk… Eigenlijk wil ik over De Kwestie schrijven: het zootje in de financiële wijde wereld. De natuur houdt u te goed.
Neem de huizenmarkt. Bij de Rabobank, aan de Croeselaan, zeggen ze er alles van te weten. Rabo-topper Wim Boonstra sprak vorige week op Business News Radio tot drie keer toe bezwerende woorden : 'De woningmarkt stort niet in'. Zou het waar zijn? Of is hier sprake van de zoveelste Rabo-propagandaslag? Bruut die ik ben, val ik u lastig met een paar cijfertjes. Om te bewijzen dat u Boonstra’s waarheid ernstig moet betwijfelen. De opgetelde inflatie tussen 1982 en 2009 bedroeg 75 procent. De huizenprijs tussen ’82 en 2009? Die steeg landelijk met 290 procent. En in de regio Utrecht met meer dan 330 procent. Dát is de mega-luchtbel in de huizenmarkt. Met tientallen procenten zal de huizenprijs dalen.
In de periode 1982-2009 hoorde ik nooit één Rabo-econoom pleiten voor het afremmen van die extreme prijsstijgingen. Bijvoorbeeld door de huizenprijs op te nemen in het inflatiecijfer. Inflatie (prijsstijgingen)? Decennia pleitte het economen-volk voor beteugeling. Maar dezelfde economen en bankiers kwamen woorden tekort om de zegeningen van de duizelingwekkend oplopende huizenprijzen te bejubelen. Een zegening voor wie? Voor de banken en hun vrinden, de makelaars. Zuur en wrang voor mensen die de laatste paar jaar een te duur huis kochten. Minder zuur voor ‘oudere’ huiseigenaren. Zij werden slapend rijk en zullen hun virtuele rijkdom het komend jaar met tientallen procenten zien afnemen.
Ik ga weer sneeuwklokjes en toverhazelaars kijken...
(18 feb 2009)
OUD GELD AAN RIJNKADE 1
Rijmkade 1, Utrecht. Mét tikfout -voor de stadsdichter- staat het adres in een vorige week gepubliceerde lijst van de US Bankruptcy Court. Rijnkade 1. Volgens de Amerikaanse justitie de vestigingsplaats van Catharijne Investments CV, een van de duizenden slachtoffers van Bernie Madoff. Pijler van het Internationale Flitskapitaal. Bernie Madoff! New York’s pyramidefonds-bouwer nummer 1. Maakte wereldwijd investeerders 50 miljard afhandig. Van Catharijne Investments mogelijk 4,8 miljoen dollar.
Nummer 1 aan de Rijnkade.
Sloeg ‘t interieur nimmer gade.
En word nieuwsgierig naar wat zich in dat non-descripte pand op de hoek van de Mariaplaats afspeelt. Achter die altijd gesloten franjeloze vitrages. Grenzend aan het lelijkste stukje snelweg van de wereld. Met aan de zijgevel de drie reliëfs van Pieter d’Hont: ‘mijnbouw’, ‘transport’ en ‘energie’. Het beeld ‘Man met Stier’ van Paul Grégoire ernaast. De SHV van de familie Fentener van Vlissingen zetelt binnen. En Catharijne Investments van de familie zát er dus. Want die beheermaatschappij verkaste na de dood van Paul naar Langbroek. Zou ik er ooit binnen komen?
Ik sla het wondermooie aquarellenboek Grolmans Utrecht open. Dit weekeinde gekocht. Kwam met financiële steun van het Fentener van Vlissingen Fonds tot stand. Op pagina 110 een afbeelding van het woonhuis van steenkolenhandelaar H.A. van Beuningen. Grote genade. Nummer 1 aan de Rijnkade! De schoonheid van de Catharijnesingel in 1906. Een huis met 39 vertrekken. Voor gezin, inwonend personeel, gasten, logé’s. En voor het kantoor van zijn steenkolenhandel, voorloper van de SHV. Van Beuningen verzamelde aquarellen van Anthony Grolman. En was zijn opdrachtgever. Het schitterende pand met zijn majestueuze entree werd voor Hoog Catharijne gesloopt.
Oud Geld in aquarellen. Ik wil niet meer denken aan al die berichten over Nieuw Geld, de moderne speculanten in onheldere financiële ‘producten’, gebouwen en grond. Ik steek mijn kop in het zand van de Kunst. En ga vandaag naar de expositie van Grolmans werk in het Utrechts Archief in de Oude Rechtbank aan de Hamburgerstraat.
(11 februari 2009)
NIET ELKE UTRECHTENAAR IS HOMO
Zijn Utrechtenaren homo’s of inwoners van deze stad? Een kleine kwestie. Maar zo hardnekkig dat ie met enige regelmaat opspeelt. Vorige week hoorde ik mezelf uitleggen dat 'een Utrechtenaar een homo is'. En een Utrechter? Dat is een inwoner van deze stad. Ik vertelde het aan Ronald Kaper, jonge homo over wie ik vorige week schreef. En voor wie dit sappige verhaal nieuw was. Hij kon er om lachen. De anekdote doet het altijd goed. Inclusief het ‘die komp venâchter de Dom vendaon’ (waar ze hun broek achterstevoren dragen). Ook in de recente aankondiging van Pinkwin, een ‘roze’ spektakel, werden Utrechtenaren met homoseksualiteit in verband gebracht.
In het decembernummer van de Binnenstadskrant (een wijkblad) werd de kwestie door dominee Douwe Werkman opgerakeld. Ik raakte nieuwsgierig. En hoorde over de ban die Rotterdammer Ivo Opstelten ooit op het begrip ‘Utrechtenaar’ voor burgers van deze stad uitsprak. Op 7 juni 1996 gaf hij als Utrechts burgemeester het bevel: 'Voor eens en altijd zeg ik dat het Utrechter is en níét Utrechtenaar'. Want corpsleden bedoelen met Utrechtenaren homoseksuelen. En dús zou Utrechtenaar bezoedeld zijn.
Daarop sloeg ik het boek ‘De vollekstaol van de stad Uterech‘ open. Dat wondermooie boekje van Bernard Martens van Vliet. En las onder andere dat een Utrechtenaar óók een biljartterm is. Een van achteren geraakte bal…. De historie van de vervolgde homo’s hier ter stede wordt helder verwoord. Het is 1730. Twee mannen hebben in de Egmondkapel van de Domtoren anaal geslachtsverkeer. Een van hen krijgt de doodstraf: wurging. In de drie jaar daarna worden in het hele land zeventig homoseksuele mannen ter dood gebracht. Buiten de stad kreeg Utrechtenaar toen de bijkomende betekenis: homoseksueel. Maar ín Utrecht bleef Uterechtenaor hét woord voor inwoner van de stad. Al waren er dus corpsballen, een burgemeester en een hoofdredacteur (Van Heuven Goedhart van het UN in 1937) die voorschreven dat we onszelf Utrechter moeten noemen. Zij hadden het onjuist!
U en ik? Wij zijn Utrechtenaren. Of u nou holebi bent, of niet. Zeg het vanaf nu trots en luid!
(4 feb 2009)
UIT DE KAST
De relnicht rukt op. Homo’s als Gordon, Joling, Paul de Leeuw en hun nichterige tv-klonen zouden de emancipatie van holebi’s (een sappig Vlaamse afko voor homo’s, lesbo’s en biseksuelen) zelfs belemmeren. Na een Rondom 10 over ´De tv-relnicht´ raakte ik met gast Ronald (24) aan de praat. Hij kent de Utrechtse homo-wereld sinds hij vrijwilliger is in Club Rits (‘een begrip in gay-minded Utrecht’). Nou ben ik een rechttoe rechtaan hetero. Voor zover ik weet. Maar bovenal nieuwsgierig. Óók naar de Utrechtse homo-scene. Op een bezoek aan een Pann-feest na, onbekend terrein.
Ik spreek Ronald in het rustige café Chueca, aan de Oudegracht. Ooit de Roze Wolk. Hij werkt als procesmanager bij een vrachtwagenimporteur. Gaande het gesprek blijkt zijn eigen verhaal minstens zo belangwekkend als de staat van de Utrechtse homo-wereld.
Want Ronald kwam niet zomaar uit de kast. Dacht zijn puberteit lang verkering met een meisje te zullen krijgen. En dat het wel over zou gaan. Wat -natuurlijk- niet lukte. 'Waarom ik géén homo wilde zijn? Omdat het ‘anders’ is. Ik wilde en wil, als alle mensen, gewoon zijn. Vriendinnetje, huisje-boompje-beestje. Dan zoek je oorzaken waarom het met meisjes nooit lukte.' Als zijn beugel eruit zou gaan…, zou hij verkering krijgen. Dacht Ronald. Ontkennen. Wegdrukken. Er tegen vechten. Een jonge homo in het begin van de nieuwe eeuw. Hij spreekt in zorgvuldige bewoordingen. Openhartig.
'Nu heb ik spijt dat ik niet eerder naar buiten ben gekomen. Toen ik zestien was, merkte mijn vader dat ik homo-websites bezocht. Probeerde er voorzichtig over te praten. Maar daar stond ik niet voor open.'
Jaren later -hij was 21- probeerde zijn vader het opnieuw. 'Ja, pap, het is waar', bespaarde Ronald zijn zenuwachtige pa een lastige gespreksopening. Ouders trouwens, met wie hij een liefdevol contact onderhoudt.
En wat leverde de coming out op? 'Op internet en in het ‘ware’ leven zie ik veel onechte homo-relaties. Relaties bij hetero’s lijken geborgener, veiliger en vertrouwder dan bij homo’s. Maar ik ontleen hoop aan de spaarzame voorbeelden van duurzame, liefdevolle homo-relaties. Maar hoe ik daar later zélf mee zal omgaan….?'
Jonge liefde lijkt bij homo’s al net zo’n geploeter als bij hetero’s. Ik bedenk het me als ik Ronalds verhaal aanhoor. Zou het een troost voor hem zijn?
(28 januari 2009)
NOOIT IN TWEE AUTO'S TEGELIJK
Zijn we te optimistisch? Driehonderd miljoen verwachtingsvolle yanks vragen het zich af. Geïnspireerd door Sam Cooke’s A change is gonna come spreekt Obama over ‘The Change’. Mag ik dit aanvankelijk Amerikaanse, inmiddels mondiale, verlangen naar verandering even vergelijken met het verzet tegen het snelweg-plan door Rhijnauwen? Vijfentwintighonderd demonstranten zaterdag langs de Kromme Rijn!
Aan de A12 staat een torenflat van Rijkswaterstaat. Aan het begin van een winterse avond in 1979 keek ik er, vanaf de 22e verdieping, richting Oudenrijn. Onder mij het zwarte oppervlak van het Amsterdam-Rijnkanaal. Er omheen duizenden bewegende lichtjes in het duister. Dansende lichtjes in de oranje zee van Rijksweg-lantaarnpalen. Nederland spoedde zich huiswaarts. Over de A2, A12 en de fly-overs. Betoverd bekeek ik het schouwspel. En mijmerde weg. In stilte. Toen sprak de man naast mij, ir. Spoel van Rijkswaterstaat, de verpletterende filosofische woorden: 'De enige grens is dat een mens nooit in twee auto’s tegelijk kan rijden'.
Tijdens mijn betovering hadden we bijna vier miljoen auto’s. Nu bijna acht. Een les van de A27 door Amelisweerd: iedere opgeloste file leidt, vroeg of laat, tot een nieuwe file.
Afgelopen zomer stond ik in het tuinhuis van het ecologisch woonproject Het Groene Dak. In Voordorp. Honderdvijfentwintigduizend auto’s rijden er dagelijks langs. Sommige bewoners slapen slecht. Anderen hebben last van hun ademhaling. Ik duik in De weg van de meeste weerstand, het boek over de strijd om Amelisweerd in 1982.
En voorzie het volgende scenario. Die snelweg door Rhijnauwen gaat natuurlijk niet door. Maar de huidige A27 moet dan, bij Amelisweerd én bij Voordorp, naar twaalf rijstroken. Of zestien. Of op palen. De Zuilense ring acht banen! De A28 breder. De A12 nóg breder. Het Utrechtse volk pikt het niet. Ze krijgt vreugdeloze inspraakrondes. En vindt ruggegraatloze gemeentebesturen, ME-pelotons en een economie die mega-investeringen nodig heeft, tegenover zich.
Ik sluit me, een beetje tegen beter weten in, aan bij het onverbeterlijke optimisme. Van yanks én demonstranten aan de Kromme Rijn.
(21 januari 2009)
POOLNACHT BIJ VOLLE MAAN
De singel lag er in de nacht van vrijdag op zaterdag betoverend bij. Om drie uur stond ik boven in de Sterrenwacht. Het nachtelijke radio 1-programma Casa Luna vierde er haar vijfjarig bestaan. Keek in de richting van de Maliebrug. Geen fietser, geen wandelaar, een verlaten stad. Zag het rimpelloze water voor mijn ogen ijs worden. De maan was bijna vol. Binnen luisterde ik naar een schitterende solo op contrabas. En zag Saturnus, op een miljard kilometer. In de mooiste poolnacht van de winter. Het overvloedige maanlicht maakte het zwarte ijsoppervlak mysterieus. Bladerloze singelbomen als decor.
Schaatsen zat er op de singels niet in. Wat jammer was. En ons dit weekeinde twee keer naar de Vijfde Plas van Loosdrecht deed gaan. Tóén zag ik maandag de sfeervolle foto van Hans Roggen in deze krant. ‘Schaatspret op de Catharijnesingel voor jong en oud’, zei het onderschrift. Hadden we nou toch maar even een rondje gefietst; schaatsen in een tasje… Pas op vrijdag was er het vaarverbod voor de singels. Te laat voor de andere stukken singel dan de Catharijnesingel, waar toch al geen rondvaartboten komen. Tip voor de gemeente. Vraag rederij Schuttevaer, bij toekomstige flinke vorst op komst, direct te stoppen met varen. En compenseer het omzetverlies van de rederij. Dat moet met die begrotingsoverschrijdingen van de overheden geen probleem zijn. Wat het oplevert? Op alle singels schaatsers!
Wij vonden -onwetend van het Catharijnesingel-ijs- door de Béthunepolder (‘Wat een kolder, geen moeras in onze polder’) achter Maarsseveen, de Vijfde Plas. Maakten een tochtje van tien kilometer dat eindigde bij ‘De Gele Puntzak’, friet van klasse geserveerd door Thea Greve. ’s Avonds een beetje pijn in de heupen, blaar op de hiel.
De mooiste ijsscène? Maandagochtend in de dooi op de vijver aan het Willem de Zwijgerplantsoen. Groep 3 van de Openbare Basisschool Tuindorp op schaatsen. In slierten achter juf Jeanine aan. En ijshockeyend met plastic kinderhockeysticks. Dollen op het ijs in een laagje water van drie centimeter. Uitglijden. Vallen. En na de pret lekker zeiknat met z’n allen op school tegen de warme radiator aan zitten. Ik heb nu al heimwee naar de strenge winter!
(14 januari 2009)
STATISTICUS STOFFEL
In de schitterende winterzon mijmerde ik weg over schaatsen op de Oudegracht, onder de Viebrug. Heb ik in 1987 echt gedaan! Toen kreeg ik het cijfergegoochel van korpschef Stoffel Heijsman van de Utrechtse politie onder ogen. Prompt ontdooiden mijn schaatsfantasieën. 1 op de 9 Utrechters belt bij verdachte situaties naar 112. Van Heijsman moet dat 2 op de 9 worden. Dan zal het percentage arrestaties mét hulp van burgers, nu tachtig, omhoog gaan. De misdaad daalde, volgens statisticus Stoffel, voor het zesde jaar op rij. Met vier procent. In mijn hoofd maakten de poëtische beelden van de bevroren gracht plaats voor een papperige, onheldere cijferbrei. Politie-statistici becijferden twee maanden geleden nog dat Utrecht de onveiligste stad van het land is. Ach… die oude waarheid: er zijn kleine leugens, halve waarheden en politiestatistieken.
De boodschap van politie-manager Heijsman aan de voor de misdaad sidderende Utrechtse burgerij is duidelijk. Als de sodemieter 112 bellen als jongeren in de straat een fikkie stoken! Een jongen deelt een stomp uit? 112! En wat verzuimde ik toen ik laatst bespuugd werd? 112 te bellen!
Persoonlijk had ik één keer met Stoffel Heijsman te maken. Jaren geleden, toen op het JSV-sportveld in Nieuwegein twee tassen van een meidenelftal werden gestolen. Een paar dagen later werden die, zonder geld, in de bosjes teruggevonden. De vermoedelijke daders, jonge jongens die opzichtig bij de tassen hadden rondgehangen, werden op het bureau ontboden. Maar kwamen niet opdagen. Voor de politie was de zaak daarmee afgedaan. Wat later kwam ik korpschef Heijsman bij toeval tegen. Ik sprak mijn verbazing over deze slappe politieaanpak uit. 'Schrijf mij de details, dan zoek ik het uit.' Ik zond een kopie van de aangifte en een toelichtend briefje met de tip: 'Als een krachtige oom agent deze jongens een paar seconden in de ogen kijkt, weet hij of zij de daders zijn. Of niet. Bij flinke vermoedens van ‘ja’ laat je hen glashelder weten dat dit niet meer gebeurt. Daarmee basta'.
Basta! Dat vatte de korspchef letterlijk op. Hij reageerde nooit. Daarmee een elftal voetballende pubermeiden tonend dat de Utrechtse politie bij diefstal weinig daadkracht heeft.
(7 januari 2009)







