rechtenvrij interview De Laatste Take van Laurel en Hardy door Echte Mannen, tekst Onno Doornekuit
Het duo Echte Mannen (Bruun Kuijt & Rik Hoogendoorn) speelt De Laatste Take van Laurel en HardyBruun Kuijt (acteur, regisseur, schrijver) en Rik Hoogendoorn (acteur, schrijver) vormen het duo Echte Mannen. Vanaf 1986 maakten ze negen voorstellingen, waaronder Nero, Haargrens, Hendrik VIII, De Rode Kamer, De 20e Eeuw in Duo’s, Het Rookkwartier en Folk. Met het tiende programma De Laatste Take van Laurel en Hardy hernemen Rik Hoogendoorn en Bruun Kuijt na negen jaar hun samenwerking. Echte Mannen hanteert een eigenzinnige theaterstijl, waarin het beste van toneel en cabaret wordt gecombineerd.
Zowel Kuijt als Hoogendoorn hebben in de afgelopen jaren niet stilgezeten. Kuijt regisseerde veel (onder andere Zadelpijn - nominatie AVRO Toneel Publieksprijs 2011) en Hoogendoorn was te zien als acteur (onder meer in de televisieprogramma’s Sesamstraat en Kees & Co). Toch misten ze hun samenspel. De chemie werkte: ze haalden het beste in elkaar naar boven, zowel als acteur, als theatermaker. Anno 2012 blijkt hun spelplezier onverminderd. Niets bevredigender voor ze dan met eigen materiaal publiek te vermaken. De mannen verheugen zich enorm op hun comeback!
In De Laatste Take van Laurel en Hardy staan de wereldberoemde komieken Stan Laurel (alias De Dunne) en Oliver Hardy (De Dikke) aan het einde van hun carrière. Laurel bezoekt Hardy vlak voor zijn dood in augustus 1957, bijna een jaar nadat hij wordt getroffen door een beroerte. Hardy herkent bijna niemand meer en is niet in staat tot een gesprek (afasie). Hij merkt zijn ex-collega Laurel echter direct op. Met hem kan Hardy wel communiceren. Hardy blijkt een idee voor een film te hebben, maar zonder Hardy, ziet Laurel zijn eigen carrière niet meer lukken. Bovendien zijn de twee mannen ingehaald door modernere iconen. Het verhaal spiegelt ook de huidige tijd. De vergankelijkheid van roem, het belangrijke nut van humor als wapen tegen het verval en het afscheid nemen van een dierbare vriend, worden op ontroerende en geestige wijze voor het voetlicht gebracht. Servaes Nelissen (Gouden Krekel 2011 voor zijn rol in Lang zal die wezen) tekent voor de regie.
Door Onno Doornekuit
Wat hebben jullie met De Dikke en De Dunne?
Bruun: ‘Ik vind de timing van deze heren weergaloos. En hun onhandigheid spelen ze erg goed uit. Hun rollen zijn dusdanig uitgewerkt dat het een wereldact is. Ik vind het heel interessant om iets van hun kracht uit te proberen op onze manier van spelen en onze rolverdeling. Rik speelt ook erg graag de man die alles weet en zichzelf knapper vindt, ik vind het leuk om het sulletje te spelen die dan weer net iets beter uit de strijd komt dan die ander. Niet dat we Laurel en Hardy imiteren, dat zou onbegonnen werk zijn. Maar iets van hun karakters vinden we wel terug in wat we met het onderwerp doen.’
Rik: ‘De uitdaging bij deze voorstelling is dat we scènes spelen in de stijl van Laurel en Hardy, zonder dat we ze heel nadrukkelijk nadoen. We zien twee vrienden/oud collega's die afscheid moeten nemen. Hoe vervelend ook, dat hangt ons allemaal boven het hoofd.
Wat me op het idee bracht voor dit programma was het feit dat Hardy op het eind van zijn leven, nadat hij een beroerte had gehad met niemand meer contact kon maken, behalve met Laurel. Dat leek mij een boeiend, dramatisch gegeven. Tel daarbij op dat zij, net als Bruun en ik, lang een duo waren en je hebt de ingrediënten voor een voorstelling.’
Zijn er overeenkomsten in de samenwerking tussen Laurel en Hardy en die van jullie?
Bruun: ‘Laurel bedacht en schreef het meeste van het materiaal voor de Dikke en de Dunne. Hardy was vooral uitvoerder, daarnaast stond hij op de golfbaan zijn hobby uit te leven. Laurel was de grote creatieve geest. Bij ons is dat gelijkwaardiger, hoewel Rik sneller is met bedenken van dingen. Ik moet daar altijd een nacht over slapen. Of gewoon thuis een tekst schrijven. De regisseur Servaes Nelissen heeft voor deze voorstelling ook het een en ander bijgedragen.’
Rik: ‘Laurel en Hardy maakten humor zonder de klassieke rolverdeling van aangever en afmaker. Ze wisselden dat af en waren beiden zowel meewerkend als lijdend voorwerp. Alhoewel Laurel en Hardy uniek zijn, durf ik wel te beweren dat onze duo's dat aspect delen.’
Hoe was het om met Servaes Nelissen te werken? Ook met het oog op het feit dat je zelf veel regisseert, Bruun?
Bruun: ‘Servaes is een hele goede theatermaker met een duidelijke smaak. Ik heb voorgesteld om hem te vragen, omdat hij onze voorstellingen altijd heeft gevolgd en fan was. Servaes is fysiek een sterk acteur en weet met minimale middelen veel te suggereren. Bovendien zoekt hij altijd naar een waarheid in het spel. Flauwe bekkentrekkerij is uit den boze. Ik denk dat we met hem weer een stap verder zijn gekomen, door ons spel nog dichter bij onszelf te zoeken. En als de regisseur weet wat hij wil, kan ik me als acteur makkelijk overgeven. Dat kon ik bij Servaes heel makkelijk.’
En hoe was het voor jou, Rik?
Rik: ‘Leerzaam. Servaes’ intuïtieve benadering staat haaks op mijn neiging om alles logisch en rond te maken. Deze voorstelling is absurdistischer dan onze eerdere programma’s en dat sluit weer mooi aan op de manier van vertellen van De Dikke en De Dunne. Bovendien hadden we veel lol bij het maken en dat is altijd een goed teken. Kortom, werken met Servaes is zeker voor herhaling vatbaar.’
Waarom moeten mensen deze voorstelling zien?
Bruun: ‘We hadden met de negen voorstellingen van de Echte Mannen een eigen publiek gecreëerd. Toen we na de eerste onderbreking na zes jaar terugkwamen, vroegen mensen ons waarom het zo lang had geduurd. Ze zeiden dat ze ons hadden gemist. Misschien wel omdat we met onze eigen stijl een bepaald publiek bedienden. We maakten cabaretesk toneel, waar we vaak de vierde wand slechtten. In onze voorstellingen lagen humor en ontroering naast elkaar. Soms waren die emoties er zelfs tegelijkertijd, zoals in Het Rookkwartier. Ik denk dat we met Laurel en Hardy een mooi vervolg geven aan onze reeks. De tiende voorstelling dus. Een jubileum dat gevierd mag worden en het liefst met zo veel mogelijk mensen. Hoe meer mensen, hoe meer vreugd!’
Rik vult aan: ‘Ik weet dat het pedant klinkt en zelfs elitair, maar ik maak het liefst voorstellingen voor mensen die verder kijken dan hun neus lang is. In deze tijd van bezuinigingen op de cultuur, is deze wens alleen maar sterker geworden. Ik weet zeker dat ze bestaan, ik nodig ze van harte uit naar ons te komen kijken!’
Is dit ook ‘de laatste take’ van Echte Mannen?
Bruun: ‘De situatie van Laurel en Hardy is niet direct op ons toepasbaar, al moet je jezelf als theatermaker wel voortdurend de vraag blijven stellen wat je nog te vertellen hebt. Het theaterklimaat is erg veranderd, je moet knokken om boven het maaiveld uit te blijven komen. Ik heb er alle vertrouwen in dat het ons lukt met deze voorstelling.’
De Laatste Take van Laurel en Hardy door Echte Mannen is te zien van donderdag 23 februari tot en met donderdag 24 mei 2012 in diverse Nederlandse theaters . De speellijst vind je hier.
Onno Doornekuit







