archief Columns AD/UN 2008
HET TWEEDE LEVEN VAN JONAS
In 2008 schreef ik op deze plek slechts één zin in kapitale letters. WIJ HOPEN, DUIMEN EN BIDDEN DAT JONAS ER BOVENOP KOMT. Jonas Melsert werd half augustus bij de Neude in coma geslagen. Bij de Sinterklaas-inkopen liep ik hem laatst tegen het lijf. Verbaasd en ontroerd keek ik naar het petje op zijn hoofd, aan de linkerzijde gedeukt. Maar toen ik deze week bij hem thuis op de bank zat, was die deuk weg. Kort na de Sint werden acht stukken van Jonas’ verbrijzelde schedel -ze lagen opgeslagen in een koelcel- in het UMC teruggeplaatst.
Het was die nacht een kwestie van leven of dood. Hersenbeschadiging. Rechtszijdige verlamming. Hij vocht. En overleefde. Dankzij zijn topconditie. Hij leed aan verbale apraxie. Wilde praten, maar wist niet hoe. Weken lang. 'Verschrikkelijk'. Moest zich, opnieuw, bewust worden van zijn stembanden. Negentien jaar oud leerde hij, opnieuw, voor het eerst mama en papa zeggen. Scrabbelde zijn taalgevoel, opnieuw, bij elkaar. Hij praat nu goed, soms licht stotterend. Na het ‘niet meer kunnen praten’, was het ergste bericht voor de middenvelder van Kampong A1: nooit meer voetballen. Jonas heeft in 2009 drie doelen: studie beginnen, voorzichtig gaan voetballen en weer eens met zijn vrienden op vakantie. Terugkijkend op wat hem werd aangedaan: 'Dat de dader mijn ouders en alle dierbaren de zwaarste momenten uit hun leven heeft bezorgd, vind ik het ergste. Aan mijn bed hielden ze zich goed. Op de gang vielen ze flauw of barstten in huilen uit'. Het geweld tegen Jonas greep veel mensen aan. Hij ontving meelevende brieven van onbekenden. Zelf slachtoffer van redeloos geweld. Maar ook van mensen die dachten: het kon míjn kind zijn.
Ook Jonas’ ouders verwerken het leed hun kind aangedaan. Ze konden kiezen uit boosheid, berusting óf je bewust zijn van het noodlot dat -óók- de ouders van de dader trof. Want wat er ook mis ging in het leven van de dader, dít waanzinnige geweld hebben diens ouders nooit gewild. Jonas’ moeder Marina schreef hen een meelevende brief. En heeft het rustige geweldsslachtoffer zelf nog een boodschap? Ja, een simpele: 'Geweld is altijd zinloos'. (31 december 2008)
EN DE ENGEL ZEIDE TOT HAAR
Engelen? Mijn probleem was dat ze zich nóóit lieten zien. Maar dát pikte ik -vroom, rooms jongetje van zes- niet. Mijn engelbewaarder was er wél! En réken maar dat ik hem zou gaan zien! Mijn engelbewaarder liep en zweefde achter mij. Beschermde mij tegen gevaar. Als mijn ouders er niet waren. Mijn fantasie, gevoed door een naïeve godsdienstige opvoeding, en de werkelijkheid liepen heerlijk door elkaar. Ik draaide dus weken achtereen met een ruk mijn hoofd om: om mijn beschermengel -in een flits- te zien. Uiteindelijk erkende ik: hij is me te snel af.
Mijn engelenverleden herleefde na een bezoekje aan De Wilg, tegenover de Aloysiuskerk. In het keramieklokaal van dit centrum voor ‘verstandelijk beperkten’ zag ik op een plankje vier schitterende engelen liggen. Daarna kocht ik aan de Donkerstraat, bij Ruud Snel, engelkaarsen. Ik las ‘Engelen van deze tijd’, het boek van stadgenoot Twan Geurts. Bezocht de engelenexpositie in het Catharijneconvent. En liet me daar, digitaal, twee vleugels aanmeten. Luisterde naar de engelen uit het In Paradisum van Fauré. Ik haalde oude rijmpjes op. Als ik ’s avonds slapen ga, komen mij veertien engeltjes na... twee die mij wijzen, naar hemelse paradijzen.
Marieke van den Brul kneedde uit klei de vier engelen in De Wilg. Het geeft haar rust. Haar geglazuurde exemplaren zijn zo mooi dat ze nu bestellingen krijgt. Marieke vertelde mij dat haar vorig jaar overleden pleegvader Dick haar nog had gezegd: 'Wist je dat we elkaar, na onze dood, als engelen weer tegenkomen?'
Engelen zijn hip. 'Vleugels hebben zijnskracht', orakelde een deskundige. Ik zag macho engelen in stralend witte gewaden. Ze heten Michaël (aartsengel), Gabriël en Rafaël. Lucifer is, in het Oude Testament, de gevallen engel. Protestantse dominees lopen hun engelenachterstand in. Je kunt je eigen vleugels maken, tijdens engelenworkshops. Of ze kant-en-klaar aanschaffen bij de feestartikelenwinkel op de Adelaarstraat. En de islam? Allah zond via de engelen de Koran naar Mohammed.
Een volwassen, moderne engel verdraagt het een beetje van zijn mythe ontdaan te worden. Maar niet te veel! Want engelen bieden troost. En staan voor ‘onze innerlijke stem’. En als ze de geboorte van het Kind aankondigen, doen ze dat blazend op bazuinen. (24 december 2008)
BEDROG IN DE MIST
Zit daar een koolmees op de tak van de berk? Ons Utrechtse straatje ligt in de mist. Aan de berkentak hangen druppels. Zal ik, koud en nat, de hortensia gaan knippen? Of me verder in het internationale flitskapitaal verdiepen? Bij Fortis (‘kracht’), aan de oostkant van de stad, tasten ze deze middag opnieuw in de mist. Wéér een miljard weg. Bernard Madoff had er niet hardop bij gezegd dat het een piramidespel betrof. Vandaar.
Zal ik voor het laatst dit jaar -beloofd!- iets van de kredietcrisis proberen uit te leggen? Neem nou de krant die u nu leest. Die is voor het grootste deel (63 %) van PCM, vroeger Perscombinatie geheten. Een gezond Nederlands krantenbedrijf. Iets van de historie van de Nederlandse krantenwereld kunt u in onze stad proeven. Wandel naar Ondiep. En vergaap u daar aan de schoonheid van het Lumax-pand. De kiem voor PCM werd er gelegd.
Het huidige PCM moet ‘inkrimpen’ en wil daarom, net als de andere eigenaar Wegener, van AD/Utrechts Nieuwsblad af. Een van de achterliggende oorzaken? De Engelse speculatieve investeringsmaatschappij Apax zoog 140 miljoen euro uit PCM weg. PCM kwam zo in geldnood. Wie financierde ‘hyena’ Apax? Het gigantische pensioenfonds PGGM (nu: PFZW). In het mistige Zeist. Het fonds van onze verpleegkundigen stopte tientallen miljoenen euro’s in Apax. De treasury managers en investment capital directors deden de rest: een pijler van onze pers strippen. De macht bij de kranten ligt reeds lang niet bij de redacties. Maar bij ijdele mannen in krijtstreeppakken. Bij geparfumeerde vrouwen in kokerrokjes. Private Equity portfolio manager, noemen ze zichzelf. En early stage-financier. En ze woekeren met verpleegkundigen-geld.
De mist in ons Utrechts straatje trekt een beetje op. Nieuws! Een PCM-topman heeft binnen het eigen bedrijf computervredebreuk gepleegd. Waar iedere gewone werknemer meteen ontslagen zou worden, mag hij, Peter Stadhouders, nog een tijdje in PCM-dienst blijven. De zeshonderdduizend euro premie die hij van Apax als beloning voor de uit PCM weggesleepte honderdveertig miljoen ontving, hoeft hij niet terug te storten.
Zó werkt de kredietcrisis dus. Het wordt tijd om de hortensia, waar iedere kleur uit verdwenen is, te snoeien.(17 december 2008)
VERONGELIJKT LEEFBAAR
Er is veel onrecht in de stad. Van onrecht word je verongelijkt. Verongelijktheid maakt strijdbaar. En met strijd wordt onrecht recht getrokken. Het boek van Ed van Eeden, Leefbaar Utrecht, komt vandaag uit. Na lezing resten gemengde gevoelens. Het gefnuikte idealisme -hoe maken we Utrecht een betere stad?- maakt mij sadder en wiser. Waarin wijzer? Ik las over onvermogen. Over moedwillige sabotage. Over het achterkamertje aan de Brigittenstraat. Ging begrijpen hoe goede bedoelingen strandden in een wirwar van karakters. Van Eeden beschrijft geen onomstotelijk harde feiten. In een ‘mondelinge geschiedschrijving’ laat hij betrokkenen hun verhaal doen. Een verhaal vol, elkaar soms tegensprekende, ontluisterende getuigenissen. Leest als een trein.
Ik herken me in de verongelijkte medemens. Kreeg dit jaar van de Sint wéér niet wat mijn hartje begeert. Naar mijn visionaire kijk op de kredietcrisis wordt nooit geluisterd. Mijn vaderlijke adviezen worden in de wind geslagen. Ik lijk op verongelijkte kiezers en kijkers. Wie is er in deze over-assertieve internettijd eigenlijk níét verongelijkt? Maar gelijk hebben is heel iets anders dan gelijk krijgen, leerde ik al jong. ‘Dat zegt u omdat u volkomen incompetent bent’, zou Henk Westbroek nu kunnen reageren.
De revolutie at dus haar eigen kinderen op. Veel alcohol (afpilsen in Leefbaar Utrecht-jargon) was de smeerolie voor omgangsvormen en politieke mores die de lezer pijn doen aan de ogen. Want de klootzakfactor van de partij maakte ook intern veel kapot. Een stapeling van grofheid en verraad. Het overkwam politieke tegenstanders én medestanders. ‘Giesberts is een enorme lul’. Westbroek wenst Lemaier een dwarslaesie. Nadat die, op zijn beurt, LU-leden ter dood gebracht zou willen hebben. Werd de stad beter van het gekrakeel? In 2005, het laatste jaar dat Leefbaar in de stadsregering zat, gaf Utrecht 102 miljoen euro uit aan peperdure interim-adviseurs.
‘De Utrechter is een hork die van schuppen houdt’, schreef ik in het recent uitgekomen proefnummer van De Utrechter, weekblad-in-oprichting. Dat blad kwam mede tot stand uit verongelijktheid over de kwaliteit van de krant die u nu leest. Een van de initiatiefnemers? Broos Schnetz, mede-oprichter van Leefbaar Utrecht. (10 december 2008)
PEUKEN OP HET WERK
Hij maakte carrière bij de Utrechtse Regiopolitie. En zit nu, 54 jaar oud, ziek thuis. Longkanker. Rechercheur Gerrit Bikker rookte nooit. In de tijd dat recherche-afdelingen, als krantenredacties, blauw van de rook zagen. Peuken en werkstress! Ze horen bij elkaar. Gerrit Bikker weet zéker dat hij slachtoffer is van meeroken. Want er werd flink op los gepaft, bij die recherche! Nu moet Bikker voor zijn leven vrezen. De derde chemokuur bijna afgesloten. De pijn bestreden met morfinepleisters. Maar behalve kwetsbaar en ziek is hij energiek in zijn strijd voor gezondheid van anderen. ’Pa, je mag elke dag tien minuten over de gevaren van meeroken praten,’ perkten zijn drie kinderen hem in.
Politieman Bikker werkte aan geruchtmakende moordzaken. Was één van de agenten die in mei ’86 het lichaam van Arthur Ghurahoo bij Fort Vechten aantrof. Hielp mee de moord op Marion Brouwer in De Meern, december ’88, op te lossen. Coördineerde in 1999 het buurtonderzoek in de moord op Sybine Jansons. Hoe beter de moordenaar in beeld kwam des te meer saffies staken de moordonderzoekers op. Gerrit niet! Hij legde het mij gisteren uit. Levendige ogen. Breekbaar lichaam. ‘Door de laatste chemokuur is er zeven kilo af.’ Tot drie jaar geleden wist ook Gerrit niet dat meerokers grote gezondheidsrisico’s lopen. Hij vertelt het gelaten. ‘Het fijnstof-gehalte in een kroeg met rokers is 20 keer hoger dan op het drukste kruispunt in de stad,’ verkondigt hij.
Tussen Gerrit en mij ontstond telefoon- en e-mailverkeer nadat hij in een mailtje vroeg of ik rook. ‘Zelden’. Ik schreef over zijn wrange lot in de NCRV-gids. Nu zit hij -ooit coördinator vuurwapencriminaliteit- betogend voor me. Enkele tientallen mensen worden per jaar doodgeschoten. Drieduizend sterven aan de gevolgen van meeroken. Veel aandacht voor de eerste groep, bijna stilzwijgen over de tweede? Dat soort vragen stelt hij. En de honderden café’s die, ook in onze stad, de 1 juli-wet overtreden? ‘Het is geen betutteling! We moeten de gezondheidsschade tegengaan!’ En de café-omzet herstelt zich wel. Zie Italië! Is de zieke Bikker verbaasd over zijn eigen energie? ‘Als ik een roker was geweest, was ik met mijn aandoening al lang dood geweest.’ (3 december 2008)
RAWAGADEH
In een koude januarinacht in 1994 kreeg ik anonieme post in mijn Utrechtse brievenbus. De afzender, met een mysterieuze link naar het Heilige Graal-verhaal: Parsifal. Vijf witte enveloppen met een malle, gestempelde adressering: ’Aan U’. Erin een gekopieerde brief. Kop: WAMEL-RAWAGEDEH.
De brief kwam van een Indië-veteraan (’Mijn naam kan ik u niet noemen’). 46 Jaar na de politionele actie in het Javaanse dorp Rawagedeh schreef de oud-militair, in cursieve schrijfmachineletters, zijn gewetensnood van zich af. Gewetensnood over een militaire operatie op 9 december 1947. Parsifal: 's Nachts werd Rawagedeh geheel omsingeld. Degenen die in die nacht het dorp verlieten, werden geruisloos afgemaakt (besprongen, onder water gedrukt tot ze verdronken waren; met de kolf van het geweer de schedel ingeslagen enz. enz.). Omstreeks half zes, toen het licht begon te worden, werd met mortieren het vuur op het dorp geopend. De mannen, vrouwen en kinderen die er uit vluchtten, waren –dat was uitdrukkelijk gezegd- vogelvrij: ze werden allen neergeschoten. HET WAREN ER HONDERDEN.’
Deze week, bijna vijftien jaar na Parsifals pamflet, maakte de Nederlandse regering bekend dat negen Indonesische nabestaande weduwen en één overlevende van deze massamoord géén schadevergoeding zullen krijgen. De oorlogsmisdaden zouden verjaard zijn.
In 1994 dacht Parsifal, naar eigen zeggen, dag en nacht aan Rawagedeh. ‘Met hoofdpijn en met tranen die achter mijn ogen branden, vooral als ik denk aan de kindertjes die hun handjes nog niet goed in de nek konden krijgen en hun grote ogen, zeer angstig en nog onbegrijpend.’
Was Parsifal een Utrechter? Gezien het feit dat hij wist waar ik werkte? Eén hint in het pamflet wees naar de omgeving van Tiel. Daar gooide hij het pamflet, in dezelfde week, rond het oorlogsmonument neer. ’Misschien kan er uit Wamel, juist uit Wamel, een initiatief komen’, schreef hij. Wij interviewden daarna alle Indië-veteranen uit het dorp Wamel, aan de Waal tegenover Tiel. Maar Parsifal speelde zijn geheime spel goed. Wij achterhaalden hem niet. Maakt ‘Parsifal’ de ontwikkeling van deze week nog mee? Ik vermoed dat hij het mysterie achter het pamflet van 1994 inmiddels mee het graf in heeft genomen. (26 november 2008)
STADSE ROVERS
Voor een El Al-vlucht naar Israel word je minder gecontroleerd dan bij de Utrechtse rechtbank, gisteren. Binnen keek ik uit op acht advocaten-ruggen. En vóór die ruggen acht jonge achterhoofden. Schuldige achterhoofden? Zwarte krulletjes in de nek. Strak gemillimeterd, opgeschoren kapsel. Soms een creatieve combinatie van beiden. De ‘Bende van Zuilen’ hoorde de Officier van Justitie aan. Beroving, diefstal, inbraak, gijzeling, mishandeling, bedreiging.
Een vader van een verdachte jongen had mij al verteld dat ’deze rechtsgang een circus is’. Dat politie en justitie door haat gedreven worden. Dat een arrestatieteam drie keer met getrokken wapens zijn huis was binnen gevallen. Dat zijn vrouw daar nog steeds ziek van is. Dat ze bij Justitie wel 500 euro per dag verdienen. Veel geld! En dat je dat geld beter aan de gezinnen van deze jongens kunt geven. ‘Om aan onze toekomst te werken’. En -het belangrijkste- dat deze jongens níéts gedaan hebben. Vóór de zitting -de microfoon in de zittingzaal staat al open- hoorde ik een verdachte: ’Ik heb niets te verliezen, ik heb toch niets gedaan.’ Toen ik naar links door de rechtbankramen keek, zag ik de Catharijnesingel, somber onder natte, bladerloze takken. Herfst. Ik mijmerde weg over geweten. En of geweten bij twintigjarigen nog gevormd kan worden. Binnen vielen politie-codewoorden voor de misdrijven vanaf vorig jaar augustus gepleegd: Irene, Magnolia, Capuchon, Vecht, Vier, Pinroof. Dossier Herfst heet het hele onderzoek nu.
Ik las de Berberse namen in de tenlastelegging. Khalid, Redouan, Mounir. Dacht aan de honderden basisschoolleerkrachten in onze stad die ook Oualid, Ismail en Sadik een prachtige schoolstart bezorgden. Harke Hofman van Basisschool De Cirkel in Zuilen is er zo een. En dat het niet hielp. De Berbers-Riffijnse eer- en schaamtecultuur leidt tot ontkenning. Valt deze stortvloed aan bewijsmateriaal nog weg te poetsen met die ontkenningsreflex? Ik herinnerde me de jonge man die door een paar jongens in de Christinaschool in Zuilen geblinddoekt gegijzeld werd. Ik zag de ontreddering in zijn ogen, drie weken na de mishandeling en de vernedering die hij moest ondergaan. (19 november 2008)
125 JAAR CAFÉ VAN WEGEN
Het oude binnenstadscafé ligt achter C & A. Een onooglijk stukje Lange Koestraat. Al 125 jaar tappen ze er Amstel Bier. De tijd staat in deze donkerbruine kroeg een beetje stil. ‘Het bier hier drink je met rustige mensen’, typeert Cees de Bie De Natte Gemeente bij Van Wegen. Hier is iedereen gelijk. Zeggen de stamgasten. Geen muziek, veel ouwe mannen. De mythe luidt dat het beste biertje van de stad híér geschonken wordt. Vanwege die schuimkraag boven de rand van het glas.
Laatst las Gerrit Komrij er, gezeten achter het een eeuw oude biljart, uit zijn nieuwste bloemlezing. Adriaan van Dis was er. Literaire avondjes en optredens trekken jonger cafévolk. Meer vrouwen ook. Getoept en geklaverjast wordt er zelden meer. De tijd staat niet dóódstil. Vandaag bespreekt het volk de moord -die geen moord is- in Ondiep. De pedo-jagers, de 5-2 nederlaag van de FC. ‘Hee, Nico, wàànneer gaon de ààsbààkken nou weer us de taofeltjes op?’ Nee, ober Nico, steevast met stropdas, overwéégt niet eens de anti-rookregels te overtreden. Van Wegen: een keurig établissement. Ingelijst hangt daar de door burgemeester Fockema Andreae in 1928 ondertekende drankvergunning. En daar! Die mahoniehouten lambrisering. De glimmend gepoetste koperen lampen boven het biljart. De stoeltjes en tafeltjes. De prachtig geëtste ruiten, mét afbeelding van de Paddemoes, het voormalige steegje.
Vandaag viert Van Wegen het 125-jarig bestaan. Kastelein Nico Veerman verklaart zijn pilsje. Korte leiding vanaf het fust. Schone glazen en spoelbak. Maar dan ook écht schoon. Koel. 2,8 atmosfeer druk. En met de spatel tegen het glas tikken? Nooit! Hij zorgt voor een perfecte na-seterisatie. Even kort bijtappen dus. Tégen alle brouwerij-regels in. En dan, zónder een spoor van bier, het pilsje op het viltje van de klant. Een proper café. ‘In het chique deel van wijk C’, zegt Nico’s moeder Riek van Wegen (78). Vanuit haar TL-verlichte kamer ziet ze met hond Chico, vanachter de geëtste ruit, toe op een degelijk verloop der café-dingen. Zeventig vierkante meter Utrechtse geschiedenis. Zorgvuldig geconserveerd. Aan de toog -zonder krukken- staan, hangen en dollen de Utrechters Emo en Faaij. ‘Al dat positiefs. Zeg eens wat negatiefs over dit café’. (12 november 2008)
BEKWAAM
Met Nout Wellink hebben we het getroffen! Voor 391.000 euro ’s jaars spreekt hij de Tweede Kamer toe: ’Het beroerde is dat IJsland ergens ver in zee ligt en dat ze de telefoon niet altijd opnemen’. We boffen met zó’n financieel toezichthouder. En gezegend zijn we met volksvertegenwoordigers die daar niet moeilijk over doen.
Of neem Bert Heemskerk van de Rabobank. Zó’n peer! Aan de Croeselaan was kleurspoeling-Bert (pochetje in de kleur van de krijtstreep) bereid decennia te zwijgen over de gigantische luchtbel in huizenmarkt. Vierhonderd procent prijsstijging sinds 1980! Dat er nog bankiers bereid zijn hun bed uit te komen om systematisch níét scherp te zijn. En die ons nu verblijden met veilige verzekeringen tegen daling van de huizenprijs. Super!
Zo’n Bert en zijn Rabobank verdienen die tweede plaats op de lijst van beste Nederlandse werkgevers! Net als het in onze provincie gevestigde Fortis zijn 7e plaats. En trots zijn we op de 15e plek van pensioenfonds PGGM uit Zeist. Hoger was natuurlijk verdiend geweest. Vanwege de miljarden verliezen de laatste tijd: de beleggingen in de sprinkhanen van het internationale flitskapitaal.
Jammer dat de provincie Utrecht níét in de Top-15 staat. Want niet alleen provincie-medewerkers ook wij, de 1,2 miljoen inwoners, tellen onze zegeningen. Zo´n man als gedeputeerde Joop Binnekamp? Een weldaad voor de uitverkoren Stichtse gemeenschap. 1.680.000 euro gemeenschapsgeld betaalde hij het afgelopen jaar aan huur voor een niet gebruikt, leegstaand kantoorgebouw. Zonder Binnekamp zit je toch met je handen in het haar! En wat te denken van Anneke Raven, zijn collega van financiën? Een icoon van spaarzaamheid. Inmiddels 750 miljoen euro speculatie-kapitaal aan haar treasurer beschikbaar gesteld! Je moet er toch niet aan denken dat de provinciale heffingen verlaagd worden. Binnenkort besteden ze in het Provinciehuis 3,4 miljoen euro aan een nieuw gordijntje, vloerbedekking en airco. En je moet er helemáál niet aan denken dat de noeste vergadertijgers op Rijnsweerd ons ontvallen. Altijd bereid om ‘door te pakken’ en ‘aan te geven’ dat het ‘potverdorie gerealiseerd moet worden’.
We boffen met hen! (5 november 2008)
THEO VAN MAMMOET OPEENS WEG
Over Moedwil en Misverstand bij FC Utrecht zou dit stukje gaan. En over de hardnekkige menselijke behoefte er een zootje van te maken. Mét parallel tussen kredietcrisis en FC-crisis. Na FC Utrecht-NAC dacht ik: welke rol speelt FC Utrecht-eigenaar Frans van Seumeren in deze machtsstrijd? En nam me voor Theo van Maanen in De Meern te bellen. Kent van Seumeren, werkt een half mensenleven bij diens wereldberoemde kraanbedrijf.
Maar Theo’s vrouw, Jet, was me voor. Met het verschrikkelijke bericht dat Theo van Maanen in het UMC lag. Maandagmiddag zat ik aan zijn bed. In de avond overleed hij. Theo, een jongen aan wie het relaxte van het dorp De Meern kleeft. Daar kent iedereen smaakmaker Theo, een van de jonge Merenezen achter jongerencentrum Azotod in de jaren ’70 en ‘80. Charmante levensgenieter. Goedlachse krullebol die ik in een Vlaams danscafé op Belgisch volk af zag stappen. En in no time met een prachtige onbekende vrouw op de dansvloer stond. Vertolker van Johnny Cash-klassiekers: I keep my eyes open all the time. Zijn stadse kant bracht hem voor van Seumeren en Mammoet van Singapore tot Vancouver. Van Dubai tot Shanghai. Als Theo thuis was, troffen wij elkaar op de linkervleugel van UVV-5. Voetballen. Met de derde helft als bindende factor… Theo haalde een hussie bier. En dan bespraken we de kinderen, relaties, werk, moedwil en misverstand. En muziek. Véél muziek, de bindende factor tussen Theo en zijn enorme vriendenkring. Van obscure groepjes tot John Mayall (Room to move-mondharmonica), Frank Zappa (Dancing fool) en Marvin Gaye (What’s going on). Muziek die hij goed vond, moest iedereen horen. Mij bracht hij in contact met Sapho, een Marokkaans-Joods-Franse zangeres. Een jongetje van 51. Gaf ooit Joan Armatrading tijdens een concert een bos rozen. Kekke laarzen onder een relaxte blik die een gevoelige kant verborg. ‘Hello guys’, en Theo stapte, waar nu De Rode Doos langs de A2 staat, de kleedkamer bij UVV binnen. Net terug uit Dallas, Texas.
Alle Moedwil, Misverstand en Machtsstrijd bij FC Utrecht? Ach, waar gaat dat eigenlijk over? (29 oktober 2008)
GABRIËL SMIT OF DE PLUNDERAARS
Het werd herfst. Zondagavond. Ik zat in de radiostudio van Met het Oog op Morgen. En probeerde de eenzaamheid van de radio 1-luisteraar, kort voor middernacht, wat te verlichten. Zou dat lukken met een wonderschoon gedicht van Gabriël Smit?
Weer is het herfst, mijn lief, en zijn wij ouder,
ouder geworden dan dit ene jaar.
We groeien tweemaal, want ook voor elkaar:
uw hoofd rust peinzend aan mijn schouder.
Gabriël Smit. Een groot dichter, uit deze stad afkomstig. Geboren in 1910 in de Zadelstraat. Overleden in 1981. Staat 62e in de Top-100 van beste Utrechtse schrijvers ooit.
Wat smachtte ik naar het moment dat ik het herfstgedicht mocht voorlezen. Het Oog-uur was vol met ‘kapitaalinjecties’, met ING, met beeldspraken van Bos en Wellink. Met de halve waarheden van bankiers en financiële analisten. Het voortdurend verbaal beleden beroep op vertrouwen. ‘We hebben een gezonde financiële sector’. Het sprookje kwam in vele varianten langs. ING was zó gezond... Die zondagmiddag had ik na de Maliebaanloop achter het ING-gebouw aan de Maliebaan bier zitten drinken. Geen bankier te bekennen. Ik dacht nog: gaat mijn oude, vertrouwde Postgiro van Vadertje Staat, ING-dochter, sneuvelen? Maar om acht uur kwam het verlossende woord.
In de loop van de avond probeerde ik - Mulo A met middenstandsdiploma, weet van debet en credit en een balans met vreemd vermogen - wéér een stukje financiële sector te doorgronden. En zag en passant dat het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds 11 miljard euro stak in Freddie Mac en Fannie Mae. Mét toestemming van de vakbonden FNV en CNV. Houdt de financiële elite van ABP binnenkort zijn handje op bij Wouter Bos? Of zullen ze brutaalweg de pensioenen verlagen?
Tijd voor de laatste strofe van Gabriël Smits vijfde gedicht uit de serie Rondelen (bundel Ternauwernood, 1952).
Toch weten wij: het najaar wordt niet kouder.
De wolken trekken weg, - het nachtlicht, klaar
en fel, doordringt ons bloed, uw warme haar…
Waar is uw mond, want niets is mij vertrouwder:
weer is het herfst, mijn lief, - wat is een jaar?
(22 oktober 2008)
DE STAD HOLT EN STROMPELT
De herfst rook zoet toen ik de stad uit rende. Ik ontweek de eerste glimmende kastanjes. Zag massa’s blaadjes afvallen. Van wilgen, platanen en kastanjes in de zon. Passeerde een scootmobiel, inclusief onverstoorbare senior. En vroeg mij af of ik later ook zo zou worden: zó ver naar links sturen dat het andere verkeer er last van heeft. Op het pad tussen Voordorpsedijk en Groenekanseweg een fietser in een beige windjack. Degelijke sportfiets, gebreid mutsje. Om de rechterbroekspijp een elastiekje. Voor je het weet zit er een veeg kettingvet op je broek...
Je ziet ze hobbelen en strompelen, je ziet ze stumperen, wankelen en lijden. Lopers overal. Utrecht rent, holt, loopt hard. Ze horen bij het straatbeeld. Van Singelloop naar Maliebaanloop. De moderne narcistische mens moet in shape blijven. Ook ik! In mijn lelijke loopstijl die doet denken aan een werkvoetballer-op-links. Hobbelend langs Fort Voordorp zag ik ganzen en kleine eendjes op een volstrekt strak wateroppervlak. Ik waande me even in de lente.
Na zeven kilometer raakte mijn hoofd losser. Over de saxofonisten van de blanke Britse soullegende James Hunter waaierde mijn geest uit. Hoe waren ze laatst in Tivoli, in dat nummer People gonna talk? Over Caos Calmo, de film vorige week in Louis Hartlooper. Wat bedoelt schrijver Veronesi toch met die, plots uit de lucht vallende, neukscène? Over deze column. Wéér over financiële crisis en hebzucht? Over het Utrechtse gemeentebestuur dat rond 1999 met Amerikaanse financiële cowboys een speculatief gokspel van tientallen miljoenen begon; met Remu-elektriciteitsleidingen en gasbuizen in de stad als inzet? Aan de verkoop kwam geen gemeenteraad te pas, de contracten lopen nog. Over de zinloosheid van dat lekkere lopen. Over Maarten Koeman, held, taaislijmziekte-lijder. Liep negen marathons. Over de oudste poes in huis die maar blijft verharen.
Zou ik in mijn lichaam de endorfines aanmaken die me inwijden in de wereld van het runner’s high? Ik keek stiekem op het kleine klokje aan mijn broekband. Als ik déze tien kilometer in ongeveer 57 minuten zou lopen, dan is 55 minuten haalbaar!
Aanstaande zondag: Maliebaanloop. (15 oktober 2008)
WOEKEREN MET 2 GULDEN 86
De Utrecht was het jugendstil-gebouw van de N.V. Levensverzekeringsmij. Utrecht aan de Leidseweg. Gesloopt in ‘74. Bij De Utrecht sloten mijn ouders in 1969 een begrafenisverzekering af. Voor het hele gezin. Morbide, oppervlakkig gezien: je voorbereiden op de begrafenis van je kind. Liefdevol en zorgzaam, als je doordenkt. ƒ 2,86 per maand betaalde mijn vader voor mij. Ik lees het in de vergeelde polis. Twintig jaar lang: 240 keer f 2,86. Ik ben nu voor 1500 gulden, 680 euro, verzekerd. Dat zal een ondiep gat worden, vrees ik. En droge Hema-cake voor de belangstellenden.
De Utrecht werd Amev (én sponsor van onze FC). Amev werd Fortis (betekent: kracht). Denkend aan De Utrecht krijgen oudere stadgenoten nog steeds natte ogen. Maar ik wil het over de poen hebben. Het slijk der aarde. Één ding vooraf: laat u nóóit meer wijs maken dat een horde arme Amerikanen die hun hypotheekverplichtingen niet voldeed, dé oorzaak van de huidige crisis is!
De Utrecht/Amev/Fortis-jongens woekerden met mijn ƒ 1500. Zo droeg mijn begrafenisgeld bij aan het immense, in elkaar stortende, gokspel van de internationale geldelite. De techniek ging zo. De 680 begrafeniseuro’s waren onderpand. Net als úw spaareuro’s, verzekerings- en pensioenpremies. Honderden miljarden. Het geld kwam bij investeringsmaatschappijen, aandelenhandelaren, hedge-fondsen en onroerend goed-speculanten terecht. Met het tien- tot twintigvoudige van ons geld werd gegokt op nóg hogere rendementen, exploderende onroerend goed-prijzen en booming aandelenmarkten. Steeds met de soliditeit van ons echte geld (680 begrafeniseuro’s) als onderpand. Het hefboomeffect, heet dit. Aan het korte, zware stukje van de hefboom zit het echte geld. Aan het lange stuk de handel van bankiers, pensioenfondsbazen en speculanten. Zij deden ons geloven dat hún financiële economie de échte economie is. Terwijl de gewone werkers-economie iets heel anders is dan de gokpaleizen Wall Street, London City, Amsterdamse Zuidas. Nu dragen we de banken te grave. Binnenkort de hedgefunds. En nog voor het eind van het jaar de huizenmarkt (geen luchtbel, hoor, die 400 procent prijsstijging sinds 1980).
Mijn eigen begrafenispolis? Een mooi aandenken. (8 oktober 2008)
MEER HEBZUCHT IN HOLLAND
Een luchtballon hangt, afgelopen donderdag, in de koperen ondergaande zon boven Overvecht-zuid. De huurders van de huizen aan de Aphrodite-, Ajax- en Atlasdreef lezen op de ballon: DTZ Zadelhoff Makelaars. Het makelaarskantoor slaat resoluut terug! De dag ervoor beschreef ik op deze plaats hoe oprichter Cor van Zadelhoff, in 1983, met wat makelaarswerk multi-miljonair werd. Voor de koop van Hoog Catharijne door het ABP ontving Van Zadelhoff zeven miljoen makelaarsloon uit de ABP-pensioenpot. Het neo-liberalisme in de kinderschoenen.
Van Zadelhoffs praktijk van toen is voor de huidige financiële elite klein bier. De moderne geldjongens schuiven met honderden miljarden, de verplicht afgedragen pensioenpremies van het Nederlandse volk. Een voorbeeld van groot bier. De twee grootste pensioenfondsen ABP en PGGM staken 40 miljard van hun 280 miljard euro in hun jonge dochterbedrijf Alpinvest. Alpinvest is een zogenoemde durfkapitalist, gevestigd aan de Amsterdamse Zuidas. Opdracht van het bedrijf: zo hoog mogelijk rendement maken. Daartoe worden bedrijven opgekocht, gestript en doorverkocht. En worden financiële constructies bedacht. De beloningen zijn enorm. Vorig jaar ontving de leiding van Alpinvest in totaal 150 miljoen euro. Alpinvest-topman Volkert Doeksen vindt zijn inkomen van boven de twintig miljoen euro bescheiden. Hij stuurde mij een tijdje geleden een Top 10-lijstje van Amerikaanse durfkapitalisten (ook wel hedge-fondsbeheerders genoemd). Die verdienen pas écht flink. Nummer 10, Stephen Mandel van Lone Pine Capital, is goed voor 300 miljoen dollar jaarinkomen. ‘Klein bier? Dat zijn wij!’, moet Doeksen gedacht hebben toen hij mij zijn lijstje grootverdieners stuurde.
Deze week worden de banken gered. Binnenkort krijgen de hedge funds en andere durfkapitalisten het moeilijk. Gisteren pleitte premier Balkenende voor vertrouwen en stabiliteit. Trekken de mannen van DTZ Zadelhoff, Alpinvest en Lone Pine Capital én de tienduizenden sprinkhanen van de financiële wereld zich iets van dat appèl aan? Ik waag het te betwijfelen. Maar of de huurders van het Griekse goden-buurtje in Overvecht iets aan die wetenschap hebben? (1 oktober 2008)
HEBZUCHT IN HOLLAND
Zondagmiddag schalde de stem van Jan Smit ('Dan volg je haar benen...') over het Vredenburg. Hoog Catharijne vierde het 35-jarig bestaan. Ik vertelde mijn lieve gezelschap over de bijnaam van dit betonnen monster: Hoog Chagerijne. Bij de roltrap legde Straatnieuwsverkoper Martijn uit dat steeds minder mensen het Straatnieuws aanschaffen.
Bij Casanova, op het pleintje bij Invito, paste ik een prettig -billijk geprijsd- pak van Oxford. We spraken over Jan de Vries van Bouwbedrijf Bredero: vermogende bouwer van HC. Toen ik cash afrekende, vertelde de verkoper mij over Italiaanse kennissen. Altijd ruiken ze even, vol genot, aan de ontvangen bankbiljetten. Een manier om de waarde van geld te voelen?
We spraken over rijkdom en hebzucht en flitskapitalisten. Ik legde mijn theorie van de Wet Van De Grote Getallen uit. Wil je heel rijk worden? Zorg dan in de buurt van de gigantische geldstromen, die door onze moderne maatschappij vloeien, te komen. Als er dan een ton of een miljoen in jouw zak valt, valt het nauwelijks op.
Ik neem u mee naar Hoog Catharijne, 1983. Van naked short selling had niemand gehoord. Put- en call-opties moesten nog uitgevonden worden. En zélfs de financiële elite had nog geen weet van sale-and-lease-back constructies. Geldwolven speculeerden in grond en gebouwen. Simpele tijd was dat. Maar giga pensioenkapitalen waren er ook toen. Gemeenschapsgeld.
Makelaar Cor van Zadelhoff kende de Wet Van De Grote Getallen als geen ander. Hij voerde wat lunchbesprekingen met de top van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Met witte wijn besprenkeld, met zalmsnippers gelardeerd. Van Zadelhoffs rekening: 7.033.000 gulden. Prompt betaald uit de ambtenarenpensioenpot. In één klap was miljonair Van Zadelhoff multi-miljonair. Welk werk had hij daarvoor verricht? Hij zorgde ervoor dat het ABP Hoog Catharijne en wat gebouwen van de Friesch-Groningse Hypotheekbank kocht. Prijs 703,3 miljoen gulden. Gevraagd of zeven miljoen makelaarsloon niet wat veel was voor een paar dagen werk, zei Van Zadelhoff -goede bekende van onze voormalige premier Wim Kok-: ’Zo zijn de tarieven nu eenmaal’. Het neo-liberalisme stond nog in de kinderschoenen. (24 september 2008)
MAROKKAANSE KLOOTZAKKEN
Met hoge snelheid nadert van links een scooter. Twee Marokkaanse jochies, opgeschoren kapsel. Ik wil vanaf de Breedstraat links de Wijde Begijnestraat in. Rem om een aanrijding te voorkomen. Dan ontmoeten mijn ogen hun blikken... Minachting, lees ik. Weerzin. Twee gekrenkte jonge, Riffijnse Berber-ego’s. Hoe deze witte Nederlandse man het waagt zijn voorrang te nemen! Gebeurde deze week.
Mijn dood werd aangekondigd. Want altijd was er wel een neef of een oom 'die jou komt doodsteken'. Bespuugd? Ja, in een Hoogravens theehuis; besproeid met lauwwarme Fristi. Geïntimideerd? Het overkwam me als leider van een jeugdelftal bij Sporting ‘70. Maar ook als buspassagier, als winkelend publiek én als journalist. Ik kom erop door de Goudse buschauffeurs en de Amsterdamse ambulancebroeders. Lastig gevallen en met de dood bedreigd door Marokkaanse jongens.
Wat te doen met Marokkaanse kinderen die tot laat op straat lopen? De Utrechtse kinderpolitie zat er eind jaren zeventig met de handen over in het haar. Ik berichtte erover. En in de dertig jaar daarna zag ik als verslaggever veel weggestopte depressieve gevoelens en verdrietig stemmende machteloosheid. Maar ook: gebrek aan zelfonderzoek, gekoesterd slachtofferschap, de vlucht in religieuze slogans, een verwrongen seksuele moraal én vrouwbeeld, het schuld aan de ander geven, de argwaan. En vooral het zieken en provoceren.
En toch heb ik ook vaak gelachen. En kreeg ik respect -zoals het nu heet- wanneer ik het geprovoceer doorprikte. "Wat zijn jullie vervelende klootzakken", zei ik tegen jongens die mij ziekten.
Een klein deel van Marokkaans Nederland haat ons land. Een haat die ingewikkelde, maar traceerbare wortels heeft. De meerderheid van Marokkaanse berbers durft de minderheid niet aan te spreken op hun ‘klootzak’-gedrag. Toch moet ‘het beschavingsoffensief’, dat Amsterdammer Ahmed Marcouch bepleit, te doen zijn. Bedacht ik gisterenmiddag aan de Arnodreef, schuin tegenover de moskee. Ik stond er aangenaam te keuvelen met Mohammed. Zijn zonen hebben daar halal-slagerij El Najma. Mohammed is ontspannen en heeft humor. Én hij vindt Bea -niet alleen op Prinsjesdag- een prima koningin. (17 september 2008)
BARITON OP DE WERF
Het water bij de Geertebrug ligt er rimpelloos bij. Verbazingwekkend eigenlijk, dat die enorme stemmen geen golfjes veroorzaken! Tientallen bootjes. De koffie wordt geschonken. Als baliekluivers hangt het Utrechtse volk massaal over de hekken van brug en gracht. Dit is, komende zondag, het Oude Gracht ó-ó-ó-óperaconcert, ook voor niet-operaliefhebbers. Een koerende duif. Nevelig zonlicht gefilterd door iepen en kastanjes. Onder de kastanje met bruin bladerdak en zieke uitstraling zingt bariton Anthony Heidweiller: ’Schenkt man sich Rosen im Tirol’ (weisst du was dáááss bedeuten soll). Hoe ziek is die kastanje? Frank van den Brink van Stadswerken: "Hij heeft paardekastanjemineermot en zijn conditie is slecht". Maar volgend jaar, verzekert hij mij, zal ie nog leven!
Ik vind Anthony Heidweiller een van de smaakmakers in de stad. Bizarre projecten, gekke petjes, altijd glinsterende pretogen. Geestelijk vader van het Yo! Opera-jeugdfestival (krijgt de Prins Bernard Cultuurprijs). Bedenker van het Purcell-phone-project: een muzikale wandeling door de binnenstad op een Purcell-compositie. Afgelopen zondag loop ik hem in het Pandhof van de Dom tegen het lijf. Verdi, Puccini, Catalani belooft Anthony vanaf 11 uur. Maar ook wat lekkere liedjes! Rosen in Tirol dus. Én Granada. Hij zet zijn machtige baritonstem in: mi cantáááár, een loflied. De violen en cello’s fantaseer ik erbij. Flor de melancolía, rosas, amores, mujeres. "Gaat over deze stad", zegt Heidweiller, "Utrecht, ik verloor mijn hart aan jou". Komende zondag met castagnetten? De bomen, de gevels, het water en de mensen vormen de natuurlijke akoestiek. Géén versterking. "Het mooiste is dat het publiek mee gaat met jouw ademhaling. Ze willen de hoge noot. En dat we hard zingen." U zult het krijgen. En let op de vele seconden lange uithaal tegen het einde van Granada. Díé schreef componist Lara er niet in. Die komt van Heidweiller.
Utrecht is komende zondag subtieler dan Venetië. En volgend jaar nog één aflevering, de tiende. Mét paardekastanje. Daarna basta. Een besluit van de gedreven ploeg van producent Jetta Ernst, sopraan Monique Krüs, dirigent Boudewijn Jansen. En Anthony zelf. "Tien jaar is toch prachtig". (10 september 2008)
GEZICHTEN IN DE DOM
Mooie koppen en de Domkerk? Een linke combinatie. In de Jan van Arkel-zijkapel zie ik de van koppen ontdane beeldengroep. Centraal staan God de Vader, Maria, Anna en het Christuskind. Alle vier onthoofd. Er omheen zes gezichtloze heiligen, waaronder Sint Maarten en Agnes. Rond 1580 sloegen protestantse beeldenstormers hier trefzeker op de gebeeldhouwde hoofden in. Als ik de Dom binnenga, moet ik er altijd even kijken.
De Domkerk is na 428 jaar anders! Er zijn -eindelijk- koppen bíjgekomen. Sinds een paar dagen kijken twaalf gezichten -één meter veertig bij één meter- de bezoeker indringend aan. Twaalf koppen. Ze volgen je met hun ogen. Gemoedsgesteldheid? Zwaar, spottend, gesloten, dof, verkrampt, gewond. Maar ook open, verbaasd, nieuwsgierig, relativerend. Waar je eeuwenlang omhoog keek om het immense kerkinterieur te beschouwen, gaat je blik nu langs de pilaren de lengte van de kerk in. Van Tony naar Paul, naar Wilma en Ron. ‘Beminde gelovigen’? Met een portret, reeds op het ondermaanse, beloond voor betoonde vroomheid?
Nee, het zijn vier van de twaalf (ex-)daklozen die door Wim de Haas als Lastige Portretten werden geschilderd. De schilderijen werden door hem met geplastificeerd staaldraad aan de Dompilaren bevestigd.
Het gezicht is hét middel om uit te drukken wat in ons zit, zegt de gepassioneerde portretschilder. Hoop, verdriet, berusting, woede, kracht, ontreddering. En in de mooiste portretten meerdere emoties in één gezicht. De schilder wil dat het schilderij: -hij stoot zijn vuist naar voren- “Pofff….. bij je binnenkomt”. Want deze geportretteerden hebben 'bovengemiddeld op hun lazer gehad'. Niet verwerkt geweld, manisch-depressieve partners, te vondeling gelegd: hun levensverhalen worden in een bijgevoegd boekje beschreven. Wim de Haas hoopt dat we toleranter worden tegenover daklozen.
Vrijdag, bij de opening, zullen ze er zijn, de door het leven gekwetsten. Geportretteerde Appie -Straatnieuwspet op het hoofd- niet. Hij overleed afgelopen april. Zijn laatste weken bracht de verslaafde Appie in het hospice aan de Kanaalstraat door. Daar toonde Wim hem, kort voor zijn dood, zijn portret. Appie’s humor liet hem niet in de steek. Spontaan riep hij tegen De Haas: "Zóóó, daar knap ik goed van op". (3 september 2008)
LIEDJES VAN KOOS
Van Hofstad naar Domstad. Ook schrijver Koos Meinderts verkaste 65 kilometer. Alhoewel… Meinderts is geen échte Hagenees. Hij is een peenbuiker, iemand uit Loosduinen. Wij zaten op dezelfde Havo en dronken beugelflessen Grolsch in hetzelfde café. Als ik hem hier in de stad zie, is hij…een beetje een bondgenoot. Al praten we nooit plat Haags met elkaar. Zeker niet om -valselijk- die zogenaamde glorierijke jeugd verbaal vast te houden. Maar afgelopen zaterdag, samen voetballend in een ‘Haags Artiestenteam’ in het ADO-stadion, was het goed. Supporters, zonder warme worst, langs de lijn. Allemaal leuk en aardig, deze stoere anekdotes. Maar peenbuiker Meinderts staat wél in de Top 100 van Utrechtse schrijvers aller tijden. Zijn werk ontstond hier. De inspiratie haalt hij, nog steeds, uit zijn jeugd in het grote katholieke gezin van de boswachter van Ockenburg (achter de duinen).
Van Koos’ nieuwe gedichten verscheen deze maand de liedjes-cd ‘Verdriet is drie sokken’. En laatst vierde hij in De Lage Vuursche in kleine kring zijn zilveren schrijversjubileum. Hij maakt stad en land al 25 jaar veilig met woorden, fantasieën, een stroom liedjes, kinderboeken en -in het begin- ‘grote mensen’-satire. Én honderden rijmpjes. Voor de allerkleinsten: Daan gaat naar de maan. Liedjes voor Het Klein Orkest, in de jaren tachtig hot. Met Harrie Jekkers satirische boeken, waaronder Tejo (een geëmancipeerde man). Filosofische liedjes als De Wonderen (mét de zin: ‘De Goden zijn ontmaskerd als een schepping van de mens’). Politieke statements: de hit Koos Werkeloos (‘Laat Koos maar vissen aan de waterkant’ en ‘Sorry dat ik besta’). Tientallen kinderboeken, meestal met tekeningen van zijn vrouw Annette. Drie boeken gaan over Keizer, een jongen die zijn overleden moeder -volgens vader een zeemeermin- nauwelijks heeft gekend.
Collega-schrijvers, zeven broers en zussen én zoon Thijs schreven, bij zijn jubileum, ieder een brief aan een door Koos bedacht personage. Zo ontstond een brievenboek voor de man met de licht gebogen gestalte en de bijna verlegen tred. Laatst wachtte hij bij een voetgangerslicht in de stad. Een langs rijdende vrouwelijke fan van achttien vernam dat dáár, bij de zebra, Koos Meinderts stond. Verbouwereerd vroeg ze: "Maar ziet die er dan zó gewoon uit?" (27 augustus 2008)
JONAS
Vorige week donderdag op de fiets. Op het Willem van Noortplein gaat mijn mobieltje. Ik hoor over Jonas, ‘s nachts bij de Neude in elkaar geslagen. En word er onpasselijk van. Verneem hoe hij vecht voor zijn leven. En zie Jonas voor me, een paar jaar geleden klasgenoot van onze dochter. Verplaats me in de ontreddering van zijn ouders. En in hun hoop. Later hoor ik dat Jonas bij kennis is geweest, maar nog niet kan praten. Sommig hersenletsel leidt pas na weken tot traag herstel.
Over jongerengeweld -later zinloos geweld geheten- heb ik veel bericht. Mijn journalistieke interesse begon in de jaren tachtig. Door de minachting van de elite voor de geweldsexplosie op straat. Honderden dodelijke slachtoffers en voor het leven getekende gewonden werden door politiek en kwaliteitspers genegeerd. Ik was verbijsterd over de ontkenning van deze immense kwestie: de waarde van een leven van een medemens -het kostbaarste dat hij of zij heeft- telt blijkbaar minder dan … ja, dan wat? Minder dan de adrenalinekick? Dan de drang tot kopiëren van tv-geweld? Minder dan de zucht tot kapot maken?
Ik maakte reportages over de wapenwedloop onder jongeren. Over geweldssubculturen en de opmars van machogedrag. En over hoe drank en cocaïne ook de Utrechtse geweldsdrempel verlagen. Ik interviewde daders (óók slachtoffer) en diep-verdrietige ouders. Ik liep in stille tochten en stond stil bij graven van 17-jarigen. En ik leerde over de meedogenloosheid van de straat. "Ik heb liever dat zíjn moeder huilt dan míjn moeder", vertrouwde een Rotterdamse jongen mij -streetwise- toe.
Als vader breng ik onze kinderen overlevingsinstinct bij. Een agressieveling zoekt oogcontact? Wegkijken. Bespuugd? Níét terugspugen. Rivalen met een mes? Nóóit zelf een mes op zak. Toegegeven, in het bewaken van onze eer zijn wij niet militant. Zo’n pragmatische opstelling is blijkbaar nodig. En toch is het stom geluk dat het ons nog níét overkwam. En toen was er die nacht. Ik begin erover tegen andere ouders. En verzucht -een flauw cliché-: "De grootste nachtmerrie". En ik wil Jonas’ ouders en zijn zus steun betuigen. Veel belangrijker dan een doorwrocht betoog over de geweldsspiraal. Daarom schrijf ik nu luid: 'WIJ HOPEN, DUIMEN EN BIDDEN DAT JONAS ER BOVENOP KOMT'. Utrecht leeft met jullie mee. (20 augustus 2008)
ZWEET EN SCHETEN
Tijdens mijn degelijke opvoeding leerde ik ‘terughoudend’ te stinken. En terughoudend te reageren op de stank van een medemens. Dus nooit: "Wie heeft er hier een scheet gelaten?" roepen als een gezelschap wordt getroffen door de winderigheid van een enkeling. Slechts wat demonstratief snuiven en even met een wijsvinger naar de neus. Doen alsof je je verbaasd afvraagt wát je ruikt, terwijl een adembenemende damp de kamer vult. En zwetende stinkerds nóóit mijden, maar quasi nonchalant een conversatie beginnen over deodorants. En bij mensen die uit hun mond stinken? Over kauwgom beginnen.
Ik kom op dit stankthema vanwege het gesprek van de dag. Sinds 1 juli stinkt het namelijk meer in ons land én in onze stad! Niet op straat. We hebben in Utrecht immers geen varkensfabrieken. Nee, de stank hangt in de café’s, danstenten, concertzalen en restaurants. Zweet en scheten! Die ruiken we, sinds het horecarookverbod, beter. Waar sinds mensenheugenis in uitgaansgelegenheden sigarettenrook dominant was, worden we nu rechtstreeks geconfronteerd met de menselijke geurafscheiding. Stinkerds hebben geen enkele bescherming meer van de alom aanwezige sigarettendamp. Tabaksgeur die de geurtjes van swingend, drinkend en etend uitgaanspubliek neutraliseerde.
Kent u het consumptiepatroon van een Utrechtse student in de introductieweek? Pils en pinda’s, bier en bereklauwen. In kolossale hoeveelheden gaan snacks en drank naar binnen. De alcohol wordt uitgezweet. En het koolzuur baant zich, via de darmen, een weg naar buiten. En zo heeft de horeca nu een serieus geurprobleem. Binnen het uitgaanswereldje wordt nu beleid ontwikkeld om deze stankgolf aan te pakken. De eerste bedrijfjes presenteerden reeds stankbestrijdingsplannen.
Die ontwikkeling biedt mogelijkheden voor de oudere stinkerd onder ons. Want drinkende en rokende vijftigplussers kunnen er wat van! Laatst legde een kenner mij uit dat de oudere, drinkende medemens, een steeds minder goed werkende lever heeft. En al het gif van de alcohol moet wel naar buiten! Maar laat ik niet te kritisch zijn over de stinkerd onder ons. 'Wie het eerste ruikt, heeft zijn poepertje gebruikt', leerde ik als kleuter. (13 augustus 2008)
MEER ALCOHOL IN DE STAD
Het voornemen was: met hazelnoot-ijs van Roma bij Jos Smaling op bezoek. Maar Roma aan de Sint Bernulfstraat was op maandag dicht. Dus zat ik even later met een glaasje water voor me in Jos’ Zuilense huis, honderd meter verderop. Jos zag een Rondom 10 over ‘alcohol als verdoving’. En hij las twee weken geleden mijn column over hoe ze bij De Helderheid in Wittevrouwen drinkers aanpakken. Hij schreef me. Jos is een van de achtduizend Korsakov-patiënten in ons land. Dat aantal valt mee, gezien de anderhalf miljoen probleemdrinkers (waarvan zeshonderdduizend zwaar verslaafden dagelijks meer dan twaalf glazen drinken). "Heb ik dat weer?", verzucht Jos met zelfspot over die ‘pech’. In zijn kleine woning, met uitzicht op de Ludgerus Aanbiddingskapel, vertelt hij over zijn verpleegkundige carrière. In een glazen vitrine de getuigschriften. Jos’ bewijs dat hij een succesvolle verpleegkundige is. Of was? Opgeleid in het Woerdense Hofpoort en het Antonius in Nieuwegein. In het AZU ging zijn loopbaan verder: de Cardio Care Unit en de IC. Diploma’s met hoge cijfers. Zijn kortetermijngeheugen liet hem in de steek. En dus is Jos, 48 jaar oud, nu al tien jaar arbeidsongeschikt.
Hij kent de verdoezelingsstrategieën van de alcoholist. Kauwgom, after shave en fisherman’s friend doen het goed tegen de stank. Jos spreekt versluierend, bijna liefkozend, over ‘een biertje’. Een biertje hoorde bij zijn ochtendritueel na een nachtdienst op het AZU. “Ongemerkt sloop het erin”. Afkomstig uit De Meern leerde hij bij Azotod drinken. Als barkeeper op de Oudegracht in Le Polkaroll combineerde hij –met gemak- een alcoholische en een verpleegkundige carrière. “Je bouwt een tolerantie op.” Nu wil Jos zó graag aan het werk. Hij solliciteerde laatst bij het Elisabeth Hospitaal op Curaçao. Ze zoeken er dringend intensive care-verpleegkundigen. Het is hem afgeraden. Jos, je hebt Korsakov. “Maar ik wil zo graag. En daar ben ik verdrietig van.” Nederland zuipt zich klem. Met een kleine kans dat je Korsakov oploopt. Jos Smaling legt op scholen uit hoe hij door de drank werk, kortetermijngeheugen én gezin kwijtraakte. Irreversibel, zegt hij in verpleegkundig jargon. Onomkeerbaar. Vanavond gaat ie weer naar Juliana-Oord in Laren. Afdeling Neuro 1. (6 augustus 2008)
EEN STICKIE OP DE EYKMANLAAN
Zou de stad zo rustig blijven als deze week? Rond acht uur maandagavond reed ik weg. Over de Eykmanlaan. Het was zeldzaam stil op straat. Geen fietser waagde zich aan de tropisch vochtige, klamme omgeving. Geen wandelaar zette een voet voor de andere. Waar de laan een trage bocht naar rechts maakt, bij bejaardenhuis De Lichtkring, geen bewoner in de tuin. Hoe geniet je als hoogbejaarde in deze drukkende hitte van je welverdiende rust?
Geen mens dus. En dan -plots- een ineengedoken gestalte op het trottoir. Gevallen? Ik keek opnieuw. Een gestalte in gehurkte stand, nam ik langsrijdend waar. Er zat geen beweging in. Niemand op de stoep om zich te bekommeren om de hurker. Een epilepsie-aanval? In de bocht bij het verlaten winkelcentrum de Gaard draaide ik probleemloos om. En zette mijn auto stil. Ik liep op de gestalte af. Perfecte hurkhouding, gerichte blik op de puntjes van zijn schoenen. In zichzelf gekeerd. Te warm gekleed: bruine suède korte jas, blauwe trainingsbroek met witte bies.
“Kan ik u helpen?”, vroeg ik, bedeesd voorover buigend. Met open gezicht keek een man omhoog. Lange zwarte krullen, beetje baardgroei. Een peukje, met filter, in de hand. “Nee”, zei ie resoluut. Hij was aan de wandel vanuit Overvecht. Zoals ie dagelijks deed, zei ie. En dan draaide hij, ter hoogte van het Q8-station, zijn dagelijkse stickie. Maar -tegen de gewoonte- was hij vanavond, al wandelend, maar niet stoned geworden. "Als ik dan gehurkt ga zitten, word ik wél stoned", lichtte hij toe. Hij verhief zich uit de hurkhouding. Een paar zachte ogen. Ik excuseerde me dat ik hem tijdens het genieten had gestoord. "Kunt u me een lift geven? Ik wil naar het bankje bij de Noorderbrug." Ik dacht: tijd zat. Hij stapte in en stelde zich voor als ‘Jan’. "Lekkere muziek", zei ie over de soul van James Hunter die ik op had staan. "Blow je omdat je wilt vergeten?", vroeg ik. "Nee, omdat het lekker is".
Bij de Noorderbrug stapte Jan uit. Keek me aan. "Kom er ook even bij zitten". Genieten van de zomeravond aan de stille singel! Nee, ik nam geen stickie, square als ik ben. Ik moet aan het werk, zei ik hem. En reed plichtsgetrouw naar de ge-airco-de redactie van Met het Oog op Morgen in Hilversum. Kan ook geestverruimend zijn! (30 juli 2008)
ALCOHOL IN EEN STEEG
Ons land heeft anderhalf miljoen probleemdrinkers. Een paar staan bijeen op een verborgen plek in onze stad: het stukje steeg van de Sint Janshovenstraat, bij de Biltstraat-hoek. In de steeg een deur die een verfje nodig heeft. Erboven een bord. De Helderheid. Een eeuw geleden produceerde de Firma Naseman & Co in dit pand sigaren. Tabakpakhuis, droogmakerij en het sigarenfabriekje worden nu bevolkt door Stichting De Helderheid van oud-alcoholist Erik Stofferis en zijn bevlogen staf.
Het groepje in de steeg neemt nog snel een trekje van shaggie en sigaret. Hun tweedaagse Vrij van Alcohol-training bij De Helderheid staat op punt van beginnen. Visie van De Helderheid: iedereen kan stoppen met destructieve patronen, zoals een verslaving, en kan kiezen voor leven in plaats van overleven. 'Jullie zijn drinkers, wij verzorgen jullie behoefte', verwelkomt Stofferis zijn cursisten, vier mannen en acht vrouwen. Op een tafel grote karaffen water, schijven citroen erin. Ik hoor het voorstelrondje aan. Verhalen over een liter wijn per dag, de coma van vorige week, het stiekeme drinken. De agressieve dronk en het zelfbedrog. De refusal en de detox. Het destructieve drinken en de leverbeschadiging. Een serie echtscheidingen komt langs, verdriet over verloren geliefden, een voorbije topsportcarrière. Alcohol is nog lekkerder dan veel eten, hoor ik. Iemand noemt zichzelf 'een doorgewinterde alcoholiste', stond zes jaar droog en dronk zich vorige week plots 'bijna van de wereld'.
Erik Stofferis presenteerde laatst in de schouwburg zijn boek De Grote Verdoving. Zijn Zeeuws-Vlaamse vader Antoine (78) hoorde er van zoon Erik: 'Ik heb het drinken van jou geleerd'. Alcoholist Erik zat in 1993 -33 jaar oud- 'helemaal vast'. Hij raakte zijn gezin en zijn werk kwijt. Nu is een van de pijlers van zijn filosofie: alcohol verdooft. En we hebben die verdoving nodig, omdat wij –moderne mensen- de confrontatie met pijn, verdriet, leegte, de zinloosheid van het bestaan en tegenslagen niet aan durven. Daar herkende ik –die een glaasje lust- veel in. Hoe minder je drinkt, hoe beter alle kloterigheid voelbaar is. Maar ook alle schoonheid. (23 juli 2008)
KABALT'S SCHIETTENT
Fotoschieten op de kermis. Ik ben er gek op! Happiness is a warm gun. En als je de roos raakt, is de foto het bewijs van je trefzekerheid. Thuis hangt een fotocollage: ik met een buks in de hand, in eindeloze variatie. Van de Nijmeegse najaarskermis tot de Haagse Buitenhof-schiettent. Van Vrijmarkt tot Piekenkermis. Álles eigenhandig geschoten! De laatste dagen was ik dus vaak in Kabalt’s Golden Bullit-schiettent op de Maliebaan. Kobus en Dieneke Kabalt en Ria Becker hadden er een ruim aanbod. Hartje schieten ('het schot midden in het hart'), haaietanden schieten, vinger schieten ('vingers er hélemáál af').
Mijn lievelingsattractie is dus de photo shoot. Na de oorlog door Hannes de Voer in ons land geïntroduceerd. Hij zag het in Frankrijk. Zijn zoon Jopie de Voer verhaalt in de poffertjestent op de Maliebaan over de historie; tot in de jaren zeventig met een oude Leica-camera. Daar werd een koperen, lichtdicht afgesloten, schuifje op aangesloten. Met maar één negatiefje. De raak schietende kermisklant kreeg een nummer en het negatiefje werd vervangen door een nieuw. ‘s Nachts drukte de Voer sr. de foto’s af. In de doka achter de schiettent. De volgende dag haalden de kermisklanten hun geschoten foto op. Hoeveel makkelijker gaat het nu met de Polaroid. Maar Polaroid zal de poort dit jaar sluiten. Dus werkt Kobus Kabalt al aan een digitale versie van de photo shoot.
Nicky uit de Pelikaanstraat vraagt of ie gratis mag schieten. 'Dan mag u de prijs houden, als ik raak schiet', zegt hij slim. Elias schiet vijf vingers weg en vergeet de andere vijf. Machteld schiet op de bewegende kogels (zes raak). Een mijnheer wil voor zijn vrouw de bloem-met-het-pijpje-eronder schieten. Maar dat ‘rozenrek’ heeft Kobus afgeschaft. Jordi van elf kiest voor sterschieten. En ik? Ik plaats de familie om me heen en leg mijn buks – 'Zonder handicap', verzekert Kobus- aan. 'Raak is raak en mis is mis', zegt hij ontspannen. Hoe komt Kabalt zo relaxed? 'Je móét wel relaxed blijven, want wat je uitstraalt, krijg je terug.' Ik schiet. Mijn zesde kogel treft de roos. Waarna het mechanisch vernuft van de microschakelaar zijn werk doet. Weer een foto voor mijn collage! (16 juli 2008)
LE GRAND DOPING SOUS LE DOM
AiAi….. Van de schrik steeg mijn hematocrietwaarde torenhoog. En dat terwijl ik de afgelopen week geen EPO of anabole steroïden tot mij nam. We verheugden ons dat we in 2010, honderdtachtig tegen elkaar fietsende apotheken in onze stad mogen bewonderen. En nu blijkt de Utrechtse Tourstart-lobby een strategische misrekening van formaat te hebben gemaakt. We lijken verslagen door Rotjeknor, schreef deze krant afgelopen vrijdag. De Maasstad bood namelijk aan af te zien van een eerste etappe door de eigen regio. Wat Utrecht wél wil. Het Rotterdamse aanbod (alléén presentatie en proloog) zou de Tour-directie goed uitkomen, is de analyse van de AD-verslaggever.
Maar dát hadden wij in Utrecht niet mogen lezen, vindt Arjeh Kalmann, de hoofdredacteur van AD/Utrechts Nieuwsblad. Omdat het de positieve stemming voor Utrecht als startplaats bederft? Hij noemde de berichtgeving een dag later in deze krant ‘een ergerlijk bedrijfsongeval’. Die positieve verhalen over Rotterdam als plek voor ‘Le grand Départ’ hadden volgens Arjeh alléén in het AD/Rotterdams Dagblad mogen staan. Maar dán was deze berichtgeving aan uw en mijn Utrechtse ogen ontsnapt. Dat wordt nog een kwestie tussen de AD-bloedgroepen Rotterdam en Utrecht!
Maar interesseert deze kwestie me echt? Ik zag in 1973 aan de Scheveningse boulevard Joop Zoetemelk de tijdrit winnen vóór Raymond Poulidor. En ben daarna - sportgek die ik ben - tijdens vakanties in vele Franse finishplaatsen terecht gekomen. Maar de heroïsche verhalen van wielerhelden uit mijn jeugd –zo verbonden met weken lang tomaten plukken in Monster terwijl Jan Cottaar en Theo Koomen via de middengolfradio onze wielerfantasie prikkelden- nee, in díé verhalen geloof ik niet meer. De gemeente Utrecht besteedde tot nu toe 500.000 euro aan de Tourstart-lobby. In een rapport over de ‘Economische effecten’ wordt gesteld dat de komst van ‘Le Grand Départ’ de stad tussen de 22 en 33 miljoen euro aan omzet zal opleveren. Het wielerfanatisme beu, denk ik dan: goh, die omzet zal exclusief naar de Utrechtse apotheken vloeien. Want dáár moeten de topsporters immers hun farmaceutische voorraden aanvullen. (9 juli 2008)
DE RECHTBANK
Stoffel lachte zijn hysterische lach op het bankje tegen het hek van De Rechtbank. Hij blies zijn alcoholische adem even uit en bedelde om tien eurocent. Stoffel zat met zijn rug naar hét nieuwe pleintje van de stad. Draai je om, man, dacht ik! Kijk naar dat schitterende pleintje voor het Utrechts Archief, restaurant De Rechtbank en het Court Hotel.
Een tip. Ga op deze tropische dag naar de Hamburgerstraat, hoek Korte Nieuwstraat. Neem plaats onder de vier platanen. En laat de koelte over u neerdalen. Mijmer terug over het recht dat hier gesproken werd van 1500 tot maart 2000. Ik zette mij neer op een bankje, getimmerd rond een van de platanen. En luisterde naar de 21-eeuwse jonge, daadkrachtige horeca-ondernemer Oscar de Goede. Tien jaar geleden schonk hij in de Goedheyd, aan de overkant, de champagne in als een procederende partij iets te vieren had. Nu bestiert hij De Rechtbank: 'We willen een mooi bedrijf neerzetten, leuke bediening, kleine winstmarge'. Maar ik dwaalde af naar professor Volkert van Dijk, tot 1983 president van de rechtbank. Hij overleed dit voorjaar in Tuindorp, 95 jaar oud. In een afscheidsinterview –op de plek waar nu hotelgasten ontbijten- gaf hij ons een uitspraak van Cicero mee: 'Hou je aan de wetten om je vrijheid te behouden'. Met Oscar maakte ik daarna een fascinerend rondje door het gebouw. Plots verscheen de beeltenis van bode Kooy, stem en bril van politierechter Bieger, de gestalte van officier van justitie Von Meyenfeldt. En de griffiers die op de trappen Mr. Van Dijk toezingen: 'President, wij zullen nooit vergeten, hoe wij over de concepten zweetten' (melodie: Luv’s Greatest Lover).
Ik bestelde een ‘Plateau Fruits de Mer’. In afwachting van het gerecht liep ik het andere deel van het Rechtbankgebouw binnen. Ook al van on-Utrechtse allure. Het Utrechts Archief. En ging de zaal in waar ik als rechtbankverslaggever veel heb zitten schrijven. En daarna de zaal waar Prof. Van Dijk zich in 1982 –vergeefs- boog over de bomen van Amelisweerd. Ik zag een spitsboog, eeuwen aan het zicht onttrokken geweest. En liep, verbaasd over de schoonheid, terug naar het restaurant. Ik wachtte op mijn oesters en bedacht dat het een geluk is om in Utrecht te wonen. Die historie! En die mensen! (2 juli 2008)
MEESTER HARKE VAN DE CIRKEL
Een sliert Zuilense kinderen zigzagde in oranje shirts het Haagse Centraal Station uit. Langs hoge ministeries. Groep 7 en 8 van basisschool De Cirkel slalomden -alsof ze de Bedriegertjes bedwongen- in de Danstheater-fontein. Daarna naar de Ridderzaal ('Kauwgom uit de monden!'): verhalen over de gebroeders De Witt, Willem van Oranje en over hoe de kreet ‘Leve de Koningin’ was ontstaan. In de Tweede Kamer zei meester Harke: 'Ilhem, ga eens zitten. Leila, draai je eens om'.
Het begon in september. In Rondom 10 hoorden we het bloedstollende verhaal van een Nederlands jongetje: door racistische Marokkaanse kinderen weggepest van de Cirkel, een school in de biotoop van de Zuilense roversbende. Toen kreeg ik een bericht van leerkracht Harke Hofman. Of ik aandacht wilde besteden aan een positief schoolreisje van De Cirkel? Dát wilde ik. En voor we vorige week woensdag het Binnenhof bereikten, was ik trots op de leergierige, slimme Zuilense kinderen met wie ik door mijn geboortestad liep. Zineb, Hajar, Burcu en Ender, Leila en Yousra, Mohammed en Tolga. Allemaal! Ze snoven de stad, het parlement, de Pier en de zee. Maar het mooiste was dat parkje, naast de achtertuin van paleis Noordeinde. Precíés toen de kinderen daar op de Prinsessewal arriveerden, keek Beatrix naar buiten. En uit 38 kinderkelen klonk: 'K ben een schoolkind (op de wijs van ‘I am a soulman’ - Blues Brothers)'. En op de melodie van Grease: 'Ga als de bliksem naar school en kom nooit te laat'. En toen…… Toen kwam Hare Majesteit, ‘speciaal voor ons', naar buiten! Ze zwaaide, lachte. En was koningin van kinderen uit Marokko, Turkije, Afghanistan, Suriname! En Meester Harke, een Theo Thijssen-meester in 2008, was apetrots.
Vanochtend leest de Koningin in haar paleis de bedankbrieven ('Geachte Hare majesteit, ik ben blij dat u langs kwam'). Van kinderen die op school Basisgedrag tonen: 'Handen thuis', las ik aan de klassemuur. Pas op je woorden, wees eerlijk, praat het uit en iedereen hoort erbij. Oppasmoeder Leida zei, wachtend op het schoolplein: 'Gek dat witte Nederlanders hun kinderen niet op deze school doen!' Van de 38 kinderen heeft er één witte, Nederlandse wortels. En toen ik gisteren nog even op de school was, fluisterden de meiden van groep 7 in mijn oor: 'Ssstttt, de meester krijgt nog een verrassing van ons. U mag alleen niet opschrijven, wat het is'. (25 juni 2008)
EDU OP VADERDAG
De Maliebaan lag er op Vaderdag bij zoals deze laan er al eeuwen bij ligt. Geen beter woord dan vredig. Rumoer over de tonderzwam die de lindebomen aantast? Deed me niks. Het project groeiplaatsverbetering van de Maliebaan-bomen (à 63.500 euro, meldt een gemeentelijk bord)? Ging aan mij voorbij. Het zwarte oorlogsverleden van de laan? Verdrongen. Allemaal door dat schitterende Maliebaan-licht. Maar vooral door de geur, de eerste lentebloesemgeur. Mijn geest kwam in Maliebaan-ruststand. Op de fiets. Een enkele zondagse kerkganger kuierde de binnenstad uit.
Ik dacht: hoe omschrijf je de geur van lindebloesem? Maar mijn denken, én ruiken, hielden acuut op toen ik een man met een emmer in de hand zag oversteken. Een man met een onmiskenbare kreupele hapering in zijn tred. Een tred die ik herkende. Van de Voordorpsedijk waar je hem wel eens ziet hollen. Edu Nandlal! Zou ie –met die emmer- aan het werk zijn voor zijn schoonmaakbedrijf? Op Vaderdag, om 11 uur ’s ochtends? 'Hee Edu! Op de zevende dag mag je wel even rusten', riep ik hem toe. Edu is zo’n smaakmaker in de stad. Ondernemer, overlevende (mét incomplete dwarslaesie) van de vliegramp op Zanderij bij Paramaribo. 168 Mensen overleefden níét. Oud-profvoetballer, oud-Leefbaar Utrecht-gemeenteraadslid, vader van twee dochters en zijn overleden zoontje Riva, echtscheiding achter de rug. Een man met altijd een half-verlegen, altijd open lach.
Edu maakte op Vaderdag met twee collega’s een makelaarskantoor schoon. We spraken -in de geur van de lindebloesem- over zijn schoonouders in de Alblasserwaard, zonder televisie. Waar hij op verjaarsvisite was, vrijdag. Nee, die vier wereldgoals had Edu dus niet gezien.
En voort ging het Vaderdaggesprek. Over voetbal ('Ik hou van het leven, niet van voetbal'). Over verlies ('Als je weet wat sterven is, weet je wat leven is'). Over kansen die hij kreeg (“Als achttienjarige liep ik in 1980 met mijn voetbalschoenen in een plastic Albert Heijn-tasje bij FC Utrecht binnen; mocht ik meetrainen”). Over de liefde ('Zodra je het met je hoofd beredeneert, is het niet echt'). En over hard werken ('We hebben een maatschappij waarin je op zondag wel móét werken, anders heb je geen brood').
Edu Nandlal. Een kreupele held. In de emmer aan zijn voeten een fles Ewepo vloerreiniger (voor de vloermop). 'Heb je tijd vanavond, Cees? Gaan we even wat eten.' (18 juni 2008)
PIET KRAAK
In de schatkamer van mijn nutteloze kennis staat het gevulde kastje ‘Nutteloze Voetbalkennis’. In deze voetbaldagen is het openen van dat kastje een verstrooiende bezigheid. Keurig op een plankje ligt bijvoorbeeld keeper Kraak. Piet Kraak! Wat een naam voor een doelman! Gevreesd door aanvallers! Een hoekig jaren vijftig-gezicht. Brylcream-kuif. Kraak keept in de jaren vijftig bij het Zuilense Elinkwijk en is de oudste Oranje-international ooit. 38 jaar en 8 maanden oud verdedigt hij in 1959 het doel tegen Noorwegen (7-1 Oranjewinst). Van der Sar -ook ‘n mooie keepersnaam- moet na dit EK nog anderhalf jaar door om Kraak als oudste international te passeren.
Ik kom op deze, in de vergetelheid geraakte, Utrechtse voetbalicoon door wat krantenknipsels van 16 april 1956. Alle Nederlandse kranten pakken die dag breed uit over de gestaakte wedstrijd Scheveningen Holland Sport (SHS)-Elinkwijk; 16.000 toeschouwers op het Haags/Scheveningse Houtrust. In archaïsche, schilderachtige voetbalclichétaal wordt een hooligan-uitbarsting beschreven. Het waren ‘Italiaanse tonelen’, ‘Zuid-Amerika op Houtrust’. ‘Voetbal-wild-west’ vol onfrisse incidenten, wilde taferelen en een heksenketel die een ‘Voetbalsensatie van laag allooi’ opleverde. De scheidsrechter kreeg opstoppers, Houtrust werd een slagveld, het was nog nooit beleefd. Een grote voetbalrel.
SHS-Elinkwijk wordt gestaakt, omdat SHS acht minuten voor tijd van het veld stapt. ‘Het publiek begon oorverdovend te joelen en tolde als een lawine van de tribunes het veld op. De onthutste scheidsrechter richtte de pas ijlings naar de kleedkamer’, lees ik. En: ’Piet Kraak werden nare woorden naar het hoofd geslingerd’. ‘Het was me wel wat moois’, meldt een foto-onderschrift sarcastisch. Piet Kraak, Elinkwijk-aanvoerder, is volgens het Haagse dagblad, Het Binnenhof ‘door zijn intimidatie van de scheidsrechter van veel narigheid de oorzaak’.
Op de schitterende jaren vijftig-foto’s zie ik dunne mannen in lange leren jassen. Hoeden, alpinopetten, opgewonden jongensgezichten, een volgestroomd veld. Pillen of drank heeft dit volk niet tot zich genomen. Maar een aan hysterie grenzende voetbalemotie is zichtbaar. Bij Elinkwijk in de jaren vijftig al net zo als in de zomer van 2008. Schrijf ik, tikkend onder een lint van oranje vlaggetjes. (11 juni 2008)
VERLEGEN OM EEN MENING
Een beetje columnist zit nooit verlegen om een mening. Een columnist heeft dé oplossing paraat. Was ík maar zo’n zelfingenomen opinieverkoper zonder gêne! De Afshin Ellian, de Marcel van Dam, de Heleen Mees van het AD/Utrechts Nieuwsblad! Dan zou ik iedere week míjn wijsneuzerige commentaar onder úw neus wrijven. En u zou stil vallen bij zóveel vindingrijkheid. Hij lost de islamkwestie op. Heeft een kloeke mening over de Belle van Zuylen-toren. Fileert scherpzinnig de Oranjehysterie. Legt haarscherp uit hoe je het fijnstof bij de Majellaknoop beperkt. En maakt van het gebazel in de Utrechtse gemeenteraad gehakt. Simpel. Briljant!
Ik ben nu vier maanden columnist van deze krant. En heb u nog niet één keer zo’n vette mening of scherpe analytische opinie door de strot geduwd. Vragen riep ik op. Een enkele impressie. Sfeer. Soms verbazing. Een beetje verontwaardiging. Kom je daar in het Nederland van 2008 nog ver mee? De opiniepagina’s, commentaarkolommen, internetfora, weblogs, ingezonden brievenrubrieken en discussieprogramma’s moeten gevuld met meningen. Meningen die de geest scherpen. Nederland? Meningenland. Vooruit, noem eens een thema. Hufterigheid en terreur in de buurt. Dáár zal ik eens een grootse visie over ten beste geven!
Maar dan haperen mijn vingers boven het toetsenbord. Ik word bevangen door een vlaag van meningloosheid. En wat kan ik u vertellen als ik géén opmerkelijke opinies paraat heb? Dan schrijf ik over het potje toepen en de anarchistisch-vegetarische (basilicum!) soep op het verjaardagsfeest zondag. Dan vertel ik u over mijn Oom Herman, het laatst levende kind uit het gezin waar mijn moeder uit afkomstig was, die morgen wordt begraven. Dan leest u over mijn aandoenlijke geploeter in de liefde. Over de sluiting van café de Baas. En de tentoonstelling van Holy Apples in de Jakobuskerk. Of over de twee druiven in mijn achtertuin, waarvan er een (de blauwe ‘Boskoop’) de geest heeft gegeven. Elk jaar werden de blauwe druiven, zoeter, sappiger, lekkerder en het druivenbladerdak gevulder. Dan scherpt het verlies van de druif de geest meer dan een kloeke opinie van uw columnist. (4 juni 2008)
LANGS HET KANAAL
Zou er een Gemeentelijk Beleidsplan Zitbankjesrenovatie zijn? Gisterenavond zat ik op een gammel, verveloos, vuil bankje langs het Amsterdam-Rijnkanaal en de Rooseveltlaan. Het was er goed toeven. Het ruiste en klotste op deze zachte, wat heiige lente-avond. Plukjes meeuwen op de waterspiegel. Een aalscholver maakte, op een metertje boven het water, zijn lange vlucht. Tot de vogel, onder de Prins Clausbrug, uit mijn blikveld verdween. Het kanaal was een badkuip vol boeggolven, weerkaatst door steile kadewanden.
De aangemeerde Poolse vrachtvaarder de Krystyna uit Stettin piepte en schuurde tegen de bolders. Op het ritme van de golven van passerende schepen. Het Poolse schippersechtpaar schafte zich tassen vol proviand aan bij de Lidl, op de Vasco da Gamalaan. Op het lange voetpad langs het kanaal wandelden veel vrouwen, Turkse vrouwen. De meesten met hoofddoek, soms elegant. Bijna steeds met hun tweeën. En altijd dat flesje water in hand of jaszak. Vrouwen van dertig, veertig jaar. “De kinderen zijn naar bed. De mannen passen op. Wij lopen dan vier kilometer. Iedere avond. Heerlijk.” Mohammed uit Ondiep was een van de twee wandelende mannen. Hij liep alleen, fiets aan de hand. De andere man: 'Druk hoofd. Dan maken lichaam beetje moe. Beter zo.' Containerschip de Salamanca doorkliefde de golven.
Maar dat andere Kanaleneiland bleef zichtbaar. Ter hoogte van nummer 600, stond aan de rand van de brede groenstrook al weken een slooprijpe Renault Clio. ZH-59-XF. Ik bekeek het grasperk vóór de auto: zilverpapier, zwart gevlamde aluminiumfolie, glasscherven, een platgetrapt melkpak. 'Een drugskantoortje op vier wielen', fluisterde een buurtbewoner. Ik bekeek het interieur: meer zilverpapier, kartonnen buisjes, kapotte zitting en bedrading. En hoorde op het bankje, terwijl de Mirage uit Terneuzen langsdieselde, de rest van het verhaal. De laatste weken stapten jongens en mannen in en uit. Ze rookten er. Gebruikten. De dealer had zijn waar onder de motorkap. In het weekend was er plots weinig aanloop, werd mij verzekerd. Terwijl ik het verhaal aanhoorde, reed de sleepwagen voor. De Clio werd opgetakeld en afgevoerd. En even later staarden langsrijdende klanten vol ongeloof naar een lege plek. De plek langs het kanaal die een paar weken hun drugshol was geweest. (28 mei 2008)
ADJUDANT BIJ DE TAALPOLITIE
'Het is belangrijk dat u aangeeft waarover u ontevreden bent', las ik in de kersverse Gemeentegids. En op de webpagina van Burgerzaken Utrecht vervolgens: 'De wet geeft aan dat (…)'. Het werkwoord aangeven rukt op. 'Schrijf ons waarover u ontevreden bent' en 'de wet schrijft voor (…)' is natuurlijk beter. CDN-voetbaltrainer Ben Altemühl laatst in deze krant: '(…) heb ik aangegeven dat ik de club in de derde klasse wil achterlaten'. Dit lelijke, luie en versluierende taalgebruik wint terrein. Bij u thuis, in de winkel, op het werk, in het café en veel, héél veel op televisie en in de krant. Als u nu denkt: wat een puristische taalzeikerd, die Griezelbergen, spoor ik u toch aan: 'Lees door!'
Geen mens heeft namelijk nog een mening, een standpunt of een opvatting. Geen burgemeester neemt nog een beslissing of besluit. Geen leraar of ouder verbiedt. Suggereren? Gebaren? Laten zien? Aantonen? Willen? Alles, werkelijk alles, wordt door het vage, slappe, zweverige, softe, nikserige ‘aangeven’ vervangen. En waar voetballers meer dan honderd jaar ‘een voorzet’ gaven, geeft Clarence Seedorf de bal nu aan.
Nou weet ík toevallig wie met dit slordige taalgebruik is begonnen! Tijdens het Kabinet Balkenende-1 zei de premier het om de haverklap. Het aangeef-virus verspreidde zich daarna. Legendarisch waren zijn woorden na de moord op Theo van Gogh: 'Zoals ik al vaker heb aangegeven: zo gaan we niet met elkaar'. Velen raakten besmet. Van pubers van zestien en managers tot minister Donner. Die zei vorige week in 45 seconden drie keer ‘aangeven’. En nóóit meer hoor je van bewindslieden: 'Ik BESLIS dat de BTW met 1 procent omhoog gaat'. Angst om het volk met vervelende besluiten te confronteren?
Eén keer, eind 2006, kon ik de premier persoonlijk uitleggen wat mij dwars zit in dat spuuglelijke gebruik van ‘aangeven’. Waarop de leider van het land mij glazig aanstaarde. Ik las in Balkenende’s ogen: waar maakt deze man zich, in Godsnaam, druk over?
De ergernis van deze adjudant van de Taalpolitie zou een hoog ‘leraar Duits-gehalte’ hebben, hoor ik wel eens. Maar als u met mij meedoet, geeft u vanaf nu uitsluitend nog uw prachtige, pas geboren baby bij Burgerzaken aan.
(21 mei 2008)
MEREL
Ze fietste die middag richting station. Met zus Daisy. Een fietsende vogel en een fietsende bloem op het fietspad bij Vrumona. Langs de volkstuintjes en het spoor, rechts. Boterbloemen en pinksterbloemen in de berm. Langs de flessenverzameling Sisi, Pepsi, 7UP links. Geen prachtiger lentedag denkbaar om in Utrecht je galajurk te passen. Ik kén die opgewonden verwachting van Merel. Jongens hebben dat ook. Examen, diploma, feesten, vakantie, studeren. Een hele wereld, een hele toekomst voor je. En ergens in je achterhoofd het veilige ouderlijk huis. Dat huis met de beestenbedoening. Pony’s, pauwen, kalkoenen, een hertje, een dalmatiër. En Zoë, de jack russell terriër.
Je enthousiasme barst bijna uit je lijf. In die zon. Dan vergeet je even de regels. Als de halve spoorbomen bij stationnetje Bunnik gesloten zijn, mag je nóóit naar de overkant. Weet iedere Bunniker. Op spoor 1 zie je, vanaf de fiets, de -vertraagde- stoptrein naar de stad nog staan. Je ongeduldige verlangen is zó groot. Dan maakt het fietspad bij de laatste lantaarnpaal een scherpe draai naar rechts. Door de bomenrij achter de huizen aan de Groeneweg kun je het spoor vanuit Utrecht niet zien. En horen doe je ook al niets, met die geluidsarme Duitse treinen. Je bent domweg gelukkig en je wilt je galajurk!
In de late avondzon van eerste pinksterdag brandt onder de lantaarnpaal een kaars in een glazen lantaarn. Paarse viooltjes, pinksterbloemen, een roos. Het meisje dat er gekleurde waxinelichtjes neerzette, kan geen trein meer horen. Op een foto houdt Merel haar Zoë –lichtbruine flaporen, een wit-bruine snuit- in haar armen. De rechtervoorpoot tegen haar linkerschouder. ‘Was die stoptrein nou maar níét twee minuten vertraagd’, verzucht Corrie van de Groeneweg. Vandaag vieren de moeders in deze buurt geen Moederdag. Een vader belt zijn zoon: ’Weet dat je áltijd te laat mag komen’. Met ongeloof kwam ook onze zoon die woensdag van zijn stage in Bunnik thuis. Niemand hier kan en wil het geloven. ‘Zo’n mooie, super-intelligente meid die één klein momentje een dom blondje was’. In het grote verdriet is soms een lichter woord nodig.
Vanochtend wordt Merel per paardenkoets naar haar laatste rustplaats gebracht, achter de Barbarakerk. Het dorp Bunnik en de Breul in Zeist rouwen. En leven mee. (14 mei 2008)
SOLOMON OP DE OUDEGRACHT
Waar je woont is de navel van de wereld. De Kleine Parade -een verborgen geschiedenis van Utrecht- van Rob van Scheers bevordert dat besef. Door dat heerlijk geschreven boek ga je je eigen leven met de stadsgeschiedenis en haar beroemde bezoekers verbinden. Mozart? Brahms? Prince? Jammer dat ik er niet was toen ze hier optraden.
In mijn eigen Kleine Parade past 9 oktober 2004. The King of Rock ’n Soul Solomon Burke treedt op. Rond half acht keten ik mijn fiets aan het hekwerk, bij Tivoli. Dan gaat mijn mobieltje. ‘Mister Burke can be interviewed NOW’, meldt een vrouwenstem dwingend. Ik worstel me door de smalle gangetjes van de poptempel aan de Oudegracht. In de kleedkamer de geur van twee decennia bier, sigaretten en pop-extase. Dan zit ik oog in oog met deze massieve legend in his own time, de man van ‘Everybody needs somebody to love’. Hij wil mij, lid van het Sam Cooke-Genootschap, honderduit vertellen over de betekenis van Cooke voor Zwart Amerika, de Liefde, de Soul. Die stem. Hoe meer kilo’s de zanger/dominee meetorst hoe machtiger de klankkast Solomon Burke klinkt. Hij verhaalt van zijn laatste ontmoeting met Sam Cooke, op de dag dat die in 1964 in Los Angeles werd doodgeschoten. Zachte ogen boven een smal snorretje.
‘I’m so happy te be here tonight, in your wonderful city’, roept hij even later een stampvol Tivoli toe. En nog voor zijn traditionele apotheose met rozen en kettingen, zingt hij een medley van Cooke-nummers. Ik verbeeld me dat het voor mij is: Chain gang, You were made for me, Bring it on home to me, Wonderful World.
De Kleine Parade behandelt ook de connecties tussen New York en de Domstad. Vijf maanden na de Tivoli-ontmoeting loop ik op Manhattan met broer Bart en zoon Daan over het brede trottoir van 42nd Street, voor BB King Blues Club. Dan stopt een grote taxi. Uit het theater wordt een rolstoel naar de taxi gereden. En wie wordt in die rolstoel gezet? Solomon zelf. Ik buig me naar hem over, geef hem een hand. En wat zegt deze Amerikaanse schat? 'Oh, sure I remember you. From Yoe-Treckt. Nice to see you again.' (7 mei 2008)
IN NAAM VAN ORANJE...DOE OPEN DIE POORT
Het is warm in de nacht van 29 op 30 april 1980. Lege maan. Aan de Wittevrouwensingel, ter hoogte van de Wolvenplein-gevangenis, duwen drie mannen een rubberbootje af. Muisstil roeit het Commando Berend Botje naar het glooiende talud onder de gevangenismuur. In het bootje drie blikken witte muurverf, op oliebasis. Een van de gestalten schildert met brede kwast de eerste letters op de muur: IN.
Op de stoep aan de overkant zijn een man en een vrouw zwijgende getuigen. De twee andere schilders beginnen twintig en veertig meter naar rechts hun kwastklus. Daar ontstaat een leuze die keurig de bocht in de gevangenismuur neemt. IN NAAM VAN ORANJE DOE OPEN DIE POORT. In kapitale letters, geen komma. Geruisloos sluiten de mannen de verfblikken en ‘schepen’ weer ‘in’. Bij het afduwen doorboort een spijker in de beschoeiing, het rubberbootje. Water makend bereiken ze opnieuw de overzijde. Het Commando beziet tevreden lachend haar eigen oproep tot algemene amnestie. ANP-radionieuwsdienst zal er ‘s ochtends om acht uur over berichten. Zouden Juliana (‘Zojuist..., zóójúíst…’) en Beatrix op deze Kroningsdag met de hand over het koninklijk hart strijken?
De Commando’s maken zich uit de voeten. De mannelijke toeschouwer propt het net niet gezonken bootje in de kofferbak van een geparkeerde groene Vauxhall Viva. Dan stopt plots met piepende remmen een politiebusje. De boot wordt in beslag genomen, de Vauxhall-man op het Paardenveld in de cel gezet. De vrouw mag van de agenten vertrekken. Later die 30e april verwijdert gevangenispersoneel de leuze. Maar een paar dagen later lezen voorbijgangers: TRIX, LAAT ONS NIET ZITTEN. Het is tijd de identiteit van het Commando Berend Botje te onthullen. Het waren Harrie Jekkers (nu cabaretier), Jan Lankveld (fotograaf) en Koos Meinderts (kinderboekenschrijver). Het rubberbootje was van de 14-jarige Hansje Spekman (nu kamerlid) en zijn vriendje Fred Zweere. De toekijkende vrouw was zus Anneke Spekman. Het Vauxhall-hulpje was ikzelf.
Amsterdam kreeg die dag zijn Stadsoorlog. Onze stad loste het ‘Utrechts’ op: ludiek, zacht anarchistisch. (30 april 2008)
BOZE, SLAPERIGE MINISTER BEZOEKT OVERVECHT
Ambitieuze vrouwen moeten hoger op! En ambitieuze mannen moeten naar de top. Het 'gij zult carrière maken' wordt steeds onverbloemder uitgesproken. Door Agnes Jongerius en Mariëtte Hamer de afgelopen weken bij herhaling. Of de carrièremens gelukkig wordt van dat opklimmen, hoor ik nooit.
Neem nou Ella Vogelaar. Maakt carrière. Is minister! Ambitie genoeg. Vorige week was de Utrechtse bewindsvrouwe te gast in eigen stad. Ze bezocht Park de Gagel, liep over de stadsboerderij en trof protesterende Overvechters die hun betaalbare huurflats willen behouden. Tijdens een boekpresentatie op de stadsboerderij dommelde de minister in slaap. ’Kansarm eruit, kansrijk erin, ’t gaat alleen om ’t gewin’, las ik op spandoeken. Ella Vogelaar sprak het protesterende volk toe met de van haar bekende arbeideristische tongval. Alsof het een CPN-partijcongres betrof. Toen sprak verslaggever Rutger Castricum van de afzeik-website ‘Geen Stijl’ Ella aan. 'Staat u wat steviger in uw schoenen nu u een spindoctor heeft', vroeg hij. Spindoctor is lelijk Haags jargon voor ‘media-adviseur’. Voor 187,50 euro per uur vertelt partijgenoot Dig Istha, Ella Vogelaar namelijk hoe ze in interviews beter zou kunnen overkomen. De minister ontkent dat ze een media-adviseur heeft.
Dan ontrollen zich drie televisieminuten die pijn aan je ogen doen. Wil ik dit wel zien? Zo genant is het. Zwijgend beent Vogelaar over het terrein van De Gagel. Dan één zin: 'Op onbeschofte vragen geef ik geen antwoord'. Waarna de verslaggever opmerkt dat dit geen handig media-optreden is. Dan kijkt Ella Vogelaar -angst, ergernis, verkramping in de ogen- de verslaggever hulpeloos aan. Die verder sarrend ('Ik krijg bijna medelijden met u.') zijn interviewklus afmaakt. Het filmpje (www.geenstijl.nl) is een ontluisterende cocktail van ongeïnspireerdheid, ingehouden woede, onbeschoftheid, humorloosheid en vooral véél verkramping. Ik betwijfel of zelfs de duurste media-adviseur –en dan niet eentje die wind verkoopt, wat in die sector gebruikelijk is- deze zichtbaar ongelukkige minister overtuigend kan doen overkomen. Maar Ella zit wél aan de top! (23 april 2008)
ISLAMITISCH UTRECHT
Mijnheer Kadimirci van de Kanaalstraat bidt vijf keer per dag in de moskee, even verderop. Zondagmiddag sta ik met hem naar de lichtbak boven de ingang van zijn bedehuis te kijken. ULU Camii Moskee, Utrecht 1979. 'Wat is daar nou zo bijzonder aan', vraagt mijnheer Kadirmirci. 'Ik weet wat er op de gevelsteen ónder die lichtbak staat', leg ik uit. Samen bekijken we de net zichtbare rand van de oorspronkelijke gevelsteen, met links en rechts stenen druiventrosjes. De oudere Lombokker weet nog wat er op staat: BADHUIS, gesticht 1915.
'Kom, ga mee thee drinken', nodigt Kadimirci me uit. In het theehuisje boven de moskee hangt de lome sfeer van zondagmiddag. Ankaraspor-Fenerbahce uit de Turkse eredivisie op televisie. Bij het glaasje thee wordt gepofte maiskolf geserveerd. Onder het Turkse voetbalcommentaar het getik van de kralenkettingen in de handen van de oudere Turkse mannen. Deze ULU-moskee is te klein geworden voor de groeiende schare gelovigen. Bij het vrijdagmiddaggebed zijn er wel duizend gelovigen, vertelt mijnheer Kadimirci. Maar de oplossing is nabij. Op de kop van Lombok, tegenover het voormalige badhuis, zal eind 2009 de nieuwe ULU Moskee staan.
Utrecht weet inmiddels dat er een glazen koepel van 24 meter komt. En twee minaretten van 44 meter hoog. ‘Onze winkel ligt onder de minaretten’, luidt in de toekomst de routebeschrijving voor nieuwe klanten van Schaatsenberg’s beddenzaak aan de Damstraat. Een wijkraadpleging in Lombok bepaalde dat de ULU-moskee een prominente, zichtbare plek zou krijgen.
Waarom worden de minaretten bijna een halve Domtoren-hoog? Om de oproep tot gebed zo ver mogelijk te laten dragen -de historische functie- kan het niet zijn. Is het dan misschien prestige? Het prestige van de groeiende islam in onze stad? Wie over enige tijd vanuit het westen per trein op CS arriveert, ziet links de skyline met Domtoren en rechts de skyline met ULU-minaretten. Een Godvruchtige/Allahvruchtige stad. In geseculariseerde tijden. En vertrouw dat in de ULU-Moskee de tolerante poldervariant van de islam gepredikt wordt! (16 april 2008)
WIL UIT STERRENWIJK
Wil Meijer uit Sterrenwijk overleed op 30 maart, 68 jaar oud. Nog vorig jaar viste hij de grootste meerval ooit -een meter lang- uit de Kromme Rijn. Wil Meijer was glaszetter, schilder, botenbouwer, stukadoor, aquariummaker. Manus-van-alles. Wat zijn ogen zagen, deden zijn handen. Zo’n man.
Oorlogskind uit de Lombokstraat. Als dertienjarige werkte hij bij Van Seumeren aan de Wittevrouwensingel. Lood en oud ijzer scheiden. Want in het grote, katholieke gezin Meijer wisten ze: lezen en schrijven heb je in de handel niet nodig. Nog voor hij achttien was, reed hij in een stokoude Ford, de enige auto in de straat. Hij trouwde met Sjaan Ockhuizen uit Sterrenwijk en woonde de eerste jaren bij zijn schoonouders in. Wil kon met weinig genoegen nemen. Omdat hij vertrouwde op zijn vindingrijkheid. De schietloodjes voor zijn vishobby bijvoorbeeld. Die kócht ie niet voor vijftig cent. Die smolt ie zelf uit oude dakgoten.
Hij zette een stalen bootcasco in zijn tuintje. En na twee jaar zagen, frezen en timmeren was zijn eerste schip af. ‘Het wijk’ liep uit toen de Adriana met een kraan over het huis werd getakeld en in de Kromme Rijn gelegd. Een vakman die schilderde met de kwast ('Nóóit met een roller') en voor kwaliteit stond ('Dat moet je overlakken, pik'). En als op het hoekje van de Abstederdijk die speciale geur van brandend hout en vis hing, wist de buurt: Wil rookt –in eigen fuiken gevangen- paling in zijn schuur.
'M’n kaarsje gaat langzaam uit', liet hij weten. 'Doorzetten pik', werd toen zijn devies. Na een chemo in het Diak liep hij liever naar huis dan zich door zijn zoons te laten rijden. En hij kluste aan de schepen van zijn watersportvrienden van Plettenburg in Nieuwegein. Zo deed hij er nog drie jaar over. Wil dacht mee over vochtbestrijding in mijn houten kajuitbootje. Is boven de waterlijn tweecomponentenlak of bootbeits beter? 'Hoe gaat het, Wil?' 'Prima, ik zou zo de Dom om kenne douwen', zei hij lang. Driehonderd mensen namen afgelopen vrijdag op begraafplaats Barbara afscheid van deze mooie Utrechter. (9 april 2008)
BEPROEVING
Om het stoffelijke omhulsel enigszins toonbaar te houden, ben ik aan het hollen. Mijn paas-beproeving was de tien kilometer tijdens de Utrecht Marathon. Bij de start, tegen kwart over elf op tweede paasdag, trekt het zwerk open. Aan de westkant van de stad neigen donker-zwarte wolken oostwaarts. Duizenden draven langs de Croeselaan, over de Balijebrug. 'Tien tweeëntwintig over de eerste twee', hoor ik naast me. Jongen, dit is een serieuze tocht! Ik denk aan onze reportage over de Nederlandse loopgekte: zie www.uitzendinggemist.nl ('Grim rent').
Bij de Antoniuskerk ontladen de wolken zich. Natte sneeuw jaagt door de Kanaalstraat. Rechts de zon die van de wolken boven me afdruipt. Als God bestaat, is het in natuurverschijnselen. Op tweede paasdag in het hart van Lombok. Of zijn het Allah, Boeddha en Brahma die ik hier zie en voel? Koud, nat, maar toch licht. Na de bocht bij de Ulu Moskee nog twee oninteressante kilometers rond de Jaarbeurs. En dan een sprintje langs het publiek. 58 minuten.
Met de medaille om de nek stap ik door de gefinishte massa. Dan houdt plots een vriendelijke jongen een dvd omhoog. Voor mij! Van de Evangelie Gemeente www.GodisLiefde.nu. Vieringen (dans, swing, aanraking!) in de Bethelkerk aan de Norbruislaan, iedere zondag om twee uur. Met een droog t-shirt aan stap ik een paar minuten later op de fiets. Dan gooit vlak voor me een GVU-medewerker in een moment van onoplettendheid de portier van zijn busje open. Ik knal er tegen aan. Wat schaafwonden en een pijnlijke knie.
Thuis hoor ik op de dvd Stefanie’s ervaring aan. Een bekering? Tijdens een hardloop-tochtje ziet ze bij Tolsteeg mensen van God is Liefde-Utrecht bidden. Het fascineert haar, ze stopt. En luistert. ‘Toen voelde ik een enorme warmte. En opeens stond ik te huilen, voelde alles van me afvallen. Heftig. Een enorme ervaring. Het was God.’ Bij mij sloeg de ‘Hand van God’, zoals Maradonna het noemde, dus heel anders toe. (2 april 2008)
ALS MAN HIELD IK NIET VAN MEZELF
'Ze had een moeilijk benaderbare kant in zichzelf', zegt Jos te Water Mulder als we op eerste paasdag de verlaten begraafplaats Soestbergen aflopen. In zijn hand een steentje in de vorm van een hartje. Net opgeraapt voor het graf van Dirkje Kuik. Het graf: verse zwarte aarde met daarop ook het okergele boekje van de Utrechtse Literatuur-Top 100. Kuik op 8!
Welke Utrechter heeft hem -William- en haar -Dirkje- niet ooit op de Herenstraat, de Nobelstraat of het Janskerkhof zien lopen? Of in het café gesproken? Een man die vrouw wordt. Het houdt voor omstanders iets ongemakkelijks. 'Lekker progressief, niets van aantrekken, dacht ik toen', zegt filmmaker Jos Stelling. Maar de lange, vertrouwde gesprekken die Stelling met William had gehad, strandden met Dirkje. Want Jos kon niet dealen met dat damesondergoed dat op die kamer aan de Oude Kamp hing.
Ook ik kreeg het beeld van de man Kuik niet van mijn netvlies als ik haar zag. Knieën te knokig, gezicht te grof. Jos te Water Mulder denkt daar anders over. 'Voor mij was het een breekbare oude dame geworden', legt hij op tweede paasdag in de rust van Kunstzaal Dirkje Kuik aan de Mariaplaats uit.
‘Als man hield ik niet van mezelf’, schrijft Dirkje Kuik, onder de kop Metamorfose, in december 1980. Met een verhandeling over hoe uit scrotum en penis een vagina gecreëerd wordt. Maar echt indrukwekkend is het verhaal 'Overbelicht' uit de bundel 'De nachtcactus bloeit'. Dirkje Kuik brengt haar ouders tot leven. En ontmoet, ná de geslachtsverandering van 1980, haar moeder op het bankje aan de singel, naast de Sterrenwacht. Ze legt haar uit hoe er in de Londense kliniek aan ‘William’ gesleuteld is. 'Kind wat zie je er goed uit', zegt haar moeder, 'draai je eens om. Ach, het is prachtig en je haar zit leuk'. Later schuift ook pa Kuik aan. In café De Poort aan het Ledig Erf. En tegen zijn vrouw zegt hij over Dirkje: 'Ik heb het je toch altijd gezegd: je hoeft je niet druk te maken over dat kind, het komt wel in orde'. Als de ouders en de 53-jarige dochter afscheid nemen, laat schrijver Kuik zijn moeder zeggen: 'Dag schat, dag hoor, wees vooral gelukkig'. (26 maart 2008)
W.G VAN HET SCHRALE END
De W.G. van de Hulstschool in Rivierenwijk ken ik, omdat ik er tijdens de Nationale Voorleesdagen in 2006 voorlas. Uit 'Dat ben jij, Kiki'. De school viel me op door de betrokken leraren. En vanwege de schitterende gevel -Jugendstil-bogen!- die een vaartochtje langs de Jutfaseweg de moeite waard maken. Willem Gerrit van de Hulst was er onderwijzer en schoolhoofd van 1898 tot maart 1940. In 1959 werd de school naar hem vernoemd.
De Vierde Diaconieschool werd in 1858 aan 'Het Schrale End', het gebied langs de Vaartse Rijn, opgericht. Schraal was het daar, gezien de leefomstandigheden van de steenoven-arbeiders. Kinderarbeid, alcoholisme, inteelt, géén onderwijs: het leven in het landelijke gebied buiten de stad in de tweede helft van de 19e eeuw. Een gebied dat werd gemeden door stadse Utrechters. “Daar gooien ze je met klinkers om de oren”, waarschuwden Van de Hulst’s vrienden toen hij er werd benoemd tot onderwijzer. Afgelopen vrijdag luisterde ik naar de stem van Willem Gerrit. Een geluidsopname uit 1958 met een toespraak over de geschiedenis van het 'Klompenschooltje'.
Geboren op Gansstraat 5bis, in 1879. 84 jaar later begraven aan de Gansstraat, even verderop. Voor miljoenen protestantse Nederlanders was ‘W.G.’ meer dan een ‘Utrechtschen jongen’. Hij schreef bijna honderd kinderboeken en was een literaire pijler van protestants Nederland. Titels: Rozemarijntje, Ouwe Bram, Ergens in de wijde wereld, Huisje in de sneeuw. Ik ken protestantse veertigers die moeiteloos de smart uit een boek als Ouwe Bram terughalen.
Een man met een onderwijshart en inlevingsvermogen in de allerkleinsten. ’Daar stond een kleine jongen voor de zwijgende banken van een lege klas. Nee, ouder dan drie jaar kan hij niet geweest zijn. Hij kreeg een kleur; zijn kleine hart voelde een vreemde bangheid opkomen. Die banken… Keken ze hem aan?’ (uit: Herinneringen van een Schoolmeester)
Twee nieuwtjes. René Kil en Cas Mak schreven 'Van klompen tot nikes', een mooie sociale geschiedenis van de oudste Utrechtse school. En op eerste paasdag komt Van de Hulst in de lijst van honderd belangrijkste Utrechtse schrijvers ooit. (19 maart 2008)
JE HOUDT DE VOORUITGANG NIET TEGEN OF: DE STAART VAN DE KOEDIJK
Het leven buiten de stad houdt vele wondertjes verborgen. Boerderij De Staart aan de Koedijk in Houten is zo’n wondertje. Meer dan vierhonderd jaar oud. De Staart moet niet moeilijk te vinden zijn, vermoed ik. Want sinds kort staat pal naast de boerderij-zonder-land een 65 meter hoog Van der Valk-hotel in aanbouw dat in mei open gaat. Wat een contrast. Tot in Hoograven en Kanaleneiland weten we nu dat ten zuiden van de stad groeikern Houten zijn eigen skyline heeft. Maar vraag op het aangrenzende bedrijventerrein ’t Rondeel niet naar een boerderij. 'Achter dat hotel woont niemand', wordt mij stellig verteld.
De toekan op 65 meter weet wel beter. Hij zag in januari Stien en Arnold Witjes in De Staart hun gouden bruiloft vieren. Een groene ereboog voor de deur. Een deur waardoor alleen Stien en Arnold –de lengte van de 17e eeuwse mens- zonder bukken binnen gaan. Vader Witjes boerde er vanaf 1928. Fruit, voederbieten en aardappels, varkens, kippen en koeien. Als kleuter zag Arnold in 1938 naast de Staart het Amsterdam-Rijnkanaal gegraven worden. 'Toen begon de vooruitgang.' In 1980 kwam Rijksweg 27 aan de westkant. De aluminium-krul van het Total-benzinestation later aan de oostkant. Nu het torenhoge hotel. En binnenkort wat windmolens? Van tien hectare land van Witjes is niets meer over.
Als over een paar weken de lentezon op de wilgen rond de Staart valt, zetten Stien en Arnold ’s middags de stoelen buiten. Al is het nog te koud om langzaam in slaap te sukkelen. Was het maar zomer. Dan is het goed toeven onder de kastanje langs de sloot. Het gouden bruidspaar kleeft het laconieke leven van het land aan. Nou die steigers weg zijn, valt die toren eigenlijk nog wel mee. Zegt Arnold. 'Wat moet je er op tegen zijn. Je houdt de vooruitgang niet tegen.'
(12 maart 2008)
UTRECHTSE FOTO
Een van mijn favoriete foto’s van de stad dateert uit 1942. Van fotograaf Nico Jesse. Een afbeelding van de Domstraat. Jesse staat in het midden van de Korte Jansstraat, ter hoogte van de Minrebroederstraat, zijn rug naar het Janskerhof. Hoog en massief rijst honderd meter verder het koor van de Domkerk op. Door de hoge ramen lijkt de kerk gevuld door een zee van licht, alsof er een brand woedt. Boven de kerk hangt een maartse ochtendnevel. Onscherp op de voorgrond steekt een vrouw over, elegante hoed, zwarte mantel. Een handkar en bakfiets staan links geparkeerd, zeven fietsende donkere gestalten, behalve de vrouw nog een enkel silhouet van een wandelaar. De Domstraat aan het eind van de tweede oorlogswinter. Dikke, donkere jassen hebben deze Utrechters aan. Geen gezichtsuitdrukking waar te nemen. Wat houdt deze mensen bezig? Zijn ze joods? NSB-er? Gaan ze naar hun werk? Koesteren ze wrok? Zijn ze gelukkig in de liefde?
Ik ken weinig andere foto’s van onze stad waarin zon en schaduw, zwart en wit en vooral het vroege maartse licht zo’n prachtig sfeerbeeld opleveren. De fietsers in de richting van de Dom rijden in de volle ochtendzon, wel drie meter lange schaduwen achter zich aan. Een lange mannelijke gestalte -hoed op- rijdt op zijn rijwiel richting Janskerkhof. In de schaduw. De overstekende vrouw is die schaduw net binnen gewandeld.
We kunnen die foto bekijken dankzij Frans Crone, vijf maanden geleden veel te vroeg overleden. Hij stelde in 2003 uit het werk van Jesse ‘Utrecht 1942’ samen, een klein fotoboek van grote schoonheid.
Ik krijg nooit genoeg van foto’s van de stad. Zaterdag verschijnt een nieuw fotoboek over Utrecht! ’De Singel van Utrecht, een wandeling’, met tekst van Kees Visser en foto’s van Angeliek de Jonge. En in het stadhuis zijn vanaf vandaag haar foto’s te zien. Ook benieuwd naar de lichtval in het Zocher-park en de schaduwen van gestalten op de Singelbruggen? (5 maart 2008)
ZONDAGS BLOEMETJE
Nico van der Ven is bloemenman aan de Blauwkapelseweg. Derde generatie bloemenman. Sinds mensenheugenis worden vanuit zijn minuscule keet ‘De Kleine Bloemensingel’ zeven dagen per week bosjes chrysanten, tulpen, fresia’s en rozen aan de klant gebracht. 'Ik kijk vooruit', zegt Nico bij het Griftpark. Wist jij bijvoorbeeld dat orchideeën en het Nico-boeket het bij je schoonmoeder tegenwoordig beter doen dan rozen?
Laatst legde de interim-directeur Stadsontwikkeling van de gemeente Utrecht de bloemenman een boete van vijfduizend euro op. Omdat Nico het op zondag 14 oktober 2007 waagde een bloemetje te verkopen. Na het Referendum over de Koopzondag mag je op zondagen die géén Koopzondag zijn, alleen nog bij de begraafplaatsen een bloemetje verkopen. En dáár staat Nico niet. Maar de bloemenman laat zich niet weerloos beroven. Een junk die dat ooit poogde, pakte hij nog vóór de hoek van de Zandhofsestraat. Beroofd worden door de gemeente past dus evenmin in Nico’s systeem.
De interim-manager die de boete namens B & W oplegde is Guido Van den Boorn, in juli 2007 aangesteld om ‘de implementatie van verbeteringsprocessen te begeleiden’ (tekst uit persbericht). De interim-manager ‘straalt Leidend Leiderschap uit’, stelt hij zichzelf voor. En: ‘We moeten op het juiste performanceniveau opereren’, ‘Ik week mensen en systemen los’, ‘Waar zijn de onderkant en de uitgang van het probleem?’
Zal bloemenman Nico de uitgang van het probleem dat ‘Gemeente’ heet, vinden? En wat zal dit management-gelul bij Utrechters losweken? ‘Dan gaat er iets tintelen’, weet Van den Boorn het antwoord. Bij Nico tintelt het inderdaad. Het is die heel aparte tinteling van opzwellende bloedvaten in je hoofd. Veroorzaakt door machteloze woede over het getoonde performanceniveau van de gemeente.
Breed lachend zal de interim-manager de gemeente in april verlaten. Met om-en-nabij driehonderduizend euro honorarium. Want dat betaalt de Utrechtse burgerij voor tien maanden leidend leiderschap. Bloemenman Nico heeft de boete nog niet betaald. Hij heeft niet zo maar vijf ruggen liggen. (27 februari 2008)
GEEN HISTORIE
Het Nieuwe Leren is een ramp voor het Nederlandse onderwijs. Ouders en leraren weten het al jaren. Nu staat het ook in een rapport van de parlementaire commissie Onderwijsvernieuwingen. De uitwassen van het Nieuwe Leren zag ik op de Werkplaats in Bilthoven, de school waar rector C. Visser ’t Hooft haar ideologische veren opzette. Mevrouw Visser ’t Hooft ('Ik gebruik chakra’s en astrologen als sturingsinstrumenten') mocht de Werkplaatsideologie via Het Nieuwe Leren en Het Studiehuis aan het hele Nederlandse onderwijs opleggen. ‘Frontaal lesgeven’, werd door de believers in het Studiehuis niet toegestaan.
Ook op de Utrechtse Nieuwe Regentesseschool voerden tien jaar geleden ideeën van onderwijsverbeteraars de boventoon. Het vak geschiedenis werd door de leiding van deze basisschool simpelweg afgeschaft. Want, zo was de gedachte, tere kinderhersenen mag je niet pijnigen met historische feitenkennis. En taal, rekenen en aardrijkskunde? Kindermishandeling, in de ogen der vernieuwers.
Ouders van leerlingen die slecht onderwijs krijgen, worden ‘bezorgde ouders’. Ik werd zo’n bezorgde ouder. En vroeg de Regentesseschool-directie voor goed onderwijs zorg te dragen. Mét het wettelijk verplichte vak geschiedenis. De school ondernam niets. Daarop meldden wij de Onderwijsinspectie: ’Onze kinderen krijgen geen geschiedenisles’. De Onderwijsinspectie ondernam niets. Waarna wij de Inspectie aanmoedigden in actie te komen tegen deze onderwijsverloedering. ‘Dat moet u zelf maar uitzoeken’, was het labbekakkige antwoord.
In het schooljaar 2000-2001 bezocht ik met twee groepen 8 van de Nieuwe Regentesseschool een reizende tentoonstelling over de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het Utrechtse stadhuis. Met spannende verhalen over deze typisch Nederlandse verdedigingswal, die rond onze stad prachtige sporen heeft nagelaten. Een van de organisatoren vroeg aan de leerlingen: 'Wanneer was de Eerste Wereldoorlog?' Geen van de zestig kinderen wist het antwoord.
Nog even gebeld met de Nieuwe Regentesseschool. Nee, geschiedenisles wordt er nog steeds niet gegeven. 'Meerdere generaties kunnen niet goed spellen en weten onvoldoende van geschiedenis', zei vorige week de voorzitter van de Commissie Onderwijsvernieuwingen. En ik voeg daar aan toe: 'Ze leerden niet hoe leuk leren kan zijn'. (20 februari 2008)
ZOO IK IETS BEN……
‘Zoo ik iets ben, ben ik een Hagenaar’.
Een zeldzaam compacte, briljante zin. Uit de pen van Louis Couperus. Na te lezen rond zijn standbeeld, halverwege het Lange Voorhout. Achteloze trefzekerheid, zelfspot, relativering en trots. In acht woorden. Kan het Haagser? En kun je zuiniger denken en schrijven?
Ben ik, Hagenaar van geboorte, wel de aangewezen man als Utrechts columnist? Is mijn zuinige pen voldoende om een plaatsje in de krant te rechtvaardigen? Ben ik voldoende ‘iets’ en, vooral, voldoende Utrechts?
Ik had mijn stek in Zuilen, Overvecht, Oudwijk, Wittevrouwen, Tuindorp, de binnenstad én elf jaar naast het Spoorwegmuseum. Mijn gelukkigste momenten liggen ook al in Utrecht. Op de Maliebrug, de lenteochtenden van 1991. Kijkend richting Sterrenwacht. Fris groen filtert de zonnestralen die daarna zachtjes op het water van de Maliesingel neerkomen. Onze peuter aan de hand, onze baby in de buggy.
Ik zat op het Paardenveld én op het Ledig Erf in de cel. Ik schaf trouw mijn FC Utrecht-seizoenkaart aan en voetbalde bij vv Domstad, UVV en Sporting. Ik interviewde de legendarische Sarasani-hasjkikker Holly Hasenbos en was mede-eigenaar van café De Baas op de Biltstraat. Woonde in 1979 het openingsconcert in Vredenburg bij; én was bij het kraken van Tivoli op het Lepelenburg. Was UN-rechtbankverslaggever ten tijde van de magistraten Van Dijk en Von Meijenfeldt. Ik zat ooit bij burgemeester Vonhoff op schoot (maar at niet mee van de kroketten). Ik beschreef en filmde in 1982 het kappen van 596 bomen in Amelisweerd. Ben trots dat Herman van Veen uit Utrecht komt. En de Oude Gracht heeft meer allure dan het Canal Grande in Venetië, vind ik.
Chauvinistisch ben ik dus wél geworden. Maar Utrechts? Zevenendertig jaar geleden betrok ik bij de familie Fokker aan de Cantondreef in Overvecht-Noord een kamertje. Maar Utrechts? Blijf ik dan eeuwig de ontheemde Hagenaar? De ontheemde Hagenaar die de Konmar -want van Haagse oorsprong- in winkelcentrum Overvecht zo mist?
Zal het ooit vertrouwd klinken? Zo ik iets ben, ben ik een Utrechter? (13 februari 2008)







