Collage
Top ArtiestMenu
Adamo
Angela Groothuizen
Cees Grimbergen, journalist
Chris Chameleon
Circle Percussion
De Hulp
DOEK!
Echte Mannen - Bruun Kuijt en Rik Hoogendoorn
Ellen Pieters
Erik de Bruyn
Fling
Gustavo Toker
Han Oldigs
Hans Dorrestijn
Het Volk
Ingmar Heytze & Ralph Rousseau
Jasper van Kuijk
Jeroen van Merwijk
Jeroen & Sandra van Veen
Joris Linssen
Julya Lo'ko
Leoni Jansen
Maarten van Roozendaal
Maria Goos
Marlies Helder
Mondo Leone
Mylou Frencken
Nathalie Baartman
Reinder van der Naalt
Saartje Van Camp
Spinvis
Sven Ratzke
The Amazing Stroopwafels
Theo Nijland
Tim Knol
Van der Aa's & Zekhuis
Wil van der Meer
Wivineke van Groningen
ZEP

Columns Cees Grimbergen in AD/Utrechts Nieuwsblad, 2011, 2010 en 2009

‘VONHOFF, LIK ME REET, WE KRAKEN ONZE EIGEN KEET’
Zaterdag zag ik ‘Onutregse Toestanden’, een documentaire over activistisch Utrecht rond 1980. Fascinerende scènes. Deze onder andere. Twee vijftigers, Wim en Maurits zingen in het verlaten Tivoli: ‘Vonhoff lik me reet, we kraken onze eigen keet’. Als ze hun gitaren wegleggen, staan ze op Tivoli’s balkon. Wim, grijs, vriendelijke ogen achter een dun brilmontuur, verhaalt over een historische gebeurtenis, 29 mei 1981. ‘Het was helemaal donker hier. Beneden een politieman met hond.’ Dan pakt de vijftiger een megafoon. Zijn blikkerige stem schalt: ‘Dit is het Komitee Tivoli Tijdelijk. Wij sommeren u met onmiddellijke ingang dit pand te verlaten. Anders zal geweld worden gebruikt’. Een tekst met een humoristische dubbele bodem. Die avond heroverden Wim Koppenol, Maurits Groenenberg en honderden andere Utrègse jongeren Tivoli, toen nog NV-huis geheten, op de politie. Het NV-huis was meer dan 10 jaar dichtgemetseld geweest toen Tivoli Tijdelijk het kraakte. Waarna het gemeentebestuur oproer over zich af riep door het opnieuw te sluiten. Na de herovering groeide Tivoli uit tot de concertzaal die het nu is.
Ruud Bakker maakte ‘Onutregse toestanden’. Bakker kwam in 1985, het jaar van het verzet tegen het pausbezoek, in Utrecht wonen. Hij raakte gefascineerd door de activistische jaren van voor die tijd. Hij portretteert, naar eigen zeggen, ‘het straattheater van het idealistische Utrecht, van licht tot donker’. En duikelde legendarische beelden op. Onder anderen van cameraman Martijn Schroevers. Hij filmde die historische dag advocaat Bernard Tomlow op de brug voor Tivoli. In een stenenregen probeerde Tomlow vrede te stichten tussen ME'ers en actievoerders.
Bakker maakte een documentaire over geëngageerde mensen die ‘een rechtvaardige wereld’ wilden. Verontwaardiging en ijdelheid gingen bij mij samen, zegt Bernard Tomlow. De rimpeling was in veel gezichten zichtbaarder was geworden. Maar die ogen? Die stonden nog net zo als toen.
(1 februari 2012)


SCHOUDER-AAN-SCHOUDER VOOR ROEL ROBBERTSEN DIE ER RECHT OP HEEFT
‘Gisterenavond was ik in het mooie stadje Oudewater met zijn schitterende oude stadhuis midden in het centrum.’ In 17 woorden geraakte ik in de zorgeloze jaren vijftig in Het Sticht. De BMW 530 reed nog niet. Waar ik de zin las? Op de weblog van commissaris van de koningin Roel Robbertsen. Hij schrijft ook: ‘Ik heb met veel interesse geluisterd naar de voortreffelijke speech‘ en ‘elk jaar is het weer een genot de bestuurders van alle studentenverenigingen te ontvangen’. Wat een goedgemutste man. Het gaat van ‘geweldige positieve bijdrage’ tot ‘mooie plattelandsgemeente’. En zijn karakter? ‘Ik zou graag willen dat we in ons land, en soms ook wel in onze provincie, wat positiever waren.’
Wie, zoals ik, tot troost voor een deprimerende winteravond naar poëzie zoekt en op een internetrotonde een verkeerde afslag neemt, kan dus terecht komen bij de commissaris-weblog. Vorige week beëdigde hij burgemeester Janssen van Zeist bij zijn herbenoeming. ‘Altijd een plechtig moment.’ Hij schudt enthousiaste superlatieven uit de mouw. Van een ‘mooie sterke regio’ naar ‘denk positief, sta schouder aan schouder en werk aan een duurzame toekomst!’.
Ik verplaats me in Roel Robbertsen, de man die niet met deze krant wil praten over de 66.000 euro die hij en gedeputeerden zichzelf als extraatje betalen. Sinds 2007 geeft hij leiding aan een lege bestuurslaag, de provincie: een verzameling pennenlikkers, vergadertijgers en speculanten. Robbertsen zwijgt. Zoals hij zweeg toen -om slechts één akkefietje te noemen- zijn gedeputeerde Binnekamp 1,6 miljoen euro huur betaalde voor een niet in gebruik zijnd kantoorpand. Roel Robbertsen was wellicht vroeger een protestants despoot waarvan je er op de heuvelrug meer aantreft. Hij leerde van inspirerende retraites die de communicatie-afdeling voor de provincietop organiseert.
Geen poëzie voor mij. Ik blijf Robbertsens weblog lezen. Een dezer dagen schrijft hij ongetwijfeld: ‘Ik heb er recht op. Het was toch afgesproken’.
(25 januari 2012)


EEN BENTLEY ALS RELATIEGESCHENK
Arie van Erkel heeft in Nieuwegein een vastgoedbedrijf, Nawon geheten. Ik ken Arie niet. Vorige week las ik dat Arie een beetje chagrijnig was, omdat hij drie ton had betaald voor een Rolls Royce die de failliete autodealer Hessing niet zal leveren. Het berichtje had de proporties van de makelaar die in het kerstnummer van Vrij Nederland tussen neus en lippen meldde dat hij als relatiegeschenk een Bentley had gekregen.
Kent u het type mannen? Als je Arie zou vragen wat hij doet, zegt hij: ´Ik doe in stenen’. Vastgoed-mannen praten zo. Arie van Erkel is een van de duizenden landgenoten die tientallen miljoenen vergaarden met ‘stenen’. Hoe? Heel simpel. De Nederlandse huizen-, grond- en bedrijfspandenmarkt werd de afgelopen 25 jaar een enorme zeepbel. De mannen van de ‘stenen’ manipuleerden de markt omhoog. Jaarlijkse waardestijgingen van meer dan 10 procent bij een inflatie van 2 procent. Dat werk. Nederlandse Bank, gemeentebesturen, provinciale bobo’s en banken? Lieten de mega-waardevermeerdering passeren. Sinds maandag weten we dat ook KPMG (dat de gemeente Utrecht als klant heeft) aan deze marktmanipulatie meedoet.
Arie en de andere ‘stenen’-mannen gebruikten vele fiscale technieken. Dit is er één van: verwerf zoveel mogelijk vastgoed op eigen naam. In 1995 voor 100 miljoen gulden in ‘stenen’ gestopt? Was tien jaar later meer dan verdubbeld tot 100 miljoen euro. Hoeveel belasting werd over de waardevermeerdering betaald? Geen eurocent. Want vermogensgroei is in Nederland onbelast. Die linkse partijen die nu een hogere inkomstenbelasting willen, zouden eens naar deze onbelaste mega-bezittingen moeten kijken. Maar dit terzijde.
Wat ik met deze ‘Rolls Royce-Bentley’-anekdote wil zeggen? Parallel aan de wereld van 99 procent der Nederlanders heeft zich een groep nieuwe rijken gevestigd waarvan de rest slechts een flauw vermoeden heeft. Als je hoort hoe ze leven -Bentley, Rolls Royce- verbaas je je steeds weer.
(18 januari 2012)


GEEN KNURFT IN HARMELEN
De etensgeuren van Het Wokpaleis aan de Leidsestraatweg in De Putkop, buurtschap bij Harmelen, dringen door tot bij het monument ‘De Kapotte Mens’. Zondag, einde middag. Pieter van Vollenhoven is vertrokken. Een verbaasde amateur-wielrenner in een te strak zwart pak mindert vaart en werpt een blik op Taeke de Jongs monument: een bronzen mens met geamputeerde ledematen voor twee, schuin opgestelde zwart marmeren platen waarop de 93 namen van de slachtoffers staan. ‘Voor een onvergetelijke vader aan wie ik nog iedere dag denk en om wie ik nog altijd verdriet heb’, lees ik op een kaartje. Op 8 januari 1962 was ik 10. Thuis wilde ik met speelgoedtreinen en een getekend schema de botsing gaan begrijpen.
Cees van der Meer was 19 en dienstplichtig militair. Hij zat in het treinstel uit Rotterdam en overleefde. De rest van de dag hielp hij gewonden en borg de doden. Eindelijk in de buurt van een telefoon belde hij zijn kazerne met de mededeling dat hij in een van de ramptreinen had gezeten. ‘Je bent ongeoorloofd afwezig’, meldde de militair aan de andere kant van de lijn, ‘kom naar de kazerne’. Tot Utrecht CS kreeg Cees een lift in een lijkwagen die met twee slachtoffers naar de Buurkerk reed. Bij het spoor van Harmelen zegt hij mij: ‘De grote opluchting van vandaag is dat ik niet de enige knurft blijk te zijn die er nog mee zit’. Na zijn pensionering denkt Cees er vaak aan.
Een van de grote veranderingen in ons land tussen 8 januari 1962 en 8 januari 2012? We leerden over pijn, verdriet en verlies te praten. We geven stem aan wat nu ‘trauma’ heet en hoeven over hevige ervaringen niet heimelijk, besmuikt of beschaamd te doen. Je was ‘een knurft’ als je over beelden sprak die je achtervolgden. ‘Het waren harde tijden’, vat Alan Sparks de cultuur van 1962 samen. Deze Woerdenaar zegt het met een charmant Engels accent: ‘Het is een onuitwisbare kras op het bestaan van veel mensen’.
(11 januari 2012)


DE DUIVEL, DE HEBZUCHT EN DE MORAAL IN 2012
‘De toekomst beloofde ons een hemelbed.

Wie heeft het in de hel gezet?’
In poptempel Tivoli zag en hoorde ik de dag voor Oudjaar het sprookje L’Histoire du soldat, een stuk van Stravinsky uit 1918. Uitgevoerd onder leiding van Janine Jansen tijdens het Kamermuziek Festival. Het muzikale sprookje verhaalt van een soldaat die zijn viool verpandt aan de duivel in ruil voor een boek waarin de geheimen van het materiële geluk worden ontsloten. De schatrijke soldaat raakt daarna alles kwijt wat hem lief is. Een sprookje dat, anders dan vele andere sprookjes over hebzucht, slecht eindigt: het hemelbed in de hel.

Van sprookjesmoraal naar werkelijkheid is een stapje. Op geldgebied zal 2012 een jaar worden waarin het moralisme terugkeert, hoop ik. De bankentoppers aan de Croeselaan en elders gaan vooralsnog door met mammoetsalarissen hun zakken te vullen. De bazen en handelaren van pensioenfondsen als het Zeister PGGM gaan door met vergroting van hun particuliere bezit. Hun perverse speculantenspel? Gaat onverminderd door. Zelfs in voedsel, weten we sinds enkele weken. Zullen FNV en CNV in de pensioenbesturen ‘de afgestane viool’ terugvragen en erkennen dat rijkdom vergaren een morele grens kent?
Onder Janine Jansens vioolklanken las Vlaming Bart Moeyaert in Tivoli de sprookjestekst. Duivelse verleiding, rijkdom en de fatale afloop. Wordt de a-morele tijd van de hebzucht in 2012 vervangen door moraliteit? ‘Zelfzucht en de hang naar overdaad ondermijnen gemeenschapszin’, tekende ik met kerst op uit de mond van de koningin. Ze sprak niet letterlijk over de duivel en de verpande viool, maar bedoelde hetzelfde. Is het te laat voor moreel herstel? ‘We worden nooit meer wie we waren’, las Bart Moeyaert immers concluderend. Janine deed haar viool huilen.
Mooi om zo’n bijna honderd jaar oud stuk als verwijzing naar het nu te zien. Janine’s medespelers op contrabas, klarinet, fagot, trombone en slagwerk deden de rest.
(4 januari 2012)


++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
EDU ONTSTIJGT MOEITELOOS DE WRAAK
De gebroken stem op mijn voicemail verraadde een man in shock. Om drie minuten over vier in de kerstnacht sprak Edu Nandlal een bericht in. Even ervoor was hij na zes uur politiecel vrijgelaten. Het begon op kerstavond toen politiemensen de instructie hadden extra alert te zijn op inbrekers. Edu werd in de buurt van winkelcentrum De Gaard aangezien voor inbreker. De agenten stonden zó scherp dat daarna hun waarnemingsvermogen hen in de steek liet. Ergens tussen moedwil en misverstand liep het uit de hand. Edu werd mishandeld, over de grond gesleept, vernederd, van zijn dochter Zana gescheiden en op bureau Paardenveld nogmaals over de grond gesleept. Zijn 2011-zinnetje ‘Doe ‘ns normaal’ als antwoord op de beschuldiging van inbraak, leidde tot een kettingreactie. Twee jonge agenten hadden daarna niet de rust om de angel uit het misverstand te halen. Zana -14, dunne dreadlocks - vertelde mij hoe ze de agenten, die dachten dat Edu dronken was, toeriep: ‘Hij heeft een gebroken rug, een dwarslaesie’. Toen haar vader viel en een klap kreeg? ‘Ik huilde, alles om mij heen leek ineens stil te staan.’ Nu lijkt het een boze droom.
Gisterenmiddag was ik op het hoofdbureau getuige van een uniek moment. Hoofdinspecteur Henk Koppen drong bij Edu aan. Vanwege de waarheidsvinding liever een officiële aangifte wegens mishandeling dan een simpele klacht over het politie-optreden. Nee. Edu kent de jongens die hij in zijn schoonmaakbedrijf aan het werk krijgt. Vergelijkbare jongens in politie-uniform moeten geen douw krijgen en niet strafrechterlijk worden aangepakt. Ze moeten leren dat je zó niet optreedt. Dat wil Edu meegeven. In een kaal lelijk kamertje op het Paardenveld ontsteeg Edu moeiteloos de wraakbehoefte.
‘Een kind verliezen en een vliegramp’, zei hij met zijn zachte stem. ‘Als je dat hebt meegemaakt, weet je waar het om gaat. Niet om een douw voor twee jonge agenten.’
(28 december 2011)


MIJN ONKUISE R.-K. JONGENSKRUIS 
Eén op de tien Nederlanders van boven de veertig is voor zijn achttiende levensjaar seksueel benaderd door een volwassen niet-familielid. Tegen zijn of haar zin! Ik haal het getal uit het ‘Deetman’-rapport. Vorig voorjaar bood ik u op deze plek zicht op de niet te onderdrukken lust van een volwassen jeugdleider in 1963. Het verhaal kwam in mij op toen ik op de Biltstraat langs Hulp en Recht, de slachtofferinstantie, fietste. Ik beschreef hoe ik me voor de man moest uitkleden en hoe ik, twaalf jaar oud, die rare grote mannenhand in mijn pyamabroek voelde. En met succes wegwoelde.
Al die recente berichtgeving over het misbruik in de r.-k. kerk ging over anderen. En over onveiligheid, macht, schijnbare vroomheid en onderdrukte seksualiteit in paaps Nederland. In één van de slachtofferverhalen kwam een pater voor die het jongetje altijd op schoot wilde hebben. De man verhaalde dat hij zich nog vaak de voelbare stijve van de wellustige pater voor de geest haalde. Ik herinner me een dergelijke, gedwongen celibatair levende man, een Broeder van Maastricht. Altijd moest ik, zelfs als twaalfjarige, op die schoot. Nooit heb ik een stijve gevoeld.
Waarmee ik op een fascinerend punt in de misbruikaffaire kom: het grote verschil in beleving. Het werd zaterdag in deze krant benoemd door slachtoffer Ton Leerschool. ‘Voor de één is een aanraking al traumatisch. Maar ik ken ook iemand die een paar keer is verkracht en daar prima mee kan leven.’ Die aanrandingen van de r.-k. sportleider? Het heeft mij nooit erg beroerd. Wellicht omdat het, nadat mijn moeder ‘het geheim’ doorprikte, voor mij nooit een taboe werd?
Al ging ik laatst peinzen toen mijn broertje zich, 46 jaar later, hardop afvroeg of dat extreem-lastige puberkarakter van mij niet alles te maken kon hebben met de jeugdleider met de losse handjes. Deze oud-misdienaar is er nog niet uit. Wel weet ik dat de kerk meer is dan misbruik. Ik ga zaterdag dus onbelast naar de nachtmis in de Augustinuskerk.
(21 december 2011)


RIA EN HAAR ROOFSTERS IN DE RECHTBANK 
‘Ik ben Brenda. Ik maak excuses. Dit had nooit mogen gebeuren.’ Een piepkleine dader van 15 -hippe bontkraag op strak jack- kijkt Ria (89) met licht verlegen ogen aan. ‘Ik zit nu al zeven maanden vast.’ In de rechtbank ben ik getuige van de ontmoeting tussen Ria van de Kamp en de drie meiden die haar op 11 mei in haar Utrechtse huis van duizenden euro’s beroofden. Met het smoesje dat ze voor ROC-Midden Nederland met een werkstuk over de Tweede Wereldoorlog bezig waren, kwamen ze binnen. Is het excuus welgemeend? Want zeven maanden in de gesloten jeugdzorginstelling De Lindenhorst in Zeist is geen pretje. ‘Berouw komt na de zonde’, zegt Ria rustig maar vastberaden. Van die uitdrukking heeft Brenda nog nooit gehoord. Daarna legt Ria uit dat ze de Zeister verzetsman Kees Burger goed heeft gekend. Gefusilleerd. Dát is voor Ria de Tweede Wereldoorlog. De schietpartij bij het Rosarium, 7 mei ’45. De tocht op een Canadese tank tot aan het Vredenburg later die dag. De oorlog misbruiken om Ria te beroven is ongepast. Kostana Jovanovic, Brenda’s begeleidster, zegt: ‘Wíj hebben ook veel meegemaakt’. Kostana is, net als Brenda van zigeuner(Roma)afkomst. Op de zitting vertellen de meiden dat het eigenlijk als een grapje begon. Zou het waar zijn? Tijdens de zitting blijkt: ze hebben meer op hun kerfstok.
In regenkleding stond Ria gisterenochtend op de Eykmanlaan op mij te wachten. Door storm en buien zouden we naar de rechtbank fietsen. Al bij de ingang had Ria een van de dadertjes herkend. Haar hart was er sneller van gaan kloppen. Wat later stapte ze in de hal voor de zittingzaal op de meisjes af. Drie advocaten, zes welzijnswerkers en Kostana zijn met de kleine daders bezig. Hun Nieuwegeinse school wil hen niet meer. De eis van justitie? 80 uur werkstraf, anders 8 weken cel, 2 jaar proeftijd.
Ria, nuchter: ‘Voor mij is het nu voorbij’. 
(14 december 2011)


DE KROMME RIJN IN MET AL DIE KLÁÁNTEN 
In historisch perspectief stellen die relletjes weinig voor. Opvallend hoe serieus politie, burgemeester en FC Utrecht ze lijken te nemen. Ingmar, David, Angad, Edde en Max, jochies van 10 en 11, vonden het een gruwelijke topervaring, las ik gisteren in hun gezichten op die strakke foto in deze krant. Tucht en orde moeten terug in de Domstad. Dat is zeker. Waar de moreelcorrupte voetbalwereld decennia lang gedogend het grofste klootzakkengedrag liet passeren, lijkt nu niets geaccepteerd te worden. Behalve natuurlijk belastingontduiking en boekhoudkundig rommelen. Tussen het gekrakeel door grepen Aleid Wolfsens vijanden nog even de gelegenheid aan om verder aan diens stoelpoten te zagen.
Iedere insider weet hoe de echte hoelies met stadionverboden en taakstraffen ‘hun reet afvegen’. En hoe ‘het gezag’ daarna niet doorbijt. Tot … de volgende confrontatie. Na acht jaar seizoenkaart, bezoek ik nu selectief de thuiswedstrijden. Heb een neus voor historische hoogtepunten. Ik was uit en thuis tegen Celtic aanwezig (dus met de 4-0), de 3-3 tegen Napoli, de 6-4 tegen Ajax. Zondag was ik er niet. In filmpjes op Youtube en Dumpert zijn de doorgesnoven en doorgezopen mannen ruimschoots zichtbaar. De onschuldige chips knabbelende Ingmars van 10 vormen het contrast.
Wie de bekerwedstrijd van 2 maart dit jaar terughaalt, kan niet verbaasd staan over wraakgedachten jegens FC Twente in hardcore hoelie-kringen. In Enschede werd ‘ons’ de pas naar de bekerfinale afgesneden door een dubieuze vroege rode kaart. De kleine mishandeling van drie FC-spelers door Tukkers zijn ‘we’ evenmin vergeten. Ook toen al wilden zulthoofden Tukkers villen. Het was dus, om één hoelie-hoogtepunt te noemen, vergeleken met Legia Warschau thuis in 2002 onschuldig kinderspel. Ik praat FC-voorzitter Theo Aalbers in 1993 na als ik in plat Utrègs, met een knipoog, zeg: ‘De Kromme Rijn in met die kláánten’. Zondag Feyenoord thuis.
(7 december 2011)


DE ROTONDE HEET VREDEPLEIN 
Over de Mathieu van Zebendreef liep ik richting spoorwegovergang. De spoorbomen sloten, de waarschuwingsbellen rinkelden. Wachtend bekeek ik bij de rotonde van het Vredeplein het fuchsia-bosje in de nevel. Nooit zo’n mooie fuchsia in de herfst gezien. Komt door de leerlingen van de Prinses Wilhelminaschool die het tuinonderhoud doen. Op het drs. J. v. Lidth de Jeudepad reden fietsers. De automobilisten in dit deel van de stad waren jong, niet 18 maar 12 jaar. Geen ongevallen. Een vriendelijke doch dwingende stem schalde: ‘Jullie weten het: voorrang moet je krijgen, voorrang moet je niet nemen'. Een meisje met een blindenstok stak over, een puberale bejaarde duwde zijn rollator over het trottoir. Plots hoorde ik het blinde meisje zeggen: ‘Als blinde kun je álles maken’. Ze stelde zich aan mij voor als Femke uit groep 8 van de Montessorischool De Vleugel in Nieuwegein. Femke is niet blind, maar verplaatste zich in een blinde in het verkeer.
Ik bevond mij in een veilig deel van de stad, de Verkeerstuin in Transwijk, Kanaleneiland. De kinderen van De Vleugel met juf Ellen hadden een fantastische ochtend. Aanstekelijk enthousiast sleepte verkeerstuincoördinator Daan van den Heuvel hen mee in zijn verhaal over verkeersveiligheid. Oogcontact is ook in het verkeer belangrijk! De langste jongens dreigden met hun benen vast te raken in de trapauto’s. De fietsen van Co van Beek van de Springweg pasten alle kinderen. Verkeersopvoeding in een aantrekkelijk jasje. ‘De boete bij een bekeuring’, riep Daan, ‘is een reep chocola voor juf Ellen’. Daan werkte meer dan 40 jaar als motoragent en als wijkagent in Oudwijk. Nu is hij coördinator van dit verborgen stadse pareltje. Deze weergaloze Verkeerstuin heropende na een grondige opknapbeurt in 2008. Nu willen gemeentelijke bezuinigingsfunctionarissen de bijdrage van 100.000 euro stoppen. Na 48 jaar dreigt de Verkeerstuin gesloten te worden. 
(30 november 2011)


DIE GOEIE OUWE PLATENZAAK BESTAAT
Onweerstaanbaar is de Mega Platen & CD Beurs. Anderhalf miljoen oude platen en cd’s in de Jaarbeurs. Wachtend op liefhebbers, verzamelaars en maniakale jeugdsentiment-types. De grootste beurs ter wereld in zijn soort. Dus trof ik er afgelopen zaterdag Amerikanen, Italianen en Japanners. Werkelijk alles ligt er. Van krautrock -wat het ook moge zijn- tot neo-psychedelica. En van neo-garagepunk tot spacerock.
In 1992 verplaatste Cas Bosland zijn platenbeurs van de Jaap Edenhal naar de Jaarbeurs en zo hebben we nu twee keer ’s jaars een pareltje van de muziekcultuur in huis. Veertigduizend oudere jongeren gingen er afgelopen weekend naar binnen. Opgetogen liepen ze uren later met een boodschappenkarretje vol lp’s naar buiten. Motto: Die goeie ouwe platenzaak bestaat wél. Uitsluitend op vinyl leef je immers nostalgische muziekgevoelens uit. Een van de vijfhonderd standhouders, Carry uit Alkmaar, noemt zichzelf ‘een verslaafde verzamelaar uit hobby’. In zijn huis vijftienduizend elpees. Hier ligt een deel te koop. Als ik hem achteloos vraag of hij oud werk van Solomon Burke heeft, wijst hij resoluut: ‘Halverwege die doos’. Voor 10 euro tik ik Burke’s interpretatie van Martin Luther Kings woorden op de kop: de lp ‘I have a dream’ uit ‘74. Het geheim van deze beurs? ‘Ik zoek al zeven jaar naar een plaatje dat ik ooit heb gehad’, zegt een bezoeker.
Op een podium in de hoek herbeleven vijftigers de Nederlandstalige pop van de jaren 80. Henk en Henk van Het Goede Doel geven een paar nummertjes weg. Tweehonderd man en vrouw zingen mee op ‘Oh, was ik maar een gijzelaar, dan stond op tijd mijn eten klaar’. Erik Mesie -Toontje Lager- maakt mij enthousiast met zijn ‘Ik heb nog zoveel te doen’. Uit 1982. ‘Ik moet de zon in Japan onder zien gaan.’ Een miniconcert met de instrumenten op band, maar wat maakt het uit. Ik heb een paar uur gezwijmeld in vroeger. En met mij vele grijze duiven die deze jaarbeurshal een beetje tot hippieparadijsje maakten.
(23 november 2011)


VAN PORNOMOMENTJE TOT ‘DEAMON ALCOHOL’
Iedere dinsdagavond lever ik dit stukje in. Als je na vier jaar stukjes van driehonderd woorden te hebben gemaakt, met zo’n zin aan een nieuw stukje begint, kan de lezer denken: hij heeft het een beetje gehad met stukjes maken. Niets is minder waar. Wel ben ik deze namiddag een beetje verdwaald in mijn zoektocht naar het onderwerp. Ik kan schrijven over enkele ontmoetingen met markante onbekende Utrechters. Of over de nieuwtjes die ik over de stad heb. Of over hoe je dwalende economische wijsneuzen kunt negeren. Ik kan een bespiegeling geven op een pornomomentje in het NOS-journaal van zaterdag: de stijve pik gedurende twee seconden. Ik kan beschrijven hoe ik thee bestelde in een voetbalkantine vol bierdrinkers. Of de nieuwe cd van Nieuwegeiner Spinvis die minder drinkt, bespreken.
Dan valt mijn oog op Dit lees je nooit, gebundelde stukjes van Jeroen van Merwijk in deze krant, toen die nog gewoon Utrechts Nieuwsblad heette. Jeroens eerste regels: ‘Is dat nou moeilijk, een column schrijven? Nee, hoor. Je schrijft gewoon maar wat op'. Zal ik de column van Jeroen overschrijven en daarna de opbrengst met hem in het café delen?
Dan rinkelt mijn mailbox. Een berichtje van Korsakov-lijder Jos Smaling. Extreem veel drinken is een goede korte omschrijving van zijn leven. Tien minuten later hetzelfde bericht opnieuw. Dat kortetermijngeheugen van Jos. In een impuls bel ik Maarten Oomen uit Vianen. Maarten, geboren in Zuilen, is een acht jaar droogstaande alcoholist. Per vijf minuten levert Maarten mij een nieuwe gedachte. Deze dan? Maarten kan bij een ruzie snel boos worden. ‘Ik ben toch van de drank af. Ik ben dus okee. Dús heb ik gelijk.’ Een goed voorbeeld van hoe hardnekkig ook oud-alcoholisten geconditioneerd worden door hun verslaving.
Heb ik dankzij ‘deamon alcohol’, zoals The Kinks ooit scherp zongen, toch nog een stukje.
(16 november 2011)


POES, MUIS, KIPPENPOOTJE 
De poes rook in het koude licht aan de plantenbak. Op deze grauwe late avond werd mijn oog getroffen door een kleine viervoeter. In het grootste winkelcentrum van het land, bij ingang Moreelsepark, snuffelde het beestje rond alsof het vertrouwd terrein was. Bij Hagenouw Eten en Drinken leek de poes binnen te gaan. Maar toen wendde het haar snuitje richting Seats2meet, een van de verborgen pareltjes van Hoog Catharijne. Zou deze naamloze bonte poes een hippe persoonlijkheid zijn? Want dat Seats2meet is verrassend, inspirerend en bovenal hip. Een vergadercentrum in de Godebaldkwartier-hoek waar je geen zaal reserveert, maar een stoel. Het Nieuwe Werken. Met lekkere hapjes.
De HC-poes liet ik in haar staat van aarzeling achter. Onder de muzaktonen van Stings Police liep ik langs de dichte Volendammer Vishandel en het gesloten Pax Christi-Stiltecentrum richting de hoofdslurf. Hoe lang was het geleden dat ik hier een reportage onder rohypnol-verslaafden -‘rooie knol’ zeiden ze zelf- maakte? Bij Hoog Brabant en schoenenzaak Invito viel mijn oog op een nietig muisje. Verbeeldde zij de HC-muizenplaag? Was deze muis waakzaam voor de Seats2meet-poes?
Het overgereguleerde van ons land kwam mij tegemoet in straatkrantverkoper Bedros. Hij bood mij een Straatnieuws mét Keurmerk aan! Om bedrog door straatkrantverkopers tegen te gaan. Maar ik wíl juist een beetje bedrogen worden door straatkrantverkopers. Bedros, een Turkse Armeniër, bedriegt niet! Na 13 jaar Nederland, 12 procedures, 3 maanden kamp Zeist, 2 advocaten, bijna geen geld, nooit seks en een statenloos bestaan zegt hij mij op deze herfstige HC-avond: ‘I don’t exist’. Als Marvin, een vriendelijke passant, hem een gefrituurd kippenpootje van de Charlie Chiu-vestiging geeft, lichten zijn ogen niet op. Bedros wil geen kippenpootje. Hij wil alleen eindeloos vertellen over zijn uitzichtloze bestaan. Waar ik niets aan kan veranderen.
(9 november 2011)


WOLFSEN, DEN BESTEN EN DE RIJK HYPOCRIET?
Het beste van onze stad? Wethouder Rinda bij een energieke avond van Vereniging Sportbelang Utrecht. Burgemeester Aleid én Rinda bij de inspirerende Slinger-bijeenkomst van vorige week. Aleid alleen bij de mooie Verwendag voor alleenstaande Overvechtse ouderen in Huis aan de Vecht. Hij had een enorme slagroomtaart van de goede banketbakker (Wammes) bij zich. Sneed zélf de punten af. Wolfsen en Den Besten spraken over samenhang, oog voor elkaar en een prettige stad. Ik was erbij. Vertrouwde hun oprechtheid…

Nu wil B & W het Utrechts Buitencentrum in Oldebroek 150.000 euro gemeentelijke subsidie afnemen. Motto: 'efficiencywinst'. Wie er geweest is, weet: deze prachtplek voor achtste groepers van onze stad mag nooit verdwijnen. Oldebroek? Dat is bomen zagen, levend stratego, oerhut-rituelen, keten op de slaapzaal. Schreef deze krant treffend. Als een van de begeleidende ouders leerde ik er lang geleden over aardlagen en determineerde er de botjes in braakballen van uilen. Sporen herkennen in het bos. Eind jaren 50 vonden gemeentebestuur en scholen dat stadse bleekneusjes de gezonde Noord-Veluwse lucht nodig hadden. Inmiddels hebben 60.000 Utrechtse kinderen deze prachtplek bezocht. Als ik op mijn Utrechtse bovenkamer mijn ogen dichtdoe, ruik ik de herfstbossen van Oldebroek en zie de rode herfsttinten. Meedogenloos stelt Groen Links-wethouder De Rijk nu dat de gemeente het Utrechts Buitencentrum niet moet aanhouden. Heel B & W vindt hetzelfde. De wethouders De Rijk en Den Besten zijn er, desgevraagd, nooit geweest. Wethouder Kreijkamp vindt dat een onzinvraag.
Afgelopen voorjaar stak de adviesbranche (Deloitte, KPMG, Berenschot, BMC, AEF, Twijnstra/Gudde) 800.000 euro gemeenschapsgeld in de zak voor een paar bezuinigingsadviesjes. Baseren B & W zich met dit godgeklaagde bezuinigingsvoorstel daarop? Zijn Wolfsen, Den Besten en De Rijk nog geloofwaardig? Of zijn ze hypocriet?
(2 november 2011)


WAAROM HAD ZE HAAR ZWARTLEREN JURK NIET AAN? 
De adjudant van de prinses tikte de voorzitter van De Slinger-Utrecht op de schouder. Dwingend fluisterde hij Joël Scherrenberg toe: ‘Je móét mee’. Adjudant Albert Rietstra van het Koninklijk Huis laat niet met het protocol sollen. De voorzitter van de bezochte instelling, staat naast de prinses. En niet anders!
Het gebeurde gisteren in het Nutrecht-gebouw aan de Cartesiusweg. Naast Joël opende prinses Maxima even later met een charmante gongslag het Slinger-event. En sprak daarna -protocol- de zaal níét met een openingswoordje toe. Toch was het onze stad op zijn best. Vijfhonderd Utrechters bijeen gekomen dankzij De Slinger, een club van ondernemers die iets voor de stad, het land, het milieu, de armere medemens over hebben. Voor moderne bedrijven is het een marketinginstrument: MVO, Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen heet het. Tientallen vrijwilligersprojecten toonden hun initiatieven. Maxima raakte met velen in gesprek. Met die kaak-op-gesloten-lachstand, wat je zo vaak rond koninklijke bezoeken ziet, viel het mee. Myenty Abena en Nassir Aissatti van FC Utrecht A1 vertelden mij enthousiast over hoe ‘zij een steentje willen bijdragen aan hoe jongeren het beste uit zichzelf halen’. Evelyna en Nel vertelden Maxima over hun Stichting Jarige Job: jarige kinderen van arme ouders krijgen een verjaarsbox met slingers, cadeaus en tractaties. Of er ook gezonde tractaties in de doos zaten, vroeg Maxima. Janneke en Lotte van Kalinga vertelden over hoe ze zich voor Filippijnse straatkinderen inzetten. Wan-Ho Groenenstein wil begin december de soepbus voor daklozen beginnen. Ondernemers lieten zich paaien. Geld, goede bedoelingen en een saamhorige stad te over, zo leek het.
Ik liep tenslotte in een knalblauw overall (dress for succes) van Thom Broekman door de zaal. Mooie middag was het. Al had ik iets gemist. Uiteindelijk was ik natuurlijk ook voor die sexy, strakke zwartleren jurk van Maxima gekomen. Die ze niet aan had. 
(26 oktober 2011)


DE JONGEN IN SAN SEBASTIÁN IS JOB 
Dit stukje was klaar. In een andere vorm dan u nu zult lezen. Tussen het schrijven door had ik het nieuws van de dag tot mij genomen. Het nieuws over de molotov-cocktails in ons Utrechtse wijkje. En het nieuws over de Nederlandse jongen die bij San Sebastián in zee zwom en daarna vermist werd.
Uiteindelijk had ik drie gebeurtenissen uit de afgelopen dagen bij elkaar geveegd. Ik had geschreven over de belangrijkste sociale beweging in tientallen jaren, de Occupy-beweging. En hoe ik afgelopen zaterdag op het Domplein de megafoon had gepakt en de 150 Occupy-demonstranten had toegesproken. Die ervaring had ik verbonden met mijn vraag aan het Zeister PGGM-pensioenfonds. Hoeveel krijgen obligatiehandelaren uit de PGGM-pot toegestopt, nu ze Italiaanse staatsobligaties met megaverliezen verkopen? ‘Wij geven nergens antwoord op’, luidde het PGGM-antwoord. Mijn derde ervaring was de persconferentie van Erwin Koeman, een absurdistisch tafereel dat het moderne betaald voetbal kenmerkt. Erwin had ‘veiligheid en warmte voor de groep’ gemist en had daarom gekozen ‘voor het gevoel, niet voor de frustratie’.

Toen werd ik gebeld door een goede vriend. Het bericht dat ik een paar uur eerder achteloos tot mij had genomen, kreeg een hevige dimensie. De bij San Sebastián vermiste jongen is Job, zoon van een bevriende oud-collega. Een fysieke siddering ging door mij heen. Job is student aan het University College, de voormalige Kromhout. In zijn vrije tijd bezoeker van Café Primus. Vele jaren geleden bracht ik de kleine Job ooit naar bed. Jobs vader en moeder zijn in San Sebastián. De ontreddering is niet te beschrijven. Woorden schieten te kort. De regels hieronder zijn wit. Ik denk aan Job, zijn pa en ma, broers, zus en zijn vrienden van het University College. 


(19 oktober 2011


EEN HUPPELENDE VROUW 
In de namiddagzon werpen wandelaars lange schaduwen. Rond de Catharijnebrug krioelen honderden fietsers. De fietsersfile op het Vreeburg loopt tot aan de Lange Viestraat. Een verkeersagent staat met de handen in de zij. Een vrachtwagenchauffeur manoeuvreert zijn enorme gevaarte naar rechts, de Catharijnesingel op. Op de houten carrosserie lees ik in verweerde letters Fa.L. Kassing Zn. De brommers in dit stadse tafereel zijn Solex en Berini, de auto’s Volkswagen-Kever en Ford-Taunus, de jassen van de mannen zijn bruin en grijs, de fietstassen donker. De GEVU-bussen 9 en 12 banen zich in deze avondspits een weg naar het station.

Ik beschrijf hier de oktober-foto van de maandkalender 2011 ‘Utrecht van toen’, die bij ons thuis hangt. Sinds begin deze maand kijk ik dagelijks naar dit kleurentafereel uit ‘circa 1955’, zoals het onderschrift vermeldt. De foto is waarschijnlijk gemaakt vanuit het gebouw De Utrecht. CatchProjecten aan de Domstraat, dat al eerder een neusje voor goede fotoselectie toonde, bracht deze kalender uit.
De aandoenlijke fietsenchaos van onze stad in 2011 is dus niet van vandaag of gisteren. Maar wat de oktober-foto voor mij echt mooi maakt, is het contrast. Sombere mannenkostuums zijn ruimschoots in de meerderheid. Maar wat zie ik rechts onderin het hoekje? Een jonge vrouw in een zomerse blauwe jurk met witte stippen huppelt richting station. Ze gooit haar hoofd achterover om de laatste zonnestralen van de zomer mee te pakken. Hoe ik zo zeker weet dat ze huppelt? De schaduwlijnen onder haar twee voeten. Op het moment van afdrukken hangen die een centimeter of vijf boven het Leidseweg-trottoir. Een blije, jonge vrouw in 1955. Vijf meter achter haar ziet een lange man in beige colbert haar opgewektheid. Hoe ging het met deze vrouw verder? U móét die foto zien. Ik ga Jeroen Kreule van de donderdagse rubriek ‘Stadsleven van toen’ vragen u die foto binnenkort te tonen.
(12 oktober 2011)


VAN RIJNSWEERD NAAR MANHATTAN EN TERUG 
Als je het internationale flitskapitaal volgt, ben je van Rijnsweerd, de Croeselaan en de Zeister Kroostweg zó in Wall Street. Flits mee met ASR (vroeger Fortis), SNS-Reaal, Rabo en PGGM naar het zuidelijk deel van Manhattan.
Daar, in de VS, groeit de Occupy Wall Street-beweging deze week snel. In deze actie verzet het volk zich tegen de armoede. Dit weekend werd een demonstratie van duizenden mensen op Brooklyn Bridge wereldnieuws. Waar gaat het om? Meer dan 46 miljoen Amerikanen leven onder de armoedegrens. 1 procent van de Amerikanen bezit meer dan 40 procent van de rijkdom. De gewone Amerikanen zijn dit zat en Obama belichaamt niet langer de hoop op beter.

Bij ons in Utrecht, in het Hoogt, niet ver van de Rabo-torens Hoogmoed en Hebzucht, draaide in juni Inside Job, de Oscar-winnende documentaire over de verantwoordelijken voor de wereldwijde financiële crisis. Geen bioscoopbezoeker kwam onbewogen uit de voorstelling. Ik vraag mij de afgelopen dagen af of de Occupy-beweging een Utrechtse variant gaat opleveren. Zaterdag 15 oktober om 12 uur staat een demonstratie op het Binnenhof gepland, een dag erna op het Amsterdamse Beursplein.
Gaan ook in Nederland de burgers zich verzetten tegen het graaien uit de potten van de banken en pensioenfondsen? Krijgen ook Utrechters door dat het grote gokspel met ons pensioen-, spaar- en verzekeringsgeld niet in het voordeel van ons allemaal -wat gesuggereerd wordt-, maar in het voordeel van een kleine financiële elite is? Of wordt de wereldwijde Occupy-beweging, van Manhattan tot de Domstad, een wilde verzameling mensen die in de financiële sector allerlei onvrede projecteren?
Gisteren werd bekend dat het aantal gedwongen huizenverkopen stijgt. De werkloosheid loopt op, de koopkracht daalt, de ziektekostenpremies stijgen, zzp'ers ploeteren om de eindjes aan elkaar te knopen. Slaat de onvrede ook in Nederland neer? Of hebben we het nog te goed?
(5 oktober 2011)


EEN MAROKKAANSE VADER...EN ZIJN PUBERZOON
Marokkaanse puberjongens níét over een kam scheren is een kunst. Dat er jonge Marokkaanse klootzakken rondlopen, weet iedereen. Dat veel gewone Marokkaanse puberjongens er het beste van maken is in de rest van Nederland niet bij iedereen bekend. Toegegeven, het is moeilijk niet ten prooi te vallen aan vooroordelen over Mocro’s. Op het filmfestival zag ik de fascinerende documentaire van Roy Dames onder die titel over een groep jonge Marokkanen.
Traag, heel traag, zit er ontwikkeling in. In 1979 liep ik een avond mee met de Utrechtse kinderpolitie. Die brak zich het hoofd over hoe om te gaan met Marokkaanse kinderen die tot laat op straat bivakkeerden.
Zo bezien kunt u zaterdag aanstaande op tv getuige zijn van een klein mijlpaaltje in de emancipatie van Marokkaans Nederland. In het oer-Hollandse Zo vader, zo puberzoon (Ned. 1, 19.30) is Abdel El Yandouzi te gast. Abdel is voorzitter van de Marokkaanse Ouderraad van Leidsche Rijn. Een van de vier aanwezige Marokkaanse pubers is zijn zoon. Het panel met onder anderen Ali B. moet aan de hand van incorrecte vragen achterhalen wie Abdels zoon Yunes is. Wat doet de puberzoon als het zwembad voor Marokkanen vol is terwijl niet-Marokkanen naar binnen mogen? Mogelijk antwoord: gewoon binnendringen of de boel vernielen. Wat doet de Marokkaanse vader als hij erachter komt dat de zoon een ‘van een vrachtwagen gevallen’ videospel van 60 euro in zijn bezit heeft? Wat als de zoon graffity spuit? Wat eet de zoon bij Nederlanders: hutspot, bloemkool-balletje gehakt of mosselen?
De vier jongens Fouad, Ayman, Mohammed én Yunes namen het initiatief. Ze tonen papa Abdel én de kijker dat ze gewone puberzonen zijn. Met humor. En dat ze zich niet in de hoek van de Marokkaanse rotzak laten drukken. En vader Abdel is intussen bezig met ‘buurtpreventie’ in Parkwijk-Zuid, binnenkort ook in Terwijde. En met opvoedcursussen.
Het komt goed met Marokkaans Nederland. 
(28 september 2011)


ONKWETSBARE REGENTEN IN DE DOMSTAD 
Gif’ en ‘insinuaties’. Zo typeerde burgemeester Wolfsen op 14 april 2009 in een interview met mij de kritiek op hem. Wolfsen lag onder vuur vanwege het tegenhouden van de huis-aan-huiskrant Ons Utrecht. Op de achtergrond speelden zijn woonkostendeclaratie en laks optreden tegen pestkoppen die een transseksueel Zuilen uit treiterden.
Ik haalde na mijn vakantie, begin deze week, de berichtgeving over de laatste Aleid Wolfsen-commotie in. Ik dacht aan dat radio-interview uit 2009. En ging daarna verder terug in de recente Utrechtse geschiedenis. Hoe zou het komen dat regenten als Henk Vonhoff, Lien Vos, Ivo Opstelten en Annie Brouwer, Wolfsens voorgangers, nimmer een woedende pers en een almaar kritische gemeenteraad tegenover zich kregen? En Aleid voortdurend?
Meebuigende wethouders die om hun baantjes dachten, een incompetente gemeenteraad die zich voortdurend met een kluitje in het riet liet sturen, kritiekloze journalisten die bij het gezag op schoot zaten? Zó ging het de afgelopen 35 jaar in Utrecht.
Vonhoff duldde geen tegenspraak en stuurde om de haverklap de ME op de eigen stadsbevolking af. Vos trok met noodwetgeving alle macht naar zich toe om Rijkswaterstaat Amelisweerd te laten mollen en maakte zich er met smoesjes vanaf. Opstelten liet ongestraft zijn wethouders Mik en Kernkamp Utrechtse REMU-eigendommen aan misdadige Amerikaanse hedgefondsen uitleveren. Brouwer bagatelliseerde de Marokkaanse raddraaiers op Kanaleneiland en liet zakkenvullende topambtenaren en interim-managers de Utrechtse gemeentekas leeghalen.
Brak ooit de domstedelijke pleuris uit? Stond ooit de burgemeester zelf ter discussie?
Nooit.
Zó ging het in de Domstad waar de regenten het met hun verleidelijke charme voor het zeggen hebben. Nu is de ban gebroken. Ik ken nog een paar stinkende kwesties waar bijterige onderzoeksjournalisten en vasthoudende gemeenteraadsleden hun tanden in kunnen zetten. En bedenk dan het om méér dan de eerste burger van de stad gaat. 
(21 september 2011)


HET VERSCHIL TUSSEN VERVEN EN SCHILDEREN
Wij hadden Een Betere Schilder over de vloer. Een Betere Schilder is een kwaliteitskeurmerk. Onze buitenboel moest geschilderd en de vakman in onze buurt is Jos de Laat, na zijn NIMETO-opleiding al 35 jaar werkzaam. Jos legde mij het verschil tussen schilderen en verven uit. Schilderen is: schoonmaken van oud verfwerk, schuren, plamuren, gronden, vervangen van kleine stukjes rot hout en aflakken. Het is de verf bij de juiste temperatuur met een kwast -géén rollertje!- aanbrengen. Felle zomerzon? Géén donkere verf. Verfhechting op de voegkit niet goed? Schuren met staalwol of een andere kit. Dát is schilderen. Verven is: verf slordig op niet-schoon hout kwasten. Jos zag laatst ‘ververs’ in Wittevrouwen. ‘Oostblokkers’ noemt hij de grootste concurrenten voor de bonafide, witte schilder. Poolse beunhazen smeerden verf-op-waterbasis op het hout. Een regenbui spoelde de verf eraf.

Deze natste zomer ooit ging niet ongemerkt aan kleine zelfstandige Jos en zijn schildermaat Dennis Boele (ook zzp'er) voorbij. Je levert kwaliteit, je toont je ambachtelijkheid, gaat zorgvuldig met je klanten om, houdt van je materiaal en bent dienstbaar aan de klant, maar tegen de weergoden kun je niet op. Een vakman schildert namelijk nooit als regen het houtwerk geselt. Het uurloon voor een wit werkende schilder is ongeveer 37,50. Daar moeten verf, kwasten, gereedschap, werkbusje en peperdure verzekeringen van betaald worden. Om de moordende concurrentie van de beunhazende ‘oostblokkers’ en de prijzenslag op websites als werkspot.nl te weerstaan, is een ‘aanpassing’ van dat uurloon bespreekbaar. Deze zomer ging een derde van alle werkuren verloren. De schildersbedrijfjes moeten nu op de kleintjes passen. ‘Regenverlet’, zoals vroeger het vorstverlet voor de bouwvakkers, bestaat niet. Jos en Dennis moeten alle verloren uren zelf compenseren. Hun uurloon met een derde verhogen? Ze zouden zichzelf uit de markt prijzen. En dát wil geen enkele vakman.
(14 september 2011)


GEPEST OUDEGRACHT-JOCHIE VANDAAG GECREMEERD 
Vandaag wordt René G. gecremeerd. Ongeveer tien mensen zullen afscheid nemen van deze 81-jarige. Ik maakte kennis met René tijdens een Rondom 10-aflevering over pedofilie, in 1999. Hij vertelde hoe hij uit zijn Amsterdamse buurt verjaagd was. Hoe hij -pedofiel- als paria door het leven ging en over het verschil tussen een pedofiel en een pedoseksueel.
Afgelopen tijd had ik lange interviews met hem voor het boek dat ik schreef. René, hoofdpersoon in een hoofdstuk, is een Utrègs jochie dat werd geboren op Oudegracht 256. Hij ging aan de Lange Nieuwstraat naar de Regentesseschool. René? Het zoontje van een depressieve moeder en een soms agressieve vader. Een gepest kind. Een mannetje van twaalf met een slechte gezondheid. Een jochie dat in 1942 in het gezin Kerlen aan het Willemsplantsoen voor het eerst een liefderijk gezin vond en in zoon Jopie Kerlen het eerste echte vriendje van zijn leven.

René’s jonge leven werd verder verwoest op 3 september 1943. Toen Jopie’s vader G.J. Kerlen, de hardvochtige NSB-hoofdcommissaris van de stad, werd geëxecuteerd door verzetsstrijdster Truus van Lier. René raakte ‘zijn’ veilige gezin kwijt. Zijn levensgeschiedenis erna bestond vooral uit onveiligheid en gruwel. Jaren zat hij in opvoedingsgestichten. Hij beschreef mij de sfeer: ‘Elkaar aftrekken was een dagelijks sociaal gebaar. Deed je er niet aan mee, dan lag buiten de groep. Het ging nóóit met knuffelen of liefdevolle aanraking samen.’ Een gewonde ziel gaf mij zicht op zijn bestaan. Stil was ik als ik terugkwam van een bezoek aan zijn Amsterdamse woning.
Het ‘jochie’ van de Oudegracht bracht, mede vanwege een moord, 22 jaar van zijn leven in gevangenissen en tbs-klinieken door. Laatst zei hij: ‘In de oude rechtbank zat ik ooit in een cel. Nu is er het gemeente-archief. Ga je een keer mee, Cees, dan kan ik als vrij man zien hoe het er is.’
René heeft nu een andere vrijheid. 
(7 september 2011)


EEN BANKIER IN DE KROEG 
In het volle café aan het Wed sprak een beleefde man mij aan. Hij verontschuldigde zich. Hij móést iets aan mij kwijt. In zijn oprechte ogen zag ik dat de vriendelijke man het meende. Ik maakte mij in de luidruchtige kroeg verstaanbaar: ‘Niet nu. Heb mijn stapavondje met vrienden.’ Hij begreep mij, maar zei nog snel: ‘Ik lees in je stukjes dat je iets tegen de Rabobank hebt. Zou je daar niet eens met mij over willen praten?’ In één charmante, vloeiende geroutineerde beweging toverde de beleefde man zijn kaartje tevoorschijn en stak het mij toe: ‘Misschien wil je me eens bellen?’ Op het kaartje las ik zijn naam en: Hoofd Audit Rabobank Groep AB.
Ik ga hem binnenkort bellen. Wie weet, mag ik met hem ‘praten’ in De Hoogmoed of wellicht in De Hebzucht, de twee Rabo-torens aan de Croeselaan. Want daar is zijn kantoor. Dan kan ik hem vragen stellen over zijn Rabobank en over de vele graaiers van het financiële systeem. Dan kan ik de keurige man vragen waarom zijn Rabo mijn hypotheekrente de afgelopen maanden onnodig met 0,4 procent verhoogde. Zou het zijn om de gouden handdruk van meer dan tien miljoen van een Londense Rabo-bankier te financieren? Of geeft hij mijn teveel betaalde rente aan de smart guys van de Rabo-dealing room, om ermee te speculeren op de financiële ondergang van Griekenland? Of gaat hij er ongegeneerd mee short sellen op instortende beurzen? Gaat mijn geld naar het faillissement van de boevenbank Lehman Brothers waar Rabo en Rabo’s dochter Robeco dik in zaten? Ik ga het vragen. Gaat zijn Rabo hetzelfde doen als staatsbank ABN? Gewoon personeel eruit trappen en vervangen door jonge graaiers in de zakenbanktak? Jonge graaiers die met weer nieuwe financiële hokuspokus aansturend op de triple dip in 2013? En dáár dan weer bankierszakken van vullen? Waarna met nóg meer publiek geld de Rabo gered wordt. 
(31 augustus 2011)


EEN BLIKKIE BIER VAN 70 EURO
Drank? Je raakt er makkelijker aan dan vanaf. Ik dacht het toen ik vorige week klanten van de anti-alcoholinstelling De Helderheid in Wittevrouwen aanhoorde. Buiten, op een bankje aan de Sint Janshovenstraat, zag ik lodderig uit de ogen kijkende Polen halve liters naar binnen klokken. Verderop vond ik dronken, blonde UVSV-meisjes moeilijk om aan te zien. Al wedijveren zij in de Domstedelijke laveloosheidsprijs met de klassieke doorgezopen euroshopper-alcoholisten in het Julianapark. Mijn eigen kater na het straatfeest moet ik niet vergeten.
Moet de Utrechtse overheid jongeren beschermen tegen zatheid en drinkgelagen door drank op straat te verbieden? De nimmer eindigende strijd tegen alcohol hoorde ik terug in het verhaal van vier Utrechtse jongens van een jaar of 19: Alex, Daan, Eric en Paul. Vrienden die elkaar bij de Haas op de Neude ontmoetten, twee mét een blikje bier. Ze werden opgemerkt door surveillerende politie. Niet dat ze met een stuk in de kraag aan Bachus offerden, nee, dat was het niet. Maar in de binnenstad is drinken op straat verboden. De overlast -wildplassen, vernielingen, geluidoverlast, geweld- wordt er door beperkt.
Drinker Daan wist zijn blikje bier met technisch vernuft heimelijk tussen de spaken van zijn fiets te schuiven. Drinker Alex werd gesnapt door de agenten. Zijn verklaring? Het is goedkoper een blikje van huis mee te nemen dan op een terras een pilsje te bestellen. Met die overweging wist de agent raad. Het blikje moest geleegd. En in de vuilnisbak geworpen. De boete bedroeg 70 euro. Het verliep, hoe zal ik het zeggen…, op z’n Utrechts, dus zonder wanklank. Maar dat deze vorm van drinken goedkoper is, zul je pizzakoerier Alex en zijn vrienden niet meer horen zeggen. ‘Dat is bijna drie avonden werken. De agenten hadden het bij een waarschuwing kunnen laten.’ De belangrijkste vraag: laten ze het in vervolg uit hun hoofd? Alex: ‘Zo doe ik het in het vervolg niet meer’.
(24 augustus 2011)


JOURNALIST IS GEEN DR. DEATH
Van de overkant van het singelwater riep de man mij toe. Dat het een mooi programma was geweest dat wij gemaakt hadden. Werktuigelijk stak ik mijn duim op. ‘Mooi, maar ook zwaar’, riep ik terug. ‘Zwaar, maar hard nodig’, riep hij over het strakke water terug.
Hollandse Zaken van Omroep MAX ging afgelopen zaterdag op Nederland 2 over ouderen die niet meer willen leven. Na een rijk gevuld en wel besteed bestaan vult langzaam maar zeker de leegte het alledaagse leven. De kwaaltjes nemen toe in aantal en intensiteit. Wat houdt je dan nog bij het leven?
Ik kreeg een brief van Corry van der Kolk die na bijna veertig jaar verpleegkundig werk genoot van haar oude dag. Tot de blindheid toenam, de botontkalking toesloeg, de darmen hun werking weigerden, ze borstkanker kreeg, een knieprothese geplaatst werd en een bekkenbreuk plaatsvond. Piano en auto deed de inmiddels 86-jarige voormalige non Corry de deur uit. Ze vroeg haar huisarts haar te helpen haar leven te beëindigen. Hij weigerde. Vijf andere artsen wilden evenmin.
‘Mijnheer Grimbergen, ik ben wanhopig. Wat kunt u voor mij betekenen?’, las ik in haar brief aan mij. Uitsluitend een programma maken. Want voor Dr. Death is deze levenslustige journalist niet in de wieg gelegd.
Zelden een ingrijpender programma gemaakt. 64 Procent van de Nederlandse 50-plussers vindt dat mensen als Corry - mensen die ‘klaar’ zijn met leven – het recht hebben hun leven op een humane manier te laten beëindigen. Bleek uit opinie-onderzoek van ons programma. De euthanasiewet uit 2002 lijkt achterhaald door moderne, zelfbewuste, ouder wordende mensen waarvan er steeds meer komen.
Het boeiendst is het persoonlijk dilemma van de arts. Hij schreef: ‘U bent wanhopig omdat u geen euthanasie krijgt. Ik ben wanhopig, omdat ik u geen euthanasie kan geven.’
Moderne, stokoud wordende Nederlanders én de artsenstand gaan nog veel grote dilemma’s tegemoet.
(17 augustus 2011)


DE TBS'ER DIE ANDERS WILDE 
In maart 2007 ontmoette ik Jon. De week ervoor had Jon de deur van de Van der Hoevenkliniek achter zich dicht getrokken. Daar had hij acht jaar lang een tbs-behandeling gehad. Hij toonde zich - live in Rondom 10 - een oud-tbs’er met zelfkennis en een realistische kijk. Zonder opsmuk vertelde hij eerlijk over de praktijk van tbs-klinieken en dat iedereen er op ‘slinkse wijze uit wil komen’. Hij erkende dat veel tbs’ers, zoals hijzelf, in de Van der Hoevenkliniek schijnaanpassing vertonen om op vrije voeten te komen. Ze vertellen het verhaal dat de therapeuten willen horen.
Jon bekeek zichzelf kritisch en relativeerde de halleluja-verhalen van de tbs-sector zelf. ‘Je kunt mensen alleen een beetje bijschaven.’ Hij was blij dat hij zijn geweten had gevonden. Hij zei mij: ‘Nú denk ik: hoe zou het zijn als ik in andermans schoenen zou staan?’.

Jon, tegen de veertig, zou mishandeling en beroving achter zich laten. Na veel gevangenis en tbs. Drie maanden na Rondom 10 ontmoette ik hem op de Wittevrouwensingel. Hij had werk op een binnenvaartschip. In de weekends was hij in zijn Utrechtse woning bij vrouw en kinderen. We telefoneerden nog een keer. Later hoorde ik dat hij minder werk had. Van ‘ambulante begeleiding’ door de hulpinstelling De Waag - bij zijn vrijlating een voorwaarde van de rechtbank - kwam niets terecht. De stress nam toe. Hij woonde een tijd aan het Steven Butendiekplateau in Buiten-Wittevrouwen.
In februari 2009 meldde Jon zich bij de politie. Hij zou Francien Cuijpers die in hetzelfde buurtje als hij woonde, vijf maanden eerder vermoord hebben. Later ontkende hij de moord. De rechtbank veroordeelde Jon tot vijf jaar en …. tbs. Vorige week las ik in deze krant dat Justitie tien jaar en tbs wil. En gisteren las ik hoe Franciens broer Theo de herinnering aan zijn zus levend houdt.
Ik denk aan de man die zo anders wilde toen ik hem in 2007 ontmoette. 
(10 augustus 2011)


IK HOU VAN MEVROUW TEN KATE'S KARAKTER 
Het karakter van Mevrouw Ten Kate liet ik achter mij toen ik van De Parade wegfietste. In ‘Snotvergeme’ kreeg Mevrouw Ten Kate uiteindelijk de zoenen waar ze zo al lang naar op zoek is. Afkomstig van een dakloze dronken zwerver die een goudeerlijk man bleek. Als het leven tegenzit, verscheurt mevrouw Ten Kate ritmisch wat kranten. Lucht heerlijk op.
Op weg naar huis dacht ik over de karakters van mevrouw Ten Kate en ‘haar zwerver’. En rolde zo de werkweek in. Nam het stukje in de maandagkrant over de declaraties van provincieambtenaren tot mij. Hoe zitten die zelfbenoemde belangrijkdoeners, waarvan er steeds meer komen, eigenlijk karakterologisch in elkaar? Ze trekken de macht naar zich toe. En houden die vast. Bescheidenheid is hen vreemd. Zonder hen staat immers het radarwerk stil. Bij de provincie heten ze Rick Maas, Joop Binnekamp en Herman Sietsma. Ze gooien de miljoenen over de balk. Om hen heen cirkelt het makelaars- en adviesvolk. Ze worden opgeleid bij Berenschot en andere pijlers van de adviesbranche. Reorganiseren bij de thuiszorg verzorgenden weg of zetten ze op een hongerloon van minder dan een tientje bruto. Ik las over TEN HAVE Change management. En bekeek een interview met de jonge Steven Ten Have, hoge Ajax-commissaris. Heeft de kille onverstoorbaarheid van het zelfbewuste volk. Managed ergens in Rijnsweerd change. Ik heb deze Steven nooit ontmoet en weet toch al veel van zijn karakter. Hij kan zich meten met de duizenden young urban professionals die onze stad bevolken. Bij de gemeente, de provincie, de Rabo, SNS Reaal, Zadelhof Makelaars.
Ze hebben een hart. Een hart dat omklemd is door ijzeren logica, meedogenloze assertiviteit en een narcistisch zelfbeeld. Ze hebben meer over onze stad en provincie, ons onderwijs, ons geld en onze gezondheidszorg te zeggen dan goed voor ons is. Ik heb genoeg van die karakters.
De rest van deze week let ik uitsluitend nog op Mevrouw Ten Kate-achtige persoonlijkheden.
(3 augustus 2011)


WOEDE EN HAAT 
Een zoon die zijn vader zeventien jaar lang niet één keer ontmoet. De vader die op de Noorse televisie uitlegt zijn zoon, massamoordenaar, nooit meer te willen zien. Er kan veel mis gaan in een mensenleven. En veel mis gaan tussen ouders en kinderen. Zo bezien is het een wonder dat niet meer verwarde gestoorden hun woede op de wereld om hen heen projecteren. En tot daden komen als waartoe Karst T., Tristan van der Vlis en Anders Breivik kwamen. De wereld bleef in ontreddering achter. Zou deze Anders Breivik ooit getroost zijn door zijn pa?
Sinds afgelopen vrijdag kunnen we goed en kwaad nog makkelijker uit elkaar halen. Of het helpt bij het bezweren van het kwaad, betwijfel ik. Als alle lezers van deze krant moet ook ik dit ‘een plekje geven’. Heb ik dan nog plek voor de webtijgers die de afgelopen dagen rechts en links haat zaaiden tegen vermeende tegenstanders? Heb ik dan plek voor de ruwe omgangsvormen op een populaire website als Geen Stijl? Nog plek voor de straatracers van de Cartesiusweg? En plek voor de voetbalsupporters die Feyenoorder Fer zijn eigen overlijdensbericht zonden?
Geïsoleerd levende fanatici met een grote woede over de wereld om hen heen. In groepjes levende fanatici met een grote haat tegen de wereld. Slachtoffers met woede. Aanstaande daders vol haat. De verongelijkten zijn groot in getal.
Het afgelopen weekend kreeg ik te maken met de woede van pedofielen en de haat van pedo-jagers. ‘De beste pedo is een dode pedo’, las ik op het webforum van het MAX-programma Hollandse Zaken dat afgelopen zaterdag over pedofielen ging.
Steeds weer verbaas ik me over de haat die om de hoek staat. Een ongewenst idee of standpunt? Een vraag die tot zelfkritiek leidt? Alles voldoende om de vonk van de verwoestende haat te doen ontvlammen. Mijn voornemen? In dit hoekje van de krant radicale geluiden te laten horen. En uiteindelijk met een gematigde oplossing te komen.
(27 juli 2011)


EEN VROUW VERTELT OVER DE OORLOG EN WORDT BESTOLEN 
Twee meisjes liepen langs de deuren van de galerijflat op de 4e verdieping. Stilletjes giechelend. Onzekerheid? Een jaar of zestien waren ze. Hadden ze de goede deur te pakken? Was het hun eerste keer? Híér moesten ze zijn. Ze belden aan. De oude vrouw deed open. Was een en al oor. Natuurlijk wilde zij over de oorlog vertellen. Wie wil twee scholieren nou níét helpen met een werkstuk? Het was 11 mei. Dodenherdenking en 7 mei waren net voorbij. De oude vrouw had veel gedacht aan 7 mei 1945. Het Rosarium. De vrouw was 23 jaar geweest, woonde bij haar ouders op Nassaustraat 26. Fietsend naar Werkspoor in Zuilen, waar ze werkte, moest ze in de oorlogsjaren altijd langs Musserts huis.

Die 7e mei 1945 kwam ze onverrichter zake uit Zuilen teruggefietst. Alles, dus ook Werkspoor, lag plat. De stad gonsde dat de Canadezen de Biltstraat op zouden komen en wachtte op de bevrijders. Toen hoorde ze schieten. Bij het Rosarium en het huis van Mussert. Een lange schotenwisseling. Ze vertelde de schoolmeisjes over de moffen die tien verzetsmannen de dood in hadden gejaagd. Twee dagen ná de capitulatie. Toen hadden de meiden genoeg voor hun werkstuk en namen afscheid.

Even later zag de vrouw haar portefeuille liggen. Naast haar tas. In een flits begreep ze het.
Ze rende de deur uit. Met twee treden tegelijk flitste ze als een meid van 16 door het trappenhuis naar beneden. Vier dagen later deed ze haar atletische afdaling voor de camera van SBS-Hart van Nederland over. Zo’n conditie krijg je, al ben je 89, door drie keer per week bij Vechtlust achter Slot Zuylen te tennissen. Daarna een halfuur terugfietsen.
Ik ontmoette deze vitale Ria van de Kamp bij Hollandse Zaken van Omroep Max. Ze vertelde er het verhaal van de stelende meiden. En dat ze geld en ketting, mede dankzij attente bouwvakkers, terug heeft. Nu was ik in haar flatje op bezoek. Als de meiden voor de rechter komen, zal ze hen zeggen: ‘Als jullie je eigen kinderen later zo gaan opvoeden, wordt het een bende.’ 
(20 juli 2011)


DE VROUW VAN WOODSTOCK
In overlijdensadvertenties tref je fascinerende teksten. Zo las ik maandag in de Volkskrant boven een overlijdensbericht: ‘Dit is trouwens geen suïcide, ik wil gewoon slapen.’ Rouwadvertentie leiden tot vele gedachten en bespiegelingen. Dagelijks geestelijk voer, bron van smart of plaatsvervangende smart, een enkele keer opluchting, altijd reden tot overdenking.

Soms sla ik -gehaast- de overlijdensadvertenties over. Zo kun je maanden onwetend blijven van iemands overlijden. Het overkwam me vorige week woensdag. Ik ging in deze krant naar de achterpagina van het Utrechtse katern. Daar tekenen verslaggevers Bert van den Hoed en zijn vervanger Babette Rijkhof wekelijks het leven van vaak onbekende stad- en streekgenoten op. Toen deze krant vorig jaar met de necrologierubriek ‘Van wieg tot graf’ begon, was ik een tevreden abonnee. Ik sla het stuk nooit over.
Ik schrok. Want ik las van het overlijden van Nel Kleijzen. Twee maanden geleden al. Hoe klein het ‘grootste dorp van het land’ ook moge zijn, het is zo groot dat de dood van een bekende lang aan je aandacht kan ontsnappen. Áls je de overlijdensadvertenties niet dagelijks leest. Nel Kleijzen en haar man Antoon van der Werf portretteerde ik twee jaar geleden in dit stukje. Een timmerman en timmervrouw die ambacht en liefde delen. Meubelmakers die aan de rand van Overvecht kersenhout bewerken. Toonden mij de schoonheid van de zwaluwstaartverbinding. En dat ‘psychisch inkomen’ na mooi werk meer in het laatje brengt dan een goed betaalde vaste baan. Nel werd ziek. Een tumor. En plots kreeg ik nu, bijna twee maanden na haar overlijden, het bericht. Zo kan het gaan in de stad als je niet bij elkaar in de buurt woont en niet in elkaars netwerk zit. ‘De vrouw van Woodstock’, bewoonster van de Twijnstraat, verdient het dat deze krant twee keer bij haar overlijden stil staat.
Ga je deze zomer op zo’n karakteristiek berkenhouten stoeltje van De Parade zitten, bedenk dan dat Woodstock van Nel de maker is.
(13 juli 2011)


TWEE VERSLAAFDEN IN ÉÉN HOTELKAMER
De verslaafde herken je aan de niet gemeende wens ooit clean te worden. Ik dacht eraan toen ik in de maandagkrant een in de startplaats van de Tour de France gemaakte foto van burgemeester Wolfsen en sportwethouder Den Besten zag. Ik las dit zinnetje van de sportwethouder: ‘Het moet niet eeuwig gaan duren.’ En hoorde de karakterzwakte van de verslaafde.
 
Over welke verslaving heb ik het? Geen cocaïne, drank of een andere desastreuze afhankelijkheid van een fysieke kick. Ik bedoel de zucht naar leeg, kortdurend spektakel, ons aangeboden door op hun beurt eveneens verslaafden, wielrenners. En in dit netwerk van afhankelijkheid speelt de dealer de cruciale rol. Hij, Tour-directeur Prudhomme, had de verslaafden Wolfsen en Den Besten in zijn Franse junkenhol uitgenodigd. Van zijn Italiaanse collega-dealers van de Giro d’Italia had Prudhomme vernomen dat de zucht naar dopingspektakel bij ons legendarisch is. Na de Giro-ervaring van vorig jaar jaar worden wij in Italië de Citta del Narcodopo genoemd.
Bij de Tourstart dit weekend kreeg het duo Wolfsen/Den Besten toegang tot alle snuif-, slik- en spuitruimten van de Tour der apothekers. Ze brachten er ons verlangen naar het verslaafdenfestijn Tour de France onder woorden. Epo, anabole steroïden, peptide hormonen, clenbuterol, pseudo-efedrine? We lusten er in de Domstad wel pap van. Zeiden de twee stadsbestuurders. Toen Tour de France-directeur Prudhomme daarop vroeg welke topprestatie onze junkenstad zou verrichten áls wij de Tour-start zouden krijgen, luidde het flitsende antwoord: ‘Wij maken Le Grand Dopage. Een superervaring die de herinneringen aan de fietsende Italiaanse apothekers van 2010 zal doen verbleken.’
 
Het reisje naar de Tour, afgelopen weekend, werd als een voyage vers le ciel uit de gemeentelijke verslaafdenpot bekostigd. Maar was niet duur. Uit zuinigheidsoverwegingen deelden de burgemeester en de wethouder één hotelkamer. Want verslaving gaat altijd boven comfort.      
(6 juli 2011)       
 

FIETSENDIEVEN LEKKER TERUGGEPAKT

Bij het leven in de grote stad hoort fietsendiefstal. De kunst is er gepast en laconiek op te reageren. Bij iedere ontvreemde fiets in boosheid of verdriet over de deplorabele morele staat der mensen te verglijden, schiet niet op. Mijn laatste stadsfiets, een 125 euro tweedehandsje, werd gejat bij station Overvecht. Ik zag de humor van mijn eigen domheid in. Ik had de fiets aan een paal zonder verkeersbord erop vast gezet. Kinderspel voor fietsendieven: de fiets met slot en al van de paal aftillen.

 

Fietsendieven terugpakken is een andere manier van verwerken. Van onze dochter werd een maand geleden de fiets ontvreemd. Ze belde in staat van opwinding. ‘Pa, bij de zij-ingang van Hoog Catharijne zie ik mijn fiets aan een kettingslot staan. Ik heb de politie al gebeld. Ze konden me niet helpen.’ Mijn dochter kreeg van de dienstdoende agent nog wel te horen: ‘Wij garanderen niet dat u niet vervolgd wordt als u uw fiets terugsteelt’.

Wat te doen? Onze strategie was deze. We zouden de Utrechtse politie trotseren, het slot van de dief/heler/koper met een slijptol verwijderen en de fiets meenemen. Omdat we dit gereedschap niet thuis hadden liggen, legden we eerst een nog veel dikkere ketting om ‘onze’ fiets. De volgende avond zouden we - mét slijptol - terugkomen.

 

De volgende ochtend werd de fiets nog met twee sloten gesignaleerd. Aan het eind van de middag was dat anders. De fietsendief - of wellicht de heler van gestolen waar - had onze ‘extra slot-ingreep’ als signaal geïnterpreteerd. En wat had hij (of zij) gedaan? Het eigen slot van de fiets verwijderd. En verder niks. Het beteuterde gezicht zie ik voor mij.

Wij voelden ons detective, politieman en stadse slimmerds tegelijkertijd. Mijn dochter nam haar ‘teruggestolen’ fiets mee.

 

Maar de stadse fietser kent meer ongemakken. Drie dagen later werd de teruggestolen tweewieler - fout geparkeerd - weggesleept. Voor twaalf euro vijftig moest ze haar fiets terugkopen bij het gemeentelijk fietsendepot aan de Kanaalweg.

(29 juni 2011)


GOD IS LIEFDE EN DE DOMSTAD EEN HEMELS JERUZALEM 
Er bestaat een mooi verhaal over de kerken in onze oude binnenstad. Sommige kritische sceptici aarzelen over het waarheidsgehalte. Maar het verhaal moet je geloven zoals je het geloof gelooft: blind en kritiekloos.
Dat verhaal gaat zo. In de elfde eeuw kreeg de Utrechtse bisschop Bernold het hemelse idee om vijf kerken te bouwen die samen een ‘kerkenkruis’ moesten vormen: centraal de Domkerk en in de vier windrichtingen vier kerken. De Pieterskerk verscheen ten oosten van de Dom, de Janskerk in het noorden, de Paulusabdij in het zuiden en aan de westkant werd de Mariakerk gebouwd.
Met het kruis werd onze elfde-eeuwse stad aan God opgedragen.
De Mariakerk en de Paulusabdij mogen dan gevallen zijn door de tand des tijds, onze binnenstad heeft nog steeds veel religieus schoons te bieden: Buurkerk, Jacobikerk, Nicolaas-, Geerte- en Catharijnekerk.
Aanstaande vrijdag kunt u tijdens de Utrechtse kerkennacht 35 kerken in onze stad bezoeken, las ik in een folder die in de bus viel. U kunt bij de Kopten in Zuilen terecht, bij de Vergadering van Gelovigen aan de Eykmanlaan. De christelijk-gereformeerde Singelkerk achter de Wittevrouwensingel opent de deuren. Net als de remonstranten in de Geertekerk. Wilt u oude nagels, haren en stukjes bot bewonderen? Ga dan naar de oud-katholieke Sint-Gertrudiskathedraal waar middeleeuwse relieken de Reformatie overleefd hebben.
Wat gaat aartsbisschop Eijk vrijdagavond in de kerk van zijn ooit gevreesde tegenstander pater Kotte, de Willibrord, vertellen? Zou hij enkele binnenstadskerken die tijdens de Reformatie van de katholieken werden gepikt, gaan terugeisen? Zelf denk ik vrijdag te gaan bijtanken in de wondermooie zeventiende-eeuwse schuilkerk naast de Gertrudiskathedraal. En anders in de Dom bij de lekenpreek van Claudia de Breij of in de Antonius aan de Kanaalstraat.
Met volle teugen religie binnenhalen. Om even te voelen wat wij, moderne hedonisten, missen. Ik wens je een gezegende Kerkennacht. 
(22 juni 2011)


RIJK WORDEN VAN GRIEKENLANDS ONDERGANG
Gisterenmiddag keek ik op tv een tijdje naar het glimmende jongenshoofd van onze minister van financiën. En luisterde naar zijn verhaal. In de Tweede Kamer probeerde hij het land te overtuigen dat Griekenland niet mag ‘omvallen’.

Op het moment dat ík Jan-Kees bekeek, zat de Haute Finance van de Croeselaan ook te kijken. In de dealingrooms van SNS-Reaal en bij de aangebrande Rabo-torens Hoogmoed en Hebzucht wogen de perverse speculanten de betekenis van de woorden van onze minister. Al maanden wordt vanuit Nederlandse banken en pensioenfondsen gepoogd een slaatje te slaan uit de ondergang van Griekenland. Ook in onze stad lopen financiële blagen rond die met ons aller spaar- en pensioengeld een levensgevaarlijk casinospel aan het spelen zijn. Ze helpen Nederland en de wereld op weg naar de volgende desastreuze financiële crisis.
Ik hoorde Jan-Kees haircut zeggen. En hij zei: ‘De vijfde tranche’. En daarna ‘Halfjaarspapier tegen 4,96 %’, ‘De Troïka’ en meer geheimtaal. Ons financiële glimhoofd waagde te zeggen: ‘Onder de huidige omstandigheden is er geen sprake van shortselling’.
Ik denk dat Jan-Kees zat te liegen. Shortselling betekent dat je zo hoog mogelijke winsten maakt op dalende prijzen. De speculanten van de Croeselaan, en die van de Amsterdamse Zuid-As, de City en Wall Street zijn al vele maanden bezig aan te sturen op een ondergang van Griekenland. Omdat ze weten dat de instellingen waarvoor zij werken er miljarden aan verdienen. En, nog veel belangrijker, zijzelf aan provisies en bonussen vele miljoenen.
De internationale flitskapitaal-sector floreert als nooit tevoren.

Mijn bescheiden boodschap vandaag is deze. Vanaf de Croeselaan en wereldwijd wordt u dezer dagen flink genaaid door het flitskapitaal. Hou die lui in de gaten. Blijf ze wantrouwen. En geniet tussendoor van het moois dat de wereld u biedt: natuur, het Centraal Museum, seks, Beethoven, een litho van Hermkens. Het maakt niet uit.
Maar vergeet het financiële tuig niet!
(15 juni 2011)


HOU DE SCHEIDING IN HET MIDDEN 
De mooiste zinnen en woorden over echtscheiding zijn al lang geschreven. Na-huwelijk bijvoorbeeld. Het begrip zegt: met het eind van de relatie blijf je, toch nog een beetje liefdevol, aan elkaar gebonden. Een mij bekend paar stuurde recent Happy divorce-kaartjes rond om de harmonieuze kant van hun relatie-eind te benadrukken. Zojuist las ik: ‘Het is moeilijk om te snappen dat de twee mensen van wie jij het meest houdt, niet meer van elkaar houden.’ En: ‘Dat je ouders uit elkaar gaan, blijft niet heel je leven lastig en moeilijk.’

De laatste twee zinnen komen uit Heen en Weer, ‘handboek voor kinderen van gescheiden ouders’ van de Utrechtse jeugdboekenschrijfster Marja Baseler. Aanstaande zaterdag presenteert Marja haar boek in de Winkel van Sinkel (4 uur) tijdens het Happy Ex-café, eveneens een Utrechtse primeur. Baseler interviewde Utrechtse kinderen over hoe zij de scheiding van hun ouders hadden ervaren. ‘Al ontstijgt dit thema natuurlijk de grenzen van de stad’, haast zij zich er aan toe te voegen.
Waarom zij dit boek maakte? ‘Zo rustig als mijn ex en ik uit elkaar gingen, werd bijna niet begrepen door onze omgeving.’ Kinderen kunnen in Baselers rijk geïllustreerde boek zelf aan de slag met de praktische omstandigheden en met de stemmingen na de scheiding. ‘Hoe reageerde jij toen je het hoorde?’, luidt een vraag. Geschrokken? Verdrietig? Boos? Schuldig? Eenzaam? Onzeker? Angstig? Opgelucht? Bezorgd? Rustig? Of een ander gevoel?

Ooit, voor ik zelf in het voorportaal van het ‘na-huwelijk’ geraakte, had ik met een collega een luchthartig idee over een amusante quiz met informatie én humor over dit thema. Titel: ‘De scheiding in het midden’. Later werd de luchtigheid achterhaald. En nu, na lezing van dit intense, maar ook lichte Heen en Weer hangt een citaat van Laura (9) in mijn hoofd: ‘Ik heb een tip voor ouders als ze gaan scheiden: breng het als een oplossing en niet als een probleem.’
Ja, dát spreekt me aan.
(8 juni 2011)


ONZE STAD WORDT NOG STEEDS BELAZERD
Voor 800.000 euro liet de gemeente Utrecht elf rapporten over zichzelf schrijven. Alle bekende luchtverkopers van de adviesbranche schreven mee: Deloitte, KPMG, Berenschot, BMC, AnderssonElffersFelix, TwijnstraGudde, PWC, BrinkGroep. Uit de hoge managementadvieshoed toverden de wethouders de Rijk en Kreijkamp afgelopen maandag plots de gemeente Utrecht als ‘een financieel gezonde organisatie’.
Ik bespaar u het taalgebruik en het daderprofiel van de rapportenschrijvers. U kent inmiddels het karakter. Die 8 ton is peanuts voor een gemeente die zo’n 600 miljoen euro reserve heeft. Hoe komt Utrecht zo steenrijk? Decennia lang te hoge gemeentelijke tarieven aan de burgers in rekening brengen én sluw speculeren met grond.

Vijf gemeentelijke bobo’s (Hoek, Manshanden, De Wit, Nijenkamp en Bakker) schreven op 4 maart vorig jaar, een dag na de gemeenteraadsverkiezingen, dat ‘de besparingsmogelijkheid via efficiencyverbeteringen in de ambtelijke organisatie volledig benut is’. Dure taal voor: bij ons is niks te halen. Alsof de Utrechtse bevolking in 2010 nóg niet door had dat zakkenvullers al jaren deel uitmaken van het gemeentelijk topmanagement.
Begin deze week, een jaar na de laatste poging om de Utrechtse bevolking verder uit te persen, bleek dat er 55 miljoen bezuinigd kan worden zonder dat de Utrechtse burger daar veel van merkt. Al is het sluiten van de bieb in De Plantage natuurlijk schande en onnodig.
Het geld waarvan nu blijkt dat het niet meer uitgegeven hoeft te worden, werd dus vele jaren in zinloze putten gestort.
De gemeente Utrecht zou, mét excuus, onmiddellijk de gemeentelijke tarieven met tien procent moeten verlagen.

Maar wat doet de gemeente? Die kondigt verhogingen voor de inflatie aan. En de marktkooplui gaan zelfs 10,86 procent méér marktgeld betalen. Maar wat wil je ook met oud-Berenschotadviseur Schurink als gemeentesecretaris en wethouders als Kreijkamp ('We werken deze uitdaging graag verder uit.') en de Rijk.
(1 juni 2011)


LEESTEKEN IN HET LAND DER LETTEREN 
Dit dorp gehurkt aan de rivier,
Is niet meer dan een bewoonde zandkorrel.
De man die deze poëzieregels over het dorp Vreeswijk schreef, zat zaterdag in het benauwde zaaltje waar het eerste nummer van het nieuwe literaire tijdschrift De Utrechtse Boekhouder - niet voor accountants -werd gepresenteerd. Maar wie van de veertig aanwezigen in Salon Saffier aan de Herenstraat was de man van de regels? Ik hoorde spreken over ‘Utrecht, stad van zachte idioten’. Het openingsverhaal in De Utrechtse Boekhouder is van ene Jean Brüll, de zondagsschrijver verantwoordelijk voor de regels over Vreeswijk.

Brüll over zichzelf: ‘Juni 1956 trad ik als leerling bureelambtenaar in dienst bij de Spoorwegen HGB III. Als inkoper van elektrotechnische spulletjes werkte ik bij de Centrale Inkoop- en Magazijndienst. Mijn tijd vulde ik met lezen en met het schrijven van verhalen en gedichten. Dat werd gedoogd, want er was weinig te doen.’ Dorre NS-kantoorvertrekken doemen op. Een man die beeldend schrijven kan, deze Brüll, 40 jaar NS-beambte, amateur-wielrenner bij De Volharding. De driejarige cursus die opleidde tot stationschef, werd het begin van zijn ‘poëtische aftakeling’, lees ik. Brüll schrijft dat poëzie zijn verborgen rebellie tegen de vele autoriteiten die hem omringden, vormde. Eerder werd hij met zijn Duitse moeder gepest, na de oorlog door Vreeswijkse jongens boven het kanaal gehouden, zijn hoofd onder water geduwd. ‘Zeg dat je een moffenjong bent!‘ ‘Ze kregen hun zin’, lees ik in Brülls bijdrage. En: ’Ik voel me uiteindelijk niet meer dan een leesteken in het land der letteren.’ Zo’n stil gebleven liefhebber van de literatuur wil ik spreken. Maar wie is hij?
In het volle zaaltje kijk ik om me heen. Een vrouw wijst. ‘En dit is ‘m’, zegt ze trots.
Ik bracht zaterdag een prettig kwartiertje met deze NS-‘bureelambtenaar’ die acht boeken over Simon Vestdijk schreef, door. Een onbekende 79-jarige Utrechtse schrijver ging voor mij leven.
(25 mei 2011)


LEVEN MET DE BEMINDE 
In de supermarkt, bij de vleeswaren, ontmoette ik een vrouw. Haar man kende ik uit de stad. Hij, Ethiopiër, had net zijn legale status verkregen. Mag dus bij zijn kinderen Tsion (5) en Joshua (3) blijven. Nu raakte ik met hun moeder Agnes, die vroeger Jeltje heette, in gesprek. Zo’n gesprek over supermarkt en persoonlijk leven: cervelaat, kinderen, Ethiopische man. ‘En binnenkort komt mijn boek over negen jaar in het klooster uit’, nam het gesprek een verrassende wending. Deze Jeltje trad op haar 27e toe tot de kloosterorde van de Clarissen in het Brabantse Megen. Op haar 36e keerde ze in Utrecht terug. Nu is ze, 43 inmiddels, vrouw met gezin.

Zojuist las ik van Agnes Holvast ‘Leven met de Beminde’ (uitg. Ten Have), het relaas van een avontuurlijke, spirituele vrouw die een leven van reizen, mannen, studie en feesten leidde. Maar altijd was er de filosofische kant die ze verdiepte in het boeddhisme en andere bronnen van inspiratie. De jonge Jeltje ging een keer kijken in het Clarissenklooster. Als eerste leerde ze af snel te oordelen. Ze stelde zich open voor het religieuze, liet ‘de genade toeslaan’, werd verliefd op het klooster, geraakt door Gods liefde en ging Jezus ervaren als ‘innerlijke leraar’ die haar van ‘duisternis naar het Licht kon voeren’. Ze maakte haar relatie uit en trok een donkerbruin habijt aan. Ik las over een pittig karakter dat de geloften van armoede, gehoorzaamheid en zuiverheid aflegt. Ascetisch leven. De armoede en de gehoorzaamheid vielen mee. Het leven zonder liefdesrelatie en seks viel tegen. Dagelijks twee uur mediteren, vijf keer psalmen zingen, bidden en de stilte maakten veel goed. Maar niet genoeg.
In het jaar dat Agnes uittrad, werd ze verliefd op de Ethiopische man. ‘Vanwege het licht, de wijsheid en de zachtheid in zijn ogen, waardoor hij een beetje op een monnik en misschien een beetje op Jezus zelf leek.’
Wat kan een leven een bijzondere wending nemen. Hoorde ik in de supermarkt.
(18 mei 2011)


MEER BOMMENWERPERS BOVEN UTRECHT
We zijn vanavond zes dagen voorbij Dodenherdenking. Het herdenken blijft wezenlijk. De vrijheid om te zeggen en te schrijven wat je wilt, is bijna te vanzelfsprekend voor een luxe beest als ik die nooit een oorlog meemaakte. Amsterdam had dit jaar een sterke, confronterende herdenkingsactie. Bewoners van huizen van waaruit in de Tweede Wereldoorlog Joodse Amsterdammers werden weggevoerd, hingen een affiche op hun ramen. Tekst: ‘Dit is 1 van de 21662 Amsterdamse huizen waar joden woonden die in de 2e wereldoorlog werden vermoord’. Het leek op de confrontatie met mijn eigen Utrechtse huis waar ik sinds 2000 woon. Twee jaar nadat ik erin trok, hoorde ik over de Pools-Joodse familie die er in de oorlogsjaren verbleef. Enkele familieleden werden naar de vernietigingskampen gevoerd. Een enkeling slechts zou de oorlog overleefd hebben.
Mijn huis werd daarna nooit meer zoals het ervoor was.

Dodenherdenking en Bevrijdingsdag galmen dit jaar langer na door de reacties die ik kreeg op mijn stukje over Jantje Tinholt en de op Wittevrouwen neergestorte Lancaster-bommenwerper, in de nacht van 22 op 23 juni 1943.
Joop Blaas, toen 7 jaar, woonde op Takstraat 12. Hij herinnert zich dat een bemanningslid van de bommenwerper aan zijn parachute neerkwam in de perenboom van zijn buren, de familie van Doorn, op nummer 10. Behalve bij de familie Kwakman op nummer 8 sprak niemand in de straat Engels. Dus werd het Engelse bemanningslid daar heimelijk ondergebracht. Ik sprak ook met Ab van Doorn die die nacht als jochie van 9 met zijn vader op Goedestraat 83 naar buiten stond te kijken. 'Ik zag een grote gloeiende vuurklomp en een vonkenregen naar beneden komen. Een soort brandblusser stortte op ons dak.'
Ook hoorde ik dat die nacht op 200 meter van Slot Zuylen een Britse Halifax-bommenwerper was neergestort. Er vielen geen doden onder de Zuilense bevolking. In Wittevrouwen vielen vijf doden.

De wijk zou een herdenkingsplekje moeten krijgen.
(11 mei 2011)


BOMMENWERPER STORT OP WITTEVROUWEN
Jan Tinholt komt sinds januari 2010 vaak op de begraafplaats aan de Gansstraat. Hij bezoekt het graf van zijn vrouw Nel. Zoals het leven samen met haar was, wordt het nooit meer, al zijn Jans kinderen en kleinkinderen lief voor hem. Ik kwam Jan laatst tegen in Nieuwegein, in de jachthaven van Plettenburg. Hij vertelde me over de Pieternella, zijn naar Nel genoemde boot. En over de graven van vijf Britse Air Force-soldaten, ook aan de Gansstraat. Ze doen Jan iedere keer aan de nacht van 22 op 23 juni 1943 denken. Een oorlogservaring.

Jantje Tinholt was 14. Hij woonde met zijn ouders, broer en zus op Palmstraat 60. Het Britse Bomber Command voerde die junimaand ’43 duizenden bombardementsvluchten naar het Roergebied uit. Op hun vlucht passeerden de bommenwerpers onze stad en Utrecht werd bijna iedere nacht opgeschrikt door luchtalarm. Gevolgd door het geluid van afweergeschut en Duitse jagers die de Britse Lancasters uit de lucht probeerden te schieten. Die nacht werd om 4 minuten voor 1 een Brits toestel getroffen. Het stortte brandend neer in Jans wijk Wittevrouwen. Het grootste deel van het vliegtuig met de bommen kwam neer op Kapelstraat 47, 49, en 51. De huizen brandden volledig uit. Johan Boer (12), zijn ouders en de kleine Aart Stravers (4) kwamen om. Elders in de wijk ontstonden kleine brandjes. Jan zag ze die nacht met eigen ogen. Op Obrechtstraat 20 verongelukte de bejaarde Kees van Heelsum. Een vliegtuigvleugel doorboorde zijn dak en daarna de vloer van zijn slaapkamer. Van Heelsum stapte uit bed en viel in het gat. Het staartwiel van de bommenwerper lag voor Zandhofsestraat 174. Dode bemanningsleden werden gevonden in het huis van de familie Thomassen aan de Bollenhofsestraat 192, achter Poortstraat 29 en in de Gildstraat voor nummer 94. Daar zag Jan een dode Engelse vlieger in zijn stuurstoel zitten, de riemen nog vast.

Die nacht kon Jantje Tinholt niet meer slapen.
(4 mei 2011)


LELIJKE OUDE MAN IS OOK RACIST
‘Met duizenden andere racisten liep ik mijn tien kilometer toch maar mooi uit.’ Dampend en happend naar adem stond ik aan de finish een vriendelijke TV Utrecht-verslaggever te woord. Aan zijn gezicht zag ik onmiddellijk dat ik iets verkeerds of op zijn minst onbegrijpelijks had gezegd. Ironie is een spannende manier om je standpunt op een tegenovergestelde manier te laten zien. Maar ironie laat zich ook vaak misverstaan.

Ik had me natuurlijk, onmiddellijk na de finish van de tien kilometer afgelopen zondag, niet moeten laten verleiden tot een ‘dubbele bodem’. Aan mijn kop kon je niet zien dat ik het niet meende. Mijn ogen stonden hol, mijn gelaat getekend. Daar paste geen ironische blik meer bij. Zo’n uitspraak moet je niet uitleggen, maar ik maak een uitzondering. Het was een knipoog naar het ontmoedigen van Keniase deelname aan de Utrecht Marathon. De discussie hierover duurde weken.
Direct na mijn finish vertelde ik ook over de gehoofddoekte moslima naast wie ik een paar honderd meter vertoefde. En over de, gezien zijn uiterlijk, Ethiopische man die een stukje met mij oprende. Allemaal racisten…
Ironie is altijd lastig. De afgelopen week werd ik meerdere keren geïnterviewd over elf jaar werken voor Rondom 10 en over het nieuwe programma Hollandse Zaken dat wij deze zomermaanden bij Omroep MAX gaan maken. In een bijzin had ik het over mezelf als over ‘een oude, lelijke man die ook nog eens uitgeblust is’. Dat meen ik natuurlijk niet, maar door het ironisch te zeggen, maak ik de mensen die vinden dat lekkere jonge vrouwen het veel beter doen mannen van middelbare leeftijd een beetje belachelijk. Prompt kreeg ik de vraag hoe het toch kwam dat ik zo verzuurd was geraakt.

Mijn tip is: doe altijd voorzichtig met ironie. Voor je het weet hebben ze allerlei oordelen klaar. Daarom, als afscheid van de ironie nog één ironisch zinnetje: ik trek het me namelijk vreselijk aan als mensen iets negatiefs over mij denken. 
(27 april 2011)


PATSERS IN SUV'S EN KAMIKAZE-ACTIES 
Ook onze stad kent patjepeeërs. Vastgoed-patjepeeërs, financial-patjepeeërs en nog zo wat. Sommigen van hen vertonen zich in monstrueus grote auto’s die fourwheeldrive, Landrover of SUV genoemd worden.

Vandaag aandacht voor de man die donderdagavond in een patserige landrover op de kop van de Maliebaan Jan Druppers uit zijn scootmobiel reed. Ik was er niet bij en ben uit goede gewoonte journalist die meerdere betrouwbare bronnen polst alvorens tot een oordeel te komen. Maar deze keer laat ik mijn fantasie de vrije loop. Ik zie een man voor me die zijn rijdende vetvlek door de Utrechtse straten stuurt terwijl zijn hele lichaamstaal ‘Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats’ uitademt. Zo’n soort man moet het geweest zijn die Druppers met zijn fourwheeldrive uit zijn scootmobiel duwde. Om daarna een paar keer over de scootmobiel van Jan heen te raggen. Wat mij betreft mag deze hardvochtige klootzak voor deze ‘poging tot zware mishandeling’ een paar maanden achter de tralies verdwijnen.

En toch… toch moest ik door deze gebeurtenis aan de keerzijde denken. Die keerzijde gaat over de zwakkere verkeersdeelnemers: de voetgangers, fietsers, brommerrijders én de invalide scootmobielers in onze stad. Arrogant denken ze de ‘sterkere’ verkeersdeelnemer te kunnen provoceren met levensgevaarlijke oversteekacties, het trotseren van rode fiets- en voetgangerslichten en tergend langzaam fietsen op de grachten. Ik mag het zeggen, want ook ik ben soms zo’n slechte verkeersdeelnemer. Ik heb te doen met de buschauffeurs, sneltrambestuurders en automobilisten in onze stad. De hoeveelheid krankzinnige kamikaze-acties van ‘zwakkere’ verkeersdeelnemers is ongekend groot. Ik heb het laatst staan observeren bij het station. En was getuige van complete gekte.
Ik praat geen enkele moordpoging op een eerzame scootmobielrijder door een SUV-rijder goed. Maar dat óók alle ‘zwakkere’ verkeersdeelnemers in onze stad eens een toontje lager moeten zingen, staat vast. 
(20 april 2011)


GEEN STIJL, MAAR DES TE MEER KARAKTER
Mijn weekeinde begon op het nieuwe literatuurfestival in onze stad City2Cities. Ik las twee regels van Marsman over de Domstad voor.
Geen stijl, maar des te meer karakter heeft de stad,
Een harde en benepen eigenzinnigheid.
En haalde daarna álles uit het weekend.

Nadat de Utrechtse stugheid literair was uitbehandeld, haastte ik me naar kunsthandel Juffermans. Daar werd, twaalf jaar na de eerste uitgave, de hernieuwde ‘Jeroen Hermkens en Utrecht’ gepresenteerd. Een boek vol litho’s dat deze week - steeds een andere pagina opengeslagen - op mijn tafel ligt. Daarna naar de 35e Mega Platen & CD Beurs. Zocht en vond bij een Londense hippie Amerikaanse jaren zestig-persingen van Sam Cooke. Op de fiets terug naar huis hoorde ik over Alphen aan de Rijn. Dacht aan wat liefdescoach Marion van der Stad uit Nieuwegein mij ooit uitlegde over wat ‘stille mensen’ doormaken en wat het betekent ‘niet gezien te worden’.
Ik legde mijn verbijstering te ruste. Was zondagochtend toeschouwer bij de Rotterdam-marathon en was om 10 over half 3 terug. In mijn eentje stond ik met twee kaartjes op het verlaten plein voor de Galgenwaard. Kengo, een verdwaalde Japanner zonder clubcard, sloot zich bij mij aan.
Mijn weekend eindigde in Kanaleneiland, maandagochtend 11 uur. Buiten winkelcentrum Kanaleneiland ontmoette ik de kleurrijke man met grijze baard, paarse pet en de sandwichbordtekst ‘Uw hart heeft een deur’. Ik beschouwde het als een troostende oproep tot meer zachtheid. Thuis hoorde ik dat het ging om Openbaring 3, vers 20. De oproep van God, via Johannes, om Zijn woord tot je te nemen. Van het poëtisch woord van Hendrik Marsman tot het woord van God was mijn weekend vol geweest.

Ik sta er zelden bij stil, maar vandaag realiseer ik me dat veel mensen – zoals die jongen uit Alphen - niet meer zien dat er veel, heel veel is om van te genieten.
(13 april 2011)


BLOED DROOP UIT ONS KEUKENKASTJE
Een enkele keer ontving ik een dreigmailtje. Omdat mijn programma’s de mailschrijver tot woede brachten. De dreigementen kwamen nooit van de vastgoedmaffia, de bankenbazen aan de Croeselaan, de stadse elite of van de zielloze vergadertijgers van gemeente en provincie die ik hier soms op de hak nam. Toch dacht ik in een reflex aan een wraakactie vanwege een stukje toen ik op mijn aanrecht een plasje bloed vond. Een bloedspoor dat eindigde in een gestolde druppel, liep langs de sponning van het keukenkastdeurtje. In een reflex zochten mijn ogen de poezen. Die in de vensterbank lagen te genieten van de vroege voorjaarszon.

Waar kwam dit bloedbad vandaan? Ik opende het deurtje. Van het vrijkomende bovenste plankje druppelde meer bloed. Welk keukenmonster was verantwoordelijk voor de gestolde resten van een slachtpartij in mijn kastje? Mijn slechte geweten speelde opnieuw op. Had ik recent nog iemand afgezeken die mij met deze bloederige actie intimideerde?
Op het kastplankje stonden vier smaken Unox-soep-in-zak in een plasje bloed: asperge-, bospaddestoelen-, erwten- en pittige tomatensoep. Toen vond ik de verklaring. Het pak ‘pittige tomatensoep’ stond bol en was op de naad gescheurd. In een flits wist ik: een pak soep was gaan gisten en daarna min of meer ontploft.

Hoe komt een man die van vers en zelf koken houdt aan vier pakken soep in zijn keukenkastje? Dat zit zo. Een van de beste koks van de stad verklapte mij vorig jaar dat die ogenschijnlijk fantasieloze fabrieksmatige ‘Unox-soep-in-zak’ verrassend smaakvol is. Mits je de inhoud goed behandelt. Dat betekent flink wat goede olijfolie (virgin) erbij, mogelijk wat verse groente van dezelfde smaak en daarna de blender in. Ik deed wat de meester-kok mij voorschreef en werd verrast: zeer smakelijk.
Dankzij gistende tomatensoep-in-zak weet ik nu: de gedachte dat mijn stukjes de lezers tot dreigementen aan toe kunnen roeren is een arrogante.
(6 april 2011)


EEN BOTSING VAN ROOMSE KARAKTERS 
Uitbundig zwaaide de wandelstok in alle richtingen, alsof het een wuivend wierookvat betrof. Het bijna 80-jarige lichaam dat aan de stok vast zat, kon niet meer kwiek uit de lage bioscoopstoel omhoog komen. De hand die de stok hanteerde en het bioscooppubliek groette, had tijdens een lang priesterlijk leven het volk honderdduizenden keren gezegend. De hand had ontelbaar vaak de kelk met wijn richting hemel geheven. Waarna het ‘bloed van Christus’ was geworden.

Ik schudde deze kardinale hand van Ad Simonis in de afgeladen City-zaal, afgelopen zondag. We hadden Gods Eigen Parochie gezien, een bijzondere film over pater Winand Kotte van regisseur Sherman de Jesus. Ook de behoudende Simonis die een lange controverse met de behoudende ‘pater Winand’ had, komt er in voor. Aan pater Kotte heeft onze stad, met hulp van de familie Lisman, de schitterende Willibrordkerk aan de Minrebroederstraat te danken. De film fascineerde mij, omdat ik werd meegezogen in het ‘waarom’ van de strijd tussen de machtige Kerk en een dwarse priester zonder dat ik een glashelder antwoord kreeg. ‘Wij zijn de enige ware kerk en van de rest deugt niets.’ Met die woorden typeert Simonis Kotte’s opstelling. Daarmee suggererend dat Winand Kotte suprematie nastreefde. De oud-aartsbisschop lichtte mij tussen de bioscoopstoelen toe: ‘De echte ware kerk is de kerk van Rome en die is veel groter dan pater Kotte.’ Als ik Kotte was geweest, had ik me ook tegen deze arrogantie verzet.

Na de film haalde ik op de Voorstraat mijn fiets van het slot. En overdacht Simonis op zijn herenrijwiel op de Maliebaan, al weer drie jaar geleden voor het laatst. Toen werd ik aangesproken door jonge aanhangers van pater Kotte. Een vrouw toonde zich nog zichtbaar geroerd door haar contact met Kotte. ‘Pater Winand liet mij en veel anderen een stukje van de hemel zien. Of, om het anders te zeggen, pater Winand, een intuïtieve man gaf mij het zicht op het mysterie.’
Ik ga Kotte verder onderzoeken. 
(30 maart 2011)


HET VLEES VAN EEN KANKER-HAGENEES
Mijn voetbalboeken staan op een doorbuigend plankje boven mijn Domstad-boeken. Wat mij tot een dankwoord brengt. Aan alle aardige lezers die mij na mijn stukje van vorige week hun eigen exemplaar van ‘Jeroen Hermkens en Utrecht’ aanboden. Een mededeling: op 9 april verschijnt een nieuwe, uitgebreide heruitgave van dat prachtboek met litho’s over de Domstad.

Terug naar mijn voetbalplankje. Een belangrijk werk is The Soccer Tribe van zoöloog Desmond Morris. Wereldwijd een standaardwerk, omdat het de geritualiseerde oorlog die voetbal óók is in de geschiedenis plaatst. Als we geen voetbalstammenoorlog zouden hebben, zou ie moeten worden uitgevonden om te voorkomen dat onze jonge mannen hun oorlogsbehoefte in moord en doodslag omzetten in plaats van in kwetsende spreekkoren. In die zin is het niet tactisch als de autoriteiten voetbal-agressie te streng indammen. In de jaren zeventig hoorde Morris in Engeland de spreekkoren met hate, arse, ‘You will die’, ‘Fucking heads kicked in’ en ‘You will go by ambulance’. In vele variaties behandelden supporters ook toen al het masturberen (‘He’s a wanker’) en de vermeende homoseksualiteit van de tegenstander.

Schelden doet pijn. In voetbalstadions is de ondergang van de beschaving al lang begonnen, betoogde ik hier al eerder. Het ‘We gaan op jodenjacht’ van afgelopen zondag in Den Haag was stuitend. En past in de geritualiseerde voetbalstammenoorlog van de laatste jaren. Zondag 3 april komt ADO Den Haag in Galgenwaard op bezoek. 'Voor wie ben jij?', vragen mijn vrienden. Een deel van mijn Haagse jeugd bracht ik in het Zuiderpark door. Bij wedstrijden FC Utrecht-ADO in de afgelopen jaren hoorde ik van de Bunnikside slogans met de tekst ‘steek een mes in het vlees van een kanker-Hagenees’.
Dan denk ik: beter die absurde puberale verbale agressie dan dat Utrechtse en Haagse zulthoofden optrekken naar het Malieveld om daar een veldslag te beslechten.
Maar gestoord blijft het.
(23 maart 2011)


MIJN DOMSTAD-PLANKJE BUIGT DOOR 
Ik adem Utrecht. Het geheim van Utrecht. Een kleine oorlogsgeschiedenis van de Utrechtse Maliebaan. Utrecht in al zijn facetten. De singel van Utrecht, een wandeling. De vollekstaol van de stad Uterech. Uropa (over Utrechters in de Europa Cup van 1958 tot 2008). Poëtisch Utrecht (een wandeling in gedichten). Grolmans Utrecht.

Mijn plankje met boeken over de Domstad buigt door. Ik heb meer dan zestig boeken over onze stad verzameld. En dan de boeken over de provincie. ‘Leer mij ze kennen… de Stichtenaren.’ Ook oubollige jarenvijftigfotoboeken passen in mijn collectie. En poëziebundels, mondelinge geschiedschrijving, wijkboeken, sport, kunst.
Er wordt veel van deze stad gehouden. In het fotoboek ‘Utrecht’ van Herman Van Doorn uit 1995 lees ik een opdracht in hanepoten: ‘This town is the most beautiful I’ve ever known’. Cadeautje van de ene Engelstalige vriendin aan de andere. En daarna (hoe?) in de antiquarische boekhandel terechtgekomen.
Waar mijn verzameldrang op duidt? Dat ik van de schoonheid van deze stad hou en dat ik het verleden van plek en mensen wil kennen. Wat maakt dit prachtoord - mooier dan Venetië - bij haar bewoners los? Zie de pracht van lucht en lichtval langs het Amsterdam-Rijnkanaal op een lentedag.

In de bibliotheek van Overvecht trof ik laatst ‘Jeroen Hermkens en Utrecht’, in 1999 door kunsthandel Jan Juffermans uitgebracht. Litho’s, schilderijen en tekeningen van onze stad, van de hand van Hermkens. Wat een schitterende kleuren weet hij uit onze stad te halen. En wat een heerlijk geschreven bijdragen van een keur aan schrijvers. Van Dirk de Moor tot Guillaume van der Graft. Met het mooie verhaal van niet-Utrechter Henk Hofland over ezelinnenmelk uit de kraan van de badkamer van Lepelenburg 1, het huis op de terp. Heerlijk. Dit boek wil ik niet terugbrengen. Hier heb ik hoge boetes van de bieb voor over. Of wil een lezer zijn exemplaar voor een zacht prijsje aan mij overdoen?
(16 maart 2011)


DAT HET VOORGOED VOORBIJ ZOU GAAN...
Op deze plek schreef ik lovend over banketbakkers, schoenmakers, slagers (ook halal) en fietsenmakers. Kleine winkeliers houden onze stad leefbaar. ‘De Vooruitgang’ hielp het kleinschalige, het ambachtelijke en het vriendelijke-zonder-berekening van de middenstander naar de knoppen. Nu verlang ik terug naar de groenteboer die een koekje voor de hond van de klant over de toonbank aanreikt. En zeg niet dat ik in het nostalgische zwelg.

Begin januari kondigde ik de sluiting van de laatste winkel in het Utrechtse Tuindorp aan. Zaterdag nam de wijk groots afscheid van groenteboer Bob Snel en zijn vrouw Toos. Honderden Tuindorpelingen kwamen samen. Buurtbewoner Koos Meinderts schreef op Wim Sonnevelds ‘Het dorp’: ‘Een kind ging pas de winkel uit, met in zijn hand een stukje fruit’. Klant Mariëtte van der Ploeg zong: ‘En had je soms een keer geen geld, ’t bonnetje op het bord gespeld’. De burgemeester sprak over Bob en Toos die de boodschappen bij ouderen thuis bezorgen, inclusief gezelligheid en een helpend handje: ‘Dienstverlening waarvan het doodjammer is dat we haar hebben laten verdwijnen’. Ik hoorde in Wolfsens woorden: we zijn iets kwijt geraakt en hebben het dus niet goed gedaan.

De buurt houdt van het groente-echtpaar en is weemoedig. Het afscheidsgeschenk van de klanten? Een reis na vijftig jaar hard werken: maar liefst 5000 euro werd ingezameld. Het echtpaar heeft één zorg voor het van de oude dag kan genieten. De fiscus. De familie Snel wil boven de voormalige winkel blijven wonen. ‘Een bedrijfspand.’ Nu de kleine onderneming gestaakt wordt, rekent de belastingdienst af. Tel uit je verlies. 52 procent belasting over een deel van de waarde? Het winkeliersechtpaar dat altijd zuinig leefde, zal met een forse schuld aan de oude dag beginnen.
Wil minister Jan Kees de Jager, gestimuleerd door de burgemeester, voor één keer coulant zijn? De oud-groenteboer van Tuindorp verdient het.
(9 maart 2011)


80=PR8IG GEEFT MINDER POKKEHERRIE 
Het geraas is oorverdovend. Het is één graad boven nul in de mist. Op mijn stadse schoentjes zak ik tot mijn enkels weg in de modder van wat een doodlopend bospad blijkt. Terug. Langs een tweede bospad tref ik in een 200 jaar oude iep een man van de actiegroep GroenFront! aan; in een boomhut op twaalf meter hoog. Vanuit de kruin van de boom hangt een banier. ‘80’ lees ik. Onder de iep staat Jan Korff de Gidts, 64 jaar. Dertig jaar geleden trof ik hem hier ook al als bosverdediger aan.

Maandagochtend vroeg loop ik door de rafelranden van Amelisweerd. Op het Koningsweg-viaduct boven de A 27 helpen windstilte, mist en kou de herrie van de ochtendspits. Het geraas en de duizenden koplampen in de mistflarden hebben een psychedelisch effect op mij. Dagelijks honderdduizend auto’s noordwaarts, honderdduizend zuidwaarts. Ik knijp mijn ogen een beetje toe en zie dezelfde plek op 25 september 1982, een tapijt van omgevallen eeuwenoude bomen, afgezaagde kruinen, dikke takken als luciferhoutjes geknakt. Als goedmakertje voor de actievoerders werd de weg verdiept aangelegd.

Utrechts wethouder Lintmeijer arriveert in zijn Toyota Prius. Op zijn auto wordt de groen-witte sticker geplakt. ‘Ring Utrecht, gezond en veilig’ en in het hart: 80. Boven de snelweg hangen twee spandoeken. 80=pr8tig, lees ik. Het ‘electoraat’ wil 130 rijden, heb ik begrepen. De bewonersgroepen Lunetten, Voordorp, Rijnsweerd en de Vrienden van Amelisweerd willen 80 en daardoor minder pokkeherrie.
Zou het lukken? De acht rijstroken hier moeten veertien rijstroken worden. Nog een stukkie bos eraf. En een stukkie bos erbij. Want het 250 meter lange viaduct dat hier moet komen, zal beplant worden. Volgens de provincie Utrecht een recroduct, de woordcombinatie van viaduct, ecoduct en recreaduct. Dat u ook vandaag moge weten waar de provincie mee bezig is. Een nieuw goedmakertje voor de actievoerders ligt reeds op de tekentafels.
(2 maart 2011)


GA NIET STEMMEN
De gruwelijke uitwassen van een dictatuur komen tot ons. Ik koester deze dagen onze kwetsbare democratie nog meer dan normaal. Dit denken over de schoonheid van onze democratie komt van een betrokken burger. Het werd mij met de paplepel ingegoten. Als 13-jarige nam mijn vader mij al mee naar politieke bijeenkomsten. KVP-partijleider Norbert Schmelzer in café Emma op het Haagse Regentesseplein. Dat bewustzijn komt tot uiting tijdens het ritueel ‘verkiezingen’. Nóóit sloeg ik een verkiezing over.

Maar nu geef ik toe aan een gevoel dat al langer in mij opwelt. Omdat het dom lijkt gaf ik er niet eerder aan toe. Op 2 maart ga ik voor het eerst en voor het laatst van mijn leven niet stemmen. Ik roep u, inwoners van de provincie Utrecht, op hetzelfde te doen.
Wat druk ik hiermee uit? Ik heb genoeg van die dikdoenerige kaste van beleidsmensen die in hun zelfingenomenheid op kosten van de gemeenschap een zinloze bestuurslaag in stand houden. Het gaat mij niet alleen om mannenbroeder Herman Sietsma. Het gaat mij niet om de programmamanager van de provincie-afdeling die de afgeblazen nieuwbouw voorbereidde, zichzelf voor 180 euro per uur op de loonlijst zette en rechteloze uitzendkrachten 16 euro betaalde. Niet over die overdreven politieke crises waar het provinciebestuur de afgelopen jaren druk mee was. Niet over de dinertjes van provinciaal bobo Binnekamp met de vastgoed-elite. Niet over de nikszeggende weblogs van de gedeputeerden. En niet over weer een onderzoek naar een andere provincie-indeling waardoor de vergadertijgers van Utrecht, Noord-Holland en Flevoland het komend halfjaar van straat zijn.

Waar het om gaat? Ik wil één keer stem geven aan mijn gevoel. Het gaat deze keer om mijzelf en niet om de hoogwaardige democratie. Zelfs de Eerste Kamer-verhoudingen kunnen mij gestolen worden. Heeft u ook zo’n gevoel? Doe hetzelfde. Ga deze keer niet stemmen. Maak een machteloos protestgebaar. En doe het alleen als u het ook kinderen kunt uitleggen. 
(23 februari 2011)


1 METER 35 WAS DE STRAATROVER 
Op de Livingstonelaan op Kanaleneiland werd vorige week maandagavond een vrouw van 65 door twee jongens aangevallen en beroofd. ‘En bedreigd met vermoedelijk een vuurwapen’, meldt het persbericht van de Utrechtse politie. De verdachten gingen er, voor zover bekend, zonder buit vandoor. Tekst politiebericht: ‘Het signalement luidt: blank, tussen de 12 en 14 jaar en tussen de 1.30 en 1.40 meter lang. De jongens droegen donkere jassen met een capuchon en een spijkerbroek.’ Vandaag zal Thalia Luckel van de politie deze zaak in Bureau Hengeveld op TV Utrecht behandelen. 

Wie stads en wijs is, kijkt niet van zo’n berichtje op. Al doet de combinatie ‘vuurwapen’ en ‘1 meter 30 à 1.40’ de wenkbrauwen even fronsen. Was het een speelgoedpistool van deze jongens? En wat te denken van dat ‘blank’? Als opsporingsmiddel is het vermelden van de huidskleur van de daders niet verkeerd. Al heeft het neveneffecten. Waarbij de clichéverwachting van het daderprofiel (‘getint’ of ‘Noord-Afrikaans’ uiterlijk) deze keer doorbroken werd.
Ik fantaseer erop los. Hoe waren deze opgeschoten vlegels even later thuisgekomen? Waren ze meteen hun jongensbedjes ingedoken? Zouden ze nog door pap of mam zijn voorgelezen, na het tandjes poetsen? Zouden er trouwens ouders zijn? Zou er een hulpverlener zijn die dit gedrag al van mijlen ver had zien aankomen? Was dit een initiatierite in opdracht van een bendeleidertje? Als de waarneming van de beroofde vrouw klopt, waren het dus kinderen. Wellicht kinderen van well-to-do ouders, witte gymnasiumklantjes die voor één keer eventjes hun donkere jassen als camouflage van de donkere kant van hun puberpersoonlijkheid gebruikten. In plaats van aan hun huiswerk te zitten. Had het tweetal dagen achtereen Scarface zitten bekijken? Of Boys 'n the hood, een andere klassieke gangfilm?

Maar hoe komen deze berichten bij alleenwonende 60-plussers in onze stad aan? En hoe zou het met de beroofde stadgenote zijn? Ik zou graag verder over haar willen berichten. 
(16 feb 2011)


MANNEN MET MACHT BIJ DE PROVINCIE 
De tijdelijke vervanger van Herman Sietsma, hoofd concerndirectie bij de provincie Utrecht, gaat 22.000 euro per maand verdienen. Er is veel belangstelling voor het baantje. Bij headhunters-bureau Ebbinge hebben zich inmiddels dertig kandidaten gemeld. Mensen die van zichzelf denken dat ze als vergadertijger bij de provincie Utrecht op hun plaats zijn. Wat deze opvolger van Sietsma moet doen? Zo weinig mogelijk in zo veel mogelijk wollige taal, maak ik op uit de advertentietekst: ‘U treft voorbereidingen om de resultaten van het onderzoek naar de doorontwikkeling van de organisatie verder uit te werken.’ Eindeloze dorre kantoortuinen doemen voor me op.

Er komen steeds meer ‘beleidsmensen’. Managers met kekke brillen, resolute blikken, bikkelhard van karakter. Mannen en vrouwen met macht die méér macht willen. Want dat is bij macht een wet: het is nóóit genoeg.
Een van de machtsmannen bij de provincie Utrecht is gedeputeerde Joop Binnekamp. Onbestraft gooide hij miljoenen over de balk. Een van de mannen onder hem, met iets minder macht, is Sietsma. Die onder zich weer een man met een tikje minder macht heeft: Rick Maas, hoofd communicatie van de provincie. Maas is een machtswellusteling en een potentaat die zijn ondergeschikten schoffeert, zegt de vakbond. Maar voor zijn baas – die meer macht heeft – gaat hij door het vuur. Maas zei zaterdag in deze krant dat Sietsma iedere dag van zeven uur ’s ochtends tot ’s avonds laat ‘keihard werkt’. Zouden wij, bewoners van de provincie Utrecht, er beter van worden dat Sietsma dagen van meer dan veertien uur maakt?

Sietsma wil nu voor de ChristenUnie naar de Eerste Kamer. En hij wil zeilen. Maar hij heeft een terugkeergarantie bedongen. Zo gaat dat bij mannen met macht. Bij de provincie maken ze nu ruzie over Sietsma’s afscheidsreceptie van 20.000 euro. Maar dat die hele provincie langzamerhand een doel op zichzelf is geworden voor mannen en vrouwen met machtshonger hoor ik van niemand.
(9 februari 2011)


GAAT HET VOLK VANDAAG WINNEN? 
Mijn keffiyeh, kunstig geknoopt, wapperde om mijn hoofd. Het woestijnzand stoof op, zag ik toen ik even omkeek. Mijn paard ging van draf over in galop, omdat ik hem aanspoorde. Voor me strekte zich de eindeloze woestijn tot aan de horizon uit. Paard en ik waren één. Voort ging het. Nog even keek ik om en zag de pyramiden van Gizeh steeds kleiner worden. Ik waande me met die Arabische hoofddoek Lawrence of Arabia. Zonder zadel. Nooit eerder had ik op een paard gezeten. Er zijn momenten in je leven die je ook 35 jaar later helder voor de geest staan.

Ik was gisterenmiddag televisiekijker in een Utrechts straatje. Dacht terug aan reizen door Egypte, zonsondergang boven de Nijl, koning Tut. Zette een nummer van Oem Kalsoem ('de nachtegaal van de Nijl’) op. Waar moest ik anders heen met mijn kippenvel en opwinding over de Egyptische revolutie? Ik had uren lang Aljazeerah, BBC World, CNN gezien. Had radio, de kranten en blogs geraadpleegd. Zag de dansende, juichende, biddende menigte. Tanks dreigend op de achtergrond. Ontdekte de gloednieuwe voice-to-tweet-service en hoorde zo de stemmen van demonstranten in Cairo en Port Said. De opwinding deed me denken aan 1989, de val van het ijzeren gordijn. Ik verplaatste me in de hoofden van de mannen met macht. Er zijn er te veel van. En ze zitten overal.

Utrecht is de microkosmos, de wereld in het klein. Inmiddels is de wereld een dorp. Vanuit mijn Utrechtse straatje waande ik me op Tahrirplein, de plaats waar ik ooit aan de historische rijkdom en actuele armoede van Egypte rook. Tahrirplein, de plek waar ik de bedelaar aankeek die op de plaats van zijn neus een gat in zijn gezicht had. Nu zie ik de Arabische massa op het plein. Denk aan het lot van de demonstranten die vrijdag en zaterdag werden neergeschoten en op een van de bruggen over de Nijl doodgereden. Gaat het Arabische volk vandaag winnen? Opgewonden blijf ik het vanuit mijn straatje volgen. 
(2 februari 2011)


OUDE MAN IS TOCH GEEN LUL 
Ik kan na die glansrijke overwinning op Ajax niet om FC Utrecht heen. Ik ben bevangen door een supporterskoorts die al begon met de uitwedstrijd in Glasgow tegen Celtic. Daarna thuis tegen Celtic en Liverpool. Toen de bloedstollende 3-3 tegen Napels, waarbij ik mijn bevroren tenen vergat. Ik lijk inmiddels op een echte enthousiaste supporter. Die zelfs de nieuwe financiële manipulaties rond de club verdringt. Nu gaat makelaarskantoor van Zadelhoff bemiddelen bij de aankoop van stadion Galgenwaard door FC Utrecht. Terwijl Cor van Zadelhoff – 250 miljoen in kas – zelf huidig Galgenwaard-eigenaar Midreth laatst van het faillissement redde. Intussen krijgt onze gemeente nog 21 miljoen van Midreth. Maar ik druk het allemaal weg.

Ik zit te rekenen dat we vanavond voor de beker van Groningen winnen. Waarna we gunstig loten voor de halve finale. Tegen RKC. Die wedstrijd winnen we, zodat we in mei weer met 20.000 man naar de bekerfinale in de Kuip kunnen. Ik met zo’n FC-petje op en zo’n sjaoltje om?
Maar zo’n supporter was ik toch nooit? Ik pak het jubileumboek ‘40 jaar FC Utrecht, 1970-2010’ uit de kast. En til me nog net geen hernia. Smul van de foto’s van de klassieke linksbuiten Robbie de Wit (‘sierlijke dribbels en briljante stiftballetjes’). In dat boek ben ik een van de geïnterviewde supporters. En leg uit dat ik meer van goed voetbal hou dan van FC Utrecht. Daarom noem ik mezelf een nep-supporter. Want echte supporters zijn altijd voor FC Utrecht. En nóóit voor de goed voetballende tegenstander. Dat werd mij lang geleden door mijn toen tien jaar oude nageslacht ingepeperd. Tijdens een FC Utrecht-FC Twente liet ik mij waarderend uit over een prachtactie van Twente-spits Jack de Gier. Mijn zoon keek mij stil en doordringend aan. Verbijsterd als hij was. Recht uit zijn hart kwam het: ‘Lul’.
Jaren later begin ik, oude man, in te zien dat hij gelijk heeft. Maar dat komt ook, omdat die jongens van onze FC soms echt retegoed lopen te voetballen.
(25 januari 2011)


HEE MAMA, ER IS WEER EEN PEDO OPGEPAKT
De vrouw keek naar de televisie toen het nieuws over de Amsterdamse pedoseksueel Robert M. naar buiten kwam. Terwijl ze de berichtgeving in tranen volgde, dacht ze weer aan het misbruik van haar eigen zoon van 13. Dat ze het niet voorkomen had. En dat ze dat zichzelf kwalijk nam. ‘Terwijl ik in huis was, is het boven op zijn kamertje gebeurd.’ Toen ze later de processen-verbaal las, moest ze kotsend naar het toilet.

Haar Jeffrey was nu 20. Als teletekst ook maar een berichtje over pedofielen had, belde Jeffrey meteen: ‘Hé, mama, heb je het al gelezen, er is weer een pedo opgepakt.’ Jeffrey had al een lichamelijke en verstandelijke beperking. En daar was het misbruik bovenop gekomen. In haar eigen huis! In de tijd kort nadat haar man, Jeffrey’s vader, was overleden.
Nu maakte ze het leven van de man die het haar kind had aangedaan al zeven jaar onmogelijk. Haar behoefte aan vergelding was een andere dan de rechtsstaat toestaat. ‘Wanneer gaan ze die pedo’s nou eens op een onbewoond eiland zetten, waar ze elkaar kunnen misbruiken.’ Ze zei het zonder spot. En: ‘Er is maar één goede straf: vastzetten en nooit meer loslaten. Of op de stoel.’
En het houdt maar niet op. Zondag belde Jeffrey, die in een gezinvervangend tehuis woont, weer. Hij had het bericht over een Belgische pedofiel in Utrecht gelezen. Die woonde in Overvecht aan de Saigondreef. Trouwens vlakbij de Hanoidreef waar haar pleegdochter – met 2-jarig dochtertje Alissa – woonde. De Belgische man had in het buurtje aan kinderen gevraagd of ze bij hem thuis naar puppy’s kwamen kijken. Het was de man van wie nu iedereen weet dat hij minderjarigen had verkracht.

Haar Jeffrey moest nu met therapie loskomen van het misbruik. Hoe zou de vrouw zelf trouwens ooit van haar woede afkomen? Nee, het leven was niet aangenaam de laatste zeven jaar. Het zou fijn zijn als ze de haat, de wraakbehoefte en de woede die nu al zeven jaar in haar zaten kwijt zou raken. Maar hoe?
(19 januari 2011)


TJA, TJA, TJA, TJA... WAT ZULLEN WE ETEN? 
De vrouw die de dorpswinkel binnenstapte, was op zoek naar snijbonen, een komkommer en knoflook. Ze hoorde de groenteman tegen de klant voor haar zeggen: ‘Dat klopt. Op 26 februari sluiten we.’ De vrouw schrok. Ze wist dat de groenteman in 1947 boven de winkel was geboren en al 50 jaar in het groente- en fruitvak zat. 'Je laat ons toch niet in de steek, Bob,' zei een derde klant die zich in het gesprek mengde. Waarna de groenteman en zijn klanten geanimeerd spraken over leeftijd, kwaaltjes, zwaar werk. En over het gemis. Want wie gaat de legendarische ‘Bob Snel’-fruitmanden binnenkort verzorgen?

De winkel van Bob en Toos Snel – en medewerkster Astrid – ligt in Tuindorp, inderdaad een dorp in de stad. Twee kilometer verderop, aan de Adelaarstraat in de Vogelenbuurt, is nog zo’n dorpse groenteboer in de stad gevestigd. Is? Was. Een week voor kerst sloten Ajo (62) en Agnes (63) Verhey hún groente- en fruitzaak. Op de sluitingsdag werden ze door hun vaste klanten in een smartlap over ‘het leven van de groenteman’ toegezongen. Over spruitjes en boerenkool ging het. Bij Verhey hoorde ik voor het eerst over wilde spinazie. En hoe je die – roerbakken! – verwerkt. Bob Snel leerde me dat postelein gezond kan zijn. En waterkers nodig? Snel had hij het binnen een paar uur in huis. De band met de buurt? Toen Bob en Toos 25 jaar getrouwd waren, stuurden hun Tuindorpse klanten het echtpaar als cadeau een week met vakantie. Terwijl de winkel door de klanten werd gedraaid.

Ajo (ook boven de zaak geboren) en Bob namen de zaak van hun vaders over. Waren al groenteboer toen Nederland niet wist wat een kiwi was. Toen sla nog kropsla was. En géén ijsbergsla, lollo rosso, groene biondo, frisée, romaanse sla of rucola. Toen witlof nog bitter was. En niemand wist wat shii-take was. En de champignon nog maar net ontdekt was.

Tja, tja, tja … tja, wat zullen we eten? Waar in de stad koop ik dit voorjaar verse tuinboontjes?
(11 januari 2011)


DE ZWARTE PANTER EN MISTER FEYENOORD
Na het bekend worden van het overlijden van Mister Feyenoord, stop ik een dvd in de recorder. Coen Moulijn kijkt de camera in en richt zich tot mij: 'Ik heb me laten vertellen dat je de journalistiek in bent gegaan om mij ooit eens te interviewen. Daar is helaas niks van gekomen. Dat spijt me nog ten zeerste.'
Een brok in mijn keel.
Het is het slot van een herinneringsfilmpje dat mijn Rondom 10-collega’s bij mijn afscheid van dat programma in november 2009 maakten. 'Je zult wel verrast zijn dat ik, een jongen van de volksclub in Rotterdam-Zuid, jou toespreek. Ik weet niet of het waar is, maar toen wij in 1970 de Europa Cup wonnen, heb jij een week niet geslapen.'

Dat ik, matige linksbuiten, ooit zou worden toegesproken door mijn rolmodel, grenst aan het ongeloofwaardige. Het is waar, journalistiek was een alibi om dicht bij mijn helden te kunnen komen. Behalve met Moulijn identificeerde ik me met keepers. Want, echte keepers zijn aparte mensen. Nu zit ik gehurkt tussen de voetbalboeken en achterhaal hoe vaak de op Kerstavond overleden Frans de Munck (landskampioen met DOS in ’59) samen met Moulijn in het Nederlands elftal stond. Veertien keer. Wij, jongetjes, lagen met ons oor in de speaker van de radio om de interlands met de Munck en Moulijn te kunnen ‘bekijken’.
Ik geniet van de foto’s. Oogstrelende passeerbewegingen van de frêle, stijlvolle, breekbare Coen. Ik word stil bij de schoonheid van ‘De Zwarte Panter’ de Munck, een foto uit 1957, gemaakt door de 17-jarige (!) Utrechtse fotograaf Jaap Herschel. In het oude Galgenwaard hangt de Munck, gestrekt, een halve meter boven zijn eigen schaduw. Zijn tanden op elkaar, zijn zwarte haardos onberispelijk naar achter. De bal is een bruinleren monster. Deze wereldfoto zou ergens in onze stad als kunstwerk verder moeten leven. Hoe meer mijn voetbalhelden sterven, hoe mooier het voetbal van vroeger wordt. Dankzij mensen als Coen en Frans.
(5 januari 2011)

-------------------------------------------------------------------------2011

MOHAMMED RENT ZIJN KRANTENWIJK
De winteravond viel over het stadswijkje met de voortuintjes. Weinigen waagden zich op de koude straten. Binnen wenkten Top 2000 en achterstallige boeken. Als enige wandelaar zag ik wonderbaarlijke ijspegels uit regenpijpen en dakgoten hangen. Enige wandelaar? Daar liep de krantenbezorger die hier het jaar door AD/Utrechts Nieuwsblad, Telegraaf, Volkskrant, Financieel Dagblad, Trouw, NRC-Next en één Nederlands Dagblad bezorgt. Tweehonderd kranten, iedere ochtend tussen vijf uur en tien over zes. Niemand wist hoe hij erin slaagde bijna drie kranten per minuut te bezorgen. Hij zette zijn fiets op een hoekje. En ging dan rennend van deur naar deur. Alle huisnummers (met bijbehorende krant) in zijn hoofd. Nadat hij 20, 25 kranten in draf bezorgd had, fietste hij naar een nieuwe hoek in het wijkje. Waar de bezorgtechniek herhaald werd.

Nu stond ik te praten met de hollende krantenbezorger uit Somalië. Even pauze in zijn ‘Voorspoedig 2011’-tocht langs de abonnees. Zijn fooien? Van 1 euro bij de een tot 20 euro bij de ander. Niemand had vernomen van zijn voornemen te stoppen. Het werd te zwaar. Zijn gezin, zijn sport, twee studies (ICT en Islamitische wetgeving), bidden in de ‘Omar al Faruq’-moskee bij station Overvecht. In Mogadishu was het leven anders geweest. 'Ik hou van mensen', zei de Somaliër (28). 'Als ik me niet goed voel, mag ik niet wegblijven. Ik zorg dat het nieuws iedere ochtend bij de mensen komt.'
De godsdienst was belangrijk in zijn leven. In de vrieskou vertelde hij mij over het Laatste Oordeel. Dan word je op vier punten getoetst, wist Mohammed. Heb je jeugd energiek gebruikt? Heb je je tijd goed besteed? Heb je je geld netjes verdiend (niet door bedrog en oplichting)? Heb je je geld netjes uitgegeven? Laatst leerde hij: een mens gelooft pas, als hij overtuigd ís. De ene mens kan de ander dus nooit overtuigen. Dat moet de ander zelf doen.
Ik vond het een wijs uiteinde van onze hardlopende Somalische krantenbezorger. 
(29 december 2010)


MET DE KERST LAG IK IN EEN KRIBBE 
Vandaag schaf ik bij Hagdorn op de Amsterdamsestraatweg een kerstkrans van amandelspijs aan. Waarna het bezinnen en smullen moet beginnen. Afgewisseld met schone stadse wandelingen in de sneeuw. Dit jaar past als toefje op de kerstsfeer een reusachtige rood-witte kerstmuts boven op de dom. Ik glij de harmonische kerststemming binnen.

Maar voor ik in die stemming raak, vraagt één stads onderwerp nog om een commentaartje. De gemeente publiceerde vorige week de eerste twee rapporten van Adviesbureau Berenschot. Conclusie: er zitten te veel leidinggevende vergadertijgers bij de gemeente. Praat-ambtenaren dus die hun tijd vullen met …, tja… met wat eigenlijk? Met het geven van onderzoeksopdrachten aan bureaus als Berenschot bijvoorbeeld. In onze stad -en ons hele land- is een enorme kaste van beleidsmensen ontstaan. Afwisselend bij de overheid en organisatieadviesbureaus storten zij hun beleidsgeneuzel over het volk uit. Een bijdrage aan een betere stad? Die wordt geleverd door de doe-ambtenaren: van bibliothecarissen, vuilnismannen en kinderboerderijbeheerders tot badmeesters en GGD-personeel. Gisteren las ik een Berenschot-rapport. En werd acuut kerstgek. Het ging over ‘gefragmenteerde gepositioneerde overhead’, over ‘kaderstellingen nuldiensten’ en een ‘quickscan aansturing’. Berenschot schrijft zo’n rapport echt niet voor een tonnetje of twee. En nu hebben we als nieuwe gemeentesecretaris wéér zo’n Berenschot-blaag, Maarten Schurink. Hij schreef er vijf jaar lang rapporten.

Toch dwing ik mezelf dit ‘kerststukje’ in harmonische sfeer af te sluiten. Wat is dat toch, dat kerst een beetje prettig móét zijn? En ik die beleidspraters er liever niet van langsgeef. Ik heb maar één verklaring. Het vreedzame van de Jezus-figuur werd mij met de paplepel ingegoten. Als 3-jarige lag ik tijdens een kerstspel in de kerk als kindje Jezus in een hoop stro. Dán blijf je je leven lang naar een vreedzame kerst verlangen.
(22 december 2010)


DE ELITE VAN TRUDE 
Onze stad heeft een zelfbenoemde elite. Eén van hen is Trude Maas (61). Verzamelt commissariaten. Bij Philips, bij Schiphol, bij ABN-Amro. En nog zo wat. Trude staat 93e op de lijst van machtigste Nederlanders. Trude houdt niet van het openbaar vervoer (want niet ‘van deur tot deur’) en niet van het gewone volk. 'Jammer', zei ze zaterdag in de Volkskrant, 'dat Henk en Ingrid straks met 130 kilometer per uur voorbij komen scheuren'. Trude, PvdA-lid, houdt van 'cohesie en empathie'. Met elf andere bobo’s –‘verbonden door het warme hart dat ze de stad Utrecht toedragen’- richtte zij vorig jaar juli de Utrecht Development Board op. Aleid Wolfsen zegende Trude’s denktank in. Waarom ú niet in de Board zit? Omdat u niet bij PricewaterhouseCoopers, de Boston Consulting Group, Boer en Croon of Derks Star Busmann als adviseur of advocaat à 2000 euro per dag lucht zit te verkopen. En u geen ‘advisor to the executive board’ van het UMC bent. En geen hoge Rabobank-baas. Dáárom.

Daarna bleef het anderhalf jaar oorverdovend stil. Op de onvermijdelijke website en een toegekend Board-prijsje voor een lokale Rabo-grootheid na. Maar vorige week had deze samenklontering van ijdelheid nieuws! VMBO-leerlingen moeten dichtbij huis en school stage kunnen lopen in de thuiszorg. Een dringend advies van de Utrecht Development Board.
Gisteren maakte ik een rondje langs scholen en thuiszorgorganisaties. Niemand had nog van dit idee gehoord. Vanzelfsprekend een gewéldig idee. 'Onze prachtleerlingen verdienen deze kansen.' Maar, vroeg de thuiszorg zich af, heeft deze elite enige weet van stagebegeleiding? En wat gaan deze Belangrijke Utrechters écht voor leerlingen betekenen? 'Het doet denken aan Winsemius en vele commissies, congresjes en borreltjes die wij de afgelopen jaren langs zagen komen. Ze roepen wat, toasten op elkaar en weg zijn ze.'
Kom op, Trude, geef wat commissariaatjes op. En ga nu werkelijk iets betekenen voor VMBO-leerlingen in de stad.
(15 december 2010)


‘MUSICIANS I LIKE TO FUCK'
Bevroren slush knisperde onder mijn schoenen. Bij restaurant China City was één tafeltje bezet. In mistflarden stelde een sprietig staketsel van wit licht een lelijke kerstboom voor. Op het plein, dat Het Rond heet, echode het geluid van een rochel. Afkomstig van een man onder een capuchon. Zou deze winterse avond in Houten mij nog gaan bekoren?
Ik had een uitnodiging op zak van conservatoriumstudente (‘jazz en pop’) Maud de Korte. In theater Aan de Slinger gaf zij haar afstudeerconcert ‘Skin’. Maud (23) zingt in zes verschillende bandjes. Begint binnenkort met de motown-band MauTown!. Haar formatie Maud & the Milfs maakte laatst met korte soulnummers indruk tijdens een discussiebijeenkomst in het stadhuis. ‘Milfs’? Dat is toch stoere puberstraattaal, Mothers-I-Like-to-Fuck? Maud kwam met een verhaal vol zelfspot en dat die ‘M’ voor haar Musicians staat. Deed ouwe soul (Marvin Gaye’s What’s going on) en melodieuze jaren '70 pop. Speelplezier en de improvisatie met haar musicians vielen op.

Het theater zat maandag vol. De buurvrouw van haar ouders vertelde over het meisje dat in 1997 op de buurtbarbecue aan de Kroonslag in Houten in de open laadklep van een vrachtwagen ‘Stop Right now’ van de Spice Girls zong. Haar rolmodel toen? Geri Halliwell, roodharig, sexy. Nu zorgden haar muzikale vrienden voor het volle geluid: blazers, gitaar, bas, piano, drums, percussie. Met haar Utrechtse vocale ensemble The Essence en een Portugese rap kreeg ze de zaal stil.
Maud is professioneel musicus. Doet niet mee aan The Voice of Holland en Idols. Ze heeft soms een boodschap. 'Het volgende nummer is voor mensen die altijd zeuren. Kijk om je heen, je leven kan een verrassende wending nemen.' Een onafhankelijk denker. Haar zelf gearrangeerde en geschreven nummer ‘Skin’ gaat over 'het verschil tussen wat je naar buiten toont en wat je echt bent.' Een kleindochter die ‘If you go’ aan haar opa opdroeg.
Geen spijt van mijn bezoekje aan het mistige Houten.
(8 december 2010)

OP MIJN STEP ONTDEKTE IK ONZE STAD 
Den Haag? Ik kom er geregeld. Eens per jaar maak ik in de hofstad een extra ommetje. Dan wandel ik langs mijn geboortehuis. En laat de details van dit stukje stad weer tot mij doordringen. In de lunchroom die in de voormalige winkel van mijn ouders is gevestigd, doe ik een bakkie koffie. En vergeet prompt dat het knikkerstoepje voor ‘ons’ huis vorig jaar in Opsporing Verzocht zat. Albanese misdadigers kozen de veilige plek van mijn jeugd uit voor een criminele afrekening. Ik vertel de Turkse lunchroomhouder over mijn jeugd, het gezin en de buurt. Daarna loop ik naar het woonhuis van mijn vriendje Erik. Ik roep hard ‘E-é-érì-ì-ìk’, mét schril fluitje. Erik woont al 40 jaar in Australië. Ik ga op een stoeprandje zitten en zie mezelf de straat uitsteppen. Op ontdekkingstocht in onze stad. Van Moerwijk en de duinen tot het Binnenhof, mijn step brengt me overal.
Begin 2009 ontdekte ik een extra bron van nostalgie, de Oud-Hagenaar, een tweewekelijks krantje voor 50-plussers over de stad van vroeger. Plekken, foto’s, mores en zeden uit vervlogen tijden.

En nu hebben we sinds kort, dankzij journalist Ton van den Berg, ook hier zo’n krantje. De Oud-Utrechter. Wat blijkt? Ik heb met deze stad bijna zo’n nostalgische band opgebouwd als met Den Haag. In de laatste Oud-Utrechter las ik over strenge badmeesters, de steegjes van de Lauwerecht en de postzegelmarkt op de Vismarkt. En over de uitnodiging die de moeder van Henk Westbroek, in de tijd dat geluk nog niet een door jezelf afgedwongen staat van zijn was, ooit ontving. Of zij op de achterbank van de nieuwe auto van een familie uit de straat een kopje thee wilde komen drinken? Dan kon ze “zelf voelen hoe geweldig de achterbank zit en wat een zee aan ruimte er voor je benen is.”
Van dit soort verhalen kan ik nooit genoeg krijgen.
Mijn nostalgische levensgevoel wordt, als 50-plusser, groter. Alsof de kleiner wordende toekomst vóór me, onafwendbaar, meer terugkijken oplevert.
(1 december 2010)


IN 'DE ZES VAATJES' ZORGT BERT VOOR ALBERT 
In het kleine café was het stil. Ik was de enige bezoeker en nipte aan mijn ‘herfstborrel’. 'Het leven is voor mij nog lang niet op. Het begint pas', grinnikte de ene eigenaar, Albert (88). 'Ik ben getrouwd met de zaak', zei de ander, zoon Bert (64). Het water in de cv-radiator ruiste. Ik proefde de zachte appel/kaneel-jenever. Berts makelij.

Op deze winters aandoende avond liep ik langs het uithangbord ‘De Zes Vaatjes’. En kon mij niet bedwingen. Volks, geen muziek, klein, bruin, herinneringen aan 30 jaar geleden. De stad heeft geen vergelijkbaar ander proeflokaal. Belde aan, zoals je hier al sinds mensenheugenis aanbelt. Even bijpraten met vader en zoon De Rijk. En ruiken aan een kelkje Sint Maarten-koffielikeur… ook van Berts hand.

De stemming en de geur waren vertrouwd, hier op de hoek Appelstraat/Mgr. v.d. Weteringstraat. We hadden het over de bronzen beelden in het interieur: ‘Spelers van het Maliespel’ (Albert de Rijk) en ‘De Baliekluiver’ (Ad Jenner). Ik nam een slokje van de gelijknamige ‘eenige egte Utrechtsche kruidenbitter’. En bewonderde het etiket, een getekend zelfportret van Albert (ooit schildershulpje van Gerrit Rietveld). Gebogen over de reling op de Stadhuisbrug peinst baliekluiver De Rijk sr. over onze stad. Albert is generatiegenoot van de zondag overleden Willem Barnard die hier zijn Lindeboom-biertje kwam drinken.
Aan het bottelen van de herfstborrel kwam Bert dit jaar niet toe. 'Mijn vader staat op 1.' Zondag hadden ze gewandeld langs de singels. Albert kijkt naar de houten vloer van het proeflokaal. 'Hij ligt er roerloos bij', zegt hij. Bert: 'De schaduw op de vloer doet mijn vader denken dat er de hond van een klant ligt'.
Bij Albert werd twee jaar geleden Alzheimer geconstateerd. Bert is nu mantelzorger. Zijn vader verzorgen en wassen, elke dag vers koken, ’s nachts controleren of het goed gaat met pa. Nee, geen thuiszorg. Het gedestilleerd komt even op plaats twee. Ik had een mooie avond in dit bruine Utrechtse établissement.
(24 november 2010)  


GER MIK HEEFT MEER GEHEIMEN 
Ik vaar in prachtig koud herfstlicht de Vecht af. In optrekkende mistflarden zwemmen eenden, meerkoeten en zwanen. Ik denk aan Ger Mik, de man die burgemeester van deze prachtige gemeente Stichtse Vecht moet worden. Burgemeester dus van Maarssen, Breukelen en Loenen die op 1 januari fuseren. PvdA, VVD en Maarssen Natuurlijk! lieten in het geheim weten Ger Mik als burgemeester te willen. Geheime besprekingen passen bij Ger Mik. Hoe is zijn historie? Al 28 jaar verloopt de carrière van de sociaal-democraat voorspoedig. Vanaf 1982 PvdA-gemeenteraadslid in de stad. In de jaren '90 wethouder. Werd waarnemend burgemeester van Maarssen, Oss en Breukelen, gedeputeerde in de provincie Utrecht. Woont op een prachtige plek in onze binnenstad.

Een voorbeeldje van Miks voorliefde voor geheime beslissingen? Hij zat in de jaren '90 als wethouder van de gemeente Utrecht in de Raad van Commissarissen van de REMU, ons energiebedrijf dat in 2003 werd opgeslokt door Eneco. In die tijd kreeg Remu bezoek van Amerikaanse financiële cowboys van hedgefondsen. Zij deden een krankzinnig financieel voorstel. De hedgefondsen: 'Wij kopen van jullie alle elektriciteits- en gasleidingen in Utrecht en omgeving. En jullie leasen terug'. Ze hadden er honderden miljoenen, mogelijk meer dan een miljard gulden voor over. Een financiële goocheltruc. Ook wethouder Ger Mik ging akkoord. Omdat hij de deal tegenover zijn, en ónze Utrechtse gemeenteraad geheimhield, weten we ook in 2010 niet om hoeveel geld het ging. Zo misleidde Mik de stad. Deze ingewikkelde constructie kreeg verschillende namen: sale-and-leaseback en crossborderlease. De contracten met deze Amerikaanse cowboys konden slechts ontbonden worden door enorme boetes te betalen. Tot op de dag van vandaag zijn New Yorkse advocatenkantoren bezig met de juridische procedures. De boetes en kosten worden opgebracht door alle afnemers van Eneco-energie. Door ons dus.

Maar waar het om gaat is dit: Ger Mik is als bestuurder niet open en eerlijk tegen zijn eigen bevolking.
(17 november 2010)


HUP MAMA, HUP 
Miserabel en alleen stond ze in Central Park. Blij? Ja, ook blij. Ze had de finish gehaald in 4 uur 37. Die verdomde bruggen over de East River. Ze kreeg een niet te stoppen aandrang. Voor de derde keer. Een security-vrouw belette haar bezoek aan het mobiele toilet, vlakbij. Ze dreigde: 'Ik laat het hier ter plekke lopen'. Toen mocht ze door. De buikkramp trof haar in de 37e kilometer voor het eerst. Bij de 40e kilometer nog eens. En na de finish dus weer. Diarree. Met die koolhydraten was het ergens in het inwendige helemaal mis gegaan. Toen ontwaarde ze een vrouw met een bos blauwe en rode rozen. Sylvia Tóth was speciaal voor haar naar Central Park gekomen.

Afgelopen zondag liep Lisette van Kesteren uit Houten in New York de eerste marathon van haar leven. Vanochtend komt ze terug. Ik ontmoette Lisette twee maanden geleden bij een voorlichting van Marathons International dat de reis naar New York organiseert. Als tienduizenden anderen holde Lisette in New York niet voor zichzelf alleen. Op haar shirt las je ‘Running for Turner’. Het syndroom moet bij iedereen bekend worden.
Zes jaar geleden werd Lisette’s dochter Noëlle geboren. Noëlle heeft het syndroom van Turner, een chromosoomafwijking die alleen bij meisjes voorkomt. Kenmerken onder andere: groeiachterstand, uitblijven van puberteit en onvruchtbaarheid. Lisette’s leven stond op zijn kop. Na een half jaar van postnatale depressies en medicijnen ging Lisette lopen. In training voor New York liep ze laatst de 12 kilometer van Bunniks Mooiste. En afgelopen weken moedigde Noëlle haar tijdens de loopjes rond Houten aan: 'Hup mama, hup mama'. Het hielp dus.

Mensen lijken meer stil te staan bij het leed van anderen als hen zelf iets ergs overkomen is. Lisette loopt nu om sponsors binnen te halen. En lopen is -ik schreef het hier al eerder- ook troost. Het lijkt voor Lisette op te gaan. Die ook voor zichzelf loopt. Het brengt haar leven dus meer in evenwicht. En het houdt haar, laten we eerlijk zijn, ook een beetje ‘in shape’.
(10 november 2010)


KORIANDER, MINT EN HOGE HUREN
Ik heb een zwak voor banketbakkers en fietsenmakers, schreef ik laatst. Maar ook andere branches hebben mijn belangstelling. Van slager tot groenteboer en zo alle kleine neringdoenden van het universum langs: ik belicht graag hun kracht en hun zwakte. In deze krant beschreef Ineke Inklaar zaterdag de pijnlijke dreigende ondergang van een Utrechtse topslager, Ron Agterberg aan de Nachtegaalstraat. De beste biefstukjes tartaar in Buiten-Wittevrouwen. Inklaars verhaal las ook als een microkosmos van de wereldwijde onroerend goed-bubbel; aangejaagd door banken, speculanten, makelaars en notarissen. En gedoogd door overheid en centrale banken als de Nederlandse Bank. Een pand op de Nachtegaalstraat van 1,1 miljoen? De belegger vindt 3300 euro huur per maand voor winkel en woonruimte te weinig. Slager Ron moet vertrekken.

De kleinste winkel van Utrecht is een groentezaakje in Winkelcentrum Overvecht. 3 bij 7 meter. Ransjder, een Iraakse Koerd van 26, is de winkelier. In de vleugel waar ook banketbakker Van Kooten, de Volendammer Vishandel en de kaaswinkel zitten. Ik kocht maandag bij Ransjder verse koriander, zijn onvolprezen mint, druiven, paprika's en couscous. Rekende 5,25 af. Nee, het loopt minder in dit stukje winkelcentrum. En dan te bedenken dat Ransjder trouwplannen heeft. Zonder ‘bruidsschat’ kom je in Koerdische kringen niet ver. Met deze omzet en huur zit dat er niet in.
Wat de huur is van het pijpenlaatje? 2050 Euro per maand. Ik geloofde mijn oren niet. Nu loopt ook de klandizie nog eens terug. In dit deel van het winkelcentrum staan twee winkels leeg. De huur is niet meer op te brengen. Ransjder maakt schulden. Zal het in de lente beter gaan? Wat verhuurder Metroprop hiervan vindt? Directeur Jos van de Mortel zal er naar kijken, zegt hij mij. Tot die tijd moet u allemaal voor verse olijven, koriander, mint, uw groenten en alle blikgerechten naar het kleinste winkeltje van de stad. Per vierkante meter de hoogste huur.
(3 november 2010)


GEEN BLAASONTSTEKING OP VERWENDAG
We beginnen met koffie en gebak. En eindigen met de legendarische stamppot uit de keuken van Huis aan de Vecht. Tussendoor is er een verloting, snoepen we van advocaatjes-met-slagroom en zingt shantykoor Windstilte uit Vleuten-de Meern. Wie weet brengen de mannen hun ‘Goodbye my lover, goodbye’ ten gehore. Albert Heyn-XL geeft doosjes ‘Merci’-chocolaatjes weg. En er komt een verrassingsgast.

Voor de tiende keer organiseert het ‘Netwerk 55 Plus’ morgen ‘De Verwendag’ in Overvecht. Drijvende krachten zijn Henk Nass en Ien van Marle. Ien (81): 'Het is zó leuk, je zou het allemaal eens mee moeten maken.' In de Johanneskerk aan de Moezeldreef komen 125 oudere Overvechters samen. Mensen die aan huis gebonden zijn, in isolement leven. Wat ‘verwennen’ betekent? Niks dubbelzinnigs. Alleenwonenden, gehandicapten, maar ook echtparen waarvan een van de twee dementeert, worden een middag en vooravond lang in de watten gelegd. Tientallen vrijwilligers (vaak zelf zeventigers) zetten zich in. Ik was er eerder op bezoek. Simpele, echte gezelligheid in de grote stadswijk. Lekker zingen, als je wilt. Als je in je rollator stijf voor je zelf uit wilt kijken, mag dat ook. Maar happen in de aangeboden gezelligheid is natuurlijk aanbevolen.
Ik vind ‘De Verwendag’ van Overvecht bij het beste van de stad horen. Het principe is simpel. Allerlei instanties in de wijk (artsen, fysiotherapeuten, kerken, bewonersgroepen, de bibliotheek, de GG&GD, het seniorenpastoraat) melden bewoners aan waarvan ze denken dat zo’n middag hen goed zal doen.
Maandagavond was ik even bij Ien van Marle in haar Overvechtse flat. Verkouden en geplaagd door een blaasontsteking. Maar morgen is ze er bij! 'Waar ik nu last van heb, heb ik donderdag achter de rug!'

Er is één ‘maar’. Deze tiende Verwendag is de laatste. Hoe goed het ‘Netwerk 55 Plus’ ook loopt, deze activiteit wordt te duur voor alle instanties. Ben benieuwd wie morgen in de Johanneskerk het licht echt uit durft te doen.
(27 oktober 2010)


STERKE ARM OP DE LICHTE GAARD 
Het is donker in de stad. Op de hoek van de Lichte Gaard en de Servetstraat wordt een man in bretels met borst en buik tegen een politiebusje geduwd. Gezien zijn kleding geen hasjklant van coffeeshop Andersom. Twee agenten doen hem de handboeien om. Ik stap van mijn fiets. In de ogen van de langste agent lees ik macht. De Sterke Arm. Een vrouw mengt zich in de commotie. 'Mijn man blijft hier. In de auto slapen onze kinderen, we willen naar huis.' De twee politie-agenten stoppen de bretelman in het busje en rijden weg. De hele scène duurt nog geen minuut.

De bretelman? Frank Welkenhuysen, bekend als deskundige van Avro’s Tussen Kunst en Kitsch. Heeft met zijn vrouw Isabeth aan de Lichte Gaard een galerie/kunsthandel. Frank woont in Lunetten, fietst naar zijn werk. Behalve wanneer hij grote kunstwerken moet lossen. Dan beschikt de galeriehouder over een ‘parkeerontheffing’.
Vrijdagavond wil het echtpaar Welkenhuysen schilderijen in hun zaak neerzetten. Op het Domplein worden ze aangehouden. Je mag daar alleen met de auto komen als je… een ontheffing hebt. Het voorstel om de ‘ontheffings’-vergunning uit de winkel, 30 meter verderop, te pakken, wordt afgewezen. Bekeuring. En dat de gemeente zélf adviseerde de ‘ontheffing’ in zijn winkel te bewaren, willen de agenten niet horen.
Even later draagt Frank de schilderijen zijn galerie in. Dezelfde agenten passeren in hun busje. 'Stap uit en bekijk mijn ontheffing!', stelt hij opnieuw voor. Dan gaat het mis. Van Welkenhuysen gaf een klap tegen het busje. Zegt de agent. De galeriehouder zegt dat hij door het snelle optrekken met zijn elleboog tegen het busje kwam. Die nacht zit Frank anderhalf uur in een cel op Paardenveld.
De kunstkenner is vier dagen later nog steeds verbijsterd over het fanatieke optreden van twee agenten. Waren zij gestrest door andere klussen? De nep-alibi's van foutparkeerders beu? Frank wil een gesprek met burgemeester Wolfsen. Over parkeerbeleid. En over de bejegening door de Utrechtse Sterke Arm.
(20 oktober 2010)


KING OF ROCK & SOUL IN TIVOLI'S KLEEDKAMER 
Solomon Burke’s handschrift siert de hoes van de lp die voor me ligt. In zwierige letters lees ik: 'To the one and only Top Soul Lover Cees. God’s Blessing'. Getekend ‘King of Rock and Soul’. Geschreven op 9 oktober 2004, toen hij in Tivoli optrad. In de kleedkamer hing de geur van decennia popmuziek en bier. Burke liet zich een kwartier door mij interviewen over soul-legende Sam Cooke. Terwijl zijn concert op punt van beginnen stond! Zo toegankelijk en aardig was deze reus. Het werd een concert, zoals altijd, zonder playlist. Hij begon en speelde Tivoli twee uur lang plat.

'I’m so happy to be here tonight in your wonderful city.' Deze grote hippie was echt gelukkig dat hij in Utrecht was. Strooide als apotheose zijn rozen en kralenkettingen door Tivoli. Zoals hij ze gisterenavond in Paradiso zou hebben rondgestrooid.
Wat Solomon Burke’s muziek voor mij vertegenwoordigde? Swing. Romantiek. Vrouwen. Troost. Liefde in de breedste betekenis, waar de wereld een beetje beter van kan worden. En hoop. Van Burke’s Nederlandse agent én vriend Willem Venema hoorde ik gisteren dat zijn Don’t give up on me veel in de bajes wordt gedraaid. Kan ik mij voorstellen. Dat ‘Plea-ea-ease, don’t give up on me’ met die enorme diepe bastonen heb ik op staan. Je moet van steen zijn, wil je daar niet een beetje hoop uit halen.
Nu swingt ‘Everybody needs somebody to love’ door de kamer. Live. In het intro: 'I have a little message for you.' En in andere nummers is het weer ‘sweet soul music’.

Het interview voor het radioprogramma Casa Luna was klaar. Burke stond op het punt op het podium plaats te nemen op zijn zetel.
Hij was 64. Een wereld-soulster die gewoon bleef. Met een onuitputtelijke energie. Met diezelfde energie zou hij gisterenavond met De Dijk hebben opgetreden, ware het niet dat de dood hem zondag achterhaalde. Vandaag even genieten van zijn ‘Try a little tenderness´ en zijn machtige performance? Zoek op ‘you tube solomon burke try a little tenderness.avi’. 
(13 oktober 2010)


DAMESBENEN, HOOFDDOEKJES EN BOERKA'S
Je hebt van die zondagen dat je niet naar de kerk gaat en toch tot het inzicht komt dat God en Allah het goed met Utrecht voor hebben. En met Nieuwegein, niet te vergeten. Hoe ik tot dit inzicht kom? Zondagochtend om 10 uur tuften we in ons bootje over de singels. De eerste herfstkleuren van essen, beuken, linden, eiken en kastanjes werden beschenen door de ochtendzon. Het licht was fenomenaal. De stad in rust. Zo kun je nóg beter zonder geïnstitutionaliseerde God.

Op de Wittevrouwensingel zagen we in het keukenraam van de schouwburg lange strengen knoflook hangen. Maar één streng was vervangen door een vrouwenbeen. Een goed gevormd damesbeen. We werden er nog opgewekter van.
We voeren richting Vreeswijk, langs de Jutfaseweg. Passeerden ‘Het Schrale End’. Hoe het kwam, weet ik niet meer. Maar plots hadden we het over de aanschaf van een boerka. Nu het nog kan. Ik had de dag tevoren het ‘gedoogakkoord’ er nog even op nageslagen. Een boerka kopen? Hoezo, vraagt u zich af. Altijd handig voor een goede grap. Bruikbaar om thuis de fantasie te prikkelen: ’Jááá, schat, vanavond heerlijk de boerka weer eens aan?’ Goed voor undercoverjournalisten die, als het verbod er eenmaal door is, willen beschrijven hoe de politie boerkadraagsters aanpakt.
We lachten met de sluiswachter van de Noordersluis en klotsten over het Amsterdam-Rijnkanaal. Passeerden de Zuidersluis, tuften onder de Blauwe en de Rijnhuizerbrug door en langs de kunstmarkt in het oude Jutphaas. En toen zagen we, parallel aan het Merwedekanaal waar wij inmiddels voeren, de vrouw met hoofddoek fietsen. Twee meter achter haar fietsende man. Zij en wij dezelfde snelheid. Aan de onvaste tred van de fietsers zou je kunnen afleiden dat ze nog maart kort in ons land waren.
We observeerden de hoofddoek; dit teken van 'een onderdrukkende, totalitaire ideologie' (Wilders). En ik bedacht mij dat je als gehoofddoekte vrouw op zo’n schitterende ochtend te Nieuwegein moeiteloos je eigen onderdrukking vergeet. (6 oktober 2010)


EEN 'BEGELEIDINGSTRAJECT GEDRAGSVERANDERING'
Gisteren zocht ik contact met provinciaal gedeputeerde Joop Binnekamp. U weet wel, de man die à 391 euro, op kosten van de provincie, met multimiljonair/vastgoedspeculant Cor Van Zadelhoff de maaltijd gebruikte. Binnekamp, bekend van de 1,6 miljoen euro huur die de provincie betaalde voor een niet gebruikt kantoorpand. Én verantwoordelijk voor de provinciale ‘communicatie’.

Binnekamp kon niet gestoord worden tijdens een retraite van Gedeputeerde Staten gisteren. Retraite. Ik wilde erheen, toen ik het hoorde. Van een paapse jongen gaat de fantasie dan onmiddellijk werken. Retraite. Een gezamenlijk stiltemoment voor de gedeputeerden? Een ‘stilteperiode’ in de refter van een klooster? Leerden ze bidden? Wellicht afgewisseld met kringgesprekken? Een meditatieve sessie in lotuszit? Zou Binnekamp aan contemplatieve zelfreflectie toekomen? Waren er muzisch-ludische elementen…?

Bijna vergat ik waar ik voor belde. Dat waren de berichten, ook in deze krant, over ‘het schrikbewind’ van oud-militair Rick Maas die als hoofd Communicatie van de Provincie zijn eigen mensen ‘weg pest’. Ook zou hij ‘intimideren’ en ‘schofferen’. Op de communicatie-afdeling werken veertig mensen. Veertig? Ja, dan ga je wel ruzie maken.
Binnekamp liet zijn ondergeschikte, directeur Sietsma van de provincie, bellen. Die begon over ‘benchmarks’ en ‘bedrijfsmatig werken’. En dat al die berichten afkomstig waren van 'mensen die blijkbaar weinig te doen hebben'. Ik mijmerde weg over retraites in herfstbossen. En kwam niet toe aan verlichte reflectie op mijzelf en mijn omgeving.
Voor ik daarna het missaal opensloeg, was er één gedachte. Zou die Sietsma net zo’n moderne potentaat zijn als die Maas? De technieken heeft ie in ieder geval in huis. Ik lees dat na gesprekken met de afdeling communicatie, de vermeende bruut Maas en directeur Sietsma 'een begeleidingstraject in gang is gezet om Maas te helpen zijn gedrag te veranderen'.
Dat u, inwoners van de provincie Utrecht, maar weet wat er met uw geld gebeurt.
(29 september 2010


JAN POT IS ER EEN VAN ZEVENTIEN 
U wilt, na mijn stukje vorige week, weten waar Jan Pot is. Jan Pot, fietsenmaker in Tuinwijk, verliet begin juni geruisloos zijn winkel aan de Pieter Nieuwlandstraat. Deed de zaak aan Ronald Martens over. Op die plek verkocht hij 25 jaar lang, zo’n 500 fietsen per jaar. Dat zijn 12.500 achterspatborden met dat stickertje ´Jan Pot´, in diagonale letters. Je ziet ze vaak in de stad. Hij hield er een afwijking aan over. Net als zijn zoon Mark. Als ze geparkeerde fietsen zien, gaan hun ogen, dwangmatig, naar de achterspatborden. Altijd passeert een ´Jan Potje’…

Jan Pot zal geen buitenbandjes, sloten en trappers meer verkopen. Geen reparaties meer. Deze week ruimde hij, aan de Moezel, de voortent van zijn caravan op. Zijn flat in Overvecht wenkte. Vijftig jaar gewerkt als fietsenmaker. Altijd in zijn stadsjie. Repareerde ooit fietsen bij Riny Martens, Ronalds vader, aan de Van der Mondestraat. Jans wieg stond in Oudwijk, Kersstraat 11. 1944. Riek, Mien, Zus, Wil, Arie, Wim, Jo, Truus, Kees, Tiny, Henk, Cor, Ben, Sjaan, Jan, Suzan, Nico. Het namenrijtje van zijn 16 broers en zussen zit foutloos in zijn hoofd. Jan, de twee na jongste van hovenier Pot uit Oudwijk. Een man 'met een arme, maar warme jeugd', buurtgenoot van Wim van Hanegem.
De laatste zeven jaar waren zwaar. Jans zakenpartner, zoon Mark, liep bij een auto-ongeluk een dwarslaesie op. Zette heldhaftig door. Repareerde in de werkplaats vanuit zijn rolstoel… Jans vrouw Corry overleed. 2003. Het heilig vuur doofde een beetje. Met trouwe werknemer Hugo Bunt draaide hij de zaak nadat Mark moest stoppen. Met zijn witte herder Buck is Pot tevreden. In Overvecht. Of aan de Moezel. Hij staat zijn gehandicapte zoon bij en hervond het geluk met vriendin Joke. Hij zit volgende week, thuis tegen Liverpool, in Galgenwaard. Officieel afscheid nemen van die duizenden klanten? 'Dat was me te veel geworden.' Jan Pot laat hierbij aan iedereen weten: 'Ik wilde niemand in de steek laten, maar anders dan zo kon het niet. Bedankt klanten.'
(22 september 2010)


WAAR IS 
JAN POT?
Op de Maliebaan zag ik zaterdag de historische rijwielvereniging De Oude Fiets langs pedaleren. Onder de linden werd hier 125 jaar geleden het eerste fietspad van Nederland aangelegd. Ik keek toe terwijl mijn gloednieuwe, hippe Van Moof-fiets (verlichting op zonnecelletjes) losjes tussen mijn dijen stond. En besloot met dit prachtige nazomerweer een tochtje langs de Vecht te maken. Onderweg, wachtend bij het verkeerslicht op de Oudenoord keek ik op het achterspatbord van de fiets voor mij. ‘Jan Pot’ las ik op het stickertje. Jan Pot… Waar zou fietsenmaker Jan Pot, uit Tuinwijk, toch zijn?

Ik heb iets met fietsenmakers. Zoals ik iets met banketbakkers, timmermannen en zeefdrukkers heb. Het is die combinatie van ambachtelijkheid, vrije jongensmentaliteit en klantvriendelijkheid. Ik zou elke woensdag op deze plek over fietsenmakers willen schrijven. Over Ronald Martens bijvoorbeeld in de voormalige winkel van Jan Pot aan de Pieter Nieuwlandstraat (maar waar is Jan zelf?). En over al die andere versnellingsnaaf-herstellers en trapas-reparateurs uit stad en omgeving.
Neem ook Dennis Spee. Leerde het vak van zijn vader Peter bij fietsenwinkel De Tegenwind in Oudwijk, was betrokken bij De Fietshalte op de Mgr. v.d. Weteringstraat en heeft nu Het Stalen Paard op de Biltstraat. Gaf mij vorige week, met een knipoog, levenslang garantie op een leren zadel. Bij een man met zo’n poëtische kant wil ik hippe fietsen kopen. Maar ik wil ook de twee fietsenmakers van Leidsche Rijn, Jan Arendshorst en Jan Jongerius, aan omzet helpen. Zij mogen, las ik in deze krant, van de gemeente geen fiets-onderdelen meer verkopen. Kan ik helpen hen te bevrijden uit de klauwen van de Utrechtse gemeente-bureaucratie? Twee fietsenmakers gepest door ambtenaren (extern ingehuurd à 1750 euro per dag?) van Wolfsen. Waarna weer andere ambtenaren (à 2000 euro per dag?) excuus voor de pesterijen aanbieden.
Maar ach… Rustig peddelend langs de Vecht dwalen mijn gedachten opnieuw naar Jan Pot. Waar zou deze Utrègse fietsenmaker -een halve eeuw lang- toch zijn?
(15 september 2010)


HET VERDRIET VAN EEN SPERMADONOR 
De vroege herfstregen druipt van de treurberk in onze voortuin. Vioolconcert van Beethoven op. Ik mijmer over een krankzinnig item in het nieuwe Vara-programma Uitgesproken, afgelopen maandag. Zo krankzinnig dat ik bij momenten dacht: is dit echt of satire? Een rechts-extremist doneert bij Nederlandse spermabanken zijn ‘arische zaad’ om tegenwicht te bieden aan het hoge geboortecijfer onder moslims. Egg waor.

Maar het kan met spermadonatie ook minder gek. Ik denk aan de vriendelijke stadgenoot die ik vorige week in een winkel tegen het lijf liep. 'Wat doe jij op het ogenblik?', luidde zijn belangstellende vraag. Naar waarheid antwoordde ik: 'Ik zit tot over mijn oren in de spermadonoren en vrouwen met een onvervulde kinderwens (wensmoeders in het jargon)'. Ik schrijf namelijk een verhaal over de wondere wereld van spermadonatie. Mijn antwoord bracht een instemmende blik voort. Prompt volgde zijn relaas. Deze vijftiger had zo’n twintig jaar geleden op verzoek van een bevriend lesbisch paar met kinderwens, zijn zaad ter beschikking gesteld. Zonder seks natuurlijk. ‘Zelfinseminatie’ heet de methode. Hij doet in een kamertje ‘zijn ding’. Zij brengt daarna, zonder dat hij aanwezig is, met een spuit de sperma in. Zijn hulpvaardigheid had resultaat.
Zijn dochter is nu bijna twintig. Het contact met het lesbische paar was verwaterd. Zo ging ook het contact met zijn dochter verloren. Terwijl zij in Utrecht woonde. En woont. In de ogen van de man las ik het gemis aan contact. 'Emotioneel en sociaal gemis', bracht hij wat onbeholpen, zichtbaar gemeend, onder woorden. Wonderlijk genoeg was hij zijn dochter nog nooit op straat tegen gekomen. Hij had haar anders zeker herkend. Want wat leek zij op hem. Zei hij trots.

In alle discussies over spermadonatie gaat het over de belangen van het kind dat vaderloos opgroeit. Met de wet in de hand kan een kind nu zelfs omgang met de biologische vader afdwingen. Maar welke wet helpt de biologische vader die contact wil met zijn ‘donorkind’?
(8 september 2010)


HET JOCHIE VAN MIEN 
Onder zijn beeld bij de Jacobikerk ligt een doornatte bruine judoband. Tussen de zonnebloemen. Uitrijders van de parkeergarage La Vie passeren de bronzen kop van het Jochie van Mien (zijn wijk C-bijnaam), vervaardigd door Theo van de Vathorst. Die kop staat op een massieve marmeren sokkel. Thuis had ik net Een killer in kimono in een ruk uitgelezen. De fascinerende biografie van Anton Geesink, geschreven door journalist Kees Kooman. Ik raakte in de ban van de volksheld die altijd vechtend een eenling bleef. Een paar citaten.

'Als je hem enigszins tegen durfde te spreken, veranderde hij in een Utrechtse straatvechter. Hij kon en kan over lijken gaan.' (Johan van der Haar, hielp bij zijn sportschool) 'Anton vindt dat iedereen recht heeft op een eigen mening, mits die niet afwijkt van de zijne.' (Leo de Vries, 30 jaar judo-collega) 'Hij heeft veel dingen gezegd die niet waar zijn.' (zijn judo-leermeester Jan van der Horst) 'Dat alles overheersende wantrouwen van hem, godallemachtig, waar is dat goed voor?' (Peter Snijders, judoka, vriend van het eerste uur) 'Hij vergeeft en vergeet nooit.' (sporthistoricus Ton Bijkerk) 'Een topatleet heeft altijd iets van een egoïst, soms slaat het egoïsme door.' (Jaap Nauwelaerts de Agé, judo-scheidsrechter) 'Een grootheid op judo-gebied is een schorempie gebleven waarvan wijk C er zoveel in voorraad had.' (Joop van der Linden, beheerder Anton Geesinkstraat) 'Het maakt helemaal niet uit wat ik vind of denk.' (vriend Joop Mackaaij) 'Winnen is een vorm van innerlijke beschaving. Ik heb het maximum uit mijn leven gehaald. Door juist ook te tonen dat ik niet alles weet. Daarom heb ik regelmatig durven zeggen dat er niemand is die zo goed functioneert als ik.' (Geesink) 'Je begrijpt toch wel dat het een feest is geweest om mensen als Vonhoff, Huibregtsen, Blankert en Terpstra -ja ook zij- het nakijken te geven.' (Geesink) 'Wat heb je er aan: stilstaan bij dingen die je toch niet weet, zoals het hiernamaals.' (het jochie van Mien)
Wilt u een zeldzaam hard, rancuneus, kleurrijk, typisch Utrechts karakter beter begrijpen? Lees deze biografie over het jochie van een dominante moeder (Mien) uit Wijk C. 
(1 september 2010)


`I LIKE YOUR CUNT OR COCK IN SCOTLAND´
Ik was bij Celtic-FC Utrecht, vorige week donderdag in Glasgow. Een zinderend voetbalgevecht. In de eerste helft kregen we vier grote kansen. Nul goals. Celtic? Drie kansen, twee goals. Na afloop liepen we in drie kwartier, vriendelijke bobbies naast ons, politiehelicopter boven ons, terug naar het centrum van Glasgow. Hoe het morgenavond in Galgenwaard gaat aflopen? We zijn niet kansloos. Voetbal is áltijd ‘hoop op beter’.

Onderweg naar FC Utrecht lieten we Edinburgh natuurlijk niet links liggen. De Schotse hoofdstad zit in mijn Top-5 van aantrekkelijke Europese steden. Zeker in augustus. Het Edinburgh Festival. Met z’n fringe-versie: 700 cabaretiers uit de hele wereld. Tussen hen bevond zich ‘Dutch superstar, comedian and jazz singer and the most exiting performer to hit Britain in years’: Hans Teeuwen. Die wilden wij, in het Engels, zien en aanhoren. Teeuwen? Een man die zijn gekte puberaal versiert. Onder andere met veel seksueel expliciete teksten. Opkomst? Teeuwen parodieerde een Chinese hoer, bewoog geil en lispelde met Chinees stemmetje: 'Joe pee munnie, ai’ll bie funnie'. Aan het eind van de voorstelling liet hij de mannelijke helft van de zaal 'I like your cunt' en de vrouwelijke helft van de zaal 'I like your cock' zingen. Ik zong mee. Om misverstanden te voorkomen: alleen met het eerste zinnetje.
De volgende middag passeerde een mooie Schotse vrouw in het centrum van Glasgow een caféterras met indrinkende FC Utrecht-supporters. De meute yelde 'Dááár moet een piemel in' (bis). De Schotse vrouw lachte. Tja, als je geen Nederlands verstaat, is dit voor een gemiddelde vrouw strelend. Ik beschouwde het tafereel van afstand. En met plaatsvervangende schaamte. Hier zou ik niet bij horen. Maar was dat terecht? De grens tussen de seksueel getinte subversiviteit van superstar Teeuwen en tachtig naar een Schotse vrouw yellende Utrechtse mannen is dun. Volgende keer meezingen met FC Utrecht-supporters? Of ook zwijgen bij Teeuwen?
(25 augustus 2010)


HELP DE RABO DE HERFST IN 
De zuidelijke van de twee Rabo-torens in aanbouw, de Hebzucht, heeft sinds eind juni een aangebrand zwart bovenrandje. Dat zijn tweelingzusje Hoogmoed er nog ongeschonden bij staat, is wellicht een teken dat het niet de Heer was die deze moderne Toren van Babel trof. Dat brandje op de 26e verdieping? Een tegenslag voor de Rabo die het toch al niet makkelijk heeft. Rabobank en dochter Robeco stalden veel geld bij de grote rovers van deze wereld. Bij Lehman Brothers, bij Goldman Sachs, MerillLynch, bij Bernie Madoff, bij de meedogenloze hedgefondsen. Vanuit de dealingroom op de Croeselaan draaiden de snelle jongens en meisjes van het flitskapitaal er honderden miljoenen doorheen.

Ik moest vorige week aan die, hoe zal ik het zeggen…, zielige Rabobank met z’n aangebrande bovenrandje denken, toen de vaste rente-periode van onze hypotheek afliep. De Utrechtse Rabo deed een aanbod. Voor 4,4 procent rente zouden we vijf jaar zorgeloos geld voor ons huis kunnen lenen. Maar was geld tegenwoordig niet goedkoper, vroegen we ons in een vlaag van vreugdeloos consumentenbewustzijn af? De Rabo betaalt, als het van de Europese Centrale Bank leent, 1 procent. En de banken onderling? Rekenen ook ongeveer 1 procent rente. Op een spaarrekening geeft de Rabo 1,8 procent. Ik haalde ooit een middenstandsdiploma en weet dus dat dit forse winstmarges zijn. Rond de 300 procent? Waar vind je het nog?

Wij Utrechters zijn trots op onze succesvolle Rabobank! En die chagerijnige Vereniging Eigen Huis die klaagt dat die rentemarge te hoog is? Laat ze blij zijn dat er nog instellingen bestaan die bereid zijn hun zakken te vullen. Wij willen van dat aangebrande bovenrandje af. De torens Hoogmoed en de Hebzucht moeten weer in volle glorie pronken aan onze dierbare Croeselaan. En de opvolgers van de nobele en bescheiden voormalige Rabobaas Bert Heemskerk moeten weer miljarden krijgen om een nieuwe slag op de wereldwijde speculantenmarkt te slaan. Utrechters? Help onze Rabo de herfst in. Laat u kaal plukken! 
(18 augustus 2010)


NAAR 'HABI TANTE' IN HOOGRAVEN
Bereidwillig hoorde ik de vrouw aan. Ze had zich, toen ik er aankwam, losgemaakt van het gezelschap van twee mannen. 'Bea', stelde ze zich voor. 'Om preciezer te zijn: Beatrix.' Een naam die meer vertrouwen wekt? Ze moest nog naar opvanghuis Habi Tante, in Hoograven. 'Ik heb nog maar vier euro voor de nachtopvang daar nodig', zei ze mij. 'Van die twee heren daar kreeg ik zojuist al vier euro.' Ze wees op het tweetal dat 30 meter verderop in de Voorstraat liep. Heren? Klonk als: beschaafde burgermannen in pak. In hun motoriek zag je, van meer dan dertig meter én van achteren, dat verslaving hier de bepalende factor was.

'Moet je nog helemaal naar Hooggraven lopen?' 'Oh, dat lukt best', liet Beatrix stoer weten. Het was tegen enen in de nacht. In een flits maakte ik de staat van mijn geweten, qua vrijgevigheid, op. Maandag had ik immers nog een werkstudent-met-inhoudsloze-blik van Stichting Mediclowns (ook voor lachworkshops) afgepoeierd. En dinsdag Care Nederland, in de persoon van werkstudent Liz? Ook tegen deze, giraal afgedwongen, charitas voor Derde Wereld-verschopten zei ik ‘nee’. Het juiste doen? Recent werd ik genaaid door die Straatkrant-verkoper. Gaf hem twee euro voor zijn krant. Waarna hij weigerde mij een Straatkrant (zijn laatste exemplaar) te overhandigen. Zijn ‘lok-Straatkrant’ gebruikte hij om naïeve passanten twee euro lichter te maken. Was humoristisch. En laatst sprak Diane mij weer eens aan. Mijn oude bekende van het fabeltje ‘een plek voor de nacht’.
Ik overhandigde ‘Bea’ mijn losse geld. 3 euro 95. Nee, die stuiver was geen punt voor haar. Dank. En ze liep naar haar maten. Ik fietste nog even op hen af. De ene, Clemens, zei nog dat hij veel respect voor me had.

Thuisgekomen vertelde ik onze jongste, 19 en streetwise, dit verhaaltje van de ontmoeting met Bea. 'Dat je daar in trapt, pa', verzuchtte hij verbaasd. Toch maar even een telefoontje gepleegd. Opvanghuis Habi Tante (opvang verslaafde vrouwen) aan de Baden-Powellweg in Hoograven werd begin mei opgeheven. De verslaafde vrouwen sliepen er gratis.
(11 augustus 2010)


REGENT HENK VONHOFF GING HEEN 
De houten concertzaal Tivoli aan het Lepelenburg was gekraakt. De stad onrustig. Jong volk oproerig tegen de burgemeester die geen tegenspraak duldde. Januari 1979. Ik werd bij burgemeester Vonhoff thuis uitgenodigd. Op de Koningslaan. Hij legde mij, journalist, ferm en vastberaden uit dat zijn gezag grenzen kent: 'Als ze te ver gaan, treed ik op'. Utrecht in 1979-1980? Vonhoff, lik me reet, we kraken onze eigen keet (leuze in de stad). Kop in de subversieve Muurkrant: Vonhoff komt klaar in Muziektempel. Tijdgeest? Muziekblad Vonpopp. Punkformaties Lullabies ('Wij zijn de slechtste band van Nederland.') en De Megafoons. De mobiele tap van Kollektief Kafee de Baas. Hasjkelder Sarasani. Amelisweerd, niet geasfalteerd. Klein Orkest zingt ‘Tivoli, I lov’ it’. Vredenburg opent: bijtende politiehonden. Toen ik van het overlijden van Henk Vonhoff hoorde, spoelden de herinneringen door mijn hoofd.

'Hij deed dat in de stijl van een ouderwetse regent, maar was daarin tegelijkertijd uiterst effectief. Zijn woordkeus en intonatie mogen nu en dan archaïsch schijnen.' Gaat dit over Vonhoff, immers een man met regenteske toon en voorkomen? Nee, hier spreekt Henk Vonhoff over zijn rolmodel, een andere burgemeester (van ‘48-‘70) van Utrecht. Jonkheer Coen de Ranitz. Vonhoff schreef in 1995 een portret van De Ranitz, in de reeks Utrechtse Biografieën. Geschiedenisleraar Vonhoff wijdde daarin aan het stadse gerucht uit de jaren '50 en '60 - De Ranitz een buitenechtelijk kind van Prins Hendrik- trouwens geen woord.
Vonhoff was anders dan zijn rolmodel. Stond tussen zijn troepen. Als brandweerman op de ladder. Vinden de mensen leuk. Dacht hij. Als hoofd van de politie trok hij voor de troepen uit. Bij weer een bezettingsactie nam hij een demonstrant in de houdgreep. Ik zei hem: u heeft veel tegenstanders in de stad. Voelt u voor een bijeenkomst ´Vonhoff tegen de rest van Utrecht´? Hij aarzelde niet: 'Ik kom'. Zo’n karakter. En liep uit de bijeenkomst in ’t Hoogt weg toen iemand de Utrechtse politie met de SS vergeleek. Deze Henk Vonhoff ging vorige week heen.
(4 augustus 2010)


DOMSTAD IN OUDE FOTO'S 
Aan de Burg. Reigerstaat ligt de antiquarische boekwinkel Hofman, van Joop van Kan. Hofman, althans de winkel, gaat eind dit jaar sluiten! Vijftien jaar geleden nam Van Kan tienduizenden boeken van de oude heer Hofman aan de Marco Pololaan in Kanaleneiland over. In die winkel was het ‘Malle Pietje’. Ik zag het ooit met eigen ogen. Van Kan had succes. Maar zag de invloed van internetzoeksystemen groeien. Maakt het bezoek aan de winkel overbodig. Voor de romantici onder ons geen beste ontwikkeling. Heerlijk toch, die geur van oude boeken. En een praatje met Joop.

Op de traditionele jaarlijkse zondagmarkt had Joop een serie Utrecht-boeken in zijn kraam. Voor zachte prijsjes. ‘De Stichtenaren’ van W. van Beusekom uit 1967. Voor 1,50. Met schitterende foto’s. Kaartende oude mannen in het Julianapark. De wijk C-bevolking tijdens een bezoek van Juliana. Daar lag ‘Utrechtse notities’ van William D. Kuik uit 1968. 1,50. Gemaakt bij het 125-jarig bestaan van boekhandel Broese. ‘Stad van verborgen bederf’ citeert Kuik de schrijver Joh. Geerlinck over ‘ons’. Mét pentekeningen van Kuik. Voor 2,50 kreeg ik ‘Crone’s Utrecht’ uit 1979, een mij onbekende voorloper van Frans Crone’s boek over zijn vader ‘Het Utrecht van C.C.S. Crone’. Met meer dan schitterende zwart-wit foto’s van stillevens en mensen in de stad. Onder een verstilde foto van de Trans sublieme Crone-zinnen: ’Kort daarna verhuisden ze naar de Trans. Daar zaten ze een jaar lang iedere avond met hun gedachten tegenover elkaar, zonder dat ze iets anders zeiden dan dingen, waarin geen van beiden belang stelden’.
En vind voor een prikkie ‘Utrecht en omstreken in 19e eeuwse foto’s’ van uitgeverij van Gennep, 1975. Met een panoramafoto in noordelijke richting, in 1878 vanaf de Domtoren gemaakt. Links van de Jacobskerk en de nog jonge Augustinus zoek ik achter de bomenrij van de singels naar bebouwing. Weilanden, slechts weilanden, waar nu de Daalsedijk en Pijlsweerd liggen. En als een streep door die weilanden de weg naar Amsterdam, de Amsterdamsestraatweg. Wat is het op warme zomerdagen lekker wegdromen op mooie ouwe fotoboeken uit Hofman. Tip: zoek dit prachtboek. Bij Joop goedkoper dan op internet (12 euro tot 24,95). 
(28 juli 2010)


ILLEGAAL EN RECIDIVIST TE WATER 
Op de laatste dag van de Maliebaankermis won mijn vriendin de kamelenrace. Daarna zouden we de dag glansrijk afsluiten met een boottochtje. Maar de grijze lucht werd zwart. Naar huis dan maar. Die route loopt langs de plek aan de Biltse Grift waar ons kleine kajuitbootje Trabant aangemeerd lag. Nog even goedkeurend kijken. Maar wat wij zagen…? Geen Trabant! Waar zou ons varende houten pronkstukje zijn? Het werd in 1961 op de Jachtwerft Berlin. aan de Spree gebouwd. In de DDR. Een Ossi-bootje; ons communistische vaartuig was dus fout in de jaren '60. Vanaf de Trabant tonen wij sinds 2002 niet-Utrechters, stadgenoten en onszelf de verborgen schoonheden van de Domstad.

Greep ‘de sterke arm’ in? Want van ordinaire diefstal -het benzinetankje lag thuis- kon geen sprake zijn. Telefonisch bood Jaap de Jong, van de Gemeentelijke Havendienst, opheldering. 'Wij hebben uw bootje weggesleept'. Berouwvol hoorde ik aan dat ik de laatste jaren meerdere waarschuwingen had gekregen. 'U heeft geen vergunning en dus geen vignet. U mag niet in de stad liggen. U bent een recidivist. Uw Trabant ligt nu op de gemeentewerf langs de Vaartse Rijn in Hoograven. Na betaling van 153,55 euro, inclusief BTW, kunt u het bootje daar ophalen.' De laatste ‘herhaalde waarschuwing’ dateerde inderdaad van vorig najaar. Voor een legale ligplaats sta ik met 500 anderen op een wachtlijst. Plaats 268. Over een jaar of 8 mag onze Trabant in de geliefde Domstad liggen. De gemeente vindt namelijk streng: slechts 400 ligplaatsen voor bootjes. Hoe illegaal kun je zijn in eigen stad? Mijn erfelijk bepaalde aversie tegen ambtelijke inmenging was door inbeslagname en strenge toon geactiveerd. Maar Jaap de Jong, oud-stuurman op de grote vaart, bleek de vriendelijkheid zelve. Hij stelt voor dat ik ga meedenken over een kleine stadshaven voor de 500 bootjes op de wachtlijst. 'Zouden we niet iets moois kunnen bedenken op het oude Neerlandia/Prozee-terrein in Hoograven?', suggereert hij. Tot die tijd is onze Trabant illegaal in eigen stad. 
(21 juli 2010)


DE TROOST VAN MOOI VOETBAL 
Viva España. Het schalde over de Oudegracht. Ter hoogte van de werfkelder onder 211. Bij tapasrestaurant Ele werd gezongen, gedanst, gedronken. Zondagavond tegen half twaalf toen dofheid over de binnenstad hing. Behalve hier. Ik gunde het de Spanjaarden. Want met dít voetbal wereldkampioen worden? Dat voelt niet goed.

Mark van Bommel is een van ’s werelds gerenommeerdste schoppers. Vermaard schwalbe-producent. Naait tegenstanders graag gele kaarten aan. Nigel de Jong? Schopte begin maart Stuart Holden van Amerika een gebroken kuitbeen. Nu opnieuw een aanslag. Wesley Sneijder? Paart grote voetbalkwaliteit aan gezeik en gezeur. ‘Beestachtig’. Zo typeerde scheidsrechter Howard Webb het Nederlandse elftal. Scum. Thugs. Dirty play. Absolute disgrace. De rest van de wereld is niet blij met 'ons' spel.
Ik denk aan de huilende mannen die ik zondag voor Café De Potdeksel aan het Lucas Bolwerk zag. Ik hou mijn decadente overweging zaterdag voor 3200 euro naar Johannesburg te vliegen nog eens tegen het licht. Hoe zou de terugvlucht zijn geweest? Vorige week zocht ik het boek ‘Voetbal in zon en schaduw’, van de Uruguayaanse schrijver Eduardo Galeano. Joop van Kan van Hofman antiquarische boekwinkel aan de Burg. Reigerstraat zocht mee. Galeano: 'Ik bedel om goed voetbal, omdat ik nu eenmaal een bedelaar om schoonheid ben. Ik kijk steeds minder naar de kleur van het shirt en steeds meer naar het universele talent van individuele spelers.' Zo ben ik ook.

Vooraf had ik zondag afleiding bij de Heilige Mis op de piekenkermis. Met de humor van pastor Van Welzenes ('Wie hier voor Spanje is, gaat er meteen uit'). Op maandag kon ik me op dezelfde Maliebaan troosten met kamelenrace en photo shoot. Kermis is net als mooi voetbal. Wat nog meer troostte? Een tv-beeld. Toen in De Potdeksel bijna niemand meer keek. Afellay uit Overvecht helpt Sneijder uit Ondiep wennen aan het idee. Gisteren hadden ze van mij via de Vecht verder mogen varen naar de Bemuurde Weerd. Was ook troostend geweest.
(14 juli 2010)


FIETSENMAKER FRED EMAN REPAREERT MOBIEL
In Bloemstede, Maarssenbroek, staat onder de platanen een Mercedes-bus. Daarop lees ik: Fred Eman, de mobiele fietsenmaker, 06-30715504. Fred Eman? 48 Jaar oud stopte hij vorig voorjaar als dierenarts-assistent. Vanwege een ‘duivenmelkerslong’. De stof van de duiven, waarin hij gespecialiseerd was, maakte hem ziek. Kreeg van zijn oude baas 10 maanden doorbetaald. Het UWV had geen geld voor omscholing. Al ben je dan gelukkig in de liefde (met echtgenote Natalka uit Oekraïne en haar zoon), werkloos thuis zitten is geen groot genoegen. Dus schoolde Fred zichzelf om.
Het is deze milde zomerse dinsdagochtend stil in Bloemstede, een franjeloze buurt met grindtegel-muurplaten aan de huizen. Ik stel me voor hoe vanavond, in deze zelfde stilte het gejuich uit de huizen zal schallen. Nu ruist slechts het bladerdak van de platanen in de milde wind. De linten met oranje vlaggetjes kriskras tussen de bomen.

Fred ging aan de slag. Investeerde 35.000 euro in de bus die voor me staat. En in een voorraad onderdelen. Bezorgde vanaf februari in Maarssen, Vleuten, Loenen en in de stad (Zuilen, Tuinwijk, Tuindorp) eigenhandig 20.000 kaarten. Ik lees: ‘Één telefoontje is voldoende en de mobiele fietsenmaker, komt bij u langs. Reparatie voor de deur. Professionele mobiele werkplaats.’ Aan haken hangt de tourfiets van Hannie Verhoef uit Bloemstede. Aan de wanden: buiten- en binnenbanden, verlichting, remmen, kettingen, dérailleurs, zadels, pedalen. Fred leerde het fietsenmakersvak als 15-jarige bij Wim Kok op de Nachtegaalstraat. Stapte over naar de dierenarts. En is nu terug bij zijn oude stiel. Pakt zijn afsprakenboek. Na Hannie nog zes afspraken. Een lege dag? Komt niet meer voor. Freds uurprijs? 36 euro. Voor de meeste werkzaamheden standaardprijzen: van band plakken (6,50) tot vervangen van de trapas (22,50). Crisis? 'Nu ik bij de mensen thuiskom, zie ik meer armoede. Maar werk zat. Langzaam wek ik vertrouwen. Ik verdubbelde vier maanden achtereen mijn omzet.'
Nederland-Brazilië volgde hij, reparerend in Leidsche Rijn, op Radio 1. Want de fiets van de klant moest klaar. 
(7 juli 2010)

AARDBEIEN, VARKENSHAAS EN VASTGOEDFRAUDE
Zaterdag kocht ik aardbeien bij groenteboer Van der Laan in ‘hét kleurrijkste winkelcentrum van Utrecht´. In Kanaleneiland. En sappige ‘wilde perziken’. En Oranjesalade, waarvoor je een munt krijgt. Vier munten is -tijdens het WK- een oranje bal. Bij Slagerien Van der Vliet schafte ik mij de Argentina braadslee -gemarineerde varkenshaas- aan. En natuurlijk die sublieme kookworst van de goedlachse Rien. Het was feestweekend in het winkelcentrum. Rijdende treintjes voor de kleintjes. Leslie Williams, ‘de Utrechtse André Hazes’, zong. Bij Tina Godée en zoon Kevin kocht ik heerlijke tonijnhapjes. In bladerdeeg. Opbrengst voor het WKZ. Op het terrasje van Supervlaai raakte ik aan de praat met Mohammed Pijou. En ik ontmoette Tjing uit China die boven het winkelcentrum woont. En de oud-filiaalchef van de Bata. Die er al 46 jaar woont. Stond iemand er bij stil dat dit winkelcentrum een rol speelt in de grootste fraudezaak uit de Nederlandse geschiedenis?

Nee, want hier winkel je. Je woont of werkt er. Je wandelt of rijdt er langs. Net als langs alle andere huizen, kantoren en winkelcentra. Vastgoed, heet dat. U weet wel: vastgoedmagnaat, -imperium en -beleggingen. En fraude dus. Vastgoedfraude. Ons land en onze stad zitten er vol mee. Paarlberg in Maarssen is zo’n magnaat. Van Zadelhoff -de man die, las ik in deze krant, laatst à 391 euro met VVD-gedeputeerde Joop Binnekamp dineerde- een andere. En Harry Hilders. Wiens vader Harry sr. zijn fortuin in de jaren '70 binnenhaalde met het ‘uitmelken’ van de Haagse Schilderswijk. Hilders jr. kocht in 2002 Winkelcentrum Kanaleneiland en de bovengelegen woningen van Philips Pensioenfonds. Hij betaalde een hoge Philips Pensioenfonds-baas 5,4 miljoen euro aan steekpenningen en kreeg zo het winkelcentrum, en ander vastgoed, voor een prikkie. Omkoping. Dit weekend werd bekend dat Hilders als schikking 40 miljoen aan justitie en het pensioenfonds betaalt. Zo voorkomt Harry jr. dat hij in de bajes belandt.

Ik zag in een trappenhuis boven het winkelcentrum volkomen verrotte sponningen. En afbrokkelend beton op een galerij. Geld voor een schikking met justitie had multimiljonair Hilders ruimschoots liggen. Geld voor onderhoud? Dat heeft hij niet. 
(30 juni 2010)


JAAP, SIEM EN REDOUAN AAN DE DEUR
Aan de deur wordt gekocht. En gedoneerd. KWF. De Hersenstichting. Energiebedrijven. Het is in ons Utrechtse straatje een komen en gaan. De druk om te kopen, en vooral te geven, neemt toe.

Gelukkig stonden Jaap en Siem met een ouderwetse collectebus voor de deur. Heel anders dan een glazig uit zijn ogen kijkende werkstudent die, voor een premie, zijn ‘goede doel’ opdreunt en uitsluitend een automatische afschrijving accepteert. Want dat zou, volgens de charitatieve managers, collectekosten besparen. Jaap en Siem zijn 15, zitten in 3-gym van het Boni. En lopen in hun klas een ‘maatschappelijke stage’. Ze kozen voor de collecte in eigen wijk. Voor het Nationaal Epilepsiefonds. Ik raakte aan de praat met Jaap. Jaap Caron. Zijn jongere broer, Olivier van 13, is verstandelijk beperkt. En leed tot zijn vierde jaar aan ernstige epilepsie-aanvallen. Daarom, júíst daarom, kozen Jaap en zijn vriend Siem voor het epilepsiefonds. Jaaps vader en moeder collecteerden er ook altijd voor. Soms samen met Olivier. Hoe het collecteren was? Jaap: ‘De meeste mensen gaven. Eentje vijf cent. Zal wel als symbool bedoeld zijn. En eentje zei: aan de deur wordt niet gekocht.’

Een dag later. ‘Acht euro is geen prijs voor wafelgekken.’ De vriendelijke Marokkaanse jongen met de open, eerlijke blik op de drempel van onze voordeur overtuigde mij. Hij had vijf verpakte Brusselse wafels in de aanbieding. Dat zat zo. Op de instelling in Nieuwegein waar hij werkte, werden jonge criminelen gerehabiliteerd. Ze leerden de discipline van het dagelijks werk door Brusselse wafels te bakken.
Hij stelde zich voor als Redouan El Yousoufi. ‘Word ook jij door wafel bakken op het rechte pad gebracht?’, vroeg ik. ‘Nee, ik loop met de wafels langs de deuren, omdat de jongens die ze gebakken hebben er nog niet aan toe zijn.’ Ik viste een joetje uit mijn broekzak en liet het wisselgeld zitten. Redouan gaf me zijn nummer. Ik probeer Redouan nu al een paar dagen te bereiken. Zijn mobiele nummer is afgesloten. En de ROC-vestiging met de wafelbakkerij? Kon ik niet achterhalen. Zou Redouan een grap met me hebben uitgehaald?
(23 juni 2010) 


‘SÓÓÓ FINE’, HOOR IK OP HET JANSKERKHOF
Het verbod op straatmuziek kwam er uiteindelijk niet. Toch was er minder muziek op straat. In een stad vol muziek. Bedacht ik me zondagmiddag op het Janskerkhof. Waar de zondagsrust van het dorp hing.

Tot ik een ongepolijste mannenstem hoorde zingen: 'Sóóó fine. Till the borderline'. Akoestische en elektrische gitaar, bas, drum. Café Hofman zat vol. 'Tell me when the sin is in'. De Utrechtse singer-soundwriter Joop Nolles. Stem? Mysterieus. Hoekig. Experimenteel. Een beetje slepend. Nolles en The original Fanclub presenteerden hun cd No noise low. Twee in oranje crêpepapier gewikkelde kroonluchters, hingen boven Hofmans podium. Het titelnummer had een heerlijke, nieuwsgierig makende intro. Mooie bas ook. Van Margriet Hendriks.

Eén van de 400 bandjes in de stad. Laatst operazangers in het Conservatorium. Nu deze ‘zingende schoolmeester’ (Nolles’ woorden). Met een typische techniek om binnen een nummer uit zijn eigen zangstem te stappen. Schakelde over op de megafoon. Symbolische betekenis? Zou Joop een boodschap voor de wereld hebben? 'Tulips are growing, full of color'. Na het aangename spel op zijn fender pakte Joop een aftandse gitaar ('voor 5 euro op de vrijmarkt gekocht, snel ontstemd'). Houthakkershemd, pet achterstevoren. In de pauze at hij een bruine boterham uit een zakje. Het publiek een bittergarnituurtje. 'Joop is low profile', zei zijn drummer Danny Streefkerk. Die, op zijn beurt, liever brushes dan stokken hanteert. Een minder nadrukkelijke drumpartij immers. Joop herdacht zijn verongelukte schrijfmaat Henk Zuidervaart. Hij versiert de pijn mooi.

'Tell me about the good of lies', zong hij. En: 'It feels good to be'. 'Joop zou Joop niet zijn, als hier en daar toch niet het tegendraads knarsen klinkt', lees ik. Een zanger die Neil Young beluisterde. Maar Young niet kopieert. Een lekkere middag in het voormalige café van Martin Dijkstra. In een hoekje stond Nolles´ zoon Siebe, 13 jaar. Hij verkocht de nieuwe cd van zijn vaders band. 7 Euro per stuk. Voor een tientje kreeg je er ook één van zijn eerdere cd´s bij. Heerlijk. Muziek in Utrecht? Kan nooit teveel zijn.
(16 juni 2010)


ZE GOOIDE DE STEMPAS IN DE ASBAK
Vandaag lever ik mijn bijdrage aan onze prachtige democratie, het minst slechte systeem van machtsverdeling. Stemmen is voor mij, van oudsher, een plechtige bezigheid. Maar de afgelopen dagen dacht ik ook vaak aan Els uit Zuilen. Vorige week ontmoette ik deze vitale zestiger in de pseudo-wilde stadsnatuur langs de Vecht bij het Nijenrodeplantsoen. 'Donder even op met je praatjes', zei Els kernachtig over de verkiezingen. In haar leven had ze één keer gestemd. Toen ze 21 was. Els lijkt niet wrokkig en is niet arm. Ze zíét veel arme mensen. 'Politici beloven gouden bergen. Na de verkiezingen vullen ze niet jóúw zakken, maar hun eigen zakken. De stempas? Meteen in de asbak gegooid.' Ik ben niet als Els. Maar ook mijn geloof in de parlementaire democratie werd beproefd.

Wat ik heb moeten verdragen? Het narcisme van ijdele politici. Alle aandacht vervormt hun karakters. Ze spelen spelletjes. Voorbeeldje? Zag vorige week de als journalist vermomde Groen Links-politicus Paul Rosenmöller zijn oud-collega Halsema quasi-kritisch interviewen. Nep. Mijn zorg over de crisis in de democratie werd bewaarheid. Neem het gekmakende gegoochel met miljarden. Niemand begreep er een jota van. Ook een voorbeeldje? Het CPB zei dat het, ingetrokken, PvdA-plan voor een hoger eigen risico-bedrag in de ziektekostenverzekering 200 miljoen zou besparen (en de burger 200 miljoen kost). Een ´hoogleraar ziektekostenverzekering´ (…) wist zeker dat het 2 miljard was. Verschilletje van ‘slechts’ 1,8 miljard euro. En zo ging het maar door. Avond aan avond debat-hysterie, twitter-waanzin, campagne-gekte. Verbale krankzinnigheid, cijfer-gegoochel en valse propaganda. De verkiezingsmotor bleef draaien. Brandstof? Een mengsmering van duizenden ambitieuze carrièrepolitici en hun journalistieke lakeien. Het politiek-journalistieke systeem draaide, los van de echte wereld, op volle toeren. Een enkele keer humor. CDA-man Verhagen gisteren, trots: 'Wij hebben homoseksuelen op onze lijst staan. Ik bedoel praktizerende, om het zo maar te zeggen.'

Vandaag breng ik in stembureau 86 mijn stem uit. Met overgave. En aarzeling.
(9 juni 2010)


ER DREEF EEN TAS IN DE VECHT
In de Vecht dreef vorige week woensdagavond een tas. Een zwarte schoudertas. Zonder inhoud. Bleek toen een politieman de tas bij het Nijenrodeplantsoen uit het water viste. En hem aan de glazenwasser, die er kort daarvoor van bestolen was, gaf. De sleutelbos met sleutels van diens klanten? Lag op de bodem van het stroompje aan de rand van Zuilen. De glazenwasser keek ontredderd toe. De machteloze frustratie van een kleine ondernemer -knokken en níét van een uitkering leven!- was op zijn gezicht te lezen.

Zaterdag liep ik langs hetzelfde stukje Vecht. Zou ik de dader tegenkomen? Wandelde door de pseudo-wilde stadsnatuur waar boterbloemen en fluitekruid hoog opschoten. Raakte in de voorjaarszon aan de praat met Els die Sproet uitliet. Nee, dat een tas van een glazenwasser was gestolen, had Els niet vernomen. Zij liep hier altijd veilig. Overdag. Dat wel. 'Donder even op met je praatjes', zei Els nog kernachtig over politici die naar haar stem hengelen. Op het Zwanevechtplein bezwoeren wijkagent Halil en Ali op zijn Puch mij dat zo’n tasdiefstal hier uitzondering is.
De dader? Hij zag die avond de tas in de Ford Transit van de glazenwasser liggen. Rukte het portier open en ging er met de tas vandoor. Het slachtoffer? Was bij zijn broer op bezoek. Werd gewaarschuwd door diens buurman en ging er strompelend achteraan. Hij riep: 'Hee, dat is mijn tas. Hier ermee'. De dader zag dat zijn slachtoffer gehandicapt was en riep: 'Je kunt toch niet hard lopen'. Het slachtoffer was Edu Nandlal van schoonmaakbedrijf Voordorp. Twee weken geleden schreef ik over hem als overlevende van de Zanderij-vliegramp, 1989. Nu had hij een schade van 1000 euro. Voelde zich vernederd, slachtoffer van pure treiterij. Woensdagavond laat werd de dader gepakt. Beweert hoofdagent Van Zandwijk. Donderdag stond hij weer bij zijn Marokkaanse hanggroepje. Edu zag het met eigen ogen. En vraagt zich af: is dít veiligheid in onze stad. Edu is boos. De buurman zei hem: 'Edu, onderneem niks tegen die jongens. Anders gaan mijn ruiten eruit'. Bij Edu’s broer werd tien keer ingebroken. Edu vraagt zich af: wil ik in zo’n stad leven?
(2 juni 2010)


CITROENMYSTERIE OP EERSTE PINKSTERDAG 
Wijkkookboeken in onze stad. Smakelijk Kanaleneiland, Smakelijk Overvecht en Zuilen. Kookboek Hoograven. Lekker Leidsche Rijn. De Keuken van Wittevrouwen. Het Lombok Kookboek (uit 1996). De laatste drie staan op mijn Pinkster-kookboekenplankje. Naast ‘Huibers heeft honger’ van culinair schrijver Marcus Huibers.

Tja, tja, tja…, tja, wat zullen we eten? Tamme eend met aardappelen en paksoi? Het recept van Wim Harmsen uit de St. Janshovenstraat. Staat in De Keuken van Wittevrouwen. Ik ontmoette Wim bij de presentatie van ‘De Keuken’, afgelopen maart. Zijn biologische tamme eend leek smakelijk. Maar op een warme Pinksterdag? Nee, dat paste niet. Ik bladerde verder. Kwam de Ayam bumbu Bali in de wadjangs van Indonesia Asli aan de Biltstraat tegen. Limburgs Zoer Vlees van Groene Wegs slager Gerrit. Zeebaars met slasaus. Puree van knolselderij. Carne de porco Alentejana van Algarve’s Paolo Silva. Aantrekkelijk, maar ze pasten niet bij de Vurige Tongen die de Geest symboliseren.
Las het voorwoord van Jon Sistermans. De gedachte aan Gestoofde Varkenswangen, met een hapje zuurkool, die Sistermans bij de presentatie van ‘De Keuken’ serveerde, deed mij het water door de mond lopen. Gestoofde varkenswangen? Daar had ‘Huibers heeft honger’ toch een recept voor opgenomen… Met andijviestampot. Nee, ik wacht tot de herfst. Ik bladerde nog eens door de kookboeken. En trof bij Huibers het heerlijke verhaal Het Citroenmysterie. Over zijn huis waar zich ‘een genetisch gemuteerde citrusfamilie’ genesteld zou hebben. Nou ben ik een citroenman. Dus was mijn aandacht getrokken. Zo aten wij met Pinksteren ‘Gebraden kip met citroen en knoflook’. Biologische kip à 15 euro. Dat heb je er voor over als je de boodschap van de schrijver tot je door laat dringen. Met veel knoflooktenen. In het velletje 1 uur en 45 minuten mee laten braden. Subliem.
Zitten er ook nadelen aan lekker koken? Je eet te veel en voelt je vol. Als je daarna als couch potato het ‘premiersdebat’ volgt, verbrand je weinig. Met de citroensmaak, ver in mijn keel, sliep ik in. Op weg naar 2e Pinksterdag.
(26 mei 2010)


HOE EDU DE PLANECRASH OVERLEEFDE
Edu Nandlal stopte met ramen lappen, toen hij over de Tripoli-crash hoorde. Volgde uren lang de berichtgeving over het verongelukte toestel. Zijn bedrijf heet PlaneCrash BV. Al kunt u hem als glazenwasser boeken onder schoonmaakbedrijf Voordorp. Even nadat wij de plaatselijke FC zondagmiddag tot Uropa zagen doordringen, zat ik in Edu’s bovenwoning. In Wijk C. Edu Nandlal? Oud-profvoetballer, oud-gemeenteraadslid, Surinaamse jongen. Én overlevende van een neergestort vliegtuig. De DC 8 van de SLM, verongelukt bij Paramaribo, 7 juni 1989.
Edu overleefde met tien anderen. 176 mensen stierven. Nee, hij denkt er niet dagelijks aan. Aan de andere kant: het is een ‘brandmerk in je leven’. Hoe je het ook wendt of keert. De incomplete dwarslaesie die hij eraan overhield? Aan de gevolgen daarvan raakte hij gewend. Van geen betaald voetballer meer zijn tot de kreupele loop en gevoelloosheid in zijn onderlichaam. Mede-overlevende Radjin de Haan is deze zondag op bezoek. Nee, ze hebben geen trauma. Kregen wél alle denkbare reacties over hun ontsnapping aan de dood te horen. Zoals: 'Je hebt geluk gehad.' Radjin: 'Geluk? Ik had pech dat ik in dat vliegtuig zat.' Er zat een engeltje op jullie schouder. Edu: 'Een engeltje associeer ik met ‘lief’. Dan hadden de peuters, de meest onschuldigen in het toestel, toch overleefd.' Uiteindelijk vond Edu nooit antwoord op de vraag: 'Waarom kwam ik er levend uit.' Wat bleef hangen: 'Je hebt nu zeker de plicht iets goeds van je leven te maken'.
Edu: 'De mensen die in Tripoli een dierbare verloren, gaan nu door een hel. Wat bij de verwerking kan helpen is de liefde. Als die dierbare, op het moment van het verlies, stond voor de liefde, dan vind je daar enorme troost in.' Waarna we over het verlies van zijn eigen zoontje Riva spreken. 'Natuurlijk ging ik uit compassie en respect voor de nabestaanden naar de jaarlijkse herdenking bij het SLM-rampmonument in Amsterdam. Maar de echte pijn en de echte tranen van de mensen die een dierbare verloren, voelde ik niet. Die kwamen pas toen ik mijn zoontje van vijf aan kanker verloor. Ik weet wat geluk is. Ik weet wat sterven is.' Edu Nandlal zegt het rustig en wijs. 
(19 mei 2010)


STRIJDEND TEGEN MIJN PERVERSE PRIKKEL
Welke perverse prikkel moet ik vandaag weerstaan? Sinds ik de beschaafde, socialistische parlementariër Jan de Wit maandag ‘perverse prikkel’ hoorde zeggen, zingt het begrip als gewetenstoets in mij rond. Geen enkele, antwoordt de brave burgerman in mij. Maar als ik eerlijk ben, erken ik dat er iets in mij opwelt. Dat is de drang om alsnog gehakt te maken van die opgefokte Giromania. Terwijl ik de hysterische, psychotische wielerkrankzinnigheid van de afgelopen dagen tot nu toe dragelijk wist te maken. Ik keek langs, om, rond, achter, door, onder de opgeblazen, geregisseerde roze wolk. Die houding heb ik altijd al. Maar nu effe extra. Dan is die langs fietsende karavaan van 198 gedrogeerde apothekers best te aanvaarden. Want dat het ook maar iets met sport te maken heeft, geloven ze zelfs in Italië niet meer.

Dus rook ik aan de heroïsche levensverhalen der cyclisten: in café Willem Slok luisterde ik naar metaalbewerker en oud-wielrenner Johan van der Velde. Dus zag ik bizar leuke beelden: stadgenoten die hun aluminium keukentrap naar de kruising Biltstraat/Kruisstraat sleepten, om over de massa voor hen heen te kijken. Dus hoorde ik de onbedoelde humor der autoriteiten aan: 'Deze mannen heb je nodig om mensen aan het sporten te krijgen', zei Aleid Wolfsen. Egg waor. Dopingverslaafden als rolmodel! Dus proefde ik de tranen van Jeroen Wielaert. Die op de gemeentelijke Giro-website de tocht der wielrenners over de Biltstraat vergeleek met die der bevrijders, de Canadese Polar Bears, op 7 mei 1945. Dus proefde ik aan het valse sentiment. De radio 1-presentator die gisteren sprak over 'een dag van weemoed en afscheid'. Dus zag ik twee werelden elkaar raken. De sexy ster Yolanthe naast de protestantse wethouder Rinda den Besten op het Croeselaan-podium.
Maar de rust in mij keert weer. Ik krijg de vredige Biltstraat, een uur na de doorkomst van de pharmaceutische fabriek, voor ogen. Het grootste dorp van het land bevindt zich weer in de staat van rust waarin het zich de overige 51 zondagen van het jaar bevindt. Dat beeld beneemt mij alle denkbare perverse prikkels.
In deze Citta del NarcoDopo verheug ik mij nu reeds op: Le Grand Dopage 2014.
(12 mei 2010)


EEN MAN DENKT AAN NSB'ER KERLEN
Ik liep tegen de onvermoede gevolgen van een verzetsdaad aan.
De man is tachtig jaar. Een gebroken leven. Hij vertelt me zijn verhaal. De ouders van de man hadden geen gelukkig huwelijk. Zijn invalide moeder leed aan depressies. Zijn vader sloeg uit onmacht. De man deed drie keer over de eerste klas van de Regentesseschool aan de Hamburgerstraat. Op school werd hij gepest. Een juf vernederde hem voor de klas, omdat hij niet goed leerde. Zijn gezondheid was slecht en op zijn negende was hij al een dief. Zegt hij zelf. Hij pikte graag van 'de knapste en vervelendste kinderen in de klas'. Een ongelukkig kind. En toen moest de oorlog nog beginnen.
Het werd 1942. In zijn klas kwam een nieuwe jongen. Twee jaar jonger dan hij. De jongen werd zijn vriend. Een echte vriend. Na school ging hij mee naar het huis van zijn nieuwe vriend. Daar aan het Willemsplantsoen trof hij 'een echt ouderlijk huis'. Een lieve moeder. Een vader die, als hij thuis kwam van zijn werk, zijn vrouw en zoon een kus gaf. En de vriend van zijn zoon een aardige aai over de bol. 'Ik heb maar luchtalarm gegeven, want ik vertrouwde het niet vandaag', zei de vader een keer bij thuiskomst. Want alleen als iedereen binnen was, kon de vader veilig over straat. Wie de vader was? Politie-president, hoofdcommissaris van de stad in de nazitijd, NSB'er G.J. Kerlen.
Een jaar slechts duurde de vriendschap. Zo kort mocht de jongen -nu de man van 80- in een warm, veilig nest vertoeven. Op 3 september 1943 gaf de vader, voor hij van het hoofdbureau aan het Paardenveld naar huis ging, géén luchtalarm. Een 21-jarige verzetsstrijdster volgde de politie-president naar Willemsplantsoen 8. Niet ver van de buitentrap, schoot zij, Truus van Lier, de vader neer. Burgemeester Wolfsen typeerde Truus’ daad op 4 mei in de Domkerk: 'Zij nam haar verantwoordelijkheid en overtrad de wet'. Mussert en Rauter waren op 8 september ’43 op de begrafenis aan het Oude Houtensepad aanwezig.
De man vraagt zich ook nu nog vaak af: 'Hoe kon mijnheer Kerlen, die zo goed was voor mij, zo meedogenloos zijn tegenover anderen?'
(6 mei 2010)


ROOF DOOR EN BEZWEER DE LUCHTBEL
Wat verbindt de Kroostweg in Zeist aan de van fraude beschuldigde Wallstreet-bank Goldman Sachs? Bijna een miljard euro van Nederlandse verpleegkundigen. Want dat speculatiekapitaal stelden de rekenmeesters van pensioenfonds PGGM, gevestigd aan de Kroostweg, aan Goldman Sachs ter beschikking. Als je in deze lente-dagen langs de zuinig aangeharkte tuinen van het PGGM-kantoor fietst, zou je het niet zeggen, maar hier vandaan wordt spaargeld van verpleegkundig Nederland als nieuw kapitaal in het mondiale speculatiecircuit ingezet. En het perverse Goldman helpt een handje. Voor zo lang het duurt... Voorlopige winnaars in deze race van kleptomanen? Lloyd Blankfein onder anderen. Deze Goldman Sachs-topman liet zichzelf in 2007, 69 miljoen dollar uitbetalen. En 30.000 Goldman Sachs-medewerkers die volgens The Sunday Times in 2009 gemiddeld 700.000 dollar per persoon verdienden. Afgelopen weekend lekten onderlinge triomfantelijke mailtjes van Goldman Sachs-medewerkers uit. Mailtjes waaruit blijkt hoe ze de rest van de wereld naaien.

Waarom in deze Stichtse column een uitstapje gemaakt naar het wereldwijde flitskapitaal? Omdat de contouren van een volgend hoofdstuk in de kredietcrisis zichtbaar worden. Dat hoofdstuk wordt in onze regio ook aan de Croeselaan geschreven. Bij SNS Reaal en bij de Rabo-torens Hoogmoed en Hebzucht. 'Ik ben er niet helemaal gerust op dat Amerikaanse zakenbanken niet weer aan het speculeren zijn', zei Piet Moerland van de Rabo gisteren in de Volkskrant. En ik niet op de Rabo, de bank die direct en indirect betrokken was (en is) bij alle roversinstellingen: Goldman, Merill Lynch, Madoff, de meedogenloze hedgefondsen.
Iets anders. Valt het u ook op dat in de stad steeds meer ‘Te Koop’-borden uit de ramen ‘springen’? Maar de hypotheekrente-aftrek moet blijven bestaan. Vinden de Rabo en JP-de-MP. En die luchtbel in de huizenmarkt? Ach, dat zien we later wel. Hoe groot die luchtbel is? De huizenprijs steeg in de regio Utrecht tussen 1982 en 2010 met 330 procent. De opgetelde inflatie? 76 procent. 
(28 april 2010)


WIE VAN UTRECHT HOUDT…
Wie van Utrecht houdt, moet hier een keer zijn geweest. Neem even rust. En laat die behaaglijke zin tot je doordringen. Een eenvoudige, behaaglijke zin. Wie van Utrecht houdt, moet hier een keer zijn geweest… Jeroen Kreule schreef het afgelopen zaterdag in deze krant. In de rubriek Stadsleven, aan het eind van zijn stuk over beeldhouwer Pieter d’Hont en atelier Manenburg. De goede bui die ik al had, werd er op slag nóg beter van. ‘Wie van Utrecht houdt, …’, bleef dagen bij me hangen.

En in die stemming kwam ik tijdens Culturele Zondag in de Fentener van Vlissingenzaal van gebouw Kunsten en Wetenschappen terecht. Daar moet je een keer geweest zijn. Zeker, als je ook van enthousiaste Conservatorium-studenten die vol vuur Verdi en Mozart zingen, houdt. Studenten die het beste uit zichzelf halen. Die in elke klank en stiltemoment laten voelen dat ze plezier hebben in wat ze doen. Ik maakte het mee in die grote zaal. Studenten van Henny Diemer brachten hun project ‘Verdi en voorgangers’ ten gehore. We liepen er verwachtingsloos binnen. Wisten slechts: er zijn van die Utrechtse plekken waar je op een Culturele Zondag een keer….
We werden ondergedompeld in het zangplezier. Aria’s, duetten. Vooral Verdi en wat Mozart. Alten, sopranen. Jan-Paul Grijpink, een pianist die er zichtbaar veel zin in had. Jantine Postma, dwarsfluit. Een uur lang kregen we het beste van Utrechts Conservatorium. ‘Caro nome’. Uit Verdi’s Rigoletto. ‘E pur l’ultimo sospir, caro nome, tuo sarà’. En mijn laatste adem zal voor jou zijn. Gezongen door studente Wineke. Inderdaad, zó willen we op zondagmiddag ondergedompeld worden. ‘Se vuol balare’. Als je wilt dansen. ‘Mozart’ gezongen door Michael. Kristina vertolkte een aria van Verdi ‘Morrò ma prima in grazia’. De bezongen voorgenomen wraak voor geconstateerde overspel. Uit de opera ‘Een gemaskerd bal’. Of Kristina een sopraan of een alt was? Ik wist het niet. Wat ik wel wist: dit was mooi.
Verdi en Conservatorium-studenten aan de Mariaplaats? Je moet er een keer geweest zijn. 
(21 april 2010)


DOKTER, ZIJN ALLE ZAADJES DOOD?
De verpleegkundige scheert behendig wat schaamhaar weg. Ontspanning genoeg om me te bedenken dat in dit Diakonessenhuis mooie kinderen worden geboren. Weet ik als vader. Metaalsplinter in een oog? Gebroken sleutelbeen? Gekneusde enkel? Wij zijn tevreden patiënten. Het Diak is een volks stadsziekenhuis dat het intieme na de nieuwbouw van 1991 niet verloor. 1991, het jaar waarin ik met fotograaf Rob Huibers mocht werken aan een fotoboek over Diak-patiënten.

Ingrid en Nienke ‘zetten’ mijn kruis in de jodium. Ik lig hier op poli-chirurgie 9. In afwachting van een medische ingreep. Om het expliciet te zeggen: aan mijn ballen. Als u dit geen onderwerp voor de ochtendkrant vindt, moet u niet verder lezen. Ik ben hier voor een sterilisatie. Ik heb me namelijk voldoende voortgeplant. Mijn geliefde net zo.
Daar is de vriendelijke verschijning van de jonge uroloog. Dokter Spermon. Nomen est omen. De naam is het teken. Hoe het voelt? Een prikje. Twee sneetjes. Enig wroeten. Dichtnaaien. Wat er gebeurt? Uit ieder van de twee zaadleiders wordt twee centimeter verwijderd. De uiteinden van de achterblijvende zaadleiders dichtgebrand en teruggeplaatst. Gevolg? Zaadcellen kunnen niet meer via de zaadleiders in het sperma komen. Het mooie? Ik ben nog net zo potent. Erectie en zaadlozing: idem dito met een sterretje.

En nu is het een beetje paars. Nee, fietsen gaat nog niet soepel. En dat je die licht zeurende pijn twee dagen in je onderbuik voelt? Dokter Spermon -deed er al 500- legt het uit. De natuur! Wanneer je ballen belaagd worden, reageert de man door ze ‘beschermend naar binnen’ te halen. Maar, dank u, verder geen klachten. Het was, hoe je het ook wendt of keert, een mijlpaaltje in mijn levensloop. Op de weg naar de vergankelijkheid staat nu vast: geen extra nageslacht meer. Het wordt nooit meer zoals het was. Alhoewel. Nog één medisch feitje. Pas na 25 zaadlozingen en drie maanden kan worden vastgesteld of er echt geen zaadjes meer rondzwemmen. Ik vertrouw op de controle door Dr. Spermon. 
(14 april 2010)


DE WEG WETEN IN WAT NOG NIET BESTAAT 
Meedogenloze kuitenbijters waren er op de looproute geweest. Maar dat hoorde ik pas toen ik later met een pilsje, onderuitgezakt op de bank, naar de live reportage op RTV Utrecht keek. Daarin ook de ontroerende finish van De Grote Roerganger (typering van RTV Utrecht) van de Utrecht Marathon, Gerard Peek. Met kleinzoon Indra (Opie op t-shirt) aan de hand liep hij de laatste meters van zijn marathon. Voor die tijd had ik mezelf in het paaszweet gelopen. Zag vele marathon-fenomenen. Blote voeten-renners, dweilorkesten en slagwerkformaties. En bejaarde lopers die je doen denken dat ouderdom dragelijk is.

Ik begon om 11 uur met rekken en strekken bij station Vleuten. Waar Vleuterweide begint. 3000 Man en vrouw deden de warming up voor de tien kilometer. Stond aan het begin van een tocht door een stuk Nederland dat eigenlijk nog niet bestaat. Bij de Ivoorzwamsingel fascineerden de wild-keurige Hollandse geveltjes met onberispelijke bakstenen en vlekkeloos voegwerk. Leidsche Rijners zien er net zo uit als mensen in de stad, zag ik. Leidsche Rijn-kinderen? Net gewone kinderen.
De Perzikkruidkade en de Bokkeduinenhof lieten we rechts liggen. De Beemdgrassingel, de Passiebloemweg en de Doyenneperenlaan lagen er op hun paasbest bij. Wat heerlijk moet het in de straatnamencommissie van de gemeente zijn. Het landschap? Boeiend. Vers asfalt naast enorme zandlichamen. Moerasachtige formaties bij high tech Leidsche Rijn-architectuur. Jong aangeplante scimmia in verse voortuintjes. Woekerend onkruid op braakliggend land. Ik ga verhuizen naar Leidsche Rijn. De endorfines deden hun werk. Daar dook Rudy Kousbroek, paaszondag bevrijd van het leven, op in mijn brein. In mijn loopje kwam die prachtige Kousbroek-zin er achteraan: ‘Het treurigste gevoel dat ik ken, is de weg te weten in een huis dat niet meer bestaat’.
Een stukkie Veldhuizen, de Rijksstraatweg, de enorme betonnen schoonheid van de A2-tunnel, de Meernbrug in de zandhopen. Wat heerlijk dat ik nu eens de weg mocht weten in wat nog niet bestaat.
En overigens blijf ik van mening dat vrouwen met mooie borsten niet te veel moeten hollen.
(7 april 2010)


LUMMELS
Voor mij ligt een zwart-wit foto. 14 maart 1948. Op de Van Egmondkade kijken veertig paar mannen- en jongensogen in de lens van de fotograaf. Ze staan voor Sigarenmagazijn DE VOS. Een spectaculaire na-oorlogse zondagmiddag. Ze luisteren naar een -live!- radioverslag van België-Nederland (1-1, goal Abe Lenstra). Op de achterzijde van de foto lees ik een tekst van Henk de Vos: 'Kan je de luidspeaker zien? En de strik van je club waar ik over schreef. Leuk hè? De biljetten kan je ook goed zien van UVV en de andere verenigingen. Stond jij ook maar zo voor de deur, hè.' Foto en dierbaar tekstje stuurde Henk naar zijn twintigjarige zoon Gijs. Gijs was die dag al drie maanden in Nederlands-Indië gelegerd. Op Sumatra.

Afgelopen vrijdag overleed Gijs de Vos. De man die in 1958 het Sigarenmagazijn van zijn vader, op de grens van Ondiep, Zuilen en Betonbuurt, overnam. De hierboven beschreven foto staat in het boek Tonny van Martin Donker. Want ook Tonny van der Linden, een van Utrechts beste voetballers ooit, herinnert zich de legendarische zondagavonden bij De Vos. Daar aanschouwden massa’s Utrechtse mannen de uitslagen van het betaalde en het amateurvoetbal.
In de jaren negentig was Gijs de Vos mijn leider bij UVV 4. Bij tegenvallende prestaties trachtte hij ons met een gepoogd, maar niet gelukt, streng uitgesproken ‘Lummels’ tot een betere tweede helft te bewegen. Waarna wij welgemoed tegen de zoveelste nederlaag op rij aan liepen. Lummels. Een woord uit 1948. Toen geluk in ‘het verre vaderland’ heel gewoon was. Gijs’ geluk in 1948? Op Sumatra eens in de paar weken, per zeepost, een pakket brieven van zijn liefje Riet uit de Domstad ontvangen. Riet schreef hem dagelijks. En Gijs Riet net zo! Over Sumatraans ongeluk -dat er maten van hem sneuvelden en dat hij bang was geweest- begon hij pas veel later te praten. Maar nooit lang.

Een dag na Gijs’ overlijden werd kleinzoon Abel met zijn voetbalelftal Sporting A 1 kampioen van de eerste klasse D. Tijdens het kampioensfeest werd Gijs gememoreerd. Spontaan barstte het elftal in applaus voor Abels opa uit. Dat had Gijs heel mooi gevonden. 
(31 maart 2010)


UTRECHT WIL BELAZERD WORDEN
Op verkiezingsdag 3 maart fietste ik door de stad. En bedacht mij: de Utrechtse mensheid wil belazerd worden. Kwam door die affiches met dat in-en-in keurige hoofd van financiën-wethouder Harm Janssen (CDA). Die een verkiezingscampagne lang de gemeentelijke megareserve van 636 miljoen verzweeg.

Maarrrr. Utrecht is er erger aan toe. We wíllen niet alleen belazerd worden. Wij, burgers van deze prachtstad, wórden belazerd. Belazerd door dezelfde gemeente die de reserve verzweeg. Haar vuilnismannen hun 3 procent loonsverhoging niet gunt. En zwetsende nitwitten, die zich interim-manager noemen, tweeduizend euro per dag betaalt. Díé gemeente Utrecht dus! Die gemeente heeft vijf topambtenaren die op 4 maart, laat het even tot u doordringen: op 4 maart, het plan publiceerden de gemeentelijke belastingen te verhogen. De onroerendzaakbelasting, parkeertarieven, afvalstoffenheffing, toeristen-, honden- en precariobelasting? Allemaal omhoog.
Volgens de topambtenaren 'is de besparingsmogelijkheid via efficiëncyverbeteringen in de ambtelijke organisatie volledig benut.' Lees ik in hun nota ‘Staat van de Stad 2010’. Ze bedoelen: Utrechtse burgers, bij ons, topambtenaren, valt niks te halen. Daarom halen we het bij jullie. Het zijn de ambtenaren die voor honderd miljoen per jaar lucht verkopende externen (ambtelijk jargon voor interim-managers) inhuren, omdat ze er zelf niet uitkomen.
Ze noemen zichzelf, gewichtig, Concerndirectie: Reindert Hoek (dir. stadsontwikkeling), José Manshanden (maatschappelijke ontwikkeling), Goof de Wit (stadswerken), Tony Nijenkamp (financiën) en Jan Bakker (gemeentesecretaris). De voorstellen voor belastingverhoging noemen ze ‘een praktisch hulpmiddel’ voor de college-onderhandelaars. Plannetjes die ze vóór 3 maart niet aan het volk durfden te presenteren. Of hebben Aleid Wolfsen zelf én zijn wethouders een handje gehad in deze regie? Jongens, hou stil, pas op 4 maart op de website zetten!

Accepteert de nieuwe volksvertegenwoordiging dit? Of eist de raad een spoeddebat over deze krankzinnige voorstellen? Zo niet, dan worden wij, Utrechtse burgers, belazerd. Mét instemming van die ‘volksvertegenwoordiging’. En blijken we de gemeenteraad en het stadsbestuur te hebben die we verdienen. 
(24 maart 2010)


EEN ROOMSE MANNENHAND IN MIJN R.-K.-JONGENSKRUIS
Ik ben een kind uit de tijd dat het Rijke Roomsche Leven zijn rijkdom iets begon te verliezen. Uit 1951. Was misdienaar, zong ‘Oh, hoofd vol bloed en wonden’, bediende behendig het wierookvat en wist dat wijn Zijn bloed was. Mijn ‘roeping’ tot het priesterschap liep ik op het nippertje mis. Was vroom. Maar liet mijn verstand niet begoochelen.

Ook ik voelde ooit een volwassen hand op een ongewenste plaats. Ik bedenk het mij als ik op de Biltstraat langs het kantoor van Hulp en Recht fiets, de kerkelijke instantie waar zich honderden misbruikte jongens meldden.
Het gebeurde tijdens een zomerkamp van de Nederlandse Katholieke Sportfederatie in Zundert. Onze katholieke Haagse voetbalclub was er ook. Twintig twaalfjarige jongetjes, in slaapzakken, in een grote tent. Midden in een nacht werd ik er plots wakker. Een hand was tot in mijn slaapzak, tot in mijn pyjamabroek, doorgedrongen. Laat ik de jeugdleider Arthur noemen. 'Stil maar, Cees', fluisterde hij. Hoe kreeg ik die voelende hand weg? Deed alsof ik sliep. Woelde me op mijn buik. Drukte mijn onderbuik tegen de grond. Zijn hand zat klem. Hij probeerde me met kracht op mijn rug te draaien. Maar ik gaf tegenkracht. Na een poosje gaf hij op. Arthur. De man die mij in de maanden ervoor wekelijks, voorafgaand aan de keeperstraining, gemasseerd had. 'Anders heb je morgen zo’n last van spierpijn.' Voor wie ik mijn voetbalbroekje moest uittrekken. 'Anders kan ik niet goed bij de spieren in je lies komen.'

Gek was het. Maar schokkend? Ik zweeg erover en leidde mijn jongensleven. Tot Arthur, na verdenkingen, door clubbestuur en mijn ouders werd aangepakt. En ik het mijn alerte moeder, na doorvragen van haar kant, vertelde. De aan de vereniging verbonden priester keerde zich, na het uitkomen van de aanranding, niet van Arthur af. 'Dat zal er ook wel zo eentje zijn', zei mijn moeder. 'Maar je moet medelijden met hen hebben. Ze zijn eigenlijk een beetje zielig.'
Wat ben ik blij dat mijn ouders mij -lastig pubertje dat niet wilde deugen- later tóch maar niet naar een katholiek internaat stuurden. Was dat wel gebeurd, dan had ik hier een minder luchthartig stukje geschreven. 
(17 maart 2010)


HAMAS, HAMAS, ALLE JODEN AAN HET GAS
Een nieuw hoofdstuk in de rituele voetbalhooligan-oorlog. Aan de Amsterdamsestraatweg gingen Ajax- en Utrecht-hooligans elkaar zondagavond te lijf. Gisteren zaten nog vijf man vast. Uit Amsterdam en Hoofddorp.
De week ervoor kon rond Ajax-Utrecht niet gemat worden door dat ‘schandalige optreden’ van burgemeester Job Cohen. 650 supporters naar Utrecht teruggestuurd. Vanwege leuzen. Welke? Ook niet-Galgenwaard bezoekers kennen inmiddels de strijdkreet ‘Hamas, Hamas, alle Joden aan het gas’. Maar kent u deze al? Op de melodie van ‘Pippi Langkous’: Luis Suares, vieze vuile kankerjood. En op de meezinger ‘Hoog in de bergen woont een chinees’: Boven op het Hilton, staat Herman Brood. Weetje wat die zei (2x): En wie niet springt die is een jood; en van je heelaa-heelaa-heelaahoolaalaa-hoi.
De dag na Utrecht-Ajax hoorde ik de heilige verontwaardiging van RTV Utrechts voetbaljournalist René van den Berg. Die wist dat onze stadgenoten bij de Arena 'als beesten waren behandeld'. Waarna de voetbalverslaggever opmerkte: 'Wat ik het ergste vind, is dat er ook kinderen bij zijn. Díé angst -en dat moeten we ons realiseren- die angst mag je een kind nóóit aandoen. Dat is misschien wel de grootste schande die heeft plaats gevonden in Amsterdam'. Het is het soort morele verontwaardiging dat het moreel-corrupte voetbalwereldje al tientallen jaren teistert. Ook in Utrecht. Behendig wegkijken bij eigen wangedrag en de tegenstander bij iedere wandaad onmiddellijk blameren.

Ik weet dat bij de grote massa voetbalsupporters, ook op de Bunnik-side, het spelletje, de sfeer en de spanning er toe doen. Schitterend. Tussen hen mensen die energie ontlenen aan haat. Haat, niet zelden gemarineerd in drank, cocaïne en pillen. Een haat die de spanning, die iedere echte supporter van zijn eigen adrenaline-spiegel kent, overstijgt. Laatst bij Utrecht-Feijenoord had ik Abel van 13 bij me. Feijenoord-supporter in het shirt van zijn club. Op de rij voor ons een ogenschijnlijk keurig echtpaar. FC-supporters. Aan het eind van de wedstrijd hoorden we de vrouw zeggen: 'Ik hoop dat dat jochie buiten het stadion helemaal in elkaar wordt geslagen'.
(10 maart 2010)


PRETTIGE OPWINDING OP VERKIEZINGSDAG 
Je ontkwam er niet aan in onze stad: beroepspolitici die zich afficheerden als de besten. Ik fietste langs het door en door betrouwbare, fatsoenlijke gezicht van Harm Janssen, de CDA-wethouder van financiën. ‘Utrecht in goede handen’, luidde de slogan van zijn partij. Onvermijdelijke affiches. Onvermijdelijke politiek. Weken lang. Harm Janssen? De man die er lenig in slaagde de enorme rijkdom van de gemeente Utrecht (636 miljoen euro reserve) buiten de campagne te houden. Even ging door mij heen: de Utrechtse mensheid wil, ook op verkiezingsdag, belazerd worden. Maar toen won de hardnekkige democraat het van de klaogende utrègse ááchtelijke glaodiool in mij. Ik fietste verder. In welke state of mind? Opwinding. De prettige opwinding die bij verkiezingsdag hoort: hier wordt goed werk aan onze prachtige democratie verricht.
Ik ontmoette Gerritje Kooistra. Gerritje is zo goed als blind. Kan niet meer lopen. Wordt binnenkort 99. Oudste dochter Gerritje junior duwde moeder, goed ingepakt in haar rolstoel, in de vroege voorjaarszon van het ouderlijk huis aan de Ritzema Boslaan naar Stembureau 86. Krokussen en sneeuwklokjes het decor. Gerritje vertrouwde mij toe dat ze op de eerste vrouw van de PvdA-lijst zou stemmen.

Ik noemde haar de naam. Rinda den Besten. En bespaarde Gerritje, Rinda’s profiel. Anders had ik moeten vertellen over tomeloze ambitie. Over het interview dat ik de nacht ervoor met Rinda op Radio 1 had gehoord. Over dat Rinda 'heel veel', nee, 'vreselijk veel voor de stad wil betekenen'. Over een ‘goed participatieproces’ had ik moeten verhalen. Dat Rinda de PVV ‘een verschrikkelijke partij’ vindt. En dat Rinda op Twitter 800 ‘volgers’'heeft. Aan wie ze in 140 tekens haar beleid uitlegt.
Gerritje en Gerritje liepen door het zonnetje naar huis. Ik fietste Overvecht in. Daar werd gewerkt: een vloertje gelegd, elektriciteit getrokken, gestuukt. Vios kluste aan de Lotsydreef. Aan de flat van de Dommeringdreef manoeuvreerde de glazenwasser behendig in zijn hoogwerker langs de schotelantennes. Zestien telde ik er. Bij Tap-Ouwerkerk aan de Wezerdreef reed een begrafenisstoet stapvoets de Elbedreef op. Goed dat niet óók de doodgravers een ijdele politieke carrière begeren. Anders zou ook de begrafeniseconomie stilvallen.
Ik had een afspraak om met Marco te gaan stemmen in Stembureau 56, aan de Dommeringdreef. Marco woont met zijn Poolse moeder, Surinaamse vader en zusje in één van de tienhoog-flats. Marco is 20, ‘licht autistisch’. Wat dat betekent? 'Dat de communicatie tussen mij en anderen een beetje vreemd verloopt.' Marco schreef mij over eenzaamheid in Overvecht. Geen vrienden. 'Soms voel ik mij een vreemde in mijn eigen wijk.' Marco en ik liepen het stembureau binnen. Kregen er chocoladepaaseitjes aangeboden. Marco stemde er voor zichzelf en, met volmacht, voor zijn moeder. We dolden wat. Een oudere Overvechter (‘nee, geen naam’) werd boos dat hij zonder identiteitskaart van zijn zieke vrouw niet voor haar mocht stemmen. 'Nou moet ik eerst voor 38 euro zo’n identiteitskaart kopen voor zij mag stemmen. De volgende keer kom ik niet meer.'
Van stembureau 56 naar Marco’s huis passeerden we OBS-Overvecht, Marco’s oude school. Op het schoolplein de spelende kinderen van de onderbouw. Sommige meisjes al met hoofddoek. 'Op dit schoolplein ben ik geslagen en geschopt, uitgelachen en uitgescholden.' Beroofd en vernederd werd hij. Vanaf zijn 9e. 'Het was hier heel heftig.' Op verkiezingsdag was veiligheid voor Marco hét thema. 'Ik zie ook veel goede Marokkanen', zei hij genuanceerd. Een stuurs kijkende mevrouw met een lelijk hondje passeerde ons. En beantwoordde onze groet niet. 'Hier zijn veel chagerijnige oudere mensen die PVV stemmen en Marokkanen die zich niet thuis lijken te voelen. Voor beide kanten heb ik begrip. En ik loop daar een beetje doorheen. En probeer bruggen te bouwen. Maar als niemand meewerkt, houdt het op.' Marco licht zijn keuze voor Trots op Nederland toe. 'Een nieuw geluid, daar ben ik voor.'
Gerritje deed haar burgerplicht, Marco deed zijn best en stemde. Ook ik vond mezelf onderhoudsplichtig aan onze prachtige democratie. Want waar ik ook kom, overal zie ik burgers die hun best doen om het democratisch systeem zo goed mogelijk te laten draaien. Maar wat doen de beroepspolitici ermee? Ik vrees dat we in het straatbeeld en in de krant tot 9 juni onvermijdelijk aan hen vastzitten. Aan politici die het goed met zichzelf getroffen hebben. En -zal dat ooit veranderen?- ver van Gerritje, Marco en mij afstaan.
(4 maart 2010)


BÜLENT EN WIM WILLEN IN DE RAAD 
Ze stonden tegenover elkaar. Een halve meter tussen hen beiden. Bülent Isik en Wim Vreeswijk. Bij Bülent spatte de emotie uit zijn lichaamstaal. Wim bleef onaangedaan. De 150 Leidse Rijners bij het verkiezingsdebat vielen stil. Zij waren getuige van een niet eerder vertoonde clash van Utrechtse politieke culturen. En getuige van een nieuwe, volwassen fase in de Utrechtse politiek: een open discussie met Vreeswijk. Bülent staat elfde op de PvdA-lijst. Wim eerste op Partij Vrij Utrecht-lijst. Isik zei:'Ik wil dat iedereen bij ons land betrokken wordt.' Vreeswijk kaatste:'Ik merk er niks van dat ze er bij betrokken willen worden.' Isik stond er beduusd bij. Beiden hebben idealen. En Wim heeft daarbij last van een langdurig gevoel van miskenning door de bobo’s van de stad. Bülent vindt: een open dialoog, onderlinge verbondenheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn onmisbaar. Een sociaal-democratische idealist. Wim vindt: Utrecht weer Utrechts, Nederland weer Nederlands. Een extreem-rechts politicus die tracht mee te liften op het succes van Wilders. 'PVV Wilders doet niet mee, de PVU wel', lees ik in Vreeswijks folder. De vernederlandste linkse Turk (‘Dankbaar voor de geboden kans van Drees en Den Uyl’) versus de miskende Utrechtse Nederlander (‘Géén stemrecht voor niet-Nederlanders’). Geen winnaar. Of ik zou het zelf moeten zijn. Als discussieleider was ik een beetje opgetogen! Er werd niet woedend gescholden. Met stenen gegooid. Of onfatsoenlijk genegeerd volgens de regels van het cordon sanitaire. Immers de nare reflex uit de jaren 80 en 90 jegens Vreeswijk. Alsof hij bij een mindere mensensoort zou horen.

In Lunetten kreeg Vreeswijk tijdens het voorstelrondje een beleefd applausje. Extreem-links en extreem-rechts sloegen elkaar ook eergisteren bij het slotdebat in Tivoli niet de harses in. Vreeswijk faalde daar met een niet humaan PVU-standpunt. Buitenlanders met AIDS? Direct het land uitzetten! Zoals in de Sovjet Unie. De Sovjet Unie?!?! Vreeswijks wijnrode pullover boven het lichte overhemd met de donkere das vielen op. Zo keurig traditioneel zijn zelfs Utrechtse politici zelden gekleed. Achterin de zaal ritste Isik zijn rode PvdA-jack dicht. Van Bülent Isik hoorde ik dat hij rekent op een zetel. Wim Vreeswijk ook.
(3 maart 2010


EVERTS 'KOEK EN ZOPIE' OP MOLENPOLDER
Vorige week schaatste ik -voor het laatst deze winter?- op de Molenpolder. Dat wondermooie gebied van ondiepe sloten en plasjes tussen Overvecht en Westbroek, gemeente Maarssen. Het schaatsbare stuk is er niet groter dan een vierkante kilometer. Kleine inhammetjes, bruggetjes, winters riet, verrassend overhellende bomen, uitzicht over de weilanden richting Westbroek. Een winterse zon boven de Molenpolder? Zo schitterend dat je er de verkiezingen en het Haagse politieke gedoe vergeet.

Ik had me moe en leeg geschaatst. Liet me op een van de sloten uitglijden in de richting van de Westbroekse Binnenweg. Stapte van het ijs af en kluunde naar de Koek en Zopie-tent. Raakte aan de praat met hovenier Evert de Graaf jr. De achtertuin van zijn ouders Evert en Nel de Graaf grenst aan het Molenpolder-ijs. Evert bouwde er van spaanplaat zijn ‘Koek en Zopie’. Timmerde wat banken en een vlonder zodat je makkelijk bij zijn heerlijke waar komt. En de mooie schaatssfeer was daar. Sneeuwbuien? Afwisselend dooi en vorst? Het ijs bleef er in goede conditie. Dankzij Evert en de vrijwilligers van het buurtschap Molenpolder. De baan sneeuwvrij, scheuren en gaten bijgewerkt. Bijna Vechtsebanen-ijs. Waar haalde Evert die perfecte ijsveegmachine vandaan? 'Loek Barten, een andere hovenier, heeft een straatveeg-machine. Door sneeuw en vorst had zijn personeel weinig werk. Handen genoeg om de baan in conditie te houden.'

De overheid liet dit winterse plezier niet ongemoeid. Een Milieudienst-ambtenaar kwam controleren of er, naast glühwein, ook rum werd geschonken in deze winterse uitspanning. Verboden! Ook Maarssen heeft dus ambtelijke scherpslijpers… Ik nam afscheid van Evert. En werd bij thuiskomst in ons Utrechtse straatje aangesproken door ‘de man van de hondenbelasting’. Of ik een hond had? Wat bleek? De gemeente Utrecht heeft het controleren en innen van hondenbelasting geprivatiseerd. Wordt uitgevoerd door het bedrijf ‘Holland Ruiter’. Ik gaf -dwars- de man onze pitbull terriër niet op. En realiseerde mij dat je politiek en overheid nergens kunt vermijden.
(24 februari 2010


636 MILJOEN IN KAS, GEEN CENT VOOR DE VUILNISMANNEN 
De kronkelhazelaar ingekort. Druif, treurberk en scimmia gesnoeid. Wat een groene zooi hou je dan over. Goed dat er vuilnismannen zijn die in ons Utrechtse straatje de bruine gft-kliko legen.
De vuilnismannen -waar zijn de vuilnismeisjes?- willen drie procent loonsverhoging. Vorige week staakten zij met de gemeentelijke stratenmakers en tuinmannen -150 in totaal- één dag. Zo’n 1500 euro netto per maand verdienen deze noeste werkers. Moet daar niet wat bij? Ik heb het burgemeester Wolfsen nog niet horen zeggen.
Ik sloeg de begroting van de gemeente Utrecht voor 2010 open. De gemeentelijke reserve is 636 miljoen. En moest denken aan de interim-managers. Zij factureren de gemeente Utrecht 2000 euro per dag. Meer dan 100 miljoen geeft de gemeente dit jaar uit aan deze externen. Chef luchtkwaliteit Hans Haarsma (een strategisch procesmanager die visie expliciteert naar beleid, zegt ie zelf) stak 1,3 miljoen euro in zijn zak. Ik dacht aan interim-directeur Stadsontwikkeling Guido van den Boorn. Na een jaar power point-geneuzel liep hij fluitend de stad uit. Meer dan drie ton rijker. Verdienste? Krankzinnige boetes opleggen aan hard werkende middenstanders. Gemeentelijke rijkdom… Mede ontstaan door de schandelijke neo-liberale uitverkoop van REMU -de oude GEVU- en de Pegus, jaren geleden. En dacht aan de oud-wethouders Mik en Kernkamp. Zij verpatsten alle gas- en elektriciteitsleidingen in onze stad aan Amerikaanse hedgefondsen van het ergste soort. En verzwegen dit tegenover de gemeenteraad.
Ik sprak Hennie Wever, 24 jaar gemeentelijk tuinman. Gisteren snoeide Hennie langs de Vecht bij de De Muinck Keizerbrug. 'Als niemand erop vooruit gaat, begrijp ik dat. Maar dat is niet zo. En het ergste? Vertrekkende vuilnismannen worden vervangen door uitzendkrachten.' Dé droom van VVD-wethouder De Bondt. Vuil ophalen, tuinwerk, straten maken? Privatiseren, vindt zij.
Eén rekensom heb ik de afgelopen weken tijdens vele verkiezingsdebatten geen enkele Utrechtse politicus horen maken. Haal een kwart miljoen bij de interim-zakkenvullers en een kwart miljoen uit die giga 636 miljoen. Zo heb je een half miljoen. Dan kun je alle gemeentelijke vuilnismannen, vegers, tuinmannen en stratenmakers tíén procent loonsverhoging geven. Welke partij maakt zich daar hard voor? 
(16 februari 2010)


EEN GURE NACHT EN MOOIE UTRECHTSE VROUWEN
Een ijskoude regen geselde mijn voorruit toen ik tegen middernacht uit Lunetten vertrok. IJzel? Reed weg uit de meest on-Utrechtse van alle wijken. Dát moet ik niet schrijven! Verontwaardigd en trots klonken de 150 Lunettenaren toen ik het op de verkiezingsbijeenkomst in de Musketon zei. En de BewonersOrganisatie Lunetten is de actiefste bewonersorganisatie van de stad! In mijn Peugeot 406 mijmerde ik over stadse democratie. En over het watje in mezelf. Dat niet naar Lunetten fietste.

Bij de rotonde ’t Goyplein draaide ik de oprit naar de Waterlinieweg op. En toen… toen haperde mijn Peugeot… En aan het eind van de oprit gaf de 406 ook het gehaper op. Zou deze steun en toeverlaat mij na tien jaar in de steek laten? Nee. Ik had mezelf in de steek gelaten. Het benzinewijzertje… Vrijwel onmiddellijk stopte er een Daihatsu Cuore voor me. Een jongeman liep op dit onherbergzame, gure, pikdonkere stukje snelweg op mij af. In vriendelijke Limburgse tongval hoorde ik: 'Kan ik iets voor u betekenen?' Of hij in een fles wat benzine bij de BP bij Galgenwaard zou kunnen tanken? Voelde in mijn zakken. Geen geld. Geen portemonnee. Geen pasjes, geen identificatie. Stom. Stom. Stom. Geen nood voor de vriendelijke Limburger. Tim Senden. Onthoud die naam. Een man die 'zelden tot nooit slechte ervaringen met mensen heeft.' En een kwartier later terug was met twee liter. Betalen? 'Ach, het is al goed.' Niet bevreesd om op deze godvergeten kouwe plek een vreemde aan te spreken? 'De meeste mensen zijn aardig. 99 procent van de mensheid is te goeder trouw.' De 26-jarige theatertechnicus zei het met de blijmoedigheid van een optimistisch mens. Zijn huidige werk, als een soort alpinist in theaterzalen omhoog klauteren om licht, theatertechniek en takels te bevestigen, vindt ie schitterend. Trok met André Rieu langs Europese theaters en stadions. Woont, na Amsterdam, sinds twee jaar in de laagbouw van de IBB. Weet Utrecht te waarderen. 'Veel mooie vrouwen hier. Veel meer dan in Amsterdam. En die hippe overmaat aan sushi en bakfietsen is hier ook minder. Fijne stad.' Een ontmoeting langs de snelweg. Deed me mijn verkleumde lijf vergeten. Blij met Lunetten, een Peugeot-zonder-benzine en Tim Senden. Hee mannen! Dat jullie het niet vergeten: We wonen in een stad met zo veel mooie vrouwen. 
(10 februari 2010)



KARL MARX IN EEN 'VERPUDDINKTE EN VERSPEKTAKELDE TIJD' 
Voor een eervolle opdracht was ik vier dagen in Skopje, Macedonië. Mocht collega’s daar leren hoe een discussieprogramma als Rondom 10 bijdraagt aan burgerschap en democratie. Macedonië? Een Balkanrepubliekje met nauwelijks democratische traditie.

Bij thuiskomst, zondagavond laat, las ik in deze krant over de bijzondere begrafenis, vrijdag, van ‘beschermvrouwe der daklozen’ Maria Hendriks. Vanuit De Kargadoor aan de Oudegracht. En over de jubileumviering van dit ludieke, subversieve centrum, zaterdag. De Kargadoor…. Van waaruit de democratie vele jaren scherp werd gehouden. Sliep in met het beeld van ge-zeefdrukte Kargadoor-posters. Milieu-kaffee. Zure regen. Flight to lowlands paradise. Dromen van vroeger.
Maandagochtend op de mat twee ochtendkranten. En een boek in een gerecyclede envelop. In de krant Amelisweerd-veteraan ‘opa’ Jan Korff de Gidts. Ik haal me actievoerder Jan voor de geest in, wat nu de Sonja van der Gaastzaal heet. De Kargadoor, oktober 1982. De bomen gekapt.
Het boek in de oude envelop? Om het naakte bestaan van oud-Kargadoor-medewerker Willem Hoogendijk. Net als Korff de Gidts een strijdbare, krasse knar die, ongebroken door de decennia, ecologie, economie en politiek verbindt. Hoogendijk, in 1970 in De Kargadoor een van de oprichters van de oudste Nederlandse milieu-actiegroep Aktie Strohalm. Fietst 40 jaar later door de ijskoude stad om mij zijn laatste boekje te leveren. Ik lees over de onverantwoordelijke banken. En over de enorme groei van de economie. 'Té enorm', schrijft Willem over 'deze verpuddinkte en verspektakelde tijd'. Een boekje vol smeuïge Willem Hoogendijk-zinnen.''Beste mensen, laten we er geen doekjes om winden, dat broeikaseffect was al sinds 1960 niet te keren.' Maakt vergelijkingen tussen milieu en de flipperkast, schrijft over de goocheltruc van het kapitalisme. Sommige zinnen onbegrijpelijk. Andere weergaloos. 'De Wellinken, Wientjes, Brinkmannen en Rudingen reutelen over het consumentenvertrouwen.' Hoogendijk liet zich laatst tijdens een lezing vanuit de hemel bellen door filosoof Karl Marx. Oude ‘Kargadoor-mannen’ als Hoogendijk en Korff de Gidts? Zouden ook in Macedonië goed werk kunnen verrichten. 
(3 februari 2010)


DOE HET SAMEN 
Ik zit in het zaaltje naast de Pniëlkerk in Oog in Al. Die zeskantige bonbondoos aan de Lessinglaan. ‘Pniël’ betekent in boek Genesis Gods Aangezicht. De vitrage hangt er protestants-christelijk bij. Onder Gods aangezicht worden hier de troebelen van de Interkerkelijke Stichting Kerken en Buitenlanders besproken. De ISKB? 180 Vrijwilligers die aardig zijn voor nieuwe Nederlanders in onze stad. Bijvoorbeeld voor stille buitenlanders die achter de voordeur depressief, boos en onmachtig hun onvermogen cultiveren in slachtofferschap. De ISKB-ers zijn niet achterdochtig. Ze geven Nederlandse les, gaan winkelen met vrouwen die geen woord Nederlands spreken, leren ouders dat je met je kind kunt praten als je iets dwars zit. Gezamenlijke maaltijd. Verkeersles. Gezelligheid. De ISKB deed het al in 1985, ver voor het begrip Inburgering bestond. Een stille kracht met als motto Doe het Samen. Opgericht door het echtpaar Paulien en Wieger Rozema en pastor Gerard Zuidberg van de Nicolaas en Monicaparochie. De ISKB kreeg vele prijzen. Paulien Rozema ontving de Harriët Freezerring van maandblad Opzij.

De taboes van de eer- en schaamtecultuur? Misverstanden en racistische moedwil? De rechteloze positie van migrantenvrouwen? 'De omvang van het probleem mag nooit een excuus zijn om afzijdig te blijven', stellen de ISKB-actievelingen. Zo wordt vastberaden en moedig 'gepionierd in de multiculturele samenleving'. Hoe ver dat gaat? Een ISKB-vrijwilligster gaf bij een Marokkaanse gezin thuis taalles aan de vrouw. Na een les bleek haar portemonnee gestolen door een van de kinderen des huizes. De week erna gaf ze er weer les.

Paulien en Wieger Rozema stonden laatst voor de Utrechtse kantonrechter Sjef de Laat tegenover het ISKB-bestuur. De ruzies zijn niet meer bij te leggen. Eet de vreedzame, zachte multiculturele revolutie haar kinderen op? Verdragen het Vrijwilligersidealisme van de jaren tachtig en de Nieuwe Zakelijkheid van de nieuwe eeuw elkaar niet? Of botsen onverzoenlijke karakters? In het zaaltje met de p.c.-vitrages ben ik getuige van een conflict in idealistische kring. Tientallen vrijwilligers kondigen hun vertrek aan. Weegt ook hier persoonlijke verongelijktheid zwaarder dan het belang van kwetsbare klanten? Een verlies voor de stad. Want wie haalt nu Marokkaanse vrouwen achter hun islamitische vitrages vandaan? 
(27 januari 2010)


AFSCHEID VAN JOURNALIST PIETER
In 2003 ontving ik een berichtje van Pieter van de Vliet. Of ik over een ingrijpende gebeurtenis uit de oorlogsjaren wilde lezen? En of daar geen documentaire in zat? In de mail schreef hij over zijn vriendschap als 9-jarige met het Joodse meisje Ursula. 1943. Dat voorjaar speelden Pieter en Ursula op de stoepen van het Amsterdamse Stadionplein. In vadertje/moedertje vonden ze elkaar. En ‘het kind’? Dat was de pop van Ursula. Dagelijks troffen zij elkaar. Tot op een dag Ursula en haar familie werden weggevoerd. Nooit vernam Pieter meer iets van zijn vriendinnetje. In het jaar dat hij mij schreef, liet deze wrede breuk de gepensioneerde journalist van het Utrechts Nieuwsblad niet los. Pieter wilde zijn verhaal kwijt. Ik bracht hem in contact met NCRV’s Dokument. Maar tot een film kwam het niet. Jammer.

Gisteren namen dierbaren en collega’s afscheid van Pieter van de Vliet (76). In Daelwijck. Over dat crematorium schreef hij ooit een prachtige reportage in deze krant. Afscheid van een journalist die in 1965 'een van de oprichters van Voetbal International' was, zoals hij onbekenden trots liet weten. Een ijdele man. Een breekbare man, wiens echte leeftijd 15 was. En dat met jonge pretogen aan zijn gesprekspartner toonde. Ook toen ik hem de laatste jaren met zo’n mal FC Utrecht-petje en -sjaaltje vak B op zag schuifelen, zag ik een 15-jarige.
Pieter leek mij een man die het leed dat aan het bestaan kleeft, en waarvan hij al vroeg meer mee kreeg dan je een kind zou wensen, wist te versieren. Onthecht door geen ‘vadertje/moedertje’ in het echte leven? Geen herinnering aan zijn moeder. Werd de eerste zes jaar van zijn leven in Melbourne door zijn oma opgevoed. Terwijl moeder een nieuw bestaan in Nieuw-Zeeland opbouwde. In ’39 door zijn vader, gezagvoerder op de grote vaart, meegenomen naar Amsterdam. Opgevoed door oom en tante, terwijl vader op zee voor de geallieerden munitie vervoerde.
Als 69-jarige schreef deze journalist zijn eerste kinderboek. Met echtgenote Emy Franck. ‘Foep is jarig’, over een hongerig varkentje.

Wat dacht ik gisteren bij zijn afscheid? Wat zit er een groot levensverhaal achter de man die voor deze krant vele levensverhalen van anderen optekende.
(20 januari 2010)


RADIO SCHUURMAN SLUIT
Jaap Schuurman opende zijn radiozaak in 1926. Aan de Oudegracht, tegenover Tivoli. Hij verkocht radio’s, naaimachines en stofzuigers. En fonografen, de voorloper van de pick-up. Merknaam Edison. Naaimachines en Pelikaan-stofzuigers, wondertjes van elektronisch en mechanisch vernuft, fabriceerden Jaap en zijn werknemers achter de zaak. Radio Schuurman heet nu Expert Schuurman. ‘Expert Schuurman ruimt rigoureus op’, lees ik. Ruimt rigoureus op??

OP=OP! Meeneemprijzen! Deze week kortingen van 30 tot 70 procent! Enthousiaste slogans. Doen ze het treurige scenario dat hier geschreven wordt, vergeten? Kleinzoon Bram Schuurman sluit namelijk zaterdag deze pijler van Utrechtse ondernemingszin. Of kijken medewerkers en klanten nuchter en onaangedaan naar de ondergang van deze elektronicazaak? Prijsstunters BCC en Mediamarkt zijn niemand ontgaan. Van de crisis weet ook iedereen. Eigenlijk een wonder dat Schuurman het zo lang volhield. Dankzij service en een protestants aandoende degelijke dienstbaarheid aan de klant?
'We moeten er mee stoppen.' De eerste woorden van Bram Schuurman tegen zijn verzamelde medewerkers. Maandagavond 4 januari. 'Maar het ligt niet aan jullie', luidde zijn tweede zin. In de dagen na deze verpletterende mededeling ging Brams vader -Jaaps zoon- Eiko (78) de drie vestigingen aan de Twijnstraat, in De Meern en in Maarssen langs. En sprak met de medewerkers. De huidige directeur is open en nuchter als ik hem spreek in zijn kantoor op Lageweide. 'Omzet 2009? Min 18 procent. Wij zijn een ‘kassa-bedrijf’, dus het was onze medewerkers niet ontgaan.' Maar Brams ogen glinsteren wanneer we het over de kracht en de historie van het bedrijf hebben. We bekijken een fotografisch organogram uit 1951. Vijftig werknemers. Winkelpersoneel in schitterend zwart/wit. ‘De buitendienst’ in lange leren jassen op Solex en Moto Guzzi. Zeven vestigingen en honderd werknemers rond ’85. Nu gaan Bram en zijn vijftien werknemers afscheid nemen van ‘het familiegevoel’. Zegt de baas zelf.

Ik was er klant. Had moeite met de installatie van wéér een nieuwere variant dvd-/videospeler, gekocht bij Schuurman, Overvecht. Geen punt. Henk Mulder van Schuurman kwam na zessen even helpen bij het installeren. Zouden Mediamarkt en BCC ooit zo’n service gaan bieden? Ik waag het te betwijfelen. En niet alleen dat laatste stemt weemoedig. 
(13 januari 2010)


ODE AAN DE STAD UTRECHT
Kun je door liefde voor je stad overweldigd worden? Zoals je dat kunt hebben bij de echte mensen van wie je houdt. Dat het -bij momenten- bijna te groot, te veel wordt? Een melancholische staat-van-zijn. En dat je dan, bij wijze van spreken, bijna verlangt naar iets dat je met beide benen op de grond zet? Of iets om over te klaogen, waor. Als je Utrechter bent.
Neem mijn maandag. Begon met schaatsen op de verlaten Molenpolder. Met de twee leukste vrouwen die ik ken. Maar dit terzijde. Op nog geen vijf minuten van Overvecht, zodat ik het mistige winterlicht boven de stadse contouren bleef zien. Thuisgekomen trof ik een filmpje van de Utrechters Alessio Cuomo en Sander de Nooij in de mail: http://vimeo.com/8491887. In acht minuten trok een etmaal in winters Utrecht aan mijn oog voorbij. Wondermooi gemonteerd. ‘This city is what it is, because our citizens are what they are’, las ik. Zag buspassagiers op de Potterstraat. Een fietsende moeder met kind in de berijpte Uithof. Op CS een machinist op de bok. De zon weerkaatste in de Rabo-torens Hoogmoed en Hebzucht. Een meeuw landde traag op het eerste flinterdunne ijs van de Maliesingel.
Ik werd gelukkig van onze stad. Fietste naar het nieuwjaarsfeest in de schouwburg. Zong met duizend stadgenoten: ’Ik waak over de stad, kijk al eeuwen naar beneden…’ Waarna Colin Benders een ‘Ode aan de stad Utrecht’ dirigeerde. Zijn orkest speelde bij een geprojecteerde tekst. Die ging over geschiedenis en dat je deze stad moet ontdekken. Over talent en over Rietveld. Over het erfgoed van Sint Maarten en het beschermend schild dat de stad is voor haar bewoners. De stad van Nijntje hoorde ik in violen en cello. De drukte van het verkeer in de blazers. De bas zat in de geschiedenis. En Benders toonde zich, in zijn post-Kyteman bestaan, opnieuw de koning van de climax. Daar zat ik met kippenvel.
Het staadsjie-van-ons werd me te veel. Hoe kom ik van dit geluksgevoel af? Aleid Wolfsen had het in zijn nieuwjaarstoespraak dríé keer over de etappe-finish van de Giro d’Italia op de Croeselaan. 'Neem allemaal vrij op 9 mei!', zei de burgemeester. Egg waor. Om die gedrogeerde, apotheekhoudende karavaan van fietsende verslaafden te zien aankomen. Wég was mijn overweldigende liefdesgevoel. 
(6 januari 2010)

-------------------------------------------------------------2010

WAAR BLEEF DE SNEEUWPIK? 
Vorige week schreef ik over de reusachtige sneeuwpik die op 20 december vijf uur lang Voorstraat en Hardebollenstraat erotisch versierde. Een pik van waarde. Dus weerloos. Ik schreef ook over vergankelijke banketbakkerskunst. Wat mij op een kijktip voor vanavond brengt: Kings of Pastry om 22.40u op Ned. 2. Een bloedstollende documentaire over banketbakkers.

Maar terug naar de sneeuwpiemel. Die me bezighield. Wie maakten hem? Wie vernielden hem? Ik sprak met ontwerper Bram Heijnen (31). Die besneeuwde zondag maakte hij samen met cardioloog Steven Verloop, fysiotherapeut Mark de Water en student Jos Terlingen de erotische sneeuwkunst. In het buurtje waar prostituees sinds jaar en dag hun diensten aanbieden. Kennis van het mannelijke lichaamsdeel hebben de vier vrienden zeker. De verhoudingen tussen ballen, eikel en penis zelve? Klopten perfect. De rand tussen eikel en de rest? Realistisch. De licht welvende adertjes die elke man in staat van opwinding ooit gezien heeft? Subtiel in beeld gebracht.
Het werd een kortstondig monument voor de mannelijkheid. In gefeminiseerde tijden. De stad sprak erover. Kon de penis wel, met al die passerende ouders met kinderen op sleetjes? Bram Heijnen: ’We twijfelden uit opvoedkundig oogpunt. Slechts kort.’ Honderden passerende Utrechters vergaapten zich aan de lokale sneeuwfallus. Deze kunst verwarde en ontregelde. En schuurde zoals het hoort. Eén buurtbewoner klaagde. Eén prostituée wist zeker dat ze -met al dat volk op de been- klanten had gemist. De doodsteek voor de sneeuwpiemel kwam uit de Marokkaanse cultuur. Rond half negen vernielden vier jongens de sneeuwpik. Een paar stevige duwen en het kunstwerk lag om. Met welk motief? Jaloezie? Godsdienstige overwegingen? Onvermogen om met speelsheid om te gaan? Razernij richting alles wat Nederlands is? Sneeuwkunst van waarde bleek die avond weerloos. Ook elders in de stad vernielden Marokkaanse jongens sneeuwpoppen.

Maar geen nood. Binnenkort meer fallus-kunst. Die minder vergankelijk is. Vanaf 16 januari in het Catharijneconvent een expositie met 122 exemplaren van de Shiva Lingam, het fallussymbool in het boeddhisme. Staan voor vruchtbaarheid. Zouden ze net zo schitterend zijn als die drie meter hoge van de vier Utrechtse mannen?
(30 december 2009)


GEEN PIK, MAAR BANKET IN DE SNEEUW 
Er werd bij ons thuis honderduit over gepraat. De sneeuwpik bij de bloembak op de hoek van de Hardebollenstraat en Voorstraat. Drie meter hoog! En dat die eikel zo ontzettend goed geleek. Zondagmiddag gebouwd. De nacht erop sloopten onverlaten dit fallische kunstwerk. Uren journalistiek speurwerk naar makers en slopers strandde op preutse prostituees. Hadden geen penis gezien... In de stad werd maandag nog uitvoerig gesproken over de meesterlijke piemel. Hier gefotografeerd door Martin Smeets. De hopeloos slappe sneeuwresten van de tampeloeris op maandagmiddag maakten mij niet opgewonden. Dus zocht ik naar andere vergankelijke kunst. Die van de banketbakkers van onze stad.

Als banketbakkerskind weet ik dat de kunstzinnigheid der patissiers niet altijd gezien wordt. Ik begon bij Wammes aan de Lange Jansstraat. Het rook er zoals een banketbakker in de week voor kerst moet ruiken: prettig zoet, de geur van het korstdeeg, roomboter, amandelspijs. Onmiskenbaar kerstkransen. Net uit de oven. Ik bewonderde de cake tulband, de holle chocolade kerstballen. De chipolata kersttaart had mijn voorkeur. Een romige vulling van vruchten, likeur én slagroom. Maar hield me in. Kocht een banketstaaf en een onsje schuimkransjes.
Daarna ploeterde ik fietsend en lopend door de slush naar de Amsterdamsestraatweg. Naar de gerenommeerde banketbakkerij Hagdorn van Harry Hagdorn en Martin Kroon. Kocht er een ons bonbon-kerstkransjes (keuze uit amaretto-, rum- of cointreausmaak). Zag er kerstlollies, chocolade kerstkransen, de kersttulband (met amarene kersen). Van de banket-kerstkransen verkoopt Hagdorn er minder dan boterletters met Sint (dit jaar negenhonderd!). Ik vertelde Harry over de pik op de Voorstraat. Deze banketbakker maakt, op bestelling, ook erotische taarten. Inclusief een marsepeinen penis. Maar om dát taartvoorbeeld nou, als reclame, op de Amsterdamsestraatweg in de etalage te zetten? Dát ging wat ver. Ik glibberde huiswaarts. Had de erotische sneeuwkunst gemist. Maar de banketwaren in mijn tas compenseerden veel. Prachtig. En heerlijk. Banketbakkers? Net sneeuwartiesten. 
(23 december 2009)


DE DRANK VERDOOFT
In café Willem Slok presenteerde Jos van der Meer, oud-journalist van deze krant, afgelopen maandag zijn boek Pijnlijk Paradijs. Sterk en meeslepend geschreven. Het verhaal van een man die als kind van acht, slachtoffer van seksueel misbruik wordt. Om de pijn van de traumatische ervaring niet te voelen, snijdt de hoofdpersoon in zichzelf, wordt een uitzinnige hardcore drummer, laat zich over zijn hele lichaam tatoeëren en verslindt pillen en drank. Veel drank. Álles om ‘het overheersende inwendig huilen’ niet te ervaren.

Ik wil het over de drank als ‘grote verdover’ hebben. Dat komt ook door een mailtje deze week van Stichting De Helderheid, het bedrijfje aan de Sint Janshovenstraat in Wittevrouwen dat mensen van hun alcoholverslaving probeert te bevrijden. Op oud- en nieuwjaarsdag organiseert De Helderheid een actie waarbij u uw goede voornemen kunt doorbellen (030-2722444). Doel: een gezellige oud en nieuw, met niet te veel drank. En 2010 waarin de drankzucht van uzelf en uw dierbaren beteugeld wordt. Weg met de kater!
Maar, vraag ik Erik Stofferis van De Helderheid, wat adviseer je de mensen die de drank beschouwen als een middel om te vluchten van niet te dragen pijn en verdriet? Stofferis legt uit dat hij deze ‘zichzelf verdovende’ drinkers, om het grof te zeggen, complimenteert. Zij vonden immers een medicijn. Een medicijn waar je een tol voor betaalt. De tol dat je in een draaikolk naar je eigen vernietiging terechtkomt. En! 'Door te zuipen conserveer je de traumatische ervaring', legt de kenner van de drinkende medemens uit. Maar wat, Erik, als die pijn zó groot is dat mensen alleen aan hun eigen ondergang werken? 'Met die mensen kun je alleen maar compassie hebben. Verlicht hun lijden. Voel met hen mee.'

Wordt hier het verdrietige inzicht aangereikt dat sommige mede-burgers soms niet te redden zijn? Hoeveel goede voornemens vrienden en familieleden van hardcore drinkers ook maken? Ook de hoofdpersoon in Pijnlijk Paradijs kan het leven uiteindelijk niet meer aan. Zo gekwetst kunnen mensen dus uit hun jeugd komen. Om het lijden van anderen te kúnnen waarnemen, moet je zélf in ieder geval niet verdoofd zijn. Alleen al daarom geef ik De Helderheid mijn goede voornemen door: weinig drinken. Dan zie ik mijn omgeving beter.
(16 december 2009)


DONKERE AVOND AAN DE RONDWEG IN OVERVECHT 
Vanaf de natte, donkere rondweg zag ik de gestalte van een schoonmaker in het helverlichte gebouw. Hij werkte gebogen boven zijn vloerpoetsmachine. Het was maandagavond stil op straat. Binnen meldde ik mij bij de balie van Fit for Free, de fitnessruimte in de nieuwe sporthal De Dreef in Overvecht. De marmoleum vloeren van fysiotherapeut Atlas kregen een waslaag. Het oogde spik en span.

De schoonmaker was Majid El Ballouti. Zijn bedrijf? Team Work. Eerder dit jaar ontmoette ik Majid op een terrasje in Kanaleneiland. Hij klaagde toen over wanbetalers. Nu legde deze vloerenspecialist mij uit hóé hij -bonafide schoonmaker- de dupe werd. Hij werkt hard voor zijn geld. Onderhoudt een gezin. En 25 medewerkers. Overal in de Utrechtse regio klussen. Was het al half elf? Maakte niet uit. Hij móést zijn verhaal kwijt. Ik luisterde naar de man, gemangeld in de schimmige wereld van de schoonmaakbranche. Dat ging als volgt. Majids kleine bedrijf Team Work maakte Utrechtse kinderdagverblijven van Cumulus schoon. Schoonmaakbedrijf Aspect uit Nieuwegein huurde Majid voor die klus in. Ook Rijkswaterstaatkantoren maakte Team Work in opdracht van Aspect schoon. Aspect op haar beurt werd weer door het grote schoonmaakbedrijf CSU ingehuurd. Beide tussenpersonen pakten hun winstmarge. Zo kreeg Team Work 3,10 euro voor een vierkante meter schoongemaakte marmoleum-vloer. En kreeg Aspect 3,75 euro van CSU. Wat CSU in rekening bracht? CSU wil het mij niet vertellen. Zo gaat dat dus in de schoonmaakbranche.

Maar het belangrijkste debacle in Majids verhaal kwam nog. Majid kreeg nog 35.000 euro van Aspect. Maar Aspect ging failliet. Terwijl Majid zijn medewerkers, de belastingdienst en de rente op leningen moest doorbetalen. 'De curator in het faillissement zorgt dat hij éérst zelf zijn geld krijgt. En ik? Niks.' CSU (11.000 medewerkers, noemt zichzelf ‘de beste werkgever van Nederland’) erkende gisteren dat het zaken deed met ‘koppelbaas’ Aspect. 'Een gebruikelijke gang van zaken. Wij zijn niet verantwoordelijk voor het faillissement. Ook moreel niet.'
Op de koude parkeerplaats borg Majid El Ballouti zijn vloerpoetsmachine in de bestelbus. Het was stil én koud in Overvecht. En in dit deel van de arbeidsmarkt.
(9 december 2009)


HET RUIKT NAAR BANKETLETTERS, SPECULAAS EN MARSEPEIN 
Op het documentairefestival IDFA zag ik een aansprekende, adembenemend grappige film over de beste patissiers van Frankrijk. Die het predikaat Meilleur Ouvrier de France -de beste banketbakker- willen verwerven. Daar moest ik over schrijven! Dezer dagen hangt de geur van speculaas en boterletters toch al om mijn hoofd. Al slaapt dit banketbakkerskind niet meer boven de bakkerij. Blij met zes goede banketbakkers in de stad ben ik wel!

Maar de stormachtige dag erna kwam ik in De Uithof op een bijeenkomst van onderzoeksjournalisten terecht. Die zien zichzelf graag als de ‘waakhonden van onze democratie’. Ik hou van hun werk. En in het diepst van mijn gedachten ben ik er zelf ook zo een. Zou dit mijn voornemen om over marsepein te schrijven, doorkruisen? Ging de beschrijving van de vergankelijke schoonheid van bruidstaarten, chocoladesculpturen en suikerkristallenbloemen over de rand vallen?
De journalisten bespraken de Commissie Davids, die de Nederlandse militaire betrokkenheid bij de oorlog in Irak onderzoekt. Die commissie kwam er door de niet aflatende inzet van onderzoeksjournalisten. De bewondering voor deze collega’s nam, gaande de bijeenkomst, toe. Van de researchredactie van RTL-Nieuws was Roel Geeraedts aanwezig. Die ons later die zaterdag informeerde over de bedragen die politievrouw Miriam Barendse als interim-manager betaald krijgt: 180 euro per uur. Barendse werkte bijna twintig jaar bij de Utrechtse politie. Haar leermeesters zijn Peter Vogelzang en Stoffel Heijsman. Veel management-wol, weinig inhoud. In deze krant las ik het bericht over Jeremy Rifkin. De provincie Utrecht besloot deze puntsnordragende Amerikaanse econoom als adviseur aan te trekken. Voor een lezing vraagt Rifkin: $$$$. Vier dollartekentjes? Ze symboliseren: 25.000 tot 40.000 dollar. Voor één lezing! Mocht u hem binnenkort ergens in het Utrechtse ontmoeten, hou die bedragen in uw achterhoofd. Hij wordt betaald van onze centen! De NOS Journaal-onderzoeksredactie meldde dat drie grote Utrechtse woningbouwcoöperaties gigantische verliezen leden. Terwijl de top zichzelf uitstekend betaalde.

Het voornemen taart en speculaas te beschrijven, stel ik uit. Tot Kerstmis. Wanneer de geur en smaak van amandelspijs, kerstkranskoekjes en tulbandcakes om mijn hoofd hangen!
(2 december 2009)


SAM COOKE IN DE JAARBEURS 
Utrecht? VINYL CAPITAL OF THE WORLD. Het hippe affiche van de 32e Mega Platen & CD Beurs was glashelder. Onze stad heeft de grootste platenbeurs van de wereld. Afgelopen weekend in Hal 12 van de Jaarbeurs. Vijfhonderd standhouders. Uit 45 landen. Bieden een enorm assortiment aan ouwe en jonge popmuziek. De mannen hadden er grijze baarden. De vrouwen een hippe zwarte of blonde kleurspoeling. De verkopers waren vriendelijk. De sfeer was relaxed. 3000 platen en cd’s per stand, schatte ik. Daar lagen dus anderhalf miljoen gouwe ouwe ‘muziekdragers’.

'Every record fan should take at least one trip to Utrecht: it’s like you’ve died and gone to heaven', las ik. De beurs van Cas Bosland en zijn collega’s? Zou beter zijn dan die van New York, Londen en Milaan. Wij raakten op deze schemerige, bewolkte zondagmiddag op dwaaltocht in een muzikaal verleden. Snuffelden, met een paar duizend andere oudere jongeren, in de bakken. Als mede-oprichter van het Sam Cooke-Genootschap wierp ik een extra blik in de bak Soul. You sent me. Een singletje, Amerikaanse persing uit 1960, kostte hier 15 euro. Dat nummer met dat onvergetelijke zinnetje ‘Woo-ho-ho-ho, you-ou-ou thrill me - honest you do’. Ik was te zuinig.
Maar stand 169 was van P.M. Chalmers uit Londen. Specialisaties: country, R&R, soul, R&B, 60’s, beat. En trof bij soul een paar gave lp-exemplaren van Sam Cooke aan. Zijn legendarische ‘A change is gonna come’ werd bij de beëdiging van Barack Obama, veel gedraaid. Hét nummer van de zwarte burgerrechtenbeweging, begin jaren zestig. Dáár! Een Amerikaanse persing uit ‘65: ‘LC Cooke sings the great years of Sam Cooke’. Een eerbetoon aan zijn broer Sam, de in ‘64 in Los Angeles doodgeschoten Mr. Soul. Mooie volle soul-stem heeft ‘LC’. Maar niet zo soepel en vloeiend als Sam. ‘Twisting the night away’, ‘Wonderful World’. Op een klein pick-upje in de stand van Chalmers luisterde ik. Een enkel krasje. Bij ‘Bring it on home to me’ sprong de plaat even over.

Ik stond te glimmen toen ik 55 euro afrekende voor vier lp’s. Chalmers vertrok geen spier in zijn gezicht. Ik was de koning te rijk. En reed vlug naar huis. Ging lekker plaatjes draaien. Wat een genot dat ik in de VINYL CAPITAL OF THE WORLD woonde. 
(25 november 2009)


HETE HOOFDEN, KOUDE HARTEN EN HERMAN
Ik kan er niet omheen. Een terugblik op Herman van Veen. In één adem noemde deze icoon van onze stad de PVV en de NSB. Suggereerde een beetje dat een miljoen potentiële Wilders-stemmers landverraders zijn. Herman toonde zich over de reacties enorm geschrokken. En lichtte op allerlei manieren toe dat ie het toch niet zo bedoeld had. Lief, maar naïef. En een tikje laat.

Op 4 mei 2004 mocht ik, na de dodenherdenking op het Domplein, de lezing in de Domkerk houden. Een eer. Reusachtig galmde mijn betoog door dit godshuis: ‘40-’45 is tegenwoordig de ultieme en simpele beeldspraak om ‘goed’ en ‘fout’ scherp tegenover elkaar te plaatsen. Zet je tegenstander als fascist of landverrader neer. Voorbeelden te over. Robert Long die voor Varkens in Nood zei: 'Wat Dachau was voor de Joden, is de vleesindustrie voor de varkens’. PvdA-er Bart Tromp die Pim Fortuyn ‘onze Madurodam-Mussolini’ noemde. Jan Pronk die het beleid van minister Rita Verdonk als ‘deportaties’ beoordeelde. Het grootste bezwaar tegen al deze vergelijkingen is dat het gruwelijke van de Tweede Wereldoorlog (massamoorden, Jodenvervolging, grootscheeps verraad) zijn betekenis verliest. Een ander bezwaar: het onderscheid tussen ‘goed’ en ‘fout’ ligt subtiel en genuanceerd. Ook nu. En nu matigt dus ook ‘onze’ subtiele Herman van Veen zich een vette Tweede Wereldoorlog-vergelijking aan! Wat beneemt hem het zicht op alle verklaarbare onvrede in de Nederlandse maatschappij? Waarom verdiept deze zachtmoedige man zich niet in de achtergrond van veel krenking en boosheid?

Het ‘elitaire onvermogen’ wellicht? Een groeiend deel van de intelligentsia -ook de zachtmoedigen onder hen- heeft geen idéé hoe het er aan de andere kant van de Nederlandse maatschappij aan toegaat. Bij Herman Van Veen is dat maar goed ook, denk ik meteen. Dan kan hij mooie liedjes en teksten blijven maken. Maar, Herman, je schreef toch die wereldregel: 'De wereld is niet mooi, maar jij kan haar een beetje mooier kleuren'. Hoe jij dat kan doen? Door niet mee te gaan met de ‘hete hoofden’ en de ‘koude harten’. En Tweede Wereldoorlog-vergelijkingen achterwege te laten. 
(18 november 2009)


GAAT HET GOED MET JE, DION?
De uitjes lagen te fruiten in mijn pan. Kipreepjes, courgette en tomaat gesneden. Kokosmelk erbij. Kwart potje Patak’s Mild Curry. Heerlijk. Met pandan rijst. De bel ging. Dat moest Dion zijn. Dion Bartels. Trad met zwierige tred binnen. Lawaai-advocaat. Oud-gemeenteraadslid voor de VVD. Kantoor in Zeist. Vanochtend belde ik hem. Of ie wellicht even tijd voor me had. Met maar één vraag: 'Gaat het goed met je, Dion?'

Ik zit, sinds ik Dion begin september voor het eerst ontmoette, in zijn mobiele bestand. Ontvang zijn sms-jes. Vorige week: Nu Draadstaal bekijken op 3! Zie je jezelf!. Op 15 oktober: ’Begin van de avond weer een ongeval gehad op de snelweg. Aanslag? Hetzelfde traumateam van de VU als de vorige keer heeft mij de afgelopen uren behandeld en weer opgelapt…Leef gelukkig nog wel! Dion.’ SMS-jes met verkeerde internetgrappen over DSB. Aankondigingen van media-optredens.
Nu zit Dion aan mijn huiskamertafel. Komt van zijn kantoor. Waar hij niets te zeggen heeft. Geschorst door de Orde van Advocaten. Verloor enkele rechtzaken van zijn tegenstanders. Liet op 16 oktober weten: 'Ik kan er niet meer tegen. Ik stop.'
Hoe gaat het met je, Dion? Je maakt zo’n manische indruk. Eerst een pilsje. 'Ik maakte een rondgang langs intimi en vrienden. Niemand is verbaasd over wat mij gebeurd is. Ze hebben mij gewaarschuwd.' Dimmen en doseren, zeiden die intimi. Nee, dat deed Dion niet. 'Omdat ik altijd zo geweest ben.' Hij bestrijdt beleggingsfondsen die argeloze beleggers euro's uit de zak kloppen. Vraagt daar een forse fee voor. De namen van zijn tegenstanders rollen er vloeiend uit: Caribbean Comfort, Palm Invest, Easy Life, Goodwood. Maar hoe gaat het met jóú??? Vraag ik de kleine man, wiens derde doopnaam Napoleon luidt. 'Ik heb mijn zegeningen geteld, vorige week.' Werkt alle publiciteit karaktervervormend? 'De media-aandacht heeft mijn scherpte doen afnemen. Ik heb wat manische trekjes. Maar ben niet depressief.'
Een halfuurtje heeft ie. Één pilsje nog? Dan moet ie door. Naar een Utrechts Genootschap waar ik de naam niet van mag opschrijven. Bij vertrek vraagt hij: 'Kunnen we niet eens wat langer doorpraten?' En met een bulderlach: 'Die uitjes zijn nu genoeg gefruit'. Vertrekt. Doe je voorzichtig, Dion! 
(11 november 2009)


OPERASTER ANTHONY LAAT OVERVECHT ZINGEN 
De bariton van de Oudegracht blijft een fenomeen. Heeft de allure van een ster. Hangt zijn stemgeluid in een beschaafd rokkostuum. Bespeelt het volk met stembuigingen, zijn timbre en zelfbewuste uithalen. Maar doet ook heel eigenwijs ‘wat het volk wil’ de deur uit. Nee, dat succesvolle Oudegracht Operaconcert doet hij écht niet meer. Al vindt ie het heerlijk om midden in het gesprek even O Sole Mio er uit te gooien.

Anthony Heidweiller, een man die stadgenoten aan zich en aan elkaar bindt. Vanaf vandaag zal de stad weer een beetje zinderen onder ‘zijn’ stemmen. Die van 200 conservatorium-studenten. En van 150 scholieren van het Gerrit Rietveld- en GlobeCollege, De Werkplaats, Boni en Gregorius! Tot en met zondag YO!Opera-jongerenfestival. Anthony is óók een muzikale idealist. 'Ik ben ervan overtuigd dat de wereld beter wordt als je mensen met elkaar laat zingen.'
Dit stukje tik ik onder mijn dakraam. Zie vanuit dat raam de volle maan. En in de verte de 9 hoog-flat aan de Faustdreef. Heidweillers zin over de betere wereld klinkt, bij nacht, in mijn hoofd na. Zaterdagmiddag van 1 tot 4 uur aan de Faustdreef De Operaflat, in het kader van YO!Opera. 25 Miniopera’s van een minuutje achter 25 voordeuren. Bel aan, de deur gaat open en van dichtbij word je toegezongen. Aria’s over eten in deze internationale flat.
Ook in dit ‘operahoekje’ van Overvecht (La Bohème, La Traviata, Carmen, Don Carlos, Faust) sprak ik vorige week autochtone, witte Nederlanders die zich een minderheid in eigen wijk beginnen te voelen. En die Overvecht een onveilige wijk vinden. En die dat niet hardop durven zeggen.

Ook die mensen adviseer ik: ga zaterdag naar de Faustdreef. Laat de muziek tot je doordringen! Met opera in je hoofd is er geen ruimte voor zorgen. Laat je vocaal verrassen. Het ontspant. Denk niet dat een prachtvolle aria het geploeter in Overvecht oplost. Maar je vergeet je problemen voor een moment. En ik hoop dat De Operaflat-bezoekers mogen meezingen. Dat troost nóg meer. Met dank aan Anthony en al zijn bevlogenen. 
(4 november 2009)


EEN GESTILEERDE BROEDERSCHAP AAN DE MARIAPLAATS
Wilde ik in Heerensociëteit ‘De Vereeniging’ een verhaal houden? Over mijn werk. De vraag kwam van Rob van der Hilst, een van de smaakmakers van onze stad: organist, Bachkenner, muziekjournalist. Weigeren? Het kwam niet in mij op.

Zo sprak ik vorig jaar 120 heeren toe. Zonder stropdas. Als gast immers niet gehouden aan de kledingmores. Ik ken die -periodieke- behoefte aan uitsluitend mannengezelschap. Maar in grote groepen? Nee. Dus verbaasde ik mij prettig over het gevoel van saamhorigheid dat ‘de Vereeniging’ aan de Mariaplaats haar leden oplevert. At er van de uitstekende maaltijd. Sloeg wijntjes af. Vond de oprechte nieuwsgierigheid van een enkeling verrassend. Dronk één wijntje. Converseerde over de betekenis van deze stadscolumn. Kreeg van een van de heeren een iets te intieme arm om mijn schouder. Sloeg meer wijntjes af. Beschouwde het ballerige in het ene sociëteitslid. Het niet-ballerige in de ander. Kreeg tien verzoeken om lid te worden. 'We willen leden uit alle bevolkingslagen. Wij zijn géén elite-club. Jij past typisch bij de Heerensociëteit!' Dit exemplaar van het journaille sloot zich daarna niet aan. Is nog immer uitsluitend lid van zichzelf. Is die kameraadschap mij toch net iets te opgelegd? En dus miste dit niet-lid laatst de prominente sociëteitsgast Nout Wellink. 'Domme vraag', serveerde deze financiële brekebeen een vragenstellende heer af.

Aanstaande zaterdag brengt de Stichting Publikaties Oud-Utrecht Rob van der Hilsts boek He(e)ren in de ‘Vereeniging’ (vermaak en nut in een oer-Utrechtse sociëteit, 1869) uit. Bij het 140-jarig bestaan. 'Sociëteiten zijn ‘in’ en het lidmaatschap ervan wordt begeerd', lees ik in het laatste hoofdstuk. Een prettig leesbare sociale geschiedenis van dit deel van onze Domstad. Ik lees over journalist Isaak van Rennes. Beschreef in 1888 de ‘lokroep van de sociëteit’ voor de burgerman die zich bewust was van standsverschil. Hoe hij lid werd? Door deftiger te gaan spreken en zo contacten te leggen. Het sociëteitsbestuur in 1869? Opmerkelijk heterogeen. Katholieken, Lutheranen en Joden. Uniek voor die tijd. Mannen uit ‘den beschaafden stand’. Toen. Nu 400 leden. Zij lieten zich wél door ‘de lokroep’ verleiden.
(28 oktober 2009)


ZAKKENVULLER ZADELHOFF GEEFT PROVINCIE KORTING 
Laatst kocht de provincie bij de A27 een kantoortoren. Van Fortis. Voor 82.750.000 euro. Opluchting! De vergadertijgers, pennendraaiers, procedure-bedenkers en speculatiekapitaal-beheerders zijn weer onderdak. Zo’n nieuw provinciehuis mag wat kosten. Denkt het Gewone Volk. Voor het Gedeputeerde Volk, dat 700 miljoen gemeenschapsgeld oppotte, peanuts. Neem gedeputeerde Joop Binnekamp. Betaalde vorig jaar 1.680.000 euro huur voor een niet gebruikt kantoorgebouw. Mocht blijven.

Hoeveel staken de makelaars bij deze deal in hun zak? DTZ Zadelhoff en de Brink Groep hielpen de provincie. Zadelhoff? Dat ouwe bedrijf van Cor van Zadelhoff? Die weet als geen ander hoe je collectieve potten plundert. Herinner me zijn rekening van 7.033.000 gulden voor het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. ABP betaalde prompt. Het was 1983. Ook toen gingen zakkenvullers ongehinderd hun gang. Zijn arbeid? Hij was aanwezig bij een paar met witte wijn besprenkelde lunchbesprekingen. Daarbij werd Hoog Catharijne door de Fries Groningse Hypotheekbank aan het ABP verkocht. De 7 miljoen gulden makelaarsprovisie maakten de vastgoedman prompt multimiljonair. Van Zadelhoffs huidige kapitaal komt in de buurt van wat Dirk Scheringa bezit. Pardon… bezat.

Hoeveel ton stak Zadelhoff deze keer in zijn zak? Ik bel de provincie en de makelaar. De provincie meldt dat DTZ Zadelhoff vorige week een rekening van 6000 euro (ex. BTW) stuurde. Wááát? Is Zadelhoff Makelaars inmiddels filantroop? En geeft het korting? Remco Kempen van Zadelhoff: 'Mijn provisie is okee. Iedereen is happy. De bevolking kan gerust zijn.' Zou het de waarheid zijn? En als Kempen daar slechts een paar uur wat rolmaatjes voor heeft uitgerold, toch veel geld. Ik vraag de provincie en DTZ Zadelhoff naar de in rekening gebrachte uren. Nee, uurbedragen en aantallen uren worden niet bekend gemaakt. Het makelaarsbelang weegt zwaarder dan openbaarheid over besteding van publiek geld. De provinciaal voorlichter schrijft nog: 'Succes met je column, zou trouwens leuk zijn als ik daarin lees wat jóúw uurtarief is'. Goed idee. Voor deze column 35 euro per uur. Voor mijn redactie- en presentatiewerk bij Rondom 10 ongeveer 90 euro per uur. Beste Bobo’s van de provincie, maken jullie na deze openhartigheid de uurtarieven van makelaars wél openbaar?
(21 oktober 2009)


DSB-DIRK IN WINDJACK EN HET FLITSKAPITAAL 
De Rabo-torens Hoogmoed en Hebzucht aan de Croeselaan naderen voltooiing. Maandag loop ik het oude Rabo-gebouw ernaast binnen. Nout Wellink overhandigt hier een cheque van 5,8 miljoen euro aan KWF-kankerbestrijding. Afgelopen juni in de sponsortocht Alpe d’Huzes bijeen gereden door geëngageerde wielrenners.

Feestelijke gebeurtenis. In de zaal kijk ik tegen letters ‘DSB’ op een trainingspak aan. De rug van de man op de rij voor mij. DSB? Belangrijk sponsor van dit Nederlandse evenement op de Franse berg. Opgeven is geen optie, lees ik ook op de rug. Hét motto van de strijd tegen kanker.
Wellink ging die ochtend, vanwege DSB, om half zes naar bed. Vertelt hij de zaal. En stond om half zeven op. Ik mijmer weg uit het Rabokantoor. Naar het DSB-stadion in Alkmaar, oktober 2006. FC Utrecht kansloos tegen AZ: 5-1. Die natte herfstmiddag zit ik naast Dirk. Verlegen, jongensachtige blik. Wissel wat woorden hem. Scheringa draagt over zijn modale bankierskostuum een windjack. Onelegante schoenen. Als een kind zo blij met de uitgereikte AZ-waaier. Moedigt aan. Omhelst spelers en trainer Louis van Gaal. Dirk neemt mij voor zich in. Ook al weet ik dat hij het grote geldspel voluit meespeelt.
Van Dirk mijmer ik naar Pieter Lakeman. Ook een man die zijn windjack over zijn kostuum draagt. Net zo’n jongensachtig blijvende man. Ik kijk naar Wellink. Hij vindt dat voor Scheringa opgeven de enige optie is. Hoor Wellinks gewichtige dictie. Dezelfde toon waarmee hij ’s ochtends zijn straatje schoon veegde. Plots komt de beeltenis van een andere pain in the ass van de financiële elite mij voor ogen. Stadgenoot Dion Bartels. Vastberaden bestrijder van volksmisleiders. VVD-er. Wil gehakt maken van Linschoten, Nijpels, de Grave en Zalm. Ook een windjackdrager-over-kostuum?

Waarom kan ik me toch maar niet concentreren op waar ik ben? Hoor de zoete woorden van Rabo-directeur Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Ruud Nijs. Vertrouw het niet. Denk aan de 600 miljoen die klanten bij DSB weghaalden. Voor een deel bij Rabo terecht gekomen. Nieuw geld om in te zetten in de perverse wereld van het internationale flitskapitaal. Opgeven was de enige optie voor Dirk-in-het-windjack.
(14 oktober 2009)


ZOON JOSHUA EN HET WONDER VAN VADER SISAY
Peuter Joshua werd vorige week één. Gisteravond was ik bij zijn vader Sisay op bezoek. Niet in de sloopwoning in Ondiep waar ik Sisay laatst opzocht. In Tuinwijk. Waar ook Joshua’s moeder en dochter Tyon (3) wonen. Sisay Tezazu is de uitgeprocedeerde, illegale, Eritrese Ethiopiër die ik een maand geleden ontmoette. In het theehuis van de Dom, voorafgaand aan de Nacht van de Vervanging. Een actie voor illegale, kansloze asielzoekers. Opdat ze niet mogen gaan zwerven. Ik schreef twee keer over hem.

Sisay Tezazu was dus een illegaal. WAS? Vorige week voltrok zich een klein wonder rond deze verlegen, sympathieke rastaman uit Ethiopië, kind uit een gemengd Eritrees-Amhaars huwelijk. In het Oost-Groningse Ter Apel hoorde hij van de Immigratie-NaturalisatieDienst dat hij niet langer illegaal is. Hij is nu erkend vluchteling! Na zes jaar, drie maanden, 22 dagen. Sisay lepelde het moeiteloos voor me op. Bij nader inzien stelde de IND vast dat vluchteling Sisay niet door Ethiopië geaccepteerd wordt. En in Eritrea gevaar loopt.
Toen ik hoorde dat Sisay mag blijven, maakte mijn hart een sprongetje. Probeerde hem te bereiken. Bracht mijn dierbaren van het goede nieuws op de hoogte. Alsof ook ík een beetje gelegaliseerd was. Terwijl ik niet bij de groep Nederlanders hoor die vindt dat de grenzen maar zo wagenwijd mogelijk moeten worden open gezet. Zodra je een persoonlijke band met iemand krijgt, gaat zijn lot ook jou aan. Zo verging het mij dus ook.
En nu lag zoon Joshua op de schoot van vader Sisay (33). En keek met zijn grote, bruine ogen het bezoek nieuwsgierig aan. Terwijl papa vertelde. 'Toen de vrouw van de IND mij zei: ‘Gefeliciteerd, je kunt in Holland wonen’, hoorde ik het woord gefeliciteerd, maar ik vertrouwde het niet. Ze maakt een vergissing, dacht ik. Ook daarna kon ik niet blij zijn. Want in Ter Apel zie je veel onzekere mensen lijden onder een toekomstloos leven.'

Nederlands spreekt Sisay, na zes jaar illegaliteit, nauwelijks. Het worden drukke tijden voor deze relaxte man die de Oost-Afrikaanse traditie, qat kauwen, gaarne in ere houdt. Taal leren, inburgeren, huis en werk zoeken. Het echte leven in ons land begint. 
(7 oktober 2009)


JOS UIT ZUILEN WAARSCHUWT TEGEN ZUIPEN
Dertig lege jeneverflessen. Op de garagedaken rond zijn ouderlijk huis in De Meern. Daar lag de emballage van vier dagen drinken. Jos kon er wat van, toen zijn ouders met vakantie waren, zo’n twaalf jaar geleden. Jos? Die kon een fles port aan zijn mond zetten en ‘m in één teug leeg drinken. Hij kan het nóg. Hij spreekt zelf in eufemistische taal. Verzachtende verkleinwoorden. 'Ik heb een paar goeie neuten genomen en dan tel ik ze niet.' En: 'Ik heb vijf, zes biertjes gedronken. Af en toe een kopstootje tussendoor.'

Vorig jaar zomer nam Jos uit de Sint Ludgerusstraat contact met mij op. Op een warme zomeravond was ik bij hem. Van zijn Zuilense huisje bracht ik hem naar Juliana-Oord, kliniek voor neuropsychiatrie en alcoholverslaving, in Laren. Hij is een van de 8000 Korsakov-patienten in Nederland.
Ik schreef op deze plek over Jos. Ontving dit jaar zo’n tweehonderd mailtjes van hem. Hij schreef me dat hij weg wilde uit Juliana-Oord. Dat hij zelfbeschikkingsrecht had. Dat hij op Curacao als intensive care-verpleegkundige aan het werk wilde. Dat hij naar zijn huisje in Zuilen wilde. Dat ie schoon genoeg had van niks doen. En wéér over dat zelfbeschikkingsrecht. 'Misschien vlucht ik toch maar het daklozencircuit in', las ik. Hij nam een paar keer de benen. En werd beneveld teruggebracht naar Juliana-Oord. Nu zoeken de case manager, de psychiater en de verpleegkundige een plek in een Beschermd Wonen-project. Maar Jos heeft geen ziektebesef. Jos heeft geheugenverlies. En soms ook niet. Legde mij gisteren haarfijn uit dat het syndroom van Korsakov in 1852 voor het eerst beschreven werd. Jos waarschuwt jonge en oude mensen. Comazuipen? Doe het nooit! Als Jos de ruimte krijgt, zuipt hij tot hij niet meer op zijn benen kan staan.

Jos: liefdevol vader van twee kinderen, ooit talentvol verpleegkundige in het Antonius en het AZU, speels kind van De Meern. Vrijdag wordt hij vijftig. En aanstaande zondag kunt u zijn verhaal horen en zien. KRO/RKK’s Kruispunt is op Nederland 2 (22.40 uur) helemaal aan Jos gewijd. Titel van de Kruispunt-reportage: ’Niet meer weten dat je niet meer weet’.
(30 september 2009)


ER HOLT EEN SEKSIST LANGS DE SINGELS
Je rent het heerlijkst met requiems op de earphones. De man die het mij zei, was in training voor de New York-marathon. Verdi, Fauré, Bach. Als het maar rust geeft en tranen trekt. En dan maar hollen. Zal ik aanstaande zondag met requiem-muziek experimenteren? Met zesduizend anderen hol ik langs de singels. De 59e aflevering van de Singelloop. Bach wellicht? Die past perfect in herfstzon en herfstgeur. Mit tränen nieder?

Het beste van de stad, die Singelloop! Vorig jaar deed ik een uur en wat seconden over de tien kilometer. In welke loopstijl? Eén die om te huilen is. Ik ben en blijf een lelijke atleet. Hobbelend ploeter ik langs de singels. Daar zal ook Verdi niets aan veranderen. Zal ik beschimpt worden om die lelijke stijl? Uitgelachen om mijn neiging tot vetzucht? Wat ik zelf love handles noem, zijn volgens anderen vetkwabben.
Na de Utrecht Marathon in april beschouwde ik op deze plek de hardlopende vrouwelijke medemens. Onder de kop ‘Hardlopen is slecht voor mooie borsten’ betoogde ik dat vrouwen die veel hardlopen over minder vetweefsel in hun borsten beschikken. En dat leidt tot een bescheidener borstomvang. Wat ik jammer vind. Nou, dat was vloeken in de kerk der blije lopers. De bekende Utrechtse looptrainer Aart Stigter ging in de nieuwsbrief van zijn loopgroep in op mijn stukje. Een ‘seksistische’ observatie. Volgens Stigter. Ik zou hardlopende dames hun ‘gevoel van vrijheid’ afnemen. En waar ik opdoem ‘bedenk je je als vrouw wel twee keer voordat je in je topje aan de start verschijnt’, aldus de looptrainer.

Dames van Utrecht! Deze seksist holt aanstaande zondag opnieuw een slechte tijd. In een lelijke stijl. En blijft erbij dat weinig lopende vrouwen mét stevige, ronde borsten ook in onze prachtstad te prefereren zijn boven veel lopende vrouwen zónder borsten. De Schepper heeft de vrouw toch niet voor niets met deze prachtige kenmerken uitgerust. Vindt u mijn inzicht schandalig? En ziet u mij zondag lopen? Beschimp mij om mijn love handles. Scheld mij uit als seksist. Mee eens? Roep mij toe: Leve de voorgevel. Borsten vooruit. 
(23 september 2009)


MET SISAY IN EEN ILLEGAAL, FOUT BOOTJE
Vorige week schreef ik over Sisay Jouhannes Tezazu uit Ethiopië. Dinsdagavond 8 september at ik met hem in het Theehuis van de Dom. Tijdens de Nacht van de Vervanging was hij mijn gast voor één nacht. Toen ik mijn stukje die avond om acht uur verstuurde, stonden Sisay en ik op het punt te gaan varen. In ons piepkleine houten kajuitbootje. De Trabant, gebouwd in 1962 in Oost Berlijn -wat je noemt een ‘fout’ bootje-, ligt aan de singel. Het werd een heerlijk tochtje op de laatste zachte zomeravond van het jaar. De panden van de Twijnstraat, de bomen van de Tolsteegsingel, de lantaarns. Ze weerspiegelden in het vlakke water. Onder het zachte motorgeluid vertelde ik Sisay over onze stad. Over het Oudegracht Operaconcert van Anthony Heidweiller ('daar moet je zondag heen'). En dat je van deze stad gaat houden. We legden aan bij de Wittevrouwenbrug. Dronken een koffie en een cola op het terrasje van De Potdeksel. Ik luisterde naar de verlegen Sisay. 'Aan hoe mensen reageren op mijn verhaal ben ik gaan zien hoe verdrietig dat verhaal eigenlijk is.'

Vluchteling Sisay woont in Ondiep. Zonder status. Van de Noodopvang -een gemeentelijke voorziening- kreeg hij onderdak. En 50 euro per week. Hij moet terug naar Ethiopië, maar het land wil hem niet opnemen. Hij werkt mee aan zijn eigen uitzetting, om niet in vreemdelingenbewaring te worden geplaatst. Een rechter was verbaasd. 'Hoe kun je dat nou doen als je twee jonge kinderen hier hebt'. Een enorm dilemma. Het laatste wat hij wil is weg van Tyon (3) en Joshua (1 jaar) in Utrecht. Vandaag reist Sisay naar Ter Apel. Vijf dagen lang duurt daar nader onderzoek.

We bereikten de Bemuurde Weerd. Of iedereen zijn bootje mocht neerleggen in de stad, vroeg mijn gast langs zijn neus weg. Ik wees hem op de cartoon aan de kademuur: ‘Zonder geldig vignet… pech, slepen wij het bootje weg’. Ik legde uit dat je vijf jaar moet wachten op een vergunning. Daarom vind ik illegaal mijn aanlegplekje. Daar moest de man - zonder status - hartelijk om lachen.
De volgende dag zat er weer een streng briefje van de Havendienst op ons bootje geplakt. ‘Laatste waarschuwing’, las ik. De ene illegaliteit is de andere niet.
(16 september 2009)


ETHIOPISCHE ASIELZOEKER OP ZOLDER
Een uitnodiging in de mailbox. Of ik zou willen meewerken aan de Nacht van de Vervanging? Wil ik als ‘bekende Utrechter’ één nacht, één uitgeprocedeerde asielzoeker onderdak geven? Een piepkleine, bijna symbolische daad van gastvrijheid dus… En dan dat ‘bekende Utrechter’…, zo ongeveer het laatste circuit waar ik bij wil horen. Maar ging ik niet op de uitnodiging in, dan onthield ik mezelf een gebeurtenis met een politiek tintje. Want de regering wil opvang van uitgeprocedeerden na 1 januari 2010 verbieden. Als ik ‘ja’ zou zeggen zou ik bovendien het verhaal van een verre vreemdeling horen. En zou onze stad door zijn of haar ogen kunnen zien.

Als u dit leest, zit ik met hem aan het ontbijt. Met Sisay Jouhannes Tezazu. Uit Addis Abeba, Ethiopië. Sisay Jouhannes wordt vandaag 33. Een kind uit een gemengde Liefde. Vader Eritrees. Moeder Amhaars (een grote, Ethiopische stam). Racisme is overal: hij kreeg in Ethiopië problemen vanwege zijn gemengde afkomst. Kwam in 2003 naar Nederland. Ná de Generaal Pardon regeling dus. Sisay Jouhannes is een kansloze uitgeprocedeerde asielzoeker. Moest worden uitgezet. Wat niet lukte. Ethiopië wilde hem niet hebben. Hij zwierf door de Domstad. Kreeg hier twee kinderen. Woonde een tijdje met de Nederlandse moeder van die kinderen. Zat een half jaar in vreemdelingendetentie. Woont nu met een Somaliër in een sloopwoning in Ondiep. Voor dat laatste zorgde de Noodopvang, een door de gemeente gefinancierde voorziening. Die moet voorkomen dat mensen als Sisay gaan zwerven.

Gisterenavond ontmoetten wij elkaar in het Theehuis van de Domkerk. Met veertig mensen aan de maaltijd. Een verlegen rasta die vooraf tegen de organiserende actiegroep zei: ’Moet ik daar nou echt blijven slapen?’. Als ik dit stukje om acht uur gisterenavond -aan het eind van de maaltijd- inlever, heb ik hem nog niet gezegd dat hij heus niet met mij in één bed hoeft. Op zolder heb ik een logeerkamer waar vroeger één van de kinderen sliep. Straks nodig ik hem op deze schitterende nazomeravond uit op mijn bootje. Als junks daar niet opnieuw het benzinetankje uit hebben geroofd, gaan we een stukkie varen.
(9 september 2009)


EN WIE NIET SPRINGT, DIE IS EEN JOOD
De FC bovenaan! Virtueel weliswaar, want FC Utrecht heeft een wedstrijd minder gespeeld. Maar toch. Eén verliespunt minder dan koploper AZ! Dit seizoen heb ik, voor het eerst in zeven jaar, geen seizoenkaart.

Dan maar een los kaartje gekocht. Zaterdag zat ik op de Bunnikside. De afgelopen veertig jaar leerde ik de haatrituelen van de voetbalwereld begrijpen. En verzucht periodiek tegen niet-stadionbezoekers: 'De ondergang van de beschaving is in de stadions al begonnen. Maar maak je niet té veel zorgen'. Galgenwaard is niet anders dan White Hart Lane van Tottenham Hotspur. Twee weken geleden zag ik daar Liverpool met 2-1 verliezen. Liverpool, mét Dirk Kuyt. Van wie ik me realiseerde dat hij al zes jaar uit Galgenwaard weg is. Terwijl ik juist voor zo’n prachtvoetballer als Dirk… ach … dromen. Op White Hart Lane in Noord-Londen hoorde ik herhaaldelijk langgerekt ‘Yid’ (spreek uit: jied) scanderen. En vroeg mijn Pakistaanse buurman op de tribune wat er werd geroepen. 'Yid', legde hij uit. Jid. Jood. 'Wij bedoelen dat wij de Joden zijn. Maar ik begrijp het zelf ook niet'. Zaterdag dus de Bunnikside. Bezocht het supportershome. Een enorme donkere ruimte achter de tribune waar, verbazingwekkend, bier en sterke drank werden geschonken. Raakte er aan de praat met een vriendelijke supporter.
Kreeg van een boom van een kerel met een kaal hoofd die mij enthousiast beetpakte, te horen: 'Hooligans zitten in Amsterdam en Rotterdam, niet hier'. Ik verbaasde mij prettig over een pamfletje dat mij in de hand werd gedrukt. Een oproep om oud-FC Utrecht-speler Henny van Schoonhoven toe te zingen. Want Henny, slechts 39 jaar, lijdt aan kanker. En las: 'Denk daarom voortaan goed na voordat je dit woord (kanker) gebruikt om je onvrede te uiten'.

Spreekkoren met ‘kanker’ bleven achterwege. Henny werd hartverwarmend toegezongen. Waarna een deel van de Bunnikside zich aan de gebruikelijke rituelen wijdde. Duizenden Bunniksiders springend en zingend op het bekende ritme: 'En wie niet spri-i-ingt, die is een Jóóód'. Ook supporters van de bezoekers, Sparta, hupten mee. Haat tegen Ajax bindt. Intussen keuvelde ik met een vriendelijke Bunniksider. Die het zo bijzonder vond dat een ouwe journalist als ik deze tribune bezocht. 
(2 september 2009)


NAMING AND SHAMING BIJ DE GRIMBARIANS
Zag u het, vanaf de Noordzee, ooit dag worden boven Nederland? Ik niet. Tot vorige week donderdagochtend. Om zes uur stonden wij op het dek van de Stena Hollandica. Donker en heiig. In het uur erna beleefden we de sensatie. De koperen ploert maakte zich traag los van de Maasvlakte en de onscherpe duinenrij bij Hoek van Holland. Of kon ik die duinenrij nog niet zien? En fantaseerde ik die erbij? Bij het pracht land vlak áchter die duinen?

Vroeger was ik altijd blij in Nederland terug te keren. Na twee politieke moorden en ander ongemak heb ik bij mijn land nu gemengde gevoelens. Ben niet alleen maar trots dat ik dit land mijn vaderland mag noemen. Wat deed ik in Engeland? Ik zong met 85.000 mensen in Wembley ‘In the name of love’ mee. Dat kreeg Bono’s U2 goed voor elkaar. Kippenvel. We waren bij twee voetbalwedstrijden. Eentje met Dirk Kuijt. Kuijt, al weer zes jaar uit Galgenwaard weg… We verzeilden in Grimsby, een kuststadje in Lincolnshire. De bewoners heten Grimbarians. Met een spottend knipoogje naar Barbarians. Ze gaan er op geheel eigen wijze misdrijven te lijf. Zo startte de plaatselijke krant Grimsby Telegraph vorige week een Naming and Shaming-campagne tegen dronken automobilisten. Op de voorpagina vijf foto’s en namen van jonge dronkenlappen, allen door de rechter schuldig bevonden. Ook hun woonstraat wordt gemeld. Een goed Grimbaars initiatief waardoor jonge mensen het wel uit hun hoofd zullen laten met drank op achter het stuur te kruipen? Een ideetje voor de geëngageerde krant die u nu leest? Ik roep de gedachte op, maar ben er niet uit.

En is dat Benoemen en Laten Schamen -een betere vertaling heb ik niet- bruikbaar om ook dronken en doorgesnoven geweldplegers in het land achter de duinenrij aan de paal te nagelen? Daarmee potentiële geweldplegers afschrikkend? Ik denk aan Jonas Melsert, deze maand een jaar geleden op de Neude in elkaar geslagen. Bel Jonas. En hoor dat het hem relatief goed gaat. Maar hoor ook over zijn epilepsie.
Schuldig bevonden? Met naam en toenaam op de voorpagina van AD/Utrechts Nieuwsblad! Zou het dronken hufters afschrikken?
(26 augustus 2009)


MISDIENAAR VERLAAT CATHARIJNECONVENT 
Op een zomerse zondagavond reed ik door het Groene Hart. Van Woerden richting Boskoop. Op de autoradio KRO’s Kruispunt. Ik hoorde een stem die mij over bevlogen radiostemmen deed mijmeren. Over de prachtstem van Hugo van Krieken bijvoorbeeld die ons twee weken geleden zo tragisch ontviel. Hugo had een schitterend nachtprogramma. Van twee tot zes uur ‘Over de Schutting’, wereldmuziek.

Maar waar deden dít stemgeluid en zijn verhaal aan denken? Dit móést een oude misdienaar zijn. De stem op deze zachte zondagavond was van Casper Staal. Ik ken Casper niet. Tot vorige maand was hij meer dan dertig jaar conservator van Museum Catharijneconvent. Een man wiens rijke, roomse jeugd zich in dezelfde binnenstadbuurt afspeelde. Hij verhaalde over pontificale Hoogmissen in de Catharinakathedraal. Over de 11e eeuwse Buurkerk waar een bakkerij, kazerne en paardenstal zaten. Over hoe blij hij is dat de Willibrordkerk níét gesloopt werd. Terwijl in de jaren zeventig neo-gothische kerken van rond 1900 als nep werden beschouwd. Over ‘zijn’ Napolitaanse kerststal. Wat een leuke, enthousiaste, tikkeltje nichterige, bevlogen prater met enorme kennis en humor is die Casper. Dacht ik als luisteraar. En wilde het héle Kruispunt horen. Bleef, op de plaats van bestemming, in de auto zitten. Hij verhaalde over modeshows van kerkelijke kleding. En de symbolische betekenis van al die kazuifels en superplies. Bedoelde Staal dat die katholieke kerk ook een beetje circus is? Ik hoorde hoe hij voor de tentoonstelling Pauselijke Pracht en Praal uit 2003 mocht grasduinen in de Vaticaanse sacristieën rond de Sixtijnse kapel. Hij vertelde over ‘Bedevaarten in Nederland’, een andere tentoonstelling. Over de volksdevotie in de 17e en 18e eeuw, de behoefte van gewone mensen om met kaarsen, kandelaars, kruizen en vaandels -verboden- bedevaarten te houden.

Roomsch in Alles is een motto dat goed bij Casper past. Ook het bijbehorende relativeringsvermogen bezit hij. Ach, dat die kerken zo leeg zijn, baart hem geen zorgen. Is het niet immers de Heilige Geest waarin je moet geloven? Heb dus vertrouwen dat het goed komt. Het was een heerlijk autoritje. Mede dankzij Casper Staal.
(19 augustus 2009)


ZOMER VAN DE DOMSTADS-ELITE
'Een opstand van de elite is hard nodig.' Woorden van minister Ter Horst, begin juli, tegen Vrij Nederland. 'Ik vestig mijn hoop op weldenkende en wellevende mensen die zich realiseren dat het belangrijk is dat er autoriteiten zijn en dat die in principe het vertrouwen van de bevolking verdienen.' De Utrechtse elite trok zich de oproep aan. Twaalf vooraanstaande, weldenkende en wellevende stadgenoten namen plaats in de Utrecht Development Board. Deze instelling moet door ‘verbinden, versnellen en verzilveren’ Utrecht opstoten in de vaart der volkeren. Voorzitter van de Board is Trude Maas. Ook een andere autoriteit in onze zomerse prachtstad, de burgemeester, roerde zich. Ophef over declaraties? Overdreven. Journalisten denken, volgens Aleid Wolfsen: het kan toch niet waar zijn dat een burgemeester netjes werkt. Hij zei, oprecht en zelfbewust, het vertrouwen van de bevolking te verdienen.

Ik mag ze wel, integere mensen als Maas en Wolfsen. Ze hebben het goede met onze stad voor. Ze doen hun gewetensvolle best voor ons, burgers. Zíj maken de wereld een stukje beter. Dus, mensen - is hun gedachte - zeur niet over een declaratie voor een Broadway musical-ticket. Doe niet zo moeilijk! Wat vind ík van die opvattingen van de stadselite? Ik mag de bevlogenheid van de Trude’s en Aleids wel. Misschien omdat ik zelf ook zo ben. Aan de andere kant… Trude Maas (PvdA-1e kamerlid) was toch ABN/Amro-commissaris toen de financiële elite daar zijn zakken vulde en de wereld in een diepe depressie stortte? Trude zweeg. En Trude Maas werkt toch bij de Hay Group in Zeist? Dé instelling die becijfert hoe woningbouwverenigingen hun managers mega-salarissen kunnen betalen? Als Trude uit hetzelfde hout gesneden is als Aleid, staat ze nu verontwaardigd op. Hoe deze stukjesschrijver het waagt, bij zóveel goede bedoelingen, een kritisch vraagteken te plaatsen.

De inzet van dit weldenkende, wellevende duo siert hen. Maar hebben ze door wat er onder gewone Utrechters, de niet-elite, leeft? Ik waag het te betwijfelen. De Utrechtse burgers zijn, ook deze zomer, met andere dingen bezig dan verbinden, versnellen en verzilveren
(12 augustus 2009)


DIANE WIL 7,50 VOOR DE NACHTOPVANG
Na middernacht liepen we City/the Movies uit. Vol van het onbegrijpelijke plot van de thriller State of Play… Zomers warm was het nog. Toen werden we aangesproken door een vriendelijke jonge vrouw. Bril, spijkerjasje. Straatnieuws onder de arm.

‘Ik heb 1 euro. De nachtopvang kost 7,50. Heeft u een bijdrage?’ Ik keek de vrouw in de ogen. Open, onbeschaamd stonden ze. Viste een handje kleingeld uit mijn broekzak. Overhandigde haar 2 euro. Bedacht me. En zei: ‘Maar met 3 euro red je het nog niet’. Gaf 2 euro extra. ‘Dan hoef je nog maar 2,50 op te halen.’ ‘Dank u wel’, zei ze. We fietsten richting Wittevrouwenbrug. Uit mijn ooghoek zag ik de vrouw daar opnieuw bedelen. Gek, dat ze deze kant op ging. Zit die nachtopvang dan niet langer aan het Jansveld?
Hoe zou dit verder gaan? De vrouw in het spijkerjasje liep de Wittevrouwensingel op, richting Griftpark. Ik dacht in een flits: gaat die 4 euro naar de hasjboot? Op afstand volgden wij haar tot bij het Griftpark, waar we haar passeerden. Toen wij halt hielden, was zij mij voor: ‘Ik heb geld voor de nachtopvang nodig. 7,50. Heeft u een bijdrage?’ ‘Tien minuten geleden gaf ik je 4 euro. Vergeten?’ ‘Oh, sorry, dat is waar ook.’ Ik stelde me voor. Ze heette Diane. Waar haar nachtopvang zich bevond? Bij het Leger des Heils in Hoograven. ‘Tegenover het politiebureau’, zei ze trefzeker. ‘Dan loop je de verkeerde kant op’, kaatste ik. ‘Ik ga eerst even bij een vriend langs.’ ‘Blijf je daar dan niet slapen?’ Nee, dat kon niet. ‘Gek. Je krijgt 4 euro en gaat niet naar de nachtopvang.’ Maar niet beschaamd dat ze betrapt was op tegenstrijdigheden, zei ze: ‘Ik lieg niet’.

‘Daar hou ik het maar op’, zei ik haar, ‘weltrusten’. Wij fietsten huiswaarts. Welk gevoel resteert? Ik voel me niet belazerd. Was het waarheid of leugen? Was Diane in de war of niet? Heeft ze geld genoeg? Of niet. Hasj of niet. Het deed er niet toe. Zij heeft 4 euro. Ik 4 euro minder. Wat ik after all hoop? Dat Diane, net als ik, de humor van deze bizarre ontmoeting ziet. Ik hou wel van een beetje krankzinnigheid. U ook?
(5 augustus 2009)


AFORISMEN EN ZOMERJURKJES IN VEEMARKT
De man in het ruiten overhemd, op het blauwe, plastic stoeltje, knikkebolde. Zijn ogen, achter dikke brillenglazen, vielen dicht. En heropenden zich. Hij nam een slokje van zijn blikje bier. Je rook hier de frituur van de Vietnamese loempia’s aan de overkant. In een hal met historie. De man in het ruiten overhemd stond op, liep naar zijn kraam, en begon in te pakken. Het liep tegen vieren. Alle Droste Cacao-blikken, glaswerk en Chinese vazen -zorgvuldig in krantenpapier- terug in de Dole bananendozen. Daarna op het steekwagentje naar de Renault ‘bestel’. Ook het porseleinen Henkes jeneverkruikje zou weer mee naar huis.

Ik genoot op deze zomerse zondagmiddag. Van de geurtjes. Van de karakters. En de verzamelingen. Vond een ansicht van het Haagse Regentesseplein uit 1901, vlakbij mijn geboortehuis. Daar had ik graag vijf euro voor over. Een cd van de door mij bewonderde kunstenaar Gied Jaspars. Tien mijmeringen uit ‘Ontmoetingen in de natuur’. Zou hier dat schitterende, droefgeestige verhaal Aardbeien op staan? Mijn lief gezelschap vond een zomerjurkje, rood met witte balletjes. Vier euro. Een fotoboek. De Hollandse natuur -zwart/wit!- uit 1947. Een piepklein boekje aforismen van Jan Greshoff. Wilt u er eentje? Ontrouw is onafscheidelijk van het verschijnsel leven. Ook, neen voorál: ontrouw aan zichzelf. Liet een art déco-lampje liggen. Zocht niet naar Sam Cooke-singletjes. Hoorde twee meiden een porseleinen schenkkan aanschaffen. De verkoper: ‘Meiden, als je hier ranja in gooit, ga je helemaal uit je bol.’

De Veemarkthal. Moet gesloopt. Vooruitgang! Nieuwe huizen! Weg met die autohandel. Weg met de Vlooienmarkten, Bromfietsbeurzen en Hondenshows. Nooit meer leraren in actie. Bizarre truckersevenementen? De paardenmarkt op maandag? Weg! Alles moet plat-geprojectontwikkeld worden. Omhoog in de vaart der volken moet deze stad. Bij de vooruitgang passen geen tinnen serviezen, antiek bestek en speldjesverzamelingen. Hee, wat lag daar? Een zilveren lepeltje van het Utrechts Buitencentrum in Oldebroek! De man van het ruiten overhemd had alle Dole-dozen in de auto gezet. Het werd stiller in de hal.
(29 juli 2009)


HET VERSCHIL TUSSEN TEUN EN USAIN
Een Zuilense jongen sprintte vrijdag in Parijs de 100 meter. In het Stade de France. 400 dollar startgeld! Teun Kruijff (25) liep bij de prestigieuze Golden League-atletiekwedstrijden 13.44 seconde. Olympisch kampioen Usain Bolt -110.000 dollar- snelde er voor 50.000 toeschouwers even later naar 9.79 sec. Verschil tussen Teun en Usain? Één been.

Eind januari werd wielrenner Teun -woonde eerder in Oudwijk en Tuindorp- overgehaald aan atletiek te beginnen. Onder zijn beenprothese werd een lepelvormige veer gemonteerd. In april trainde hij voor het eerst bij atletiekvereniging U-Track. Eind mei werd hij tweede op de 100 meter tijdens het NK Atletiek voor gehandicapten. En met zijn persoonlijk record (13.22 sec.) maakte hij de derde tijd ooit in zijn categorie. En nu wil de Wielrenunie Teun wellicht meenemen naar het WK voor gehandicapten in Italië! Zijn dilemma: verder als wielrenner of als atleet?
Teuns rechteronderbeen werd een halfjaar na zijn geboorte geamputeerd. Een foutje in de groei tijdens de zwangerschap. Een man die niet lijkt te lijden onder zijn handicap. Snelle tong. Veel lachen. Jarenlang ploeteren om protheses passend te krijgen. Leren leven met ontstekingen en blaren van de stomp. Het voortdurend afstellen en corrigeren van de prothese werd zijn tweede natuur. Teun telt zijn zegeningen. Nooit last van fantoompijn. Zoals gehandicapten met een amputatie op latere leeftijd hebben.

Hij stond al in de Volkskrant-sportrubriek Het Nieuwe Schavot. Met het paralympische fenomeen Oscar Pistorius -twee beenprotheses- op één foto. Als een topsporter legt hij mij uit dat hij nog progressie kan boeken. 'Ik heb een lelijke stijl. En moet enorm trainen om het optimale uit die veer te halen. Mijn doel is: onder de 12.5 seconde.' Een stormachtig voorjaar van een paralympische atleet. Het mooiste aan dit verhaal? Terwijl zijn sportcarrière opbloeide, bloeide ook de liefde op. Want wie haalde hem over atletiek te gaan doen? Annette Roozen, tijdens de Paralympics in Peking twee keer zilver (verspringen en 100 meter). En met wie kreeg Teun dit voorjaar een relatie? Met Annette Roozen.
(23 juli 2009)


ONDERNEMER PESTEN IN DE DOMSTAD
Vorige week schreef ik over het rustige terrasje van restaurant de Goedheyd. Aan de Hamburgerstraat. Door de gemeente Utrecht verboden. Terwijl aan de overkant honderdtwintig terrasstoeltjes van restaurant De Rechtbank wél zijn toegestaan.

Van burgemeester Wolfsen ontving ik een beschaafde brief. Hij houdt voet bij stuk. Want de gemeenteraad wil het zo! Mijn oproep: Kom op, gemeenteraad, doe hier iets aan!
Maar ik wil het hier verder over Aleid Wolfsens keurige intenties hebben. Hij excuseert zich namelijk voor de toon die de gemeente richting de Goedheyd aansloeg. Die komt 'wellicht wat kil over'. 'En', schrijft Wolfsen, 'uit de tekst had iets meer begrip kunnen doorklinken'.
Moet die excuserende toon van de burgmeester -tactisch!- de spijkerharde opstelling vergoeilijken? Is het in stand houden van een meedogenloos Utrechts ambtenarenapparaat een groter doel dan redelijke bejegening van kleine ondernemers? Of is de toon van de gemeente welgemeend? Ik kom niet zo maar op deze vragen. Op 27 februari vorig jaar schreef ik over de Utrechtse Directeur Stadsontwikkeling, Guido Van den Boorn (‘begeleidt de implementatie van verbeteringsprocessen’). Hij legde bloemenman Nico van der Ven van de Blauwkapelseweg een boete van 5000 euro op. Omdat Nico het gewaagd had een zondags bloemetje te verkopen. Waar zijn grootvader en vader dat al veertig jaar -ook op zondag- op dezelfde plek deden. De inmiddels vertrokken Van den Boorn kreeg voor zijn pesterijen van kleine ondernemers een mega-honorarium: bijna 2000 euro per dag, totaal meer dan 300.000 euro in negen maanden. Na mijn stukje ontving ik een nietszeggende, horkerige reactie van de Directeur Stadsontwikkeling. Geen woord van excuus. Aleid Wolfsen -krap zeven weken in functie- zweeg. Oud-burgemeester Brouwer, onder wier bewind Van den Boorn werd aangesteld en de boete oplegde, reageerde niet.

Met Wolfsens briefje van deze week toont de gemeente nu een menselijker gezicht. Alhoewel... Meer dan honderdvijftig communicatiemedewerkers van Aleid hadden sinds februari 2008 niet de moed hem te adviseren Nico van der Ven excuus aan te bieden. Terwijl vele supermarkten in de stad op zondag open zijn. En bloemen verkopen!
(15 juli 2009)


GEEN BELLOTA PATA NEGRA OP HET TERRAS?
Ik verdiepte me in de menukaart van restaurant de Goedheyd aan de Hamburgerstraat. Terwijl de platanen gesnoeid werden. Crèmesoep van gepofte knoflook zou ik hier kunnen nuttigen. Of een Etagère van zacht gegaard kalfsvlees en Bellota Pata Negra. Ik mijmerde over Gazpacho en dessertwijnen…. en verdwaalde uiteindelijk in het Ontwikkelingskader Horeca en het Terrassenreglement. Een typisch geval van ‘ondernemertje pesten’ op het spoor.

Ik mag hier niet buiten eten! En het terrasje van de Goedheyd mag niet meedingen naar de Terrassentrofee 2009 van deze krant. Als het aan de gemeente ligt. Het terrasje is verboden. Terwijl de halve Neude ver-terrast is. Het Ledig Erf overvol. Voor De Rechtbank plek is voor 120. En bij de Winkel van Sinkel de stoelen de Oudegracht op drijven. Heerlijk. Deze stad verwerft de terras-allure van Rome. Maar niet bij het rustige restaurant de Goedheyd van Jorn Klarenbeek (30) en Dustin Pardoen (25). Met hart en ziel werken zij aan een ‘losse ambiance’ en een mooie ‘prijs-kwaliteit verhouding’. Daarbij hoort hun smalle, piepkleine binnenstadterrasje.

Ik verdiep mij in de procedure. Laat de kille, juridisch behendige, formuleringen tot mij doordringen. Lees hoe slordig de gemeente Utrecht is. En dat de Bestuurs- en concerndienst niet ingaat op het argument dat dit terrasje voetgangers níét hindert. Ik proef de ambtelijke willekeur. En word, als niet belanghebbende, al getart. Laat staan de kleine ondernemer. Zo niet Jorn en Dustin. Rustig, beheerst en gedistingeerd dragen zij hun lot. Moeilijk is het. In mei en juni twintig procent minder omzet dan vorig jaar mét terras. Klanten die de afgelopen weken buiten wilden eten, vertrokken naar elders. "De gemeente denkt niet mee met ondernemers", verzuchten ze.
Op het schriftelijke besluit met het verbod –namens de burgemeester- ontbreekt de handtekening. Gek! Zou deze beslissing rechtsgeldig zijn? En zou burgemeester Wolfsen echt achter de verwijdering van dit piepkleine terrasje staan? Jorn en Dustin willen de burgemeester graag uitleggen dat hun terrasje geen overlast geeft. Ze nodigen Aleid Wolfsen hierbij uit te komen eten in de Goedheyd.
(7 juli 2009)


OPGEWEKT LAPTE JOHAN DE RAMEN
Hilversum 3 bestond nog niet. Toen Johan Engelberts (14) voor het eerst de ladder beklom. Ieder zong nog zijn eigen lied. Of, zoals Johan, floot. Effe wat klanken. Que sera, sera. Het jochie uit de Krijtstraat -toen die beruchte straat nog ‘Krijtjacht’ heette en Wittevrouwen een arbeiderswijk was- begon in 1954 als glazenwasser. Uit een gezin van elf. Aan deze kerel kleefde die Utrechtse volkse eigenschap -ááltijd kláógen, waor- minder dan aan andere Utrechters.

Toen werd het half twaalf op een zomerse maandagochtend. Aan de Van ’s-Gravesandestraat in Tuinwijk. De dag was heiïg begonnen. Johan lapte de ramen zoals ie dat in de halve stad -en er buiten- meer dan een halve eeuw deed. Hij floot dus. Of zong hij? Zijn favoriete Alles in het leven duurt maar even? En toen hing plots de traumaheli boven het wijk.
Johan moet, staand op de ladder, onwel zijn geworden. Zijn ouwe baas Hans van Essen weet het zeker. 'Ik zag op TV Utrecht Johans ladder staan. De emmer hing er nog aan. Zo’n ervaren glazenwasser als Johan is. Het kan niet anders.' Vlakbij Herman van Veens geboortestraat overleed maandag Johan Engelberts. In het harnas.
Voormalig stationskapper Rob Zorn, een van zijn jeugdvrienden, had hem vorige week nog geknipt. En daarna hadden ze bij Cecilia Beekink, van Café Het Weerbericht op de Biltstraat, nog een biertje gedronken. Één biertje? Nou, vergeet het maar. En Johan Engelberts hield nóóit zijn hand op! 'Hij had een arbeidsverleden dat klinkt als een klok. Geen jongen die in het café zat te wachten alsof het de wachtkamer was.' Zegt een van zijn café-maten. Gaf graag een rondje. Nee, geen over de duinen gewaaide kwal. Dagelijks bij Broodje Martin in Wijk C te vinden. En daarna in Café Het Pierement. Lapte tot tien jaar geleden zelfs met een zware Van Nelle in zijn mondhoek de ramen. Een Utrechts boefie. Maar als mensen krap bij kas zaten, had hij dat feilloos door. Dat kwam later wel…

Johan deed ook mijn ramen. Onder een bakkie koffie vroeg ik hem eens wat nou toch zijn geheim was. Hij oogde altijd zo gezond en blakend. Wat een wonder was met zijn leefstijl. Nee, dát wilde Johan graag tot mysterie houden. 
(30 juni 2009)


KERSENHOUT AAN DE RAND VAN DE STAD
Aan de randen van de stad liggen juweeltjes. Ik loop op de Orinocodreef, bij het industrieterrein. Het oogt er vierkant. Het oogt er…, wat zal ik zeggen, lelijk. Bij het hek van het oude College De Klop hou ik halt. Wat gebeurt er nú achter dat hek? En kom terecht bij Woodstock.

Het is de meubelmakerij van Antoon van der Werf en zijn vrouw Nel Kleijzen. Antoon ontwerpt meubels. Samen met de klant! Daarna maakt hij ze. Of hij restaureert. Nel restaureert net een tachtig jaar oud tuinbankje. Gietijzer. Verrot houtwerk.
Antoon werkte in het onderwijs. 'Tot ik een jongen de klas uit sloeg. Tóén moest ik iets anders gaan doen.' Woodstock startte in een werfkelder. Nu maakt Antoon in Overvecht een notenhouten tafel met een decoratieve ebbenhouten inleg. Of verbouwt een eeuw oud eikenhouten bed tot kast. Álle planken, frontjes en pootjes vinden een plek. En zitten de karakteristieke Parade-terrasstoeltjes dit jaar steviger? Woodstock maakte net 120 stoeltjes en 30 tafeltjes. Van berkenhout. Mét noesten. De houten sokkels in Utrechtse kunstgalerieën? Mdf-hout, bekleed met ultradun kersenhout. Van Woodstock. Hij pakt een 150 jaar oude eikenhouten sécrétaire. Poten los, laatjes kapot, gammel. Restaureren kost 1500 euro. Alles bij Antoon gaat over ambacht, over emotionele waarde, over duurzaamheid. Terwijl hij dat laatste woord niet één keer gebruikt. Pretoogjes. 'Ik heb niets tegen Ikea, maar een mooi garderobekastje van mij gaat vier keer over hun prijs heen.' Meubels werden wegwerpartikelen. Maar meubels zeggen iets over jóú. Betoogt Antoon. Hij houdt van een laatje met zwaluwstaartverbinding. Stevig. Klassiek. Uit de gratie. Legt het verschil tussen vuren- en grenenhout uit (vuren méér noesten). Een sloper die het oude gebouw De Klop met de grond gelijk moet maken, meldt zich. Antoon reageert goedmoedig. 'Waarom geen wrok? Als wij hier weg moeten, ontstaan nieuwe perspectieven.'

De crisis gaat aan Woodstock voorbij. Draaien ze niet quitte in dit prachtvak? Dan gaat hij bejaarden in het busje rijden. Voor de klas zou hij drie keer meer kunnen verdienen. Maar psychisch inkomen compenseert veel. Hij beziet de frezen, beitels, schaven en zagen. Een juweeltje van kersenhout aan de rand van de stad. 
(23 juni 2009)


EEN HEERLIJK TERRASJE IN DE FLATWIJK
Het terrasje van Supervlaai ligt er uitnodigend bij. Een rustige ochtend in de flatwijk. Geen vrouw te zien aan de tafeltjes. Een Somalisch ogende jongen houdt mij staande. Waar de Pearle is? Brillen! Zou zo’n Somalisch gezicht mét bril zijn vriendelijkheid behouden?

Dan wenkt op het terrasje een zwarte man met net zo’n open lach als de Somaliër. Ik schuif aan. Aan het tafeltje ernaast geniet een Marokkaanse man van zijn bakkie. En mengt zich direct in het gesprek. Maar ik wil eerst mijn notenvlaai bestellen. Jamal, de Marokkaanse vlaaien- en koffieverkoper, zegt dat hij alle werk aanpakt. Nu het in zijn oude vak, de makelaardij, slecht gaat. Hij vindt de jonge Marokkanen in de buurt hufterig.
De notenvlaai is fantastisch. Majid, de Marokkaan aan het tafeltje naast het onze, heeft een schoonmaakbedrijf. En last van wanbetalers. Betoogt dat wanbetalers van geleverde schoonmaakdiensten juist Marokkanen uitkiezen voor het niet betalen van rekeningen. In de gedachte dat je je dat tegen Marokkanen wel kunt permitteren. Terwijl je dat bij andere bevolkingsgroepen niet mag doen. Zou het echt zo zijn? Relativeer ik voorzichtig. Majid weet het zeker.

Mijn tafelgenoot heeft tijdens de conversatie vriendelijk gezwegen. Ik bied hem een koffie verkeerd aan. Tekeste vertelt. Was kindsoldaat in de Eritrees-Ethiopische oorlog. Vijf jaar lang vanaf zijn veertiende. Waarom hij het nog steeds de mooiste tijd van zijn leven vindt? 'Totale vrijheid. Kon doen wat ik wilde.' En of ie álle soldatenleven meemaakte? Ja, alles… Ging er voor naar de Riagg. Bomscherven in zijn lichaam vormen de fysieke erfenis van dat bestaan, dertig jaar geleden. Nu woont ie, kind uit een gemengd Eritrees-Ethiopisch huwelijk, in de Utrechtse flatwijk. Waar je op een rustige lenteochtend vlaai kunt eten, koffie kunt drinken. Tekeste is even niet aan het werk. Want maakte een doodsmak tijdens het klussen bij een vriend. Zijn pols brak de val. De gecompliceerde breuk wil maar niet helen. Mannen op een koffieterrasje in de Utrechtse flatwijk. Zoals in de hele wereld mannen ’s ochtends in koffietenten het leven doornemen. Ik moet dat vaker doen.
(17 juni 2009)


PLOETEREN EN STOEMPEN OP ALPE D'HUEZ
Naast mijn toetsenbord ligt een geel-rood wielershirt van Cycletours. Ik stop mijn neus in het shirt. Ruik mijn bergzweet. Krijg het beeld van de steile bergweg voor me. En geniet. Als u nu denkt dat ik fetisjist of gek ben geworden, haak niet af.

Op 4 juni stond ik op de flanken van de Alpe’Huez. Om veertienhonderd fietsers aan te moedigen. Zij beklommen op één dag zo vaak mogelijk deze loodzware berg. Als het even kon zes keer! Want de tocht heet Alpe d’HuZes. Doel: zoveel mogelijk geld voor KWF Kankerbestrijding bijeen fietsen. Álle deelnemers hebben iets met de gevreesde ziekte kanker. In veel verschillende vormen sloeg de ziekte in eigen leven of omgeving toe. Kankerpatiënten fietsen mee, nabestaanden, familieleden van terminale patiënten, collega’s. Woensdagavond 3 juni speelde in een reuzetent aan de voet van de berg geschiedenisleraar Peer van Putten (Oosterlicht College, Nieuwegein) een eigen stuk op sopraansax. Tweeduizend toeschouwers. Peer verloor twee jaar geleden zijn vrouw Brechtje aan kanker. Eén van zijn vier kinderen overwon de ziekte op jonge leeftijd. Op 30 mei had Peer hetzelfde stuk op de begrafenis van zijn leerling Hassan Abba (16) gespeeld. Hassan kon de strijd tegen kanker niet winnen. 'Maar hij wilde ook na zijn dood doorknokken', hoorde ik. 'Die berg is een metafoor voor de strijd die je voert', leerde ik die avond in deze mega-zelfhulpgroep. Troost aan de voet van een col Eerste Categorie.

Het motto van de tocht (opgeven is geen optie) werd waargemaakt. Meer dan vijf miljoen euro bijeen gefietst. Ik stapte op de fiets om een paar van de 21 bochtjes lange berg te fietsen. Reed een stukje op met Jan Mol (62) uit wielerdorp Sint Willibrord. En dacht: nog een paar bochtjes dan... terug. Dat werden zestien bochtjes stoempen en ploeteren. En toen reed deze ongetrainde, ouwe man in foeilelijke fietsstijl naar de top. Na iets meer dan twee uur arriveerde ik. Meer dood dan levend. Met dank aan Jan Mol. Dit stoere verhaal moet ik even kwijt. Al slinkt het bij alle aangrijpende verhalen over de strijd tegen de levensbedreigende ziekte. Bloedserieus. Aangrijpend. Aan de voet van die berg bij Bourg d’Oisans. Peer van Putten reed ‘m vijf keer!
(10 juni 2009)


NADIA MOET EEN NEKSCHOT KRIJGEN
Nadia Laiti woont in de buurt van Utrecht. En is van Marokkaanse herkomst. Ze is getrouwd met Robin, Surinamer. Nadia en Robin hebben twee kinderen. Afgelopen zaterdag was Nadia te gast in Rondom 10. Daarin ging het, niet voor het eerst, over ‘de Marokkaanse kwestie’ waar ons land en onze regio nog niet vanaf zijn. Wat is die kwestie? Dat een deel van Marokkaans Nederland er in de opvoeding een ongehoord zootje van maakt.

Het was een zeldzaam tumultueuze uitzending. Spannend, chaotisch, temperamentvol. Uitsluitend Marokkaanse Nederlanders te gast. Televisie waar je je als kijker zó aan kon ergeren dat je wegzapte. Of aan de buis gekluisterd bleef. Zo fascinerend was het. Nieuw in deze Rondom 10 was dat slachtoffer-redeneringen bij drie van de gasten achterwege bleven. Discriminatie en racisme werden niet genoemd als verklarend excuus voor misdrijven.
Nadia was een van de drie. Een verademing. Ook voor een journalist als ik die vorige week met verbazing eigen reportages van zestien jaar geleden bekeek. Wat horen de Riffijns-Berberse Marokkanen al heel lang hardnekkig niet bij Nederland. En wat zijn we weinig vooruit gegaan.
Nadia geeft weerbaarheidstrainingen -mentaal en fysiek- aan conducteurs, slachtoffers van loverboys en kinderen. En vaak hoort zij mensen zeggen: 'Ik voel me belaagd, vernederd en agressief bejegend door jonge Marokkanen'. Nadia’s hoofdboodschap is: de daders hard aanpakken. Maar ze kent ook de nuance. Ziet dat openbaar vervoer-personeel soms al bij voorbaat uitgaat van de slechte intentie van jongens met een Marokkaans uiterlijk.

Nadia is een moedige vrouw. Waar de Marokkaanse gemeenschap trots op zou moeten zijn. Maar ze werd door een groot deel van het Rondom 10-publiek verguisd. Mede omdat ze een Surinaamse man heeft? En op de website marokko.nl las ik na de uitzending dat zij een rotkop heeft. En een kutstem. En dat zij gevloerd moet worden. Om daarna een nekschot te krijgen. Nadia deed gisteren aangifte op Bureau Paardenveld.
Ik wil Nadia zeggen dat ik haar een held vind.
(3 juni 2009)


HOOGMOED EN 
HEBZUCHT AAN 
DE CROESELAAN
De stad heeft een nieuwe skyline! Vanuit het noorden zie je ‘m mooi vanaf de A 27, bij afslag Utrecht Noord. De Dom kreeg gezelschap van twee half ronde, half ovale torens. Aan de Croeselaan. De nieuwe Rabobank. Hoogmoed heet de ene toren. En de andere, die wat gedraaid staat, gaat Hebzucht heten. 'Samen zijn ze optisch één door de glazen facadegevel, die als een voile om het gebouw is gedrapeerd'. Zegt de Rabobank-website. De mammon, denk ik, het christelijk symbool voor ‘beheerst worden door geld’.

Hoogmoed en Hebzucht haalden gisteren hun hoogste punt. 105 meter. Het traditionele pannenbier geschonken. Maandag, op de bouwplaats, werd ook ik gegrepen door het vakmanschap van de bouwcombinatie Heymans/Van Eesteren, van Wolter & Dros (Amersfoort), Croon Installaties (De Meern). Wat een kwaliteit. Mag een cent kosten. Honderddertig miljoen. Opgebracht door honderdduizenden Nederlanders die te veel voor hun hypotheek betalen. Om het maar eens helder te zeggen. Op een, vooral onder regie van de Rabobank, totaal dolgedraaide Nederlandse huizenmarkt. Twee weken geleden meldden de voorspellers in de oudbouw aan de Croeselaan plots een huizenprijsdaling van vijf procent in 2009. Een half jaar geleden -we zaten al lang en breed in de crisis- repte de Rabo-propaganda nog dat de huizenprijs dit jaar met drie procent zou stíjgen. Hecht u nog gezag aan bankpersoneel in Hoogmoed en Hebzucht?

Op 2 februari sprak Rabo’s hoogste baas Bert -kleurspoeling- Heemskerk achthonderd vermogende Rabo-klanten in Noordwijkerhout toe. Plaatste vraagtekens bij de hoogmoed en de hebzucht die in de mensen gevaren zouden zijn. Maar Bert had het niet over het ‘slijk der aarde’. Hij sprak als filosoof. Met een mooi alledaags voorbeeld van hebzucht: 'Ik heb bijvoorbeeld vijf scheerapparaten.' Bert scheert zich binnenkort op de 26e verdieping van zijn toren Hoogmoed. Of in de Hebzucht. En kijkt dan neer op de twee minaretten van de ULU-moskee aan de Kanaalstraat, verderop, die in 2011, 44 meter hoog naar Allah zullen reiken. Elders reikt de Dom zeven meter hoger dan Hebzucht en Hoogmoed. Naar God. Zo bezien zijn ze best nederig bij die Rabobank. 
(27 mei 2009)


MIJN HOOFD IS TE BREED VOOR BURGERZAKEN 
Maandagmiddag liep ik het drukke Bureau Burgerzaken binnen voor een nieuw paspoort. Ik trok volgnummertje D 256 en verdiepte me in de Woningkrant Regio Utrecht. En daarna in de NL 30, een gratis hip uitgaansblad. In de woningkrant las ik dat je aan De Lessepsstraat voor zo’n karaktervolle Zuilense huurwoning 499 euro per maand betaalt. En dankzij NL 30 weet ik nu dat Sofie van den Enk van RTV Utrecht niet tegen drank kan.

Drie kwartier later klonk het zoemertje voor D 256. Bij loket 14 werd ik geholpen door een vriendelijke ambtenaar. Ik overhandigde het oude paspoort en een pasfoto. Ze fronste haar gezicht. 'U heeft…, uw mond niet, op de voorgeschreven wijze, helemaal dicht.' 'Dichter dan zó kan ik mijn mond niet doen', floepte ik er uit. En slikte in: 'Mijn lippen verder op elkaar kan niet vanwege een handicap'. De vriendelijke Burgerzaken-ambtenaar zag een kleine, niet toegestane, schaduw tussen mijn lippen. Waarop de collega van loket 15 een handje hielp. 'Voor paspoort of rijbewijs?' Oei. Bij het door mij uitgesproken ‘paspoort’ zag ik dat het mis was. 'Maar dichter op elkaar kan ik mijn lippen echt niet doen', bracht ik nog uit. 'Ik zal dit moeten voorleggen aan mijn leidinggevende.' Na een paar minuten was zij terug. 'Het is goed.' Mijn zucht van verlichting hield ik verborgen. Ik zette mijn handtekening. Mét de foto werd die in een gecomputeriseerd plastificeringsapparaat gelegd. Dat prompt dienst weigerde. 'Het systeem geeft aan dat uw hoofd te groot is afgebeeld op de foto. De juiste omvang staat in de regels.' Het kwam uiteindelijk -nieuwe pasfoto’s en veel berichtgeving over hippe stadgenoten en mooie Utrechtse huurwoningen verder- twee uur later goed met, inmiddels, volgnummertje D 287.

Voor me ligt nu de afgekeurde foto. Ik heb een lineaaltje bij de hand en ben even een karakter uit Het Bureau, Voskuils dikke roman over mensen in een ambtelijke omgeving. Het klopt, meet ik. Mijn gezicht is 21 millimeter breed. Terwijl de folder Fotomatrix model 2007 met ‘acceptatiecriteria voor de pasfoto’ meldt: van ooraanzet tot ooraanzet mag het gezicht maximaal 20 millimeter breed zijn afgedrukt. 
(20 mei 2009)


EENZAAM MAAR NIET ALLEEN  
Vorige week eindigde dit stukje met de mails en brieven die Rondom 10 ontving na de aflevering van 2 mei ‘Mensen als Karst T.’. Afgelopen zaterdag ging Rondom 10 opnieuw over de eenzame, stille, gekrenkte, woedende, wanhopige medemens. Over mensen die het gevoel hebben dat ze er niet meer tegen op kunnen. Wéér honderden mails en telefoontjes.

Ook uit deze stad. Marco is 20, woont in Overvecht, studeert. Zeker in de lente merkt hij dat hij anders is dan anderen. Mensen die lachen en plezier maken. Marco is autistisch. Hij schrijft: 'Zelf ben ik zeer afgezonderd. Er gaan maanden voorbij zonder dat ik vrienden heb. Dan voel je je onbegrepen en snap je niet dat anderen nog kunnen genieten. Wat een leven zeg'. Mensen als Marco worden vaak afgestoten door mensen die zich wél sociaal redden, schrijft hij ook. Van Dolf Hautvast hoorde ik dat een groep stadgenoten 29 april tot ‘Dag zonder Eenzaamheid’ wil uitroepen. Mét de oproep je een jaar lang om geïsoleerd levende medeburgers te bekommeren. Voorlopige naam van het initiatief ‘Eenzaam maar niet alleen’. Ik kreeg bericht van Malou Saat. Van Sensoor Utrecht, de oude SOS Telefonische Hulpdienst (0900-0767). Malou wil het niet hebben over de weerbarstige instanties en de ingewikkelde verzorgingsstaat waar je de weg in kwijt raakt, bron van veel wanhoop. 'Eenzaamheid is deel van de condition humaine, het hoort erbij, bij ieders leven', schrijft ze. Mensen zijn dat vergeten. Zo voelen ze zich met hun eigen eenzaamheid en die van anderen ongemakkelijk. Mee eens. Ik was er zo een, ging een tijdje op zondagen de deur niet uit. Te trots om tijdens lange weekenden in mijn eentje mijn masker te laten vallen en ‘voor de gezelligheid’ elders aan te schuiven. Dan liever een beetje wegrotten in mijn eentje.

Zou ik bijvoorbeeld naar Resto VanHarte zijn gegaan, waarover Fred Beekers mij schreef? Een recent initiatief tegen isolement en sociale uitsluiting; wijkgenoten die elkaar ontmoeten tijdens de gezamenlijke driegangenmaaltijd. 'Want', schrijft Fred, 'teveel mensen leven langs elkaar heen'. En toch, denk ik, dat ik niet zou zijn gegaan. Ik hoor bij die stronteigenwijze mensen die liever stil achter de voordeur blijven. Trots… 
(13 mei 2009)


DE STILTE KOERDE, KRAAKTE EN SCHOLD
De bladeren van kastanjes en platanen op het Domplein ruisten. Stilte van duizenden. Waar kort ervoor de machtige Salvatorklokken van de toren over plein en binnenstad galmden. Een andere binnenstadsklok beierde nog even door de beginnende Domplein-rust heen. De Willibrord? De Nicolaas? Een koerende duif op 4 mei.

Veel stilte meegemaakt de afgelopen dagen. Wat moet je anders met al die machteloos makende berichten geladen met verwarring, verbijstering, onbegrip? Praten? Ja, dat deed ik tussendoor. Maar zwijgen lijkt geschikter om machteloosheid te tonen. Vrijdagavond in de Grote Kerk van Apeldoorn. Met vijfhonderd anderen. ‘Troost in leegte en gemis’ gaven dominee Visser en pastoor Zemann als motto mee aan de samenkomst. Na het Bachkoor was er een stilte van wel vier minuten. Vijf? Zouden de geestelijken denken dat er een recht evenredige relatie bestaat tussen de lengte van de stilte en de hoeveelheid troost die je eruit put? Ik denk zelf van niet. Wel dat met hoe meer mensen je stil bent, hoe mooier het is. Dat zóvelen hetzelfde lijken te voelen als jij! Een vurenhouten plank in de kerk kraakte.
Zaterdagavond was ik even stil in Rondom 10. Bij het verhaal van Sidney Stacie ('Ik ben zelden boos.') die Wilfrido Plantijn van zijn dansgroep in Apeldoorn verloor. Zondag stil in Galgenwaard. Voor de slachtoffers van Karst T. Twintigduizend mensen. ‘Kanker-Feyenoord’, schalde een stem na dertig seconden. Waarna een Feyenoord-aanhanger: ‘Kanker-Utrecht’. We zouden één minuut stil zijn. En haalden 45 seconden niet. De scheidsrechter blies de stilte voortijdig af. Wie vaker een stadion bezoekt, kon door déze stilteverstoring niet geschokt zijn.

Waar ik gisteren stil van werd? Van honderden mailtjes die de redactie van Rondom 10 ontving. Veel berichten van eenzame, stille, gekrenkte, woedende, wanhopige Nederlanders. Die een donker bestaan lijden. En zich herkennen in de figuur van Karst T. Ik las: 'Ik heb niemand om mij heen. Ik praat bijna nooit en ken mijn eigen stem niet meer. Ik ben altijd thuis met alleen mijn computer'. Wat gaan wij hieraan doen? Wat ga ik hieraan doen? Behalve stil zijn?
(6 mei 2009)


OORLOG IS VOETBAL IN DE 5e KLASSE G
Er stond veel op het spel. Luidt het trainersjargon. Batavia’90 - Sporting’70, in de 5e klasse G, afdeling Utrecht. Batavia uit Lelystad dichtbij het kampioenschap! Het Utrechtse Sporting bijna in de nacompetitie! De zon kwam door, de zwaluwen vlogen over en Lelystad lag er deze lentezondag mooier bij dan… je zou verwachten. Driehonderd toeschouwers. Ook ik. Trots dat onze zoon (17, nog A-junior) opnieuw met Het Eerste mee mocht. En ‘op de bank’ begon. 

Bij rust 1-1. De ploegen aan elkaar gewaagd. In de tweede helft Sporting sterker. Batavia teruggedrongen. Toen brak Sporting-spits Dimitri kansrijk door. Zou scoren. Werd gevloerd. Penalty. Geen twijfel mogelijk. Dimitri concentreerde zich. Batavia’s laatste man Dennis probeerde, intimiderend, op zijn tenen te staan. Toch scoorde Dimitri beheerst. Waarop Sporting-spelers aan de zijlijn met arm- en vuistgebaren hun triomf toonden. Uitdagend. Zoals ze op tv zien: sarrend juichen naar het thuispubliek.
Daarna liepen moedwil en misverstand door elkaar.
Een oudere Batavia-supporter woedend: 'Ga ergens anders juichen.' Gaf Sporting-middenvelder Tim een duw. Laatste man Jeffrey riep: 'Hou op, anders sla ik die bril van je gezicht.' Dat liet Batavia-doelman Rodney, zoon van de oudere man, niet over zijn kant gaan. Hij snelde toe. Trapte Jeffrey in de rug. Klappen vielen. Trainers, grensrechters, toeschouwers susten. Gooiden olie op het vuur. Een kluwen vechtende mannen op een mooie zondag. 5e Klasse G. Een huilend kind. Rennend maakten Jeffrey, middenvelder Tim en vleugelspeler Rick zich uit de voeten. Maar Rodney ('Mijn vader is geslagen.') maakte jacht op de Sporting-spelers. Tim kreeg klappen. Jeffrey en Rick vluchtten de woonwijk in. Via Getijdenlaan en Ebstraat de Vloedstraat in. Op nummer 40 een open voordeur. Bewoner Yoram kluste aan zijn auto. Doodsbang rende Jeffrey - 'Pak ‘m', riepen zijn belagers- naar binnen. En belde de politie.

Ik dacht over onze zoon: als ie maar geen voetballer wordt, ze schoppen ‘m misschien half dood. Volleybal, tennis, atletiek, een potje toepen. Alles beter dan dit. 'Je bent zo onbeschermd', verzuchtte onze zoon laatst. Maar hij is, net als zijn vader, een echt voetbaldier.
(29 april 2009)


WOLFSEN NET VAN GAAL, MAAR DAN AARDIGER 
Zelfspotloze, feministische vrouwen ergerden zich aan mijn borsten-column van vorige week. Ik betoogde dat veel hardlopen slecht is voor mooie vrouwenborsten. 'Wat een vreselijke man, net of híj er lekker uitziet', luidde op de loperswebsite Losse Veter een Paarse Tuinbroek-poging tot demonisering van deze journalist. Alsof ík er wat aan kan doen dat ik man ben. En columnist met een mening. Persbreidel dreigde! Vrijheid van meningsuiting in gevaar!

Maar goed. Nog even De Kwestie. Vorige week dinsdagavond laat -een paar uur na het inleveren van mijn Borsten-stukje- interviewde ik burgemeester Wolfsen in Met het Oog op Morgen, radio1. Hij toonde zich, zoals de stad hem kent: correct, goed formulerend, luisterend en betogend. Maar gaande het gesprek van tien minuten werd Wolfsen feller dan ik hem ooit meemaakte. De strekking van de kritiek op zijn persoon betitelde hij als ‘gif’ en ‘insinuaties’. Verontwaardigd was hij over de aanval op zijn integriteit. 'Als je je hier niet tegen verweert, ben je als burgemeester geen knip voor je neus waard', zei hij boos. Aleid was pissig. Maar dat is die man nóóit. Welke Utrechtenaar maakte de burgervader in de afgelopen anderhalf jaar boos mee? 'Hij wenst perfect te zijn', hoorde ik gemeenteraadslid Kees Verhoef donderdag analyseren.

Het riep bij mij de vraag op: wat vind ik van mannen die perfect willen zijn en vechten als leeuwen vóór eer en tégen hen aangedaan onrecht? De toon van Wolfsen in ‘het Oog’ lag in het verlengde van de klap die Van Gaal zaterdag tegen de NOS-camera gaf. Dat gezeik van dat journaille moet maar eens afgelopen zijn! Dachten Van Gaal en Wolfsen. Van Gaal is een straatvechter, een beest, een beetje naar. Wolfsen …een gentleman, aardig. Wat ze gemeen hebben: een missie. Streven naar perfectie. Én: de regie willen behouden. Lukt dat niet? Dan worden ze pissig. Ik hou wel van dat soort. Omdat ik zelf precies zo’n driftkikker ben.
In de gemeenteraadsvergadering was er weer de gentleman Aleid Wolfsen. Keurige excuses. Van mij mag u nog wel eens op uw gezicht gaan, mijnheer Wolfsen. En daarna boos worden. Net een echt mens! 
(22 april 2009)


HARDLOPEN IS SLECHT VOOR MOOIE BORSTEN
In de stad en in De Meern zinderde maandag de loop-opwinding. In abominabele stijl en na een weinig trots stemmend aantal minuten ging ik over de streep. Waar burgemeester Wolfsen mij, na mijn 10 kilometer, enthousiast toeriep! Wist hij toen al van die kritische stukjes?

Genoeg over de burgemeester. Er was zoveel moois op deze tweede paasdag. Vrouwen! Waar ik tijdens mijn inspanning op de ‘10’ natuurlijk geen oog voor had. Eenmaal thuis, met pijnlijke kuiten onderuit gezakt op de bank, keek ik naar de TV-Utrecht live reportage. Haalde mijn schade in. Zag de finish van de halve marathon. Sarah Jeriwoi (19, Kenia) werd eerste. Nadja Wijenberg (45, Nederlands-Russisch) tweede en Julia Ruban (Oekraïne) derde. De overeenkomst tussen deze drie vrouwen: nauwelijks borsten. Ook bij de latere huldiging in de Jaarbeurshal bood TV-Utrecht mij gelegenheid mijn stelling ‘hardlopen is niet goed voor vrouwenborsten’ te toetsen.
Die aandacht voor de borsten van vrouwelijke lopers is, behalve normaal voor het soort mannen waar ik bij hoor, opmerkelijk. Mijn fascinatie ontstond in de sporthal van Linschoten, kort voor de jaarlijkse Linschotenloop, in december 2006. Lopers schamen zich niet zich in een grote hal om te kleden. En daar gebeurde het. In het gekrioel voorafgaand aan de loop zag ik plots de blote borsten van een tanige kleine vrouw, een echt hardloopster-figuur. Temidden van duizend zich omkledende andere lopers. Maar waren dat nog borsten die ik zag? Dat was bijna niets meer. Dat waren twee theezakjes. Gebruikte en inmiddels uitgedroogde theezakjes! Maar de vrouw is toch niet uitgerust met van die prachtige kenmerken om ze er af te lopen? Bedacht ik mij in dezelfde flits waarin ik haar bescheiden voorgevel aanschouwde. Veel lopen leidt -minder vetweefsel- dus tot een veel kleinere bos hout voor de deur.

Na die waarneming legde ik de vrouw in míjn bestaan -rondborstig, houdt van lopen- uit dat ik liever een weinig lopende vrouw mét dan een veel lopende vrouw zónder borsten in mijn omgeving heb. Ik ben een geluksvogel. Want zij kan zich alles bij mijn wens voorstellen.
(15 april 2009)


MOUNIA PAREL VAN NIEUW NEDERLAND
Met de feestdagen kregen we altijd ijs, nu woon je in het paradijs. Groep 5 van de Piramideschool in Zuilen dichtte maandag over Mounia Pravisani-Baabbi. Een massa mensen in wit nam afscheid van haar. De dood kwam ook deze keer als een dief in de nacht. Mounia verongelukte met haar vriendin An Sadhoe op de eerste mooie lentedag. Sting’s How fragile we are kwam uit de boxen. Grote foto’s van deze prachtige vrouw op een scherm.

Mounia was zo’n parel van het nieuwe Nederland. Ze hoorde bij de Marokkanen, de Nederlanders, de Italianen. En ze was young, wild en free. Een leven vol dansen, feesten, reizen. De Rotterdamse meid Mounia maakte zich, 15 jaar oud, los van haar traditionele Marokkaanse familie. Trok naar Utrecht. Ik leerde haar kennen bij haar pleegouders Bernard Tomlow en Catherine Steijn. Een puber die toen al was wat haar zoon Mauro maandag zei: 'Zo vrij als een vlinder, zo heldhaftig als een leeuw.' Op haar brommertje zag ik haar de straat in scheuren. Brutaal, leuk, uitdagend lachen. Snoof het liberale Nederlandse milieu waar ze terecht kwam, op. Zocht de grens. En vond daar een nazaat van een Italiaanse ijsmakers-familie, Moreno Pravisani. Won met hem Ron’s Honeymoonquiz en kreeg twee zonen.
In 1954 waren opa en vader Lio ijssalon Roma begonnen. Op de hoek van de St. Bernulfstraat en de Van Tuyllkade. In 2000 werden Mounia en Moreno eigenaar. Honderdtwintig ijssmaken. Experimenteren met dropijs, kauwgomijs, tomaatijs. Maar ík ging voor hazelnoot! Preciezer: voor de Coupe Hazelnoot Royal. Mounia was een van mijn journalistieke bronnen. Ze informeerde me over de subtiliteiten van de traditionele islamitische cultuur. Ze duidde de trouw van haar ouders’ generatie aan de traditie. En bracht begrip op voor de moeizame kanten van de ‘eer en schaamte’-cultuur. Die botst met de Nederlandse recht-toe-recht-aan eerlijkheid. Altijd proberen te begrijpen hoe het zit. Met imam El-Moumni, met de straaterroristjes, met de positie van de vrouw. Serieus dus. Het gezicht ook van de Astmafonds-campagne.

Ik hoop dat Geert Wilders over Mounia’s geschiedenis leest. Zóveel zorgen hoeft ie zich niet te maken over Nederland.
(8 april 2009)


TINI HEEFT JEZUS IN HAAR HART
Een beeld uit dit stukje, twee weken geleden. Ik -miserabel, koortsig- sta wankel, in mijn sloffen, op het kokosmatje bij mijn voordeur. En stuur een collectant weg. Even later bedenk ik dat je dát toch niet doet. Het daarop volgende schuldgevoel schreef ik van me af onder de kop: ‘Geef voor een kinderhuis in Brazilië’. En vroeg de afgewezen collectante zich bekend te maken.

Zij meldde zich! Tini van Walstijn is de vastberaden vrouw die iedere dinsdag- en vrijdagavond met cd’s van een tientje de Utrechtse huizen langs gaat. De opbrengst gaat naar arme mensen in Brazilië en Burkina Faso. Tini: 65 jaar, door een spierziekte niet zo goed ter been, drie kinderen, bijna zeven keer oma. En lid van de kleine Evangelische Gemeente Ruth. Maandag was ik bij Tini op bezoek in haar huis bij het Julianapark. Kocht er de cd met pianomuziek van haar mede-gemeentelid Karel Asberg. Nu wél…
En luisterde naar Tini’s verhaal over de cd-actie die wortelt in Ruth. Deze Gemeente werd in 1960 opgericht door Neeltje Bouw uit de Leistraat in Wittevrouwen. 80 leden. Tini werd lid. 'Ik kreeg het inzicht aangereikt dat Jezus wilde wonen in mijn hart. Ik ging zoeken en kwam bij Ruth terecht.' Iedere zondag zingt en bidt zij in de Synagoge aan de Springweg. In de synagoge? Dat zit zo. In de jaren tachtig kocht Ruth de leegstaande synagoge. De gemeenteleden restaureerden dit Joodse erfgoed uit 1926. En hernoemden de synagoge tot Broodhuis, een verwijzing naar Bethlehem. Joden en Christenen verbonden? Iedere zondag om 10 uur dienst. 'Een grote familie', zegt Tini.

Tini’s ervaring: mensen staan open voor haar evangeliserend woord als ze horen van de concrete hulp. Echtgenoot Theo vult aan: 'Het is een opdracht van God.' Op de plattegrond van Utrecht houdt Tini met viltstift bij welke straten van de stad ze heeft ‘gedaan’. De héle stad sinds 1980. Eerst met dichtbundels van Neeltje Bouw. Nu met cd’s. Twee avonden per week op de brommer naar weer andere straten. Gemiddelde verkoop per avond: zeven cd’s. Óók onze ontmoeting is volgens Tini 'een wonder van de Heer'.
(1 april 2009)


RENÉ (CNV) EN AGNES (FNV) DELEN MILJOENENBONUSSEN UIT
Soms zie ik René Paas in de stad fietsen. Of Agnes Jongerius boodschappen doen. CNV- voorzitter René heeft een hippe fiets, geen hip kapsel. FNV-voorzitter Agnes heeft vaak mooie jurken aan. Agnes en René vormen de top van de vakbeweging. Mag onze stad blij zijn met deze vakbond-vips als inwoners?
Enkele FNV- en CNV-vakbonden van Agnes en René gaven in 2007 enorme prestatiebonussen aan investeringsmanagers van Alpinvest: 154 miljoen euro! In de marge van de kredietcrisis bleef het tot nu toe stil over dit schandaal: syndicale dienstverlening aan de graaiers van het Internationale Flitskapitaal. Geld van FNV- en CNV-leden!
 
Dat zit zo. Uit de pensioenfondsen ABP en PGGM (nu PFZW) werd, met toestemming van FNV- en CNV’ers in het bestuur, 40 miljard euro vrijgemaakt voor dochter Alpinvest. Dit is een sprinkhaanfonds, een durfinvesteerder die maar liefst vijftien procent rendement moet maken. Onder andere door bedrijven op te kopen en te belasten met enorme schulden, inclusief woekerrente. Uiteindelijk wordt het leeggehaalde bedrijf doorverkocht. Zo gaf Alpinvest honderden miljoenen aan een ander sprinkhaanfonds, Apax, om krantenbedrijf PCM te kunnen leegzuigen. Wat lukte. Andere grote Nederlandse bedrijven die door Alpinvestsprinkhanen werden overgenomen: Stork, Vendex KBB (Bijenkorf en Hema), NXP (de chipdivisie van Philips), afvalbedrijf AVR-Van Gansewinkel, Unilevers diepvriestak, buizenfabriek Wavin.
FNV-Agnes zei gisteren voor het Catshuis: ‘Ik wil ruimte voor de pensioenfondsen’. Ruimte om nóg meer te speculeren met de pensioen-miljarden? CNV-René schreef op zijn weblog dat bankdirecteuren als boetedoening hun bonussen moeten wegschenken. Welke boete doen Agnes en René binnenkort zelf voor deze bonussen? Of halen deze gezaghebbende Utrechtenaren de miljoenen terug?
Trouwens, wat zou er inmiddels over zijn van die 40 miljard?
Toch eens vragen als ik René of Agnes in de stad zie...
(24 maart 2009)


GEEF VOOR EEN KINDERHUIS IN BRAZILIË
Vorige week lag ik vier dagen plat. Koorts en keelpastilles. Griep. Op een avond, rond half acht, ging de bel. Waarom niet in stilte blijven liggen? Als ze me echt nodig hebben, weten ze me toch te vinden. Maar de hele dag al niemand gezien.

Ik schoot mijn kamerjas aan, gleed in mijn sloffen en wankelde de trap af. Onderweg wist ik: dit móét een collectant zijn. Zo tussen 7 en 8 uur op een doordeweekse dag is ons Utrechtse straatje een eldorado voor collectanten.
'Dag mijnheer', sprak een vriendelijke vrouwenstem vanuit het donker. De vrouw hield haar hand en een cd omhoog. 'Wilt u een cd kopen? Mooie muziek voor 10 euro? De opbrengst is voor een kinderhuis in Brazilië.' Wat gebeurde er in die seconde die daarop volgde met mij? Ik, een koortsige oude man, witte benen in pantoffels. Staand op zijn eigen kokosmatje; het ongekamde haar van een dag lang zwetend in zijn mandje liggen. De vriendelijke vrouw keek met verwachtingsvolle ogen toe.
'Ik ben ziek. Daar heb ik nu geen tijd voor. Sorry. Kunt u een andere keer terug komen?' Aan haar lichaamstaal zag ik de schrikreactie. Maar ze herstelde zich. 'Oh, dat is goed.' Ze draaide zich om en liep langs de zijkant van ons huis terug naar het trottoir. Daar stond ik in de geopende deur. Koortsige kop. Met nu subiet een gapend schuldgevoel erbij. Slechts een bruut zegt immers ‘neen’ op zo’n verzoek. Ik sloot de deur en dacht: zal ik achter haar aan lopen en roepen: 'Ik wil wél een cd.' Nee, dit was geen junk met een fake-verhaal. Nee, hier werd de boel niet getild. Maar waarom wees ik haar dan zo bot af?

Zou ze trouwens links- of rechtsaf zijn gegaan? En, ach, ik kocht laatst Het Straatnieuws, suste ik mijn geweten. Ik schonk aan de Nierstichting-collecte. En aan mijn deurpost kleeft de meest recente Jantje Beton-sticker. Maar waarom zei ik niet spontaan: 'Hier die cd. Maakt me niet uit hoe ie klinkt. Ik pak een tientje en doe er een vijfie bij?'
Alleen in huis nam ik mijn verdorven karakter door. De poezen maakten niets goed. Liep naar mijn pc. En googelde op de begrippen kindertehuis, Brazilië en cd. Kreeg geen adequate informatie binnen. En met Utrecht erbij? Niks.
Zou de vriendelijke collectante zich kunnen melden? Mijn adres: grim@xs4all.nl.
(18 maart 2009)


KLUIZENAAR KYTEMAN: NIEUWE HELD
Kyteman werd groot in het Griftpark. In de buurt van halfpipe en basketbalveldje. 'Van mijn 13e tot mijn 17e hing ik er rond. Ik maakte er het begin van een vrije omgangsvorm tussen mensen mee.' Griftparkers herinneren zich Colin Benders (22 nu) als een wat gesloten jongen. Colin uit Sterrenwijk, later Overvecht en nu Vogelenbuurt, speelt trompet onder zijn artiestennaam Kyteman. Maakte geen opleiding af, verloor de greep op het bestaan, worstelde in de liefde, was onzeker over zijn muzikale toekomst. En blies zichzelf een perspectief!

Kyteman IS trompet. En leider van Kytemans Hiphop Orkest dat door het land toert: acht rappers, vier strijkers, drie blazers, bas, drums, toetsen. Hij speelde zich in no time tot de nieuwe muzikale held van onze stad. 'Ik zag over het hoofd dat het succesvol zou kunnen worden'. Staat morgen en vrijdag in Tivoli, in no time uitverkocht. Zijn cd The Hermit Sessions -drie weken uit- loopt als een trein. Kytemania?
Ik zag Kyteman laatst in de bogen van de poort tussen Tolsteegbrug en Manenburg zitten blazen (internetfilmpje op kindamuzik.net). Hoorde een losse noot, een melancholische riedel, een vibrerende toon. Gevoel. Zag een relaxte blik boven het blaasinstrument aan zijn lippen, cap dwars op het hoofd. Kyteman oogde als straatmuzikant. Het tafereeltje van de binnenstadbewoner die langs de singel haar hond Páááljáás uitliet, werd onder zijn trompettonen subliem Utrechts. Kyteman houdt van de stad. 'There is no place like Utrecht', schrijft hij op de hoes van de cd. En bedoelt de U-Town Scene, jonge muzikanten, vrij van naijver. 'Niemand in dat inspirerende rappers- en muziekgilde denkt één seconde over hierarchie.'

De gesloten Griftpark-Colin trok zich met de twee rappers Paradox (Hein) en ReaZun (Ben) terug in Overvecht-Noord. ‘Kluizenaars’ (hermits) in een 10-hoog flat aan de Kasaidreef. En maakten er de cd, instrumenten ingespeeld op synthesizer. Alle krantenstukken en interviews de afgelopen weken? Bijzaak. Hij is nu muzikant met enorm orkest. Waar Colin een polonaise-gevoel van krijgt. Ik zie uit naar de trompetsolo in We know You know.
(11 maart 2009)


HOEREN, HOMO'S, KUT EN KANKER
Op de melodie van ‘Guantanamera’ blèrde de oranje-massa ‘Kut-kanker-Duitsers, het zijn die Kut-Kanker-Duitsers, Kut-Kanker-Dui-ui-uitsers’. Op 18 juni 1992 stond ik in het Ulevi Stadion in Göteborg in die massa. EK ’92. Nederland-Duitsland.
De beschaving ís al ten einde, verzucht ik soms tegen vrienden die zelden een stadion van binnen zien. Soms relativeer ik: 'Ach, slechts puberale provocatie'. Al valt dat moeilijk vol te houden bij de aanblik van een kale dertiger mét drankkop en opgefokte cocaïne-ogen vol haat.

Afgelopen zondag, tijdens FC Utrecht-Ajax, viel het mee. En dat bedoel ik niet cynisch. Voor wie er niet bij was een kort verslag. ‘En wie niet springt, die is geen Jood’, yelden vijftienhonderd springende Ajax-supporters vanuit hun supportersvak. ’Hamas, Hamas, Joden aan het gas’, zong de FC-aanhang vanaf de Bunnik-zijde terug. Maar toen de stadionspeaker de supporters waarschuwde, viel het, braafjes, stil. Waarop de Ajax-aanhang: ’Het zijn homo’s echt, echt; dèèè homo’s van Utrecht’. Na een overduidelijke overtreding van Utrecht-speler Cziommer waar scheidsrechter Luinge voor floot: ’Luinge is een kankerjood’. En even later, na opnieuw een arbitrale dwaling, in ‘onze’ ogen: ’Luinge is de hoer van Amsterdam’. Waarop de Ajax-aanhang een simpel en herhaald antwoord had: ‘Kanker Utrecht’.
Ik schrijf dit niet op om u te provoceren, maar te informeren. Deze voetbalkraker viel dus mee. De haat zinderde minder door de Galgenwaard dan, om er eentje te noemen, bij de FC-Ajax van 23 december 2001. Een wonder dat er toen geen doden vielen. Stil gehouden door de hele Nederlandse pers. Afgelopen zondag leek het -bij momenten- zelfs gezellig. Toen de Ajax-aanhang de Hebreeuwse kraker Hava Nagila (‘wees gelukkig’) inzette. En ‘Dit is mijn club’, van Kees Prins.

Ooit overwoog ik plechtig te zweren nóóit meer een Nederlands voetbalstadion binnen te gaan. Maar in vak A, gezeten tussen Henny en Jan, was ik tevreden dat ik nooit aan die overweging had toegegeven. Slappe zak die ik ben. 
(4 maart 2009)


ASKRUISJE, BLAASKINKELS EN CRISIS IN LEEMPUT 
De koude Oudenoord. Maandag. Ik mijmer over de stadsbus-conversatie waar Bachkenner Rob van der Hilst mij over schreef. Gehoord in Bus 3. De buslijn die, volgens Rob, 'de wereld van Oud en Nieuw Geld, Utrecht-Oost, met de wereld van de gewone Utrechters in Zuilen, verbindt'. Een keurige heer tegen zijn naast hem gezeten echtgenote: 'Wat is het verschil tussen kinderverkrachters, mensenhandelaren, HIV-prostituees en bonusbankiers?' Zij blijft stil. Waarop hij zegt: 'Geen'. Een harde, maar grappige tekst. Vindt Rob. Ik ook?

Ik wandel over de Monicabrug de verlaten, winderige Jacobsstraat in. Dan valt mijn oog op een stadsbus vol slingers en ballonnen. Ook de stadsprins rijdt met GVU, lees ik. Carnavalsvolk stapt uit. Kleuren, pauwenveren hoeden. Troms, tuba’s, trompetten. Tachtig uitgelaten carnavalsvierders achter orkest De Blaaskinkels. Voorop: Prins Martijn de 34e. Ik ben getuige van het wezensvreemde aan carnaval boven de rivieren. Een vrouw fietst langs. Verblikt of verbloost niet. De Jacobsstraat verder verlaten. Twee uur maandagmiddag. Het gezellige volk trekt de Oranjestraat in. Ik sluit me aan. Deze saaie man in spijkerbroek en corduroy jack loopt achter het Carnavalsvolk aan. Het gezelschap perst zich café Weerdzicht in. Trijn van Leemput, brons op haar sokkel aan de grachtkant, ziet hoe ik het café in word getrokken. En dan… De hááándjes de lucht in. De Blaaskinkels zetten, tèè-tèè-tèè, ‘Oh, was ik maar bij moeder thuis gebleven…’ in. Rocky Pauw zingt. Een glas bier wordt me in de hand geduwd. En in een oogwenk sta ik te hossen. ‘Wááát moe-oe-oet ik zóóónder jou…’ Na drie minuten heb ik vermoeide lachkaken. 'Zodra het minder gaat met de mensen is de behoefte aan carnaval groter', zegt trompettist Hans Heymans. Wég met al die crisis in Leemput!
Het gezelschap trekt naar De Zanzibar. De vrolijke klanken sterven weg. Ben weer een eenzame knakker in een stad boven de rivieren. En denk, paaps jongetje, aan het Aswoensdag-ritueel. Als u deze krant leest, is het zover. We halen Het Askruisje op ons voorhoofd. En horen: 'Gedenk, mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren'. 
(25 februari 2009)

NIEUW GELD ZWEEG EN DREEF HUIZENPRIJS OP
Het moet vandaag over sneeuwklokjes gaan. Over sneeuwklokjes in onze voortuin. Over de betoverende Sneeuwklokjeslaan in Amelisweerd. Zouden sneeuwklokjes, met dat hangende witte kopje, zich eigenlijk voortplanten? Nee. Vermoed ik. Ze komen uit een bolletje. En één sneeuwklokje-bolletje kan niet plots twéé sneeuwklokjes-bolletjes worden. Maar goed. Ik kan net zo goed de hyacint op de vensterbank behandelen. Of de bloeiende toverhazelaar. Gele bloemetjes. Kondigen de lente van ver aan. Maar eigenlijk… Eigenlijk wil ik over De Kwestie schrijven: het zootje in de financiële wijde wereld. De natuur houdt u te goed.

Neem de huizenmarkt. Bij de Rabobank, aan de Croeselaan, zeggen ze er alles van te weten. Rabo-topper Wim Boonstra sprak vorige week op Business News Radio tot drie keer toe bezwerende woorden : 'De woningmarkt stort niet in'. Zou het waar zijn? Of is hier sprake van de zoveelste Rabo-propagandaslag? Bruut die ik ben, val ik u lastig met een paar cijfertjes. Om te bewijzen dat u Boonstra’s waarheid ernstig moet betwijfelen. De opgetelde inflatie tussen 1982 en 2009 bedroeg 75 procent. De huizenprijs tussen ’82 en 2009? Die steeg landelijk met 290 procent. En in de regio Utrecht met meer dan 330 procent. Dát is de mega-luchtbel in de huizenmarkt. Met tientallen procenten zal de huizenprijs dalen.

In de periode 1982-2009 hoorde ik nooit één Rabo-econoom pleiten voor het afremmen van die extreme prijsstijgingen. Bijvoorbeeld door de huizenprijs op te nemen in het inflatiecijfer. Inflatie (prijsstijgingen)? Decennia pleitte het economen-volk voor beteugeling. Maar dezelfde economen en bankiers kwamen woorden tekort om de zegeningen van de duizelingwekkend oplopende huizenprijzen te bejubelen. Een zegening voor wie? Voor de banken en hun vrinden, de makelaars. Zuur en wrang voor mensen die de laatste paar jaar een te duur huis kochten. Minder zuur voor ‘oudere’ huiseigenaren. Zij werden slapend rijk en zullen hun virtuele rijkdom het komend jaar met tientallen procenten zien afnemen.
Ik ga weer sneeuwklokjes en toverhazelaars kijken...
(18 feb 2009)


OUD GELD AAN RIJNKADE 1
Rijmkade 1, Utrecht. Mét tikfout -voor de stadsdichter- staat het adres in een vorige week gepubliceerde lijst van de US Bankruptcy Court. Rijnkade 1. Volgens de Amerikaanse justitie de vestigingsplaats van Catharijne Investments CV, een van de duizenden slachtoffers van Bernie Madoff. Pijler van het Internationale Flitskapitaal. Bernie Madoff! New York’s pyramidefonds-bouwer nummer 1. Maakte wereldwijd investeerders 50 miljard afhandig. Van Catharijne Investments mogelijk 4,8 miljoen dollar.

Nummer 1 aan de Rijnkade.
Sloeg ‘t interieur nimmer gade.
En word nieuwsgierig naar wat zich in dat non-descripte pand op de hoek van de Mariaplaats afspeelt. Achter die altijd gesloten franjeloze vitrages. Grenzend aan het lelijkste stukje snelweg van de wereld. Met aan de zijgevel de drie reliëfs van Pieter d’Hont: ‘mijnbouw’, ‘transport’ en ‘energie’. Het beeld ‘Man met Stier’ van Paul Grégoire ernaast. De SHV van de familie Fentener van Vlissingen zetelt binnen. En Catharijne Investments van de familie zát er dus. Want die beheermaatschappij verkaste na de dood van Paul naar Langbroek. Zou ik er ooit binnen komen?

Ik sla het wondermooie aquarellenboek Grolmans Utrecht open. Dit weekeinde gekocht. Kwam met financiële steun van het Fentener van Vlissingen Fonds tot stand. Op pagina 110 een afbeelding van het woonhuis van steenkolenhandelaar H.A. van Beuningen. Grote genade. Nummer 1 aan de Rijnkade! De schoonheid van de Catharijnesingel in 1906. Een huis met 39 vertrekken. Voor gezin, inwonend personeel, gasten, logé’s. En voor het kantoor van zijn steenkolenhandel, voorloper van de SHV. Van Beuningen verzamelde aquarellen van Anthony Grolman. En was zijn opdrachtgever. Het schitterende pand met zijn majestueuze entree werd voor Hoog Catharijne gesloopt.
Oud Geld in aquarellen. Ik wil niet meer denken aan al die berichten over Nieuw Geld, de moderne speculanten in onheldere financiële ‘producten’, gebouwen en grond. Ik steek mijn kop in het zand van de Kunst. En ga vandaag naar de expositie van Grolmans werk in het Utrechts Archief in de Oude Rechtbank aan de Hamburgerstraat.
(11 februari 2009


NIET ELKE UTRECHTENAAR IS HOMO
Zijn Utrechtenaren homo’s of inwoners van deze stad? Een kleine kwestie. Maar zo hardnekkig dat ie met enige regelmaat opspeelt. Vorige week hoorde ik mezelf uitleggen dat 'een Utrechtenaar een homo is'. En een Utrechter? Dat is een inwoner van deze stad. Ik vertelde het aan Ronald Kaper, jonge homo over wie ik vorige week schreef. En voor wie dit sappige verhaal nieuw was. Hij kon er om lachen. De anekdote doet het altijd goed. Inclusief het ‘die komp venâchter de Dom vendaon’ (waar ze hun broek achterstevoren dragen). Ook in de recente aankondiging van Pinkwin, een ‘roze’ spektakel, werden Utrechtenaren met homoseksualiteit in verband gebracht.

In het decembernummer van de Binnenstadskrant (een wijkblad) werd de kwestie door dominee Douwe Werkman opgerakeld. Ik raakte nieuwsgierig. En hoorde over de ban die Rotterdammer Ivo Opstelten ooit op het begrip ‘Utrechtenaar’ voor burgers van deze stad uitsprak. Op 7 juni 1996 gaf hij als Utrechts burgemeester het bevel: 'Voor eens en altijd zeg ik dat het Utrechter is en níét Utrechtenaar'. Want corpsleden bedoelen met Utrechtenaren homoseksuelen. En dús zou Utrechtenaar bezoedeld zijn.

Daarop sloeg ik het boek ‘De vollekstaol van de stad Uterech‘ open. Dat wondermooie boekje van Bernard Martens van Vliet. En las onder andere dat een Utrechtenaar óók een biljartterm is. Een van achteren geraakte bal…. De historie van de vervolgde homo’s hier ter stede wordt helder verwoord. Het is 1730. Twee mannen hebben in de Egmondkapel van de Domtoren anaal geslachtsverkeer. Een van hen krijgt de doodstraf: wurging. In de drie jaar daarna worden in het hele land zeventig homoseksuele mannen ter dood gebracht. Buiten de stad kreeg Utrechtenaar toen de bijkomende betekenis: homoseksueel. Maar ín Utrecht bleef Uterechtenaor hét woord voor inwoner van de stad. Al waren er dus corpsballen, een burgemeester en een hoofdredacteur (Van Heuven Goedhart van het UN in 1937) die voorschreven dat we onszelf Utrechter moeten noemen. Zij hadden het onjuist!
U en ik? Wij zijn Utrechtenaren. Of u nou holebi bent, of niet. Zeg het vanaf nu trots en luid! 
(4 feb 2009)


UIT DE KAST
De relnicht rukt op. Homo’s als Gordon, Joling, Paul de Leeuw en hun nichterige tv-klonen zouden de emancipatie van holebi’s (een sappig Vlaamse afko voor homo’s, lesbo’s en biseksuelen) zelfs belemmeren. Na een Rondom 10 over ´De tv-relnicht´ raakte ik met gast Ronald (24) aan de praat. Hij kent de Utrechtse homo-wereld sinds hij vrijwilliger is in Club Rits (‘een begrip in gay-minded Utrecht’). Nou ben ik een rechttoe rechtaan hetero. Voor zover ik weet. Maar bovenal nieuwsgierig. Óók naar de Utrechtse homo-scene. Op een bezoek aan een Pann-feest na, onbekend terrein.

Ik spreek Ronald in het rustige café Chueca, aan de Oudegracht. Ooit de Roze Wolk. Hij werkt als procesmanager bij een vrachtwagenimporteur. Gaande het gesprek blijkt zijn eigen verhaal minstens zo belangwekkend als de staat van de Utrechtse homo-wereld.
Want Ronald kwam niet zomaar uit de kast. Dacht zijn puberteit lang verkering met een meisje te zullen krijgen. En dat het wel over zou gaan. Wat -natuurlijk- niet lukte. 'Waarom ik géén homo wilde zijn? Omdat het ‘anders’ is. Ik wilde en wil, als alle mensen, gewoon zijn. Vriendinnetje, huisje-boompje-beestje. Dan zoek je oorzaken waarom het met meisjes nooit lukte.' Als zijn beugel eruit zou gaan…, zou hij verkering krijgen. Dacht Ronald. Ontkennen. Wegdrukken. Er tegen vechten. Een jonge homo in het begin van de nieuwe eeuw. Hij spreekt in zorgvuldige bewoordingen. Openhartig.
'Nu heb ik spijt dat ik niet eerder naar buiten ben gekomen. Toen ik zestien was, merkte mijn vader dat ik homo-websites bezocht. Probeerde er voorzichtig over te praten. Maar daar stond ik niet voor open.'
Jaren later -hij was 21- probeerde zijn vader het opnieuw. 'Ja, pap, het is waar', bespaarde Ronald zijn zenuwachtige pa een lastige gespreksopening. Ouders trouwens, met wie hij een liefdevol contact onderhoudt.
En wat leverde de coming out op? 'Op internet en in het ‘ware’ leven zie ik veel onechte homo-relaties. Relaties bij hetero’s lijken geborgener, veiliger en vertrouwder dan bij homo’s. Maar ik ontleen hoop aan de spaarzame voorbeelden van duurzame, liefdevolle homo-relaties. Maar hoe ik daar later zélf mee zal omgaan….?'

Jonge liefde lijkt bij homo’s al net zo’n geploeter als bij hetero’s. Ik bedenk het me als ik Ronalds verhaal aanhoor. Zou het een troost voor hem zijn? 
(28 januari 2009)


NOOIT IN TWEE AUTO'S TEGELIJK
Zijn we te optimistisch? Driehonderd miljoen verwachtingsvolle yanks vragen het zich af. Geïnspireerd door Sam Cooke’s A change is gonna come spreekt Obama over ‘The Change’. Mag ik dit aanvankelijk Amerikaanse, inmiddels mondiale, verlangen naar verandering even vergelijken met het verzet tegen het snelweg-plan door Rhijnauwen? Vijfentwintighonderd demonstranten zaterdag langs de Kromme Rijn!

Aan de A12 staat een torenflat van Rijkswaterstaat. Aan het begin van een winterse avond in 1979 keek ik er, vanaf de 22e verdieping, richting Oudenrijn. Onder mij het zwarte oppervlak van het Amsterdam-Rijnkanaal. Er omheen duizenden bewegende lichtjes in het duister. Dansende lichtjes in de oranje zee van Rijksweg-lantaarnpalen. Nederland spoedde zich huiswaarts. Over de A2, A12 en de fly-overs. Betoverd bekeek ik het schouwspel. En mijmerde weg. In stilte. Toen sprak de man naast mij, ir. Spoel van Rijkswaterstaat, de verpletterende filosofische woorden: 'De enige grens is dat een mens nooit in twee auto’s tegelijk kan rijden'.
Tijdens mijn betovering hadden we bijna vier miljoen auto’s. Nu bijna acht. Een les van de A27 door Amelisweerd: iedere opgeloste file leidt, vroeg of laat, tot een nieuwe file.
Afgelopen zomer stond ik in het tuinhuis van het ecologisch woonproject Het Groene Dak. In Voordorp. Honderdvijfentwintigduizend auto’s rijden er dagelijks langs. Sommige bewoners slapen slecht. Anderen hebben last van hun ademhaling. Ik duik in De weg van de meeste weerstand, het boek over de strijd om Amelisweerd in 1982.
En voorzie het volgende scenario. Die snelweg door Rhijnauwen gaat natuurlijk niet door. Maar de huidige A27 moet dan, bij Amelisweerd én bij Voordorp, naar twaalf rijstroken. Of zestien. Of op palen. De Zuilense ring acht banen! De A28 breder. De A12 nóg breder. Het Utrechtse volk pikt het niet. Ze krijgt vreugdeloze inspraakrondes. En vindt ruggegraatloze gemeentebesturen, ME-pelotons en een economie die mega-investeringen nodig heeft, tegenover zich.
Ik sluit me, een beetje tegen beter weten in, aan bij het onverbeterlijke optimisme. Van yanks én demonstranten aan de Kromme Rijn.
(21 januari 2009)


POOLNACHT BIJ VOLLE MAAN 
De singel lag er in de nacht van vrijdag op zaterdag betoverend bij. Om drie uur stond ik boven in de Sterrenwacht. Het nachtelijke radio 1-programma Casa Luna vierde er haar vijfjarig bestaan. Keek in de richting van de Maliebrug. Geen fietser, geen wandelaar, een verlaten stad. Zag het rimpelloze water voor mijn ogen ijs worden. De maan was bijna vol. Binnen luisterde ik naar een schitterende solo op contrabas. En zag Saturnus, op een miljard kilometer. In de mooiste poolnacht van de winter. Het overvloedige maanlicht maakte het zwarte ijsoppervlak mysterieus. Bladerloze singelbomen als decor.

Schaatsen zat er op de singels niet in. Wat jammer was. En ons dit weekeinde twee keer naar de Vijfde Plas van Loosdrecht deed gaan. Tóén zag ik maandag de sfeervolle foto van Hans Roggen in deze krant. ‘Schaatspret op de Catharijnesingel voor jong en oud’, zei het onderschrift. Hadden we nou toch maar even een rondje gefietst; schaatsen in een tasje… Pas op vrijdag was er het vaarverbod voor de singels. Te laat voor de andere stukken singel dan de Catharijnesingel, waar toch al geen rondvaartboten komen. Tip voor de gemeente. Vraag rederij Schuttevaer, bij toekomstige flinke vorst op komst, direct te stoppen met varen. En compenseer het omzetverlies van de rederij. Dat moet met die begrotingsoverschrijdingen van de overheden geen probleem zijn. Wat het oplevert? Op alle singels schaatsers!

Wij vonden -onwetend van het Catharijnesingel-ijs- door de Béthunepolder (‘Wat een kolder, geen moeras in onze polder’) achter Maarsseveen, de Vijfde Plas. Maakten een tochtje van tien kilometer dat eindigde bij ‘De Gele Puntzak’, friet van klasse geserveerd door Thea Greve. ’s Avonds een beetje pijn in de heupen, blaar op de hiel.
De mooiste ijsscène? Maandagochtend in de dooi op de vijver aan het Willem de Zwijgerplantsoen. Groep 3 van de Openbare Basisschool Tuindorp op schaatsen. In slierten achter juf Jeanine aan. En ijshockeyend met plastic kinderhockeysticks. Dollen op het ijs in een laagje water van drie centimeter. Uitglijden. Vallen. En na de pret lekker zeiknat met z’n allen op school tegen de warme radiator aan zitten. Ik heb nu al heimwee naar de strenge winter!
(14 januari 2009) 


STATISTICUS STOFFEL
In de schitterende winterzon mijmerde ik weg over schaatsen op de Oudegracht, onder de Viebrug. Heb ik in 1987 echt gedaan! Toen kreeg ik het cijfergegoochel van korpschef Stoffel Heijsman van de Utrechtse politie onder ogen. Prompt ontdooiden mijn schaatsfantasieën. 1 op de 9 Utrechters belt bij verdachte situaties naar 112. Van Heijsman moet dat 2 op de 9 worden. Dan zal het percentage arrestaties mét hulp van burgers, nu tachtig, omhoog gaan. De misdaad daalde, volgens statisticus Stoffel, voor het zesde jaar op rij. Met vier procent. In mijn hoofd maakten de poëtische beelden van de bevroren gracht plaats voor een papperige, onheldere cijferbrei. Politie-statistici becijferden twee maanden geleden nog dat Utrecht de onveiligste stad van het land is. Ach… die oude waarheid: er zijn kleine leugens, halve waarheden en politiestatistieken.

De boodschap van politie-manager Heijsman aan de voor de misdaad sidderende Utrechtse burgerij is duidelijk. Als de sodemieter 112 bellen als jongeren in de straat een fikkie stoken! Een jongen deelt een stomp uit? 112! En wat verzuimde ik toen ik laatst bespuugd werd? 112 te bellen!

Persoonlijk had ik één keer met Stoffel Heijsman te maken. Jaren geleden, toen op het JSV-sportveld in Nieuwegein twee tassen van een meidenelftal werden gestolen. Een paar dagen later werden die, zonder geld, in de bosjes teruggevonden. De vermoedelijke daders, jonge jongens die opzichtig bij de tassen hadden rondgehangen, werden op het bureau ontboden. Maar kwamen niet opdagen. Voor de politie was de zaak daarmee afgedaan. Wat later kwam ik korpschef Heijsman bij toeval tegen. Ik sprak mijn verbazing over deze slappe politieaanpak uit. 'Schrijf mij de details, dan zoek ik het uit.' Ik zond een kopie van de aangifte en een toelichtend briefje met de tip: 'Als een krachtige oom agent deze jongens een paar seconden in de ogen kijkt, weet hij of zij de daders zijn. Of niet. Bij flinke vermoedens van ‘ja’ laat je hen glashelder weten dat dit niet meer gebeurt. Daarmee basta'.
Basta! Dat vatte de korspchef letterlijk op. Hij reageerde nooit. Daarmee een elftal voetballende pubermeiden tonend dat de Utrechtse politie bij diefstal weinig daadkracht heeft. 
(7 januari 2009)