Juryrapport Dirk Witte-prijs voor Maarten van Roozendaal op 7/11 + rechtenvrij interview Heimwee naar de Hemel door Floor van Dijck
JURYRAPPORT DIRK WITTE-PRIJS
ANGÉLIQUE:
Dirk Witte werd geboren in Zaandam, was houthandelaar en impresario van Jean Louis Pisuisse EN schreef liedjes. Beroemde liedjes als Mens, durf te leven en Het meisje van de zangvereniging en wat minder beroemde, maar voortreffelijke liedjes als Voorbij, Het Wijnglas en De Peren, stuk voor stuk nummers die langer leefden dan hun maker.
Dirk Witte schreef niet alleen teksten, hij componeerde ook. En hij voerde uit,- korte tijd was hij beroepsartiest, tot hij in de gaten kreeg dat anderen zijn werk aanzienlijk beter vertolkten dan hijzelf. Ik vertel dit, omdat wij hoorden mompelen dat een Dirk Witte-prijs per definitie een prijs voor een tekstdichter zou moeten zijn. De jury (die voor één derde deel in Zaanstad woont en die bestaat uit Fred Florusse, Ivo de Wijs en mijzelf) was echter van mening dat de Dirk Witte-prijs ook best zou mogen belanden bij iemand die teksten schrijft EN componeert EN uitvoert. Precies zoals Dirk Witte dat deed, en al stopte Witte met optreden, het maken van tekst en muziek zou hij nooit opgeven.
Aldus de jury: Angelique Finkers, Fred Florusse en Ivo de Wijs:
ANGÉLIQUE:
Een van de mooie dingen van de Dirk Witte-prijs is, dat het publiciteit genereert rond de podiumkunsten op een moment dat die podiumkunsten door het kabinet aan alle kanten beknot worden. Iedereen heeft het kunnen volgen: de verhoging van de BTW, het verdwijnen van gezelschappen, het terugschroeven van subsidies, enz. Dit kabinet dat gedoogd wordt door een partij die cultuur beschouwt als overbodige humbug, heeft maar één beginsel – en dat is het profijtbeginsel. Dat betekent dat dit kabinet van mening is dat cultuur die zichzelf niet kan bedruipen, maar het beste kan verdwijnen, terwijl cultuur die wel profijtelijk is, extra belast en afgeroomd dient te worden. Op korte termijn is dat dodelijk voor ieder experiment en op langere termijn zelfs voor ieder initiatief.
FRED:
De jury heeft tweemaal vergaderd en – zoals dat tegenwoordig gebruikelijk is – uiteraard ook volop ge-sms’t en gemaild. Bij de eerste bespreking hadden althans twee van de drie juryleden een lijst meegebracht van mogelijke kandidaten en meteen bij die eerste bespreking werd ook duidelijk aan wie de prijs van dit jaar het best zou worden toegekend. Het tweede overleg was ingeruimd voor het opstellen van het juryrapport en de tijd tussen de beide besprekingen was vanzelfsprekend ingeruimd voor bestudering van het rijke oeuvre van de nog slechts aan de jury en de organisatie bekende laureaat. Beide besprekingen verliepen in goede harmonie, er is geen vaatwerk gesneuveld, er is niemand geknakt of beledigd weggelopen en er mocht gerookt worden.
IVO:
Vele faculteiten kwamen in de jury bijeen, de drie leden van de jury hebben gezamenlijk ervaring met het runnen van een impresariaat, met optreden, met tekstdichten, met regisseren, entameren en presenteren – en met het hanteren van tenminste één cabareteske broer. De richtlijnen die de jury kreeg waren tamelijk strikt. De Dirk Witte-prijs bleek bedoeld te zijn als een oevre-prijs, toe te kennen aan iemand die tenminste vijf jaar actief was in het theater EN iemand die zich in die tenminste vijf jaar had bezig gehouden met liedjes op niveau, want die liedjes op niveau dienden de verbinding te vormen met de beroemde, minder beroemde maar altijd tot in de puntjes afgewerkte gezangen van de tekstschrijvende en componerende Dirk Witte.
ANGÉLIQUE:
Het is onze oprechte overtuiging dat Dirk Witte met groot genoegen naar Maarten van Roozendaal gekeken en geluisterd zou hebben. Hij zou zonder twijfel erkennen dat de tijd niet heeft stilgestaan, maar hij zou zijn hoed afgenomen hebben voor Van Roozendaals grote muzikale en tekstuele kwaliteiten.
Maar wat vond de jury? De jury vond veel.
Het is heerlijk om iets te horen dat er nog niet wàs. Maarten van Roozendaal heeft een eigen toon: onmiddellijk herkenbaar, zowel in zijn teksten als in zijn composities. Een barpianist die al honderd jaar vanuit zijn hoekje in het café de mensen heeft zien komen en gaan, zien drinken en beminnen, zien opgroeien en zien doodvallen, is op een podium geklommen en blijkt in een dichterlijk hoofd alles onthouden en gerangschikt te hebben wat hij heeft gezien.
Maarten van Roozendaal is geen tekstdichter van lange grammaticale zinnen, hij strooit met woorden en beelden, soms somber, soms hoopvol, soms geestig, maar altijd persoonlijk. En altijd doeltreffend. Zoals een van de juryleden het formuleerde: “Hij raakt snaren!” De snaren is je hoofd, en de snaren van de piano, want Maarten van Roozendaal is buitengewoon muzikaal. En nu het woord “muzikaal” gevallen is, grijp ik meteen de kans om bassist en arrangeur Egon Kracht te prijzen – Van Roozendaals onvervreemdbare compagnon de la chanson.
De originaliteit van Van Roozendaal heeft geen eigenwijze eenling van hem gemaakt. Uit zijn werk blijkt dat hij heeft geluisterd vóór hij zelf ging schrijven en componeren. Wie de rijke werken van Van Roozendaal navlooit komt de namen tegen van Jean Pierre Rawie, van Bram Vermeulen, van Cornelis Vreeswijk en anderen, maar voelt ook de verwantschap met een buitenlandse grootheid als Jacques Brel.
Van Roozendaal heeft veelvuldig samengewerkt met anderen. Het programma Heimwee naar de hemel dat hij dit seizoen vertoont samen met Paul de Munnik mag door de optredenden misschien als een tussendoortje beschouwd worden, de jury aarzelt niet het “een heerlijke voorstelling” te noemen. Een hommage aan gestorven zangers en kleinkunstenaars, resulterend in een voortreffelijk programma, een eenheid, een muzikaal genoegen.
Maarten van Roozendaal is all-round. Als tekstdichter en als componist bezit hij een geheel eigen aanpak en een niet aflatende productie. Als uitvoerend kunstenaar is hij zowel origineel als veelzijdig. De jury weet dat Maarten eerder begiftigd is met belangwekkende prijzen, maar dat was voor ons geen reden om uit te wijken naar iemand anders. Want… ik beloof u dat ik af ga ronden…
Maarten van Roozendaal is elektrisch. Er zit hoogspanning in die man. (Je kunt het een beetje zien aan z’n haar). Als hij zingt en speelt begint het te vonken en te knetteren. Lampen springen aan, muzieknoten spatten in het rond, woorden dansen je oren in. Wat gebeurt er? Wat gebeurt er? Er gebeurt iets magisch, iets onontkoombaars. Maarten van Roozendaal zingt!
Was getekend:
De jury van de Dirk Witte-prijs 2011
Paul de Munnik & Maarten van Roozendaal
Heimwee naar de Hemel
‘We leven in het lied en dat willen we graag doorgeven’
Tekst: Floor van Dijck
Twee grootheden van het Nederlandse lied van nu bundelen hun krachten. De een wil niet gered worden, de ander is zichzelf nooit geweest; samen zingen ze Heimwee naar de Hemel. Maarten van Roozendaal; chansonnier, winnaar van de Poelifinario en de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied. En Paul de Munnik; zanger, pianist en met compagnon Thomas Acda winnaar van de Gouden Harp en al tien jaar een van de boegbeelden van de theatrale Nederpop.
In het programma Heimwee naar de Hemel brengen deze twee podiumpersoonlijkheden theaterliederen van overleden zangers. Eén podium, twee vleugels, twee muzikale en tekstuele krachtpatsers en een repertoire van Nederlandstalige juweeltjes. Met liefde halen Van Roozendaal en De Munnik liederen van onder anderen Cornelis Vreeswijk, Bram Vermeulen, Frans Halsema, Ramses Shaffy, Robert Long en Jules de Corte uit de dreigende vergetelheid terug naar waar ze horen: het podium. Een gesprek over hoe het zover gekomen is, de Nederlandse liedcultuur en ontroerende snuiters.
Waar hebben jullie elkaar voor het eerst ontmoet?
Paul: ‘Ik ken Maarten al uit de tijd dat hij als kandidaat meedeed aan het Amsterdams Kleinkunstfestival, rond 1993. Ik was het jaar daarvoor afgestudeerd aan de Amsterdamse Kleinkunstacademie. In theater Bellevue was een Shaffy-avond, omdat Ramses 65 was geworden. Ik zat in de zaal en opeens was Maarten daar. Hij speelde zijn nummer De Olielamp. Ik hoorde dat en dacht: ‘Fuck, dat wilde ík doen, en nu doet hij het al!’
Van Roozendaal dacht precies hetzelfde toen hij Paul de Munnik en zijn toen kersverse partner in crime Thomas Acda een paar maanden later samen zag spelen. ‘Verdomme, je hebt er dus meer!’ Je moet bedenken, in die tijd was er niet veel gaande. Bijna niemand zong toen met kloten het Nederlandse lied in theaters. Dat gaf een band. Acda en De Munnik speelden meer pop, ik toen meer kleinkunst. Dus we zaten elkaar niet in de weg. We zijn elkaar altijd blijven volgen en kwamen elkaar regelmatig tegen. Ik ben altijd dol geweest op Paul. Als we elkaar zien gaat het altijd over liederen. We zijn het altijd eens geweest over hoe een nummer moet zijn, moet klinken. Je gaat allebei verschillende kanten op, maar we hadden hetzelfde beeld van hoe een goede voorstelling eruit moet zien.’
En nu, 17 jaar later staan de talenten van toen samen op een podium. Hoe voelt dat?
Maarten: ’Het is fijn. We hebben nu allebei veel ervaring, we hoeven ons niet zo te bewijzen. Ik vind Paul een geweldige zanger. Als Paul gas geeft, denk ik: holy Moses! Het is prettig om met hem te werken, ik hoef me geen zorgen te maken. In mijn eigen voorstellingen ben ik de ‘frontman’, altijd de boel aan het redden. De luxe van twee vertolkers op één podium is ongelooflijk prettig. Ik wilde twee jaar geleden al een groot project doen. Met Paul en een grote band, een soort revue.’
Paul: ‘Ik wilde dat liever met zijn tweeën doen.’
Maarten: ‘Paul bezuinigde per repetitie twee muzikanten weg. Tot we met zijn tweeën overbleven.’ Grijnzend: ‘Ik wacht nog steeds tot hij mij er ook uitgooit.’
Paul: ‘Dat we zo lang gewacht hebben met iets samen te doen, maakt het nu des te leuker. Maarten en ik zijn een soort kingsize bed. Royaal, met als enig gevaar dat we elkaar zouden kunnen overstemmen. Nu is het belangrijk dat we ook regelmatig gas terugnemen en subtiel blijven.’
Wat kunnen de bezoekers verwachten van Heimwee naar de Hemel?
Maarten: ‘Het wordt een avond vol muziek. Geen Leo Blokhuis-achtige verhalen ertussen, geen geschiedenisles of anekdotes. We gaan gewoon lekker spelen. Dat doen we met twee vleugels, afwisselend met samen- en solozang en gitaarspel.’
Hoe kwam de selectie van de liederen in Heimwee naar de Hemel tot stand?
Paul: ‘We wilden graag repertoire waar onze roots liggen, delen. Mooie nummers die we zo in leven willen houden.’
Maarten: ‘De keuze voor de liederen was heel makkelijk. We hadden al snel een lijst met titels die we graag wilden zingen. We zingen voornamelijk de dingen waar we zelf mee zijn opgegroeid. Verder is onze keuze nogal arbitrair; we spelen waar we zin in hebben.
Paul: ‘Het belangrijkste criterium is, of we het kunnen zingen. Ik bedoel, of het bij ons past. Een lied van bijvoorbeeld Hazes behoort absoluut tot de liedcultuur, maar als wij dat gaan doen, is het misplaatst. Nico Haak zingen we bijvoorbeeld ook niet. Ik hoop dat er een vervolg van dit programma komt voor liederen van mensen als Benny Neyman, die wij niet gaan zingen, maar die wel een hommage verdienen.’
Maarten: ‘Vanuit onze achtergrond komen we natuurlijk vooral uit bij het theaterlied. Er zijn zoveel prachtige liederen gemaakt in dat genre.’
Paul: ‘Maarten liet me bijvoorbeeld Marjolijn van Vreeswijk horen. Ik schoot vol. Ik wist toen niet waarom het zo mooi was. Thuis ben ik dat nummer gaan analyseren en snapte langzaam waar het echt over ging. Je kruipt erin. Dat is te gek. Wat was Vreeswijk een ontroerende snuiter, ontdek je dan. Hij schrijft raar, maar prachtig.’
Maarten: ‘Het klinkt pathetisch, maar Paul en ik leven in het lied. En dat willen we graag doorgeven. Het is niet de bedoeling dat we samen een programma schrijven, we willen mensen laten genieten van onze passie, overdracht laten plaatsvinden in de liedcultuur. Er zijn duizenden mooie liederen, we kunnen niet alles doen. Maar als je ze in Heimwee naar de Hemel bij elkaar hoort, hoor je waar Paul en ik ons door hebben laten inspireren.’
Heimwee naar de Hemel, zware titel.
Paul: ‘We kwamen er tijdens de repetitie achter dat alle liederen juist draaien om levenslust.’ Maarten: ‘Het wordt geen zware voorstelling. We willen geen begrafenisprogramma maken, omdat alle auteurs toevallig al overleden zijn. De liederen staan in het middelpunt. Het lied moet door, onderdeel blijven van de Nederlandse liedcultuur.’
Paul vult aan: ‘Vandaar dat de ondertitel van Heimwee naar de Hemel ook is: Omdat zij het niet kunnen doen en wij het niet kunnen laten.’
Heimwee naar de Hemel - tot en met eind november 2011 in diverse theaters in Nederland, zie speellijst







